---
title: "6 januari 2005 · Strafbepaling, administratieve geldboete · Rechtbank van eerste aanleg te Gent"
description: "Strafbepaling, administratieve geldboete. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 6 januari 2005."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-rechtbank-gent-2005-01-06-e3a3"
lang: "nl"
---

# Strafbepaling, administratieve geldboete · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

6 januari 2005

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

64 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 06.01.2005

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**RECHTBANK EERSTE AANLEG GENT - ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 06 JANUARI 2005.**

## Algemene rol nummer : 02/33/A

In de zaak van :

**BVBA V. EN B.**, met zetel te …, …, ingeschreven in het HR te Dendermonde onder nr. …,

**eiseres,**

niet verschijnend,

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kantoren te Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger van de BTW te Aalst, met kantoren te 9300 Aalst, Graanmarkt 1,

**verweerder,**

voor wie optreedt meester **D. M.**, advocaat te …, …,

vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. RECHTSPLEGING

Verwerende partij en conclusies op 09 december 2004, werd gehoord in zijn middelen de openbare terechtzitting van waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder de geding inleidende dagvaarding d.d.17.12.2001, de conclusie van de verwerende partij evenals het stukkenbundel, de beschikking gewezen conform art. 747, § 2 Ger. W. d.d.11.2.2004.

## 2. DE VORDERING

De vordering van eiseres strekt ertoe verzet te doen tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 17.10.2001, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 26.10.2001 en aan eiseres betekend op 15.11.2001.

Krachtens hogervermeld dwangbevel wordt aan eiseres bevel gegeven om ingevolge art. 70, § 4 W.BTW een geldboete te betalen van 100.000 frank (2.478,94 EUR) meer de intresten en vervolgingskosten.

Meer bepaald vordert eiseres :

"het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren;

het dwangbevel van 17.10.2001 nietig en zonder gevolg te verklaren, evenals het betekening-bevel van gerechtsdeurwaarder **H. V. D.** van 15.11.2001;

te zeggen voor recht dat verzoekster de in het dwangbevel vermelde bedragen, boetes en intresten niet verschuldigd is;

alle kosten ten laste te leggen van de Belgische Staat;

…”

## 3. BESPREKING

**3.1.** Nopens de toelaatbaarheid van het verzet.

Verweerder voert aan dat het verzet niet toelaatbaar is omdat eiseres in haar verzetsexploot verzet aantekent tegen een boete voor de niet-indiening van de jaarlijkse opgave van afnemers - belastingplichtigen inzake het jaar 1999 daar waar voor het jaar 1999 geen boete werd opgelegd.

In casu stelt de rechtbank vast dat eiseres uitdrukkelijk verzet aantekende tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 17.10.2001, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 26.10.2001 en aan eiseres betekend op 15.11.2001 en dat dit dwangbevel een boete oplegt wegens het niet indienen van de jaarlijkse opgave van afnemers belastingplichtigen inzake het jaar 1998.

In casu beging eiseres een materiële vergissing door in haar verzet bijkomend te stellen dat het ging over het Jaar 1999 zodat het verzet toelaatbaar is.

**3.2.** Ten gronde

**3.2.1.** Eiseres is sedert 1.4.1996 BTW-belastingplichtige wegens haar activiteit van verhuur van roerende goederen.

Eiseres is krachtens art. 53quinquies W.BTW en het KB nr. 23 van 29.12.1992 gehouden tot het indienen van een jaarlijkse opgave van de afnemers - belastingplichtigen voor 31 maart van het jaar volgend op de op te nemen handelingen.

Uit de stukken en het proces verbaal d.d. 6.12.1999 blijkt dat eiseres m.b.t. het jaar 1998 ondanks herhaalde uitnodigingen van de BTW-controle en een aangetekend schrijven d.d. 25.6.1999 niet overging tot indiening van kwestieuze opgave.

Uit hoofde van die inbreuk werd op grond van art. 70, § 4 W.BTW en het KB nr. 44 van 21.10.1993 een geldboete opgelegd van 100.000 frank (2.478,94 EUR).

**3.2.2.** Eiseres laat gelden dat de boete ten onrechte werd opgelegd daar zij in het betreffende jaar geen enkele activiteit uitoefende.

Niet alleen uit de jaarrekening maar ook uit de op 14.12.2001 voor akkoord ondertekende naheffingsopgave blijkt dat eiseres in 1998 een belastbare omzet realiseerde van 307.195 frank (7.615,17 €) die zij niet heeft aangegeven aan de BTW-administratie (stuk 4 en 5 verweerder).

Dit argument van eiseres dient dan ook verworpen te worden.

**3.2.3.** Eiseres laat gelden dat de opgelegde boete schromelijk overdreven is.

Verweerder meent dat de opgelegde boete dient gehandhaafd omdat de opgelegde boete volledig in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen terzake en eiseres bovendien geenszins ter goeder trouw heeft gehandeld.

Zeker sedert de invoering van de nieuwe fiscale procedure bij de wetten van 15 en 23 maart 1999 staat het vast dat de Hoven en Rechtbanken van de Rechterlijke macht volle rechtsmacht hebben teneinde uitspraak te doen over fiscale boeten, zowel wat betreft de wettigheid, de opportuniteit als de hoogte ervan (Parl. Doc., Senaat, zitting 1998-99, nr. 966/11, pp.146 en 213; zie ook Arbitragehof arrest nr. 32/99, 17 maart 1999 F.J.F. , Nr. 99/118, Cass. 5 februari 1999, R.W.1998-99, 1352)

Meer bepaald mag de rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM (wat in casu het geval is) de wettelijkheid van die sanctie onderzoeken in het bijzonder mag hij nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen.

Meer in het bijzonder moet dit toetsingsrecht aan de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat het aan de rechter behoort te onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang. De rechter mag hierbij in het bij zonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wij ze waarop in gelijkaardige gevallen werd geoordeeld( Cass., 24 januari 2002, inzake [C.00.0234.N](https://juriel.be/nl/rechtspraak/administratieve-sancties-repressief-karakter-wettelijkheid-cassatie-brussel-2002-01-24-e340)­[C.00.0442.N](https://juriel.be/nl/rechtspraak/administratieve-sancties-repressief-karakter-wettelijkheid-cassatie-brussel-2002-01-24-e340)/12).

De jaarlijkse opgave van de afnemers-belastingplichtigen is voor de fiscus een belangrijk controle-instrument om tot een doeltreffende belastingheffing en fraudebestrijding te komen.

Ondanks het herhaald aandringen van verweerder liet eiseres na een opgave van de afnemers belastingplichtigen in te dienen, bovendien bleek uit de controle dat eiseres voortdurend nihil aangiften indiende ondanks haar belastbare omzet zodat geenszins kan gesteld worden dat eiseres ter goeder trouw handelde.

In de gegeven omstandigheden is de opgelegde boete geenszins onevenredig de begane overtreding en met de doelstellingen van het EG­recht.

Bijgevolg kan de boete zoals door verweerder werd opgelegd niet gemoduleerd worden en is zij in overeenstemming met de wettelijke bepalingen.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende als op **tegenspraak**,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend;

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond;

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

aan de zijde van eiseres :

dagvaardingskosten : 207,26 EUR (8.361 frank)

rechtsplegingsvergoeding : 349,53 EUR

aan de zijde van verweerder :

rechtsplegingsvergoeding : 349,53 EUR

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de **zesde burgerlijke kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op **06 januari 2005**, waar aanwezig waren :

**J. D. B.**, alleenzetelend rechter,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **J. D. B.**
