Strafbepaling, administratieve geldboete · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg 26 maart 2004

Zoeken

Strafbepaling, administratieve geldboeteBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-rechtbank-dendermonde-2004-03-26-0cd5

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Datum
26 maart 2004

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

58 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Dendermonde d.d. 26.03.2004

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

Rechtbank van Eerste aanleg te Dendermonde, 9e Kamer – B. Z., d.d. 26.03.2004

AR nr. 90/56125/A

In de zaak van :

…, banketbakker, ingeschreven in het handelsregister onder nummer …, wonende te …, …,

eiser,

verschijnende door mr. D. M. loco mr. A. V., advocaat te …, …,

DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Wetteren, met kantoor te 9230 Wetteren, Gentse steenweg 93,

verweerder,

verschijnende door mr. A. L. loco mr. advocaat te …, …;

DE RECHTBANK VELT HET VOLGEND VONNIS :

Gehoord de partijen in hun middelen en conclusies.

Gezien de stukken die ter staving werden neergelegd.

Gelet op de gedinginleidende dagvaarding van 17 april 1990.

Gelet op het tussenvonnis d.d. 13 februari 2003.

Aanlegger is zelfstandig brood- en banketbakker te …, … en bevoorrade zich bij de NV N. M. van Gent en Brugge voor levering van bloem.

Bij de NV N. M. van Gent en Brugge werd op 18 november 1987 een huiszoeking verricht. Tijdens de zoeking op 18 november 1987 werd een volledige klantenlijst gevonden, waarop o.m. naam en adres van eiser, met erbij een code vermeld.

Door de verantwoordelijken en werknemers van de NV N. M. werden bekentenissen afgelegd en verklaringen m.b.t. de codes welke de leveringen van zwarte bloem behelsden n.a.v. elke officiële levering.

Aldus werd door de administratie een wedersamenstelling van de "zwarte" omzet in hoofde van eiser berekend.

Bij arrest van het Hof van Beroep te Brussel, recht doende in strafzaken op 22 november 1993 inzake de verantwoordelijken van de NV C. en de NV N. M. Gent en Brugge, werden de ten laste gelegde feiten bewezen verklaard.

De administratie kan ter bepaling van het bestaan en van het bedrag van de belastingschuld alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen - behoudens de eed aanvoeren.

Een van de bewijsmiddelen is het bewijs door vermoedens, zowel wettelijke als feitelijke vermoedens.

Het gezag van gewijsde inzake het arrest van 22 november 1993 van het Hof van Beroep te Brussel impliceert dat het een zeker en vaststaand feit is dat er tussen de N. M. van Gent en Brugge NV en haar klanten een frauduleus zwart circuit bestond.

Het gezag van gewijsde van een strafrechtelijke uitspraak is verbonden aan hetgeen de rechter zeker en noodzakelijk heeft beslist omtrent het bestaan van de ten laste gelegde feiten.

De gegevens die werden geput uit het strafdossier en die als vertrekpunt voor de betwiste aanslagen hebben gediend maken een voldoende bewijskrachtig gegeven uit.

Door de administratie werd een geheel van elementen aangevoerd, welke gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens vormen, welke van aard zijn een afdoend bewijs te leveren nopens de zwartleveringen.

Allereerst is eiser sedert jaren een regelmatig afnemer van bloem bij de NV N. M. van Gent en Brugge.

De gegevens nopens eiser komen uit de zwarte boekhouding van zijn leverancier en worden door de leverancier en diens personeel toegegeven.

De werking van het zwart circuit, de interpretaties van de op de klantenlistings aangebrachte codes worden heel precies door de leverancier verklaard, zodat aan de waarachtigheid van de verklaringen niet kan worden getwijfeld; de leverancier had er geen enkel belang bij de klanten valselijk te beschuldigen - de leverancier heeft klaarblijkelijk zijn fiscale toestand geregulariseerd, het aantal leveringen op de klantenlistings stemt overeen met het aantal door de leverancier in werkelijkheid gefactureerde leveringen, en op bepaalde vervoerdocumenten worden bezwarende gegevens omtrent de hoeveelheid aangekochte bloem aangebracht op weegbon en/of vervoerdocumenten ontbreken.

Al deze elementen vormen het geheel van bepaalde, gewichtige en overeenstemmende feitelijke vermoedens, gesteund op elementen die rechtsgeldig in het bezit kwamen van de administratie.

De door aanlegger aangevoerde grieven zijn derhalve ongegrond en de betwiste aanslagen werden niet willekeurig gevestigd.

Daarenboven blijkt dat de eiser over een silo beschikte met een capaciteit van drie ton, zodat er voldoende capaciteit was om zwartleveringen te ontvangen.

Benevens dit werden een aantal onregelmatigheden in eisers boekhouding vastgesteld, welke zwartleveringen plausibel maken.

De berekeningen welke eiser uitveen omtrent gist- en zoutverbruik, zijn niet afdoende om aan te tonen dat er geen zwartleveringen gebeurden met bloem.

Eiser levert geen bewijs dat de ambtelijke aanslag zou overdreven zijn. De ambtelijke aanslag keert immers de bewijslast om.

Eiser bewijst geen willekeur of overdreven aanslag.

Ondergeschikt betwist eiser de administratieve geldboetes. Overeenkomstig art. 70, § 1 W.BTW zou eiser een totale geldboete van 1.176.908 BEF dienen te voldoen, dus een boete welke 200 % bedraagt van de door verweerster gevorderde BTW. Deze boete is totaal buiten proportie met de overtreding van eiser. De rechtbank is bevoegd om over de omvang van boete te beslissen. Deze mag geredelijk worden teruggebracht tot 20 % van de gevorderde BTW.

Wat tenslotte de gevraagde uitvoerbaarheid hij voorraad betreft vermag de rechtbank te stellen dat dit evenwel niet automatisch kan worden toegestaan en een verzoek daartoe slechts kan worden ingewilligd in geval van bijzondere omstandigheden die blijken hetzij uit de behandeling van de zaak zelf hetzij uit gegevens aangereikt door de eisende partij.

Dit geldt alleen maar des te meer daar overeenkomstig artikel 1397 Ger. W. verzet en hoger beroep tegen eindvonnissen de tenuitvoerlegging daarvan schorsen en de uitvoerbaarheid bij voorraad zoals voorzien in artikel 1398 Ger. W. klaarblijkelijk de uitzondering is, zodat deze maatregel met een zekere omzichtigheid moet worden toegepast (VAN GOMPEL, H., "Uitvoerbaarverklaring bij voorraad en (uitdrukkelijke) motiveringsplicht", Limb. Rechtsl. 1998, 215).

Een "automatisch" zonder enige motivering en ingaande op een evenzeer niet gemotiveerd verzoek tot voorlopige tenuitvoerlegging, toestaan van deze tenuitvoerlegging, is derhalve kennelijk strijdig met de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek (vgl. Antwerpen, 11 februari 1987, R.W. 1986-87, Rb. Mechelen, 24 juni 1991, T.B.B.R, 1994 (verkort), noot Broeckx, K. en Gent 9 maart 1995 R.W. 1995-96-437).

In casu zijn er geen bijzondere omstandigheden die bij voorraad uitvoerbaar verklaring rechtvaardigen, terwijl de vordering door de eiseres evenmin wordt gemotiveerd Op de vordering tot uitvoerbaar verklaring bij voorraad kan bijgevolg niet worden ingegaan.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op TEGENSPRAAK

De rechtbank houdt rekening met de artikelen 2, 30 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 193 5 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Verklaart het verzet ontvankelijk en deels gegrond.

Wijst de vordering van aanlegger tot vernietiging van het dwangbevel en de vordering van de Belgische Staat, af als ongegrond.

Willigt de eis tot vermindering van de administratieve geldboete door eiser in en zegt dat de administratieve boete mag worden verminderd tot 20 %.

Beveelt teruggave van alle bedragen welke zouden zijn geïnd boven het hierboven gestelde, verhoogd met moratoire intresten sedert datum van betaling.

Zeggen dat elke partij zijn eigen kosten dient te dragen.

Verklaart huidig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling.

Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van VRIJDAG ZESENTWINTIG MAART TWEEDUIZEND EN VIER van de negende kamer, zitting houdende in burgerlijke zaken, der rechtbank van eerste aanleg, zetelend te Dendermonde.

Aanwezig :

mevrouw M. D. P., rechter, voorzitter van de negende kamer;

mevrouw C. V. d. B., adjunct-griffier.

C. V. d. B. M. D. P.