Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 31.03.2008
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op éénendertig maart tweeduizend en acht in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., enig rechter,
N. D., griffier.
___________
In zake : A.R. nr. 07/4667/A
NV SBWT,
ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …,
met vennootschapszetel gevestigd te …, ….
EISENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester V. V., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit - controlecentrum Antwerpen I, met kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 11.
VERWERENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester D. V. loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 10 augustus 2007,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 28 november 2007,
- de besluiten van partijen,
- het verzoekschrift overeenkomstig artikel 748 § 2 Ger.W. neergelegd ter griffie op 19 februari 2008 door eisende partij, ter kennis gebracht aan partijen op 21 februari 2008, en door de rechtbank ter zitting van 3 maart 2008 mondeling afgewezen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 3 maart 2008.·
De rechtsvordering is ingeleid middels verzoekschrift op tegenspraak van 10 augustus 2007.
Daaraan is, als beslissing, een brief gehecht van de Directeur van AOIF Controlecentrum Antwerpen 1 van 18 juli 2007.
Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.
Uit de dossiers van partijen kan worden opgemaakt dat AOIF Controlecentrum Antwerpen 1 in juli 2004 controle had verricht bij eiseres, en dat in oktober 2005 haar informatie was gevraagd waarom een bepaalde voor haar deur gestalde bestelwagen daar geparkeerd stond, en verder dat deze vraag in november 2006 was herhaald, zonder antwoord.
Op 24 april 2007 blijkt dan over de feiten proces-verbaal te zijn opgemaakt.
Daarin werd een boete van … Euro geformuleerd onder verwijzing naar art.70 § 4 van het Wetboek van BTW.
Eiseres antwoordde met het geven van de gevraagde inlichting, daarbij ook stellend dat ze al twee keer per post zou hebben geantwoord 'weliswaar niet aangetekend'.
Van dat eerder antwoorden ligt alvast geen bewijs voor, enkel een losse bewering.
De Ontvanger van de BTW stuurde kort daarop een betalingsverzoek naar eiseres.
Eiser antwoordde in dezelfde zin als tevoren.
De Ontvanger stuurde een nieuw betalingsverzoek.
Raadsman voor eiseres stuurde dan een brief die door AOIF werd gelezen als bezwaarschrift, wat heeft geleid tot de hogerop vermelde beslissing van de Directeur van 18 juli 2007.
Eiseres werpt op dat ze de gevraagde informatie tijdig overmaakte, maar tegelijk ook dat de belastingdienst AOIF, sector BTW, geen bevoegdheid had tot het doen van de vraagstelling hoe dan ook, die immers was gemotiveerd in het kader van een onderzoek naar zwartwerk.
Verweerder antwoordt hierop (syntheseconclusie, blad 3 onder randnummer 2) :
"De informatie die van aanlegster werd gevraagd kadert in het onderzoek de juiste heffing in hoofde van de huurder van de bestelwagen na te gaan.”.
Deze vage redengeving vormt te dezen evenwel geen ernstige onderbouwing.
Er wordt immers niet gepreciseerd wat wordt bedoeld met de juiste heffing in hoofde van de huurder van de bestelwagen, met name welke BTW-heffing wordt bedoeld.
Nu de belastingdienst noch in het algemeen noch in concreto zijn vraag om informatie kadert binnen uitoefening van zijn wettelijke bevoegdheden, ter controle op bepaaldelijke toepassing van BTW, is hier niet aangetoond dat hij bevoegdheid bezat tot de gedane vraagstelling.
Nu hij de vermelde vraagstelling hier toch deed buiten dit kader is zullks gelijk te stellen met machtsafwending.
Op die onwettige basis kan van eiseres geen boete worden geëist.
Partijen hebben standpunt ingenomen ter zake de rechtsplegingsvergoeding.
De vordering is in geld waardeerbaar, beoogt met name de onwettig verklaring van de fiscale vordering tot betaling van hogervermelde boete.
De desbetreffende categorie gaat van … euro tot … euro.
Daarbinnen ligt er hier geen reden voor om af te wijken van het basisbedrag.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar, en als volgt gegrond,
Verklaart de door belastingdienst BTW van eiseres gevorderde boete referte … onwettig, en verbiedt er bijgevolg de invordering van,
Veroordeelt verweerder tot de kosten, deze door de rechtbank in hoofde van eiseres vereffend op … euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding,
Wijst eiseres voor zoveel nodig af van het meer dan wel anders gevorderde.
N. D. L. B
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.