---
title: "19 december 2003 · Strafbepaling, administratieve geldboete · Rechtbank van eerste aanleg"
description: "Strafbepaling, administratieve geldboete, recht op aftrek van belasting. Rechtbank van eerste aanleg (België), 19 december 2003."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-recht-aftrek-rechtbank-dendermonde-2003-12-19-a519"
lang: "nl"
---

# Strafbepaling, administratieve geldboete, recht op aftrek van belasting · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Datum**

19 december 2003

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

60 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Dendermonde d.d. 19.12.2003

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## ZITTING VAN : 19 DECEMBER 2003 – 9 e Kamer B.Z. Dendermonde

AR nr. **94/73070/A** - IN DE ZAAK VAN :

**NV A. V. & H.** HR Dendermonde …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …,

**eiseres,**

verschijnende door mr. **E. K.** loco mr. **F. V.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de BTW-Ontvanger te Aalst, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 9300 Aalst, Geraardsbergsesteenweg 234,

**verweerder,**

verschijnende door mr. **A. L.** loco mr. **J.-P. W.**, advocaat te …, …;

**DE RECHTBANK VELT HET VOLGEND VONNIS :**

Gehoord de partijen in hun middelen en conclusies;

Gezien de stukken die ter staving werden neergelegd;

De gedinginleidende dagvaarding van 20 december 1994 strekt ertoe te horen zeggen voor recht dat eiseres de met het bestreden dwangbevel (reg. …) in hoofdsom gevorderde BTW, regulariseerde via haar aangifte voor de maand februari 1994, dienvolgens het bestreden dwangbevel van 5 december 1994 van generlei waarde te horen verklaren en eiseres te ontslaan van de in dit dwangbevel gevorderde sommen, minstens het dwangbevel van generlei waarde te verklaren in de mate dat er betaling van een administratieve geldboete wordt gevorderd, verweerster te veroordelen tot integrale terugbetaling van alle sommen die ten onrechte werden betaald of ingehouden en die toegerekend werden op de sommen in het dwangbevel waarvan vernietiging wordt gevorderd, verweerster tevens te veroordelen tot alle kosten van het geding.

De eiseres oefent de beroepswerkzaamheid uit van expeditiebedrijf tussenpersoon in de handel en zeevaart vanaf 1 januari 1971 en werd als BTW belastingplichtige geregistreerd onder nummer ….

Nadat op 31 januari 1994 door de Procureur-Generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen, toelating werd verleend tot het nemen van inzage en afschrift van het strafdossier … werd door de administratie van de BBI Antwerpen vastgesteld dat door **P. S.**, onder de firmabenaming BVBA ALB en BVBA ATB aan de Antwerpse vervoer- en havenonderneming NV een aantal facturen werden uitgereikt, waaromtrent uit verklaringen van **P. S.** blijkt dat het om fictieve facturen gaat en geen werkelijke prestaties of goederen hiervoor werden geleverd.

**P. S.** verklaarde dat de bedragen op deze facturen werden terugbetaald onder aftrok van de BTW, en **V. D. V. V.**, toenmalig afgevaardigd-bestuurder van eiseres, erkende deze feiten.

Vermits vaststond dat op voormelde facturen de BTW ten onrechte door eiseres in mindering ,werd gebracht, werd op 21 april 1994 proces-verbaal opgesteld door de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, waarbij werd vastgesteld dat de eiseres een bedrag van 605 055 frank aan BTW verschuldigd was en op grond van art. 70, § 1bis en 70, § 2 W.BTW een geldboete, die gelijk is aan het dubbel van de ontdoken belasting of 1.210 110 frank.

Door de eiseres werd in haar BTW-aangifte voor de maand februari een bedrag opgenomen ten bedrage van 777.480 frank ter terugstorting van de ten onrechte afgetrokken BTW op de fictieve facturen.

Bij een betalingsbericht van 2 april 1994 ,werd de eiseres uitgenodigd de verschuldigde bedragen te voldoen voor 2 juni 1994, bij gebrek waaraan vervolgingen zouden worden ingesteld.

Op 8 december 1994 werd een dwangbevel uitgevaardigd, hetwelk per aangetekend schrijven van 12 december 1994 ter kennis ,werd gebracht van de belastingplichtige.

Eiseres betwist de verschuldigdheid van de BTW niet, maar betwist de opgelegde boete. Eiseres stelt dat ze onmiddellijk vóór de tussenkomst van de administratie van de BTW of welke fiscale administratie ook is overgegaan tot regularisatie, zodat een kwijtschelding van geldboeten zou dienen te zijn verleend overeenkomstig [art. 3, KB nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art3).

Het inroepen van de kwijtschelding ingevolge beweerde "spontane regularisatie'' is ongegrond.

Immers, eiseres heeft een bedrag van 3.184.500 frank aan fictieve kosten geboekt waarop 605.055 frank BTW ten onrechte in aftrek werd gebracht.

Voorafgaandelijk aan de regularisatie door aangifte van februari 1994 werd de afgevaardigd-bestuurder van eiseres door de gerechtelijke politie gehoord aangaande de fictieve facturen.

De eiseres wist derhalve dat er een strafrechtelijk onderzoek aan de gang was en er derhalve een navordering te verwachten viel inzake de teveel afgetrokken BTW op de fictieve verkoopfacturen.

Reeds op 31 januari 1994 werd aan de ambtenaren van de BBI te Antwerpen de toelating verleend tot inzage en kopiename van het strafdossier F5007/92 lastens **P. S.**, welke, handelend voor de BVBA ALB en BVBA ATB de fictieve facturen had uitgereikt.

Op 3 februari 1994 diende de Gewestelijke Directeurs van de BBI **L. V. R.** en **P. D. M.** aan om inzage van het gerechtsdossier te nemen.

Uit de besluiten van verweerster d.d. 26 februari 1997 blijkt tevens - niet tegengesproken door eiseres dat reeds begin 1992 een onderzoek werd ingesteld naar de fictieve facturatie van **P. S.** via BVBA ALB en BVBA ATB en alsdan reeds op 25 maart 1992 door de BBI van Antwerpen de facturen van deze firma's bij de eiseres werden opgevraagd.

Bovendien werd bij brief van 8 maart 1994 van de BBI Antwerpen aangekondigd dat op 31 maart 1994 een controle zou worden uitgevoerd op de zetel van eiseres, met betrekking tot de toepassing van de BTW reglementering.

Derhalve wist eiseres reeds vóór datum indiening van de periodieke BTW-aangifte m.b.t. handelingen februari 1994 dat er een controle m.b.t. toepassing van de BTW-reglementering zou plaatsvinden.

Rekening houdend met bovenstaande elementen wist eiseres dan ook dat de fraude m.b.t. de fictieve facturatie bij de controle aan het licht zou komen, zodat de "regularisatie'' niet spontaan kan genoemd worden en duidelijk gebeurde na tussenkomst van de administratie.

Eiseres heeft in haar aangifte voor de maand februari 1994 de verschuldigdheid van 777.480 frank ten titel van BTW in hoofdsom erkend door dit bedrag op te nemen als zijnde een bedrag ten belope waarvan ten onrechte de aftrek van voorbelasting werd uitgeoefend, ze stelt dat 605.055 frank in feite had volstaan, doch ze kan zich geenszins akkoord verklaren met de toerekening ten belope van 174.255 frank op opengevallen wettelijke intresten en 603.225 frank op de wettelijke geldboeten en stelt dat deze toerekening elke wettelijke grondslag mist en de toepasselijkheid van de boeten wordt betwist.

De toerekening op opengevallen wettelijke intresten en geldboeten zou uitsluitend mogelijk zijn ingeval van betaling op de postrekening van de ontvanger, en de corrigerende aangifte in het aangifteformulier van februari 1994 kan niet als een storting op de postrekening van de ontvanger worden aanzien.

[Artikel 6 van het KB nr. 24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45#ar24-art6) van 29 december 1992 stelt dat m.b.t. de voldoening van de BTW, er eerst wordt toegerekend op de kosten, vervolgens op intresten, dan op administratieve geldboeten en vervolgens op de nog verschuldigde belasting.

Voor de nog verschuldigde sommen na toerekening van 777.480 frank werd bij aangetekend schrijven van 5 december 1994 een dwangbevel betekend aan eiseres.

De toen nog resterende schuld werd toegerekend op de tegoeden in BTW-rekening courant van eiseres.

Eiseres stelt dat de haar in rekening gebrachte geldboete van 200 % een strafsanctie bedraagt die door de rechtbank moet kwijtgescholden, minstens verminderd worden.

Bij vaststelling van de boete heeft de administratie de regels van [art. 70, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) en art [1, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1) KB nr. 41 van 30 januari 1987 toegepast.

De rechter bij wie een verzet tegen een dwangbevel aanhangig is, bezit de volle rechtsmacht die hem in staat stelt inzake fiscale geldboetes te controleren wat onder de beoordeling van de Administratie valt.

Derhalve kan hij de omvang van de sanctie beoordelen, rekening houdend met de begane overtredingen en overwegingen van algemeen belang.

Uit de elementen van het dossier blijkt dat eiseres fictieve facturen liet uitschrijven, waardoor ze ten onrechte een bedrag van 605.055 frank BTW kan in aftrok brengen, doch evenzeer haar onkosten fictief verhoogde met een bedrag van 3.184.500 frank, zodat evenzeer een belangrijke vermindering van de vennootschapsbelasting werd teweeg gebracht.

Geredelijk mag de boeten dan ook worden bepaald op de door eiseres ontdoken rechten, of 605 055 frank.

Ten onrechte voert eiseres aan dat de administratieve sanctie een inbreuk zou vormen op het "non bis in idem"' beginsel, nu door de correctionele rechtbank een louter strafrechtelijke sanctie werd opgelegd aan de strafrechtelijke verantwoordelijken van eiseres, hetgeen elementair verschillend is van de toepassing van een administratieve sanctie opgelegd aan de rechtspersoon NV **A. v. en h.**.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**

De rechtbank houdt rekening met de artikelen 2, 30 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en deels gegrond

Vermindert de opgelegde administratieve geldboete tot de door eiseres ontdoken rechten op 605.055 frank.

Veroordeelt verweerster tot terugbetaling van alle bedragen die ten onrechte werden betaald of ingehouden en die toegerekend werden op de sommen vermeld in het dwangbevel in zoverre een administratieve geldboete werd toegepast hoger dan 100 %.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding aan zijde van verweerder en begroot deze tot heden op de som van € 327,22.

Verklaart huidig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling.

Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van **VRIJDAG NEGENTIEN DECEMBER TWEEDUIZEND EN DRIE** van de **negende kamer**, zitting houdende in burgerlijke zaken, der rechtbank van eerste aanleg, zetelend te Dendermonde.

Aanwezig :

Mevrouw **M. D. P.**, rechter, voorzitter van de negende kamer;

Mevrouw **C. V. d. B.**, adjunct-griffier

**C. V. d. b.** **M. D. P.**

## Aangehaalde teksten

4

[KB nr. 24 art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45) 1 voorkomen

[KB nr. 41 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

[KB nr. 41 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Creditnota, Overeenkomst tussen partijen, Neutraliteit, Fiscale geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/creditnota-overeenkomst-tussen-partijen-neutraliteit-rechtbank-namen-2022-09-22-0018) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldboeten, Kwijtschelding van geldboeten, Laattijdige indiening van de btw-aangifte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldboeten-kwijtschelding-laattijdige-indiening-btw-rechtbank-bergen-2022-02-24-058e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Motivering van het dwangbevel, Nietigheid dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/boete-motivering-dwangbevel-nietigheid-openbare-cassatie-brussel-2021-01-29-081b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Forfait caféhouders, Motivering van bestuurshandelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-forfait-cafehouders-motivering-hof-van-beroep-luik-2021-10-08-0aae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd kassasysteem, Gebrek aan een kassa](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-gebrek-kassa-rechtbank-namen-2020-12-10-0baa) 1 gemeenschappelijke bepalingen
