---
title: "10 mei 2005 · Strafbepaling, administratieve geldboete · Hof van beroep te Gent"
description: "Strafbepaling, administratieve geldboete. Hof van beroep te Gent (België), 10 mei 2005."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-hof-van-beroep-gent-2005-05-10-a6a8"
lang: "nl"
---

# Strafbepaling, administratieve geldboete · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

10 mei 2005

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

63 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 10.05.2005

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van beroep te Gent - 5b kamer**

Nr. **2002/AR/2066**

in de zaak van :

**DE BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, respectievelijk in de persoon van de heer eerstaanwezend inspecteur van de BTW-controle Gent 8, waarvan de burelen gevestigd zijn te 9000 Gent, Ramen 1, en in de persoon van de Rekenplichtige van het 2 de BTW-ontvangkantoor te Gent, waarvan de burelen gevestigd zijn te 9000 Gent, Martelaarslaan 23,

**appellant,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **V. I.** loco mr. **P. M.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**Q.** NV, met maatschappelijke zetel te …, …, met ondernemingsnummer …,

**geïntimeerde,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **D. R. S.** loco mr. **V. A. F.A.**, advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

1\. Bij fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 1.7.1999 vorderde de geïntimeerde dat de boete haar opgelegd in toepassing van de BTW-wetgeving zou worden kwijtgescholden of verminderd, de terugbetaling zou bevolen worden van alle bedragen die wederrechtelijk werden geïnd, verhoogd met de intresten sedert de datum van betaling, en de appellant zou worden veroordeeld tot de kosten.

In haar conclusie neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 15.1.2001 voerde de geïntimeerde aan dat zij op 20.4.1999 de hoofdsom van de verschuldigde BTW betaalde, en de appellant ten onrechte deze betaling toerekende eerst op de intresten en de boete, zodat de appellant ten onrechte intresten aanrekende op het nog openstaande bedrag dat volgens de geïntimeerde geen BTW is maar boete. Op deze grond stelde de geïntimeerde dat de intresten die werden aangerekend sedert haar betaling van 20.4.1999 niet verschuldigd waren gezien het openstaand saldo boete betrof Bij uitbreiding van eis vorderde zij terugbetaling van alle bedragen die wederrechtelijk werden geïnd, verhoogd met de intresten sedert de datum van betaling.

Bij vonnis van 23.5.2002 van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, zesde kamer, werd de vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard. Zelfde vonnis herleidt de boete van … BEF (… EUR) tot … EUR en zegt voor recht dat de betaling van 20.4.1999 van de geïntimeerde dient te worden opgevat als een betaling in hoofdsom. De geïntimeerde werd tot de kosten veroordeeld.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op 16.9.2002 heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis. Hij vordert de vernietiging van het bestreden vonnis, de afwijzing van de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde als ongegrond, en de veroordeling van de geïntimeerde tot de kosten.

Het blijkt niet dat dit vonnis werd betekend.

Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.

De geïntimeerde van haar kant vordert de afwijzing van het hoofdberoep als ongegrond en tekent incidenteel beroep aan, hierbij haar oorspronkelijke vordering hernemend.

2\. De geïntimeerde bestrijdt de administratieve geldboete haar opgelegd in toepassing van [artikel 70, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) en verminderd in toepassing van het KB nr. 41, artikel 1, 1° - tabel G, I, 2, A, hetzij een boete van 10 %, wat een bedrag gaf van … BEF (… EUR).

De boete aan de geïntimeerde opgelegd in toepassing van [artikel 70, § 1 BTW­wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) is een fiscale sanctie met strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 EVRM (Verdrag van 1.11.1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome, goedgekeurd bij wet van 13.5.1955). Ter eerbiediging van artikel 6 EVRM dient het Hof bevoegd geacht te worden het opleggen van dergelijke boete te controleren met volle rechtsmacht, en de beslissing daaromtrent op alle punten, zo in feite als in rechte, te hervormen (zie EHRM, 4.3.2004, **S. H. S.** t/ België, www.echr.coe.int ). Het Hof kan onder meer nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen, wat ook inhoudt dat het Hof mag nagaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk en de administratie naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van de in betwisting zijnde administratieve boete (vergelijk met Cass. 24.01.2002, Pas. 2002, nr. 51 p. 226).

Uit het rekeninguittreksel van de op naam van de geïntimeerde geopende bijzondere rekening ([artikel 8 van het KB nr. 24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45#ar24-art8) van 29.12.1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde) (stuk 1 van de geïntimeerde) blijkt :

• op 30.11.1998 had de geïntimeerde een openstaande BTW-schuld van … BEF (… EUR) aan belasting (meer intresten);

• op 21.12.1998 kwam daar nog eens … BEF (… EUR) aan belasting bij (BTW met betrekking tot de maand november 1998), hetzij in totaal … BEF (… EUR);

• op 20.1.1999 wordt door de geïntimeerde een bedrag … BEF (… EUR) betaald; door toerekening van de betalingen blijft aan BTW een bedrag van … BEF (… EUR) over;

• op 21.1.1999 is door de geïntimeerde de BTW voor de maand december 1998 verschuldigd, hetzij … BEF (… EUR);

• op 22.2.1999 wordt op de bijzondere rekening de BTW geboekt verschuldigd voor de maand januari 1999, hetzij een bijkomend bedrag van … BEF (… EUR);

• op 28.2.1999 is de geïntimeerde, alleen aan BTW, aldus een bedrag verschuldigd van … BEF (… EUR) + … BEF (… EUR) + … BEF (… EUR) = … BEF (… EUR);

• pas op 20.4.1999 betaalt de geïntimeerde dit laatste bedrag.

Zelfs indien men geen rekening zou houden met het bedrag van … BEF (… EUR), moet worden vastgesteld dat de geïntimeerde nalaat verschuldigde BTW voor belangrijke bedragen tijdig te betalen en de appellant belangrijke inkomsten ontzegt voor een bepaalde tijd.

Het is begrijpelijk dat de wetgever met het oog op het algemeen belang bij de schuldenaars van BTW dergelijke werkwijze wil ontmoedigen o.m. door het opleggen van een geldboete bij dergelijke nalatigheid, en zelfs indien de BTW uiteindelijk betaald wordt, de zelfs loutere vertraging in de betaling heeft willen bestrijden.

Het opleggen van een geldboete van 10 % is te dezen verantwoord en niet onevenredig met de inbreuk, en de administratie vermocht in redelijkheid dergelijke boete op te leggen, ook enkel voor de vertraging in de betaling. Dergelijke boete dient een zekere omvang te hebben, wil zij een ontmoedigend karakter hebben.

In dit verband moet ook worden opgemerkt dat in het verleden, voor de periode 31.10.1996 - 31.1.1997 (zie stuk 5 van de appellant), de appellant reeds een bijzondere rekening voor de geïntimeerde had moeten openen en toen oorspronkelijk een boete van 10 % werd opgelegd, die evenwel verminderd werd tot de helft (stuk 3 van de appellant), ingevolge het verzoek van de accountant van de geïntimeerde (stuk 6 van de appellant). Door de accountant werd toen eveneens aangevoerd (zoals nu) dat de geïntimeerde liquiditeitsproblemen had ten gevolge van een toegestaan klantenkrediet van 120 dagen.

Zo de geïntimeerde, normalerwijze om commerciële redenen, dergelijk krediet aan haar klanten wil toekennen, kan niet aangenomen worden dat zij de liquiditeitsproblemen die daar het gevolg van zijn opvangt door de BTW-schuld laattijdig te betalen. Zij dient als handelaar (en zoals veel handelaars die klantenkrediet toestaan) deze liquiditeitsproblemen te voorzien en de nodige maatregelen te nemen, en niet dit te repercuteren op de BTW-schuld.

De bij de vorige bijzondere rekening tot 5 % herleide boete heeft blijkbaar de geïntimeerde er niet afdoende toe aangezet de BTW niet met vertraging te betalen, gezien zij ongeveer twee jaar later opnieuw de BTW maar met vertraging betaalt, en dit voor veel belangrijkere bedragen.

De appellant heeft dan ook terecht een boete van 10 % opgelegd.

3\. De appellant heeft de betaling van … BEF (… EUR) door de geïntimeerde uitgevoerd op 20.4.1999 eerst toegerekend op de intresten, vervolgens op de boeten, en vervolgens op de hoofdsom. De geïntimeerde bestrijdt deze werkwijze en stelt dat de betaling eerst diende te worden toegerekend op de hoofdsom.

Tevergeefs verwijst de appellant naar de toerekeningswijze opgenomen in [artikel 6 van het KB nr. 24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45#ar24-art6) van 29.12.1992. Waar de schuld van de geïntimeerde was opgenomen in een bijzondere rekening zoals bedoeld bij artikel 8 van zelfde KB, is dit artikel 6 niet van toepassing. Het geldt immers enkel voor de rekeningen-courant bedoeld in artikel 5 van het KB.

Tevergeefs verwijst de appellant ook naar [artikel 19 van het KB nr. 24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45#ar24-art19). De daarin beschreven toerekeningswijze heeft enkel betrekking op de andere betalingen dan die welke worden gedaan o.m. op de postrekening van BTW­ontvangsten Mechelen ([artikel 16 KB nr. 24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45#ar24-art16)). Te dezen diende wel op deze laatste rekening te worden betaald (zie stuk 2 van de geïntimeerde). Artikel 16 laatste lid van het KB nr. 24 is niet van toepassing, gezien er geen vervolgingen zijn en deze bepaling ook niet werd toegepast.

Het oude artikel 8 van het KB nr. 24 van 23.10.1970, vóór vervanging door dit van 29.12.1992, voorzag wel uitdrukkelijk dat de toerekeningsregeling van artikel 19 (toen het artikel 15) van toepassing was. Deze bepaling werd in [artikel 8 van het KB nr. 24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45#ar24-art8) van 29.12.1992 echter weggelaten. Dit bevestigt impliciet dat voor de bijzondere rekening van [artikel 8 van het KB nr. 24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45#ar24-art8) van 29.12.1992 geen specifieke toerekeningswijze werd voorzien.

Bij gebrek aan specifieke bepalingen met betrekking tot de toerekening van de betalingen op de bijzondere rekening, dient de gemeenrechtelijke regeling van het Burg. W. toepasselijk te worden geacht (vergelijk met Cass. 20.2.1969, Pas. 1969, I, 549).

De schuld van de geïntimeerde, vóór de betaling van 20.4.1999, was een schuld met verschillende onderdelen, nl. … BEF (… EUR) BTW, … BEF (… EUR) boete, en intresten op de BTW. Intresten op de boete werden niet gevorderd.

Door juist het bedrag van … BEF (… EUR) te betalen heeft de geïntimeerde te kennen gegeven dat zij haar betaling wenste toe te rekenen op de BTW. Het blijkt echter uit niets dat de appellant hiermee akkoord was. Integendeel heeft hij de betaling toegerekend eerst op de intresten en de boete, en vervolgens op de BTW.

Artikel 1254 Burg. W. bepaalt dat de schuldenaar van een schuld die intrest geeft of rentetermijnen opbrengt, buiten de toestemming van de schuldeiser de betaling die hij doet niet kan toerekenen op het kapitaal eerder dan op de rentetermijnen of de intresten. Dit is een toepassing van het algemeen beginsel dat de toerekening door de schuldenaar de rechtmatige belangen van de schuldeiser - die krachtens artikel 1244 Burg. W. in beginsel ook niet gehouden is een gedeeltelijke betaling te aanvaarden - niet mag schaden. De geïntimeerde kon te dezen maar toerekenen op de hoofdsom mits zij de rechtmatige belangen van de appellant niet schond (vergelijk met De Page, H., *Traité élémentaire de droit civil belge*, T. III, Brussel, Bruylant, 1936, nr. 488 p. 443-444; Laurent, F., *Principes de droit civil*, deel 17, nr. 604 p. 589 e.v.).

Het rechtmatig belang van de appellant houdt in dat eerst diende toegerekend te worden op de intresten (uitdrukkelijk: artikel 1254 Burg. W.) en op de boete (die geen intrest opbracht), en pas dan op de BTW (die intrestgenererend was voor de appellant).

De door de appellant uitgevoerde toerekening van de betaling van 20.4.1999 gebeurde dan ook wetsconform.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**HET HOF**, recht doende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 193 5 op het gebruik der talen.

Ontvangt het hoofdberoep en verklaart het gegrond.

Ontvangt het incidenteel beroep doch verklaart het ongegrond.

Doet het bestreden vonnis teniet, behoudens waar dit de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde ontvankelijk verklaart en beslist over de kosten.

Verklaart de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde ongegrond.

Veroordeelt de geïntimeerde tot de kosten van het hoger beroep, begroot als volgt :

• aan de zijde van de appellant : op … EUR uitgavenvergoeding verzoekschrift hoger beroep + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, hetzij in totaal … EUR;

• aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer bis**, op **TIEN MEI TWEEDUIZEND EN VIJF**.

Aanwezig de Heren :

**G. T.**, Raadsheer, waarnemend Voorzitter, alleenrechtsprekend,

**M. V**., griffier.

**M. V.** **G. T.**

## Aangehaalde teksten

5

[KB nr. 24 art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45) 3 voorkomens

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 2 voorkomens

[KB nr. 24 art. 16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45) 1 voorkomen

[KB nr. 24 art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45) 1 voorkomen

[KB nr. 24 art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Creditnota, Overeenkomst tussen partijen, Neutraliteit, Fiscale geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/creditnota-overeenkomst-tussen-partijen-neutraliteit-rechtbank-namen-2022-09-22-0018) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldboeten, Kwijtschelding van geldboeten, Laattijdige indiening van de btw-aangifte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldboeten-kwijtschelding-laattijdige-indiening-btw-rechtbank-bergen-2022-02-24-058e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Motivering van het dwangbevel, Nietigheid dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/boete-motivering-dwangbevel-nietigheid-openbare-cassatie-brussel-2021-01-29-081b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Forfait caféhouders, Motivering van bestuurshandelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-forfait-cafehouders-motivering-hof-van-beroep-luik-2021-10-08-0aae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd kassasysteem, Gebrek aan een kassa](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-gebrek-kassa-rechtbank-namen-2020-12-10-0baa) 1 gemeenschappelijke bepalingen
