---
title: "13 december 2007 · Strafbepaling, administratieve geldboete · Rechtbank van eerste aanleg te Gent"
description: "Strafbepaling, administratieve geldboete, bewijs, controlemaatregel. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 13 december 2007."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-bewijs-controlemaatregel-rechtbank-gent-2007-12-13-218e"
lang: "nl"
---

# Strafbepaling, administratieve geldboete, bewijs, controlemaatregel · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

13 december 2007

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

86 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 13.12.2007

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 13 DECEMBER 2007

Algemene rol nummer : **04/1389/A**

In de zaak van :

**NV S. C.**, met zetel te …, …, met ondernemingsnummer …,

**eiseres,**

voor wie optreedt meester **R. T.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, BTW-ontvangkantoor Gent 2, met kantoren te 9050 Gent-Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6,

**verweerder,**

voor wie optreedt meester **C. D.**, advocaat te …, …,

vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 15.11.2007, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder de inleidende dagvaarding d.d. 24.3.2004, de onderscheiden conclusies van de partijen evenals hun overtuigingsstukken.

## 2. DE VORDERING

De vordering van eiseres strekt ertoe verzet aan te tekenen tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 18.10.2000, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 18.10.2000 en aan eiseres ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 19.10.2000.

In dit dwangbevel wordt de betaling gevorderd van het BTW bedrag van … frank (… EUR), een geldboete van … frank (… EUR) ingevolge de toepassing van art. 70, § 1 W.BTW, de intrest over de verschuldigde BTW, de moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboete, de vervolgingskosten.

De vordering zoals gesteld in de dagvaarding strekt ertoe :

> "voor recht te horen zeggen dat :
>
> In hoofdorde : de vordering van de BTW-administratie moet afgewezen worden bij gebrek aan bewijs;
>
> In subsidiaire orde : te bepalen dat de aftrekbare BTW dient gecompenseerd te worden;
>
> De BTW-boete kwijt te schelden of te verminderen; voorts te bepalen dat deze na compensatie moet berekend worden;
>
> De gedaagde te veroordelen tot teruggaaf van de eventueel teveel betaalde belastingen, meer de moratoire intresten;
>
> De gedaagde er zich te horen veroordelen tot de kosten van het geding (...)"

Verweerder vraagt het verzet ontvankelijk doch ongegrond te verklaren, eiser te veroordelen tot de kosten van het geding.

## 3. DE FEITEN

1\. Eiseres is uitbaatster van een restaurant en heeft een aankooppas met klantnummer … bij de NV ISPC **G.**, groothandel in goederen bestemd voor de horeca.

2\. Naar aanleiding van een BTW controle bij de NV ISPC **G.**, leverancier van eiseres, werd vastgesteld dat er aldaar een fraudesysteem werd toegepast waarbij aankopen werden gedaan met valse aankooppassen (t.t.z. waar de titularis van de aankooppas en de gebruiker ervan niet één en dezelfde persoon waren). Dit fraudesysteem liet belastingplichtigen uit de horecasector toe om zich in het zwart bij ISPC te bevoorraden. Hieromtrent werden door de bestuurder van de NV ISPC bekentenissen afgelegd.( stuk II,2 verweerder)

Onder de aankooppassen bevond zich deze met het nummer … op naam van BBC **V.-E.**, een basketbalclub, zonder vermelding van een BTW-nummer.

Er werd vastgesteld dat door de NV ISPC in de loop van de jaren 1995 t/m 1998 facturen werden uitgereikt aan de BBC **V.-E.** aankooppas … voor een totaalbedrag van … frank (… EUR).

3\. De BTW-administratie heeft in de periode tussen 1.7.1995 en 31.12.1998 een controle uitgeoefend bij eiseres. Hierbij werd vastgesteld dat eiseres bij NV ISPC goederen in het zwart aankocht op naam van BBC **V.-E.**. Op basis van deze gegevens werd een omzetverhoging berekend over de gecontroleerde periode waarop een BTW bedrag van … frank verschuldigd was. Voorts werd vastgesteld dat eiseres in haar aangifte systematisch meer BTW in aftrek bracht dan hetgeen bleek uit haar eigen boekhouding.

Aldus werd een bedrag van … frank = … EUR, (… frank = … EUR + … frank = … EUR) aan BTW gevorderd.

Bovendien werd overeenkomstig art.70, § 1 W.BTW een geldboete gevorderd van 200 %, zijnde … frank (… EUR).

Eiseres weigerde te betalen hetgeen resulteerde in de uitvaardiging van een dwangbevel.

Eiseres tekent verzet aan tegen de uitvoering van het dwangbevel.

## 4. BESPREKING

## 1. M.b.t. de zwarte aankopen

1.1. Volgens eiseres faalt verweerder in de op hem rustende bewijslast en toont hij geenszins aan dat eiseres in het zwart aankocht. Bovendien meent eiseres dat er meerdere aankopen zijn die geen omzetverhoging meebrengen.

1.2. Terecht stelt verweerder dat geen enkele wetsbepaling aan de administratie van verweerder de verplichting oplegt dat de vordering in het definitieve proces-verbaal een volledige overname zou zijn van de vorderingen zoals vermeld in eerder verstuurde voorstellen tot minnelijke inregelstelling.

1.3. Het is inderdaad zo dat de bijzondere bewijswaarde van het proces-verbaal terzake van vaststellingen van BTW-ambtenaren (zoals in casu het proces-verbaal van 17.10.2000 ten laste van eiseres, gesteund op het proces-verbaal van 11.6.1998 met bijlagen) alleen geldt voor de reële vaststellingen door de verbaliserende ambtenaren.

Dit belet de administratie van verweerder evenwel niet tevens te steunen op andere elementen teneinde te komen tot een bewijskrachtig geheel van gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens waaruit blijkt dat eiseres aankopen in het zwart deed, waardoor zij een bijkomende omzet realiseerde waarop BTW verschuldigd is.

1.4. Het wordt niet betwist dat eiseres beschikte over een aankooppas nr. … bij de NV ISPC en geregeld aldaar aankopen deed.

Uit het onderzoek o.m. de vaststellingen door de verbaliserende ambtenaren bij de NV ISPC en de bekentenissen van de bestuurder is gebleken dat bij de NV ISPC een fraudesysteem met valse passen bestond dat de belastingplichtigen uit de horecasector toeliet om zich buiten hun boekhouding om bij ISPC te bevoorraden en aldus zwarte omzetten te realiseren. De NV ISPC werd hiervoor strafrechtelijk veroordeeld.

In casu blijkt dat een aankooppas nr. … is uitgereikt aan BBC **V.-E.**, een basketploeg gevestigd op het hetzelfde adres als eiseres, zonder vermelding van een BTW-nummer. De houder van de aankooppas is mevr. **D. J.** echtgenote van **K. L.**, bestuurder van eiseres en tevens houder van de aankooppas nr. … van eiseres.

In de kwestieuze periode werden door de NV ISPC aan BBC **V.- E.** facturen uitgereikt voor een bedrag van … frank (… EUR). Uit de aard en de hoeveelheid van de producten blijkt duidelijk dat de bestellingen dienstig zijn voor een restaurant en niet voor een basketploeg. Bovendien werden deze facturen betaald met cheques afkomstig van dezelfde rekening van **K. L.** waarmee ook de aankopen van eiseres werden betaald. Voorts blijkt dat beide aankooppassen verschillende malen op hetzelfde tijdstip werden gebruikt.

Aangezien verweerder heeft bewezen dat eiseres goederen heeft aangekocht welke niet opgenomen werden in haar boekhouding, kan verweerder op deze zwarte aankopen het wettelijk vermoeden van art. 64, § 1 W.BTW toepassen. Dit betekent dat alle aangekochte goederen, behoudens tegenbewijs, worden geacht te zijn aangekocht onder voorwaarden waaronder de BTW opeisbaar wordt.

Uit de vergelijking van de aangegeven omzet en de aangekochte grondstoffen zoals vermeld in de ingediende BTW-aangiften en de erin opgenomen regularisaties blijkt dat de omzet die door eiseres voor de jaren 1995, 1996, 1997 en 1998 werd verwezenlijkt respectievelijk 260, 260, 330 en 250 % van de verwerkte grondstoffen beloopt. Rekening houdend met dit rendementspercentage kan verweerder de bijkomende omzet en de verschuldigde BTW berekend ( p.v. d.d. 17.10.2000 p.6).

1.5. Gelet op de diversiteit en de aard van de goederen is eiseres weinig geloofwaardig waar zij beweert dat BBC **V.-E.** deze aankopen zelf deed om feestjes te organiseren temeer nergens aangetoond wordt welke band mevr. **D. J.**, houder van de aankooppas BBC **V.-E.**, heeft met deze basketbalclub.

Terecht laat eiseres gelden dat er aankopen zijn die geen omzetverhoging met zich brengen nu verweerder zelf stelt dat de meeromzet berekend wordt door op de verwerkte grondstoffen een percentage toe te passen. Eiseres kan evenwel niet worden gevolgd waar zij stelt dat het alle aankopen aan het tarief van 21 % zou betreffen.

Na nazicht van de facturen blijkt dat volgende aankopen geen omzetverhoging meebrengen :

Fact. Nr. … d.d.13.5.1998 m.b.t.

Koksbroek en jas

Fact. Nr. … d.d. 26.5.1998 m.b.t.

Stofdoekjes, olie/azijnfles, asbak, suikerpot, soepkop, sponsdoekje, stofwisdoekje.

Deze aankopen dienen dan ook uit de omzetverhoging verwijderd.

## 2. M.b.t. de aftrekbare BTW

Eiseres vraagt aftrek van BTW op de zogenaamd "niet regelmatig gefactureerde aankopen".

Hierop kan niet worden ingegaan gezien de afwezigheid van regelmatige facturen.

## 3. M.b.t. de boete

Verweerder heeft aan eiseres een geldboete opgelegd van 200 % in toepassing van art.70, § 1 W.BTW. Er werd geen toepassing gemaakt van de verminderingen voorzien in de tabellen in bijlage bij het KB nr. 41 van 30.1.1987 omdat art. 1, laatste lid van dit KB voorziet dat deze niet van toepassing zijn ten aanzien van overtredingen begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken.

De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te tóetsen die een repressief karakter heeft in de zin van art.6 EVRM en art.14 BUPO-verdrag, mag de wettelijkheid van die sanctie onderzoeken, en mag in het bijzonder nagaan of de feitelijke en wettelijke voorwaarden vervuld zijn voor die sanctie, en of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen.

(Cass. 5.2.1999 R.W. 1998-99, p. 1352 en R.W. 1999-2000, p. 640; Cass. 24.1.2002, R.W.2002-03, p. 1017 en 1018).

Het toetsingsrecht moet de rechter in staat stellen na te gaan of de straf niet onevenredig is met de begane overtreding. Het staat aan de rechter te onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve boete van zodanige omvang. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Een onevenredigheid van de door verweerder opgelegde geldboete met de inbreuken blijkt niet. De inbreuken werden begaan specifiek met het doel zwarte omzetten te realiseren, bovendien werd het fraudesysteem verschillende jaren toegepast.

De opgelegde geldboete heeft een afschrikkend en ontradend effect dat in deze omstandigheden in redelijkheid aan te nemen is.

Verweerder mocht dan ook een geldboete van 200 % opleggen.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd,

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond,

Zegt dat de aankopen zoals hierboven vermeld onder 1.5 geen aanleiding geven tot een omzetverhoging,

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

aan de zijde van eiseres:

dagvaardingskosten : … EUR

rechtsplegingsvergoeding : … EUR

aan de zijde van verweerder :

rechtsplegingsvergoeding : … EUR

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de **zesde burgerlijke kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op **13 december 2007**, waar aanwezig waren :

**J. D. B.**, alleenzetelend rechter,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **J. D. B.**
