---
title: "Schade, faillissement · Hof van beroep te Antwerpen, 18 januari 2011"
description: "Schade, faillissement. Hof van beroep te Antwerpen (België), 18 januari 2011."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/schade-faillissement-hof-van-beroep-antwerpen-2011-01-18-5671"
lang: "nl"
---

# Schade, faillissement · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

18 januari 2011

## Procesverloop

2 stappen · 1 jaar 6 maanden

1. [Bestreden beslissing Rechtbank van eerste aanleg 25.06.2009](https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-tongeren-2009-06-25-0d57)
2. Weergegeven beslissing Hof van beroep te Antwerpen 18.01.2011

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

72 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 18.01.2011

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, zesde bis kamer, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen :**

Zitting van 18 januari 2011

## EINDARREST (BTW)

In zake : **2009/AR/2281**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, in persoon van de heer Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, woonst kiezend ten kantore van de Federale Overheidsdienst Financiën, Directie BTW te 3500 Hasselt, Voorstraat 43.

**appellante,**

tegen het vonnis gewezen door de 5 de kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Tongeren de dato 25 juni 2009, aldaar gekend onder het rolnummer …

vertegenwoordigd door Mr. **V. L. d. J. A.**, advocaat te …, …

**tegen :**

De heer **K. M.**, wonende te …, …

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Mr. **B. X.**, advocaat te …, ….

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder een eensluidend afschrift van het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren van 25 juni 2009, waarvan geen betekening voorligt.

Gelet op het verzoekschrift in hoger beroep neergelegd ter griffie van dit Hof op 6 augustus 2009, waarbij tijdig en naar de vorm geldig hoger beroep wordt ingesteld.

1\. **Voorafgaande feiten en procedure**

Voorwerp van de betwisting.

Appellante vordert de veroordeling van geïntimeerde tot betaling van een bedrag van … EUR, meer de vergoedende intresten aan 0,8 % per maand sedert 12 juli 1996 en de gerechtelijke intresten, bij inleidende dagvaarding van 15 februari 2007.

De zaak werd bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 7 januari 2008 verwezen naar de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren.

2\. Procedure voor de eerste rechter.

De eerste rechter heeft de vordering ontvankelijk doch ongegrond verklaard. De eerste rechter overweegt dat appellante niet op afdoende wijze het bewijs levert dat zij een hogere schade heeft geleden dan door de strafrechter toegekend.

De eerste rechter overweegt dat, hoewel zulks wellicht waarschijnlijk is, het evenmin met zekerheid bewezen is dat de ontdoken BTW niet geheel of gedeeltelijk kon worden verhaald op de vennootschap en derhalve evenmin dat zulke met vertraging zou zijn geschied of onmogelijk is geworden. Omtrent het resultaat van de faling is evenmin iets gekend.

3\. Procedure voor het hof van beroep.

Het hoger beroep van appellante strekt ertoe het bestreden vonnis te horen hervormen en haar oorspronkelijke vordering ontvankelijk en gegrond te horen verklaren.

4\. **Bespreking**

Argumenten van partijen.

Appellante stelt dat het Hof van beroep te Antwerpen in het arrest van 8 december 2004 duidelijk heeft gesteld dat de handelingen van geïntimeerde schade hebben berokkend aan de B. S.; bovendien heeft het Hof ook geoordeeld dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de bewezen verklaarde feiten en de schade;

\- de oorspronkelijke vordering van appellante is ontvankelijk en gegrond.

\- geïntimeerde voert aan dat de vordering van de Belgische Staat ontoelaatbaar is

\- Subsidiair dient gesteld te worden dat de B. S. geen enkel nieuw stuk bijbrengt dat naar recht zou aantonen dat de schade thans wel begroot kan worden en bepaald op een bedrag van … EUR

5\. Beoordeling.

Geïntimeerde, de heer **K.** was afgevaardigd-bestuurder in de NV **K.**, met maatschappelijke zetel te Genk, bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Tongeren d.d. 12 juli 1996 failliet verklaard.

Bij arrest van 8 december 2004 werd **K. M.** veroordeeld door het Hof van beroep te Antwerpen, dat in kracht van gewijsde is getreden, voor zijn aandeel in het opstellen of laten opstellen van valse facturen ten behoeve van verschillende vennootschappen, waaronder de NV **K.**.

Het hof overwoog dat de bewezen feiten voor gevolg hebben gehad dat de burgerlijke partij, de B.S., de BTW belasting niet heeft kunnen ontvangen, aangezien de BTW op de valse facturen in mindering werd gebracht in de BTW-aangiften van de NV **K.** en dat een vertraging, evoluerend naar een onmogelijkheid, in de inning van de aan de burgerlijke partij toekomende belastinggelden is ontstaan, welke een schade uitmaakt die in oorzakelijk verband staat met de bewezen verklaarde feiten;

Geïntimeerde werd veroordeeld in betaling van 1 EUR, provisioneel.

Het totaal op grond van deze valse facturen ten onrechte afgetrokken BTW bedraagt … EUR.

6\. *Betreffende de toelaatbaarheid van de oorspronkelijke vordering van de Belgische Staat.*

Appellante houdt voor dat zij. zelf tijdens een faillissement, een vordering mag instellen om haar schade, die haar als burgerlijke partij werd toegekend door de correctionele rechter, te laten begroten op grond van art. 1382 B.W. Nu dit recht uitsluitend door haar kan worden uitgeoefend en tegen geïntimeerde als natuurlijke persoon werkt, en niet tegen de gefailleerde, die een afscheiden vermogen heeft, waarop de schuldeisers van de boedel verhaal hebben.

Appellant stelt dat het in casu gaat om het instellen van een individuele vordering tot het bekomen van een vergoeding van schade, die de fiscus ten individuele titel heeft geleden in gevolge een fout van geïntimeerde, zodat appellante als individuele schuldeiser haar vordering kan instellen.

7\. In het proces-verbaal, opgesteld door **G. S.**, controleur bij de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, inspectie Hasselt 3, opgesteld op 3 februari 1997 wordt een overzicht gegeven van de bedragen die op de valse facturen voorkomen; De BTW, die op deze valse facturen vermeld staat wordt als aftrekbaar opgenomen in de aangiftes van de NV **K.**. In het totaal zou volgens de gegevens in het proces-verbaal voor een bedrag van … EUR (… BEF) de BTW ten onrechte in aftrek gebracht zijn.

In het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 8 december 2004 wordt m.b.t. de burgerlijke partijstelling door de Belgische Staat als volgt gemotiveerd :

> *"Overwegende dat de bewezen feiten voor gevolg hebben gehad dat de burgerlijke partij BTW-belasting niet heeft kunnen ontvangen, daar de BTW op de valse facturen in mindering werd gebracht in de BTW­aangiften van de NV* ***K.****; dat aldus een vertraging, mogelijk evoluerend naar een onmogelijkheid, in de inning van de aan de burgerlijke partij toekomende belastinggelden is ontstaan, welke een schade uitmaakt, die in oorzakelijk verband staat met de bewezen verklaarde feiten;"*

8\. Het is appellante niet toegelaten om een rechtsvordering in schadevergoeding in te stellen opzichtens geïntimeerde, doch zij heeft enkel aanspraken in de failliete boedel.

Het Hof van Cassatie bevestigt dat indien de Belgische Staat een bedrag vordert dat exact overeenstemt met het bedrag van de niet­geïnde belastingen, die de vennootschap had moeten betalen, de Belgische Staat in werkelijkheid een vergoeding vordert voor het feit dat zijn schuldvordering in het faillissement niet wordt gehonoreerd, en dus een vergoeding vraagt voor zijn aandeel in de collectieve schade, deze vordering niet toelaatbaar is en in strijd met de wettelijke bepalingen. Een individuele schuldeiser kan geen vergoeding krijgen voor zijn aandeel in de collectieve schade die veroorzaakt werd door de fout van een derde.

Tijdens het faillissement kan een individuele schuldeiser geen vergoeding krijgen voor zijn aandeel in de collectieve schade, die werd veroorzaakt door de fout van een derde; een vordering tijdens het faillissement ingesteld door een gelaedeerde schuldeiser moet worden afgewezen als zij die strekking heeft.

(Cassatie 17 januari 2008, www.cass.be, F.06.0079.N).

De vordering van de Belgische Staat is niet ontvankelijk.

9\. *Ten gronde :*

Ten overvloede wijst het Hof erop dat de omvang van de schade niet bewezen is in hoofde van appellante.

De eerste rechter stelt terecht dat appellante de omvang van de schade niet bewijst. Appellante beperkt zich ertoe te verwijzen naar het arrest van het Hof van beroep te Antwerpen dd. 8 december 2004 en neemt hierbij dan nog verkeerde gegevens over :

Tenlastelegging llC : valse facturen uitgaande van de BVBA **D.**; in de opgegeven lijst wordt geen bedrag aan ontdoken BTW vermeld; er wordt wel een bedrag van … EUR gevorderd.

Tenlastelegging IID1-2 : valse facturen uitgaande van **M.** : in de opgegeven lijst: er wordt een bedrag van … BEF vermeld; er wordt wel een bedrag van … EUR aan ontdoken BTW gevorderd.

De eerste rechter stelt terecht dat appellante de BTW-aangiften van de NV **K.** niet voorbrengt en aldus niet bewijst dat de BTW die op de valse facturen vermeld staat als aftrekbaar werd opgenomen. De omvang van de effectief terugbetaalde BTW is ook niet gekend; de boekhoudkundige stukken worden niet voorgebracht;

Het bestreden vonnis dient m.b.t. dit onderdeel te worden bevestigd.

10\. **De rechtsplegingsvergoeding**.

Partijen zijn het erover eens dat de rechtsplegingsvergoeding, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep moet worden vastgesteld overeenkomstig de wet van 21 april 2007, uitgevoerd bij KB van 26 oktober 2007.

Op basis van art. 559 Ger.W. waarnaar wordt verwezen in art. 2 van het KB van 26 oktober 2007, dient aangenomen te worden dat de waarde van de vordering in onderhavig geval kan bepaald worden op het bedrag van de betwiste belastingschuld (hoofdsom, geldboeten, verhogingen en intresten tot op de dag van het instellen van procedure in rechte). Er wordt niet betwist dat het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding aldus … EUR bedraagt en er is geen reden om van dit basisbedrag af te wijken.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF,**

Recht doende op **tegenspraak**;

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Hervormt het bestreden vonnis gedeeltelijk en opnieuw recht sprekende verklaart de oorspronkelijke vordering van de Belgische staat niet ontvankelijk.

Bevestigt voor het overige het bestreden vonnis.

Verwijst appellante in de gedingkosten in hoger beroep aan de zijde van geïntimeerde begroot op … EUR (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van **ACHTTIEN JANUARI TWEEDUIZEND EN ELF**

waar aanwezig waren :

**M. D.**, Alleenzetelend Raadsheer

**F. H.**, Griffier.

**F. H.** **M. D.**
