---
title: "Sanctie, Beroepsverbod · Hof van Cassatie van België, 24 april 2001, P.99.1207.N"
description: "Sanctie, Beroepsverbod, Belastingadviseur. Hof van Cassatie van België, 24 april 2001, P.99.1207.N."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/sanctie-beroepsverbod-belastingadviseur-cassatie-brussel-2001-04-24-fa42"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-interdiction-professionnelle-conseiller-fiscal-cassation-bruxelles-2001-04-24-b392"
---

# Sanctie, Beroepsverbod, Belastingadviseur · Sanctie - Beroepsverbod - Belastingadviseur

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Rolnummer**

P.99.1207.N

**Datum**

24 april 2001

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

31 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 24.04.2001 (P.99.1207.N)

*Sanctie - Beroepsverbod. - Belastingadviseur*

## Wettelijke bepalingen

Art. 455, § 1, 1°, WIB 1992

## Samenvatting

Het bij artikel 455, § 1, 1°, WIB 1992 bepaalde beroepsverbod wordt uitgesproken ten laste van de fysieke persoon die het beroep van belastingadviseur uitoefent ofwel voor eigen rekening, ofwel als hoofd, lid of bediende van enigerlei vennootschap, vereniging, groepering of onderneming.

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

## Arrest van het Hof van Cassatie

**dd. 24.04.2001**

**(P.99.1207.N)**

1\. K. P., 2. K. A., beklaagden, eisers tot cassatie van een arrest, op 30 juni 1999 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele Kamer, vertegenwoordigd door Mr. P.W., advocaat bij het Hof van Cassatie,

**HET HOF,**

Gehoord het verslag van raadsheer Huybrechts en op de conclusie van advocaat-generaal Werquin;

Gelet op het bestreden arrest, op 30 juni 1999 door het Hof van Beroep te Gent gewezen;

Op de beide voorzieningen :

Over het middel, gesteld als volgt : schending van artikel 345 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1964, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 26 februari 1964, zoals gewijzigd door de wet van 10 februari 1981,

doordat het bestreden arrest onder bevestiging van het vonnis a quo de eisers wegens de vermengde tenlasteleggingen A en B veroordeelt, respectievelijk de eerste eiser tot een gevangenisstraf van twee jaar met uitstel van vijf jaar wat betreft 18 maanden, een geldboete van 100.000 frank of een vervangende gevangenisstraf van 8 dagen en de tweede eiser tot een gevangenisstraf van twee jaar met uitstel wat betreft een jaar, een geldboete van 200.000 frank of een vervangende gevangenisstraf van 15 dagen, meer wat beiden betreft elk tot de vergoeding van 1000 frank ter dekking van de kosten van de rechtspleging, tot het betalen van een bijdrage van 10 frank x 200 aan het fonds voor slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en tot de helft van de gerechtskosten in beide (instanties) en een beroepsuitoefeningsverbod van alle geviseerde beroepen in artikel 345 WIB 1964 gedurende een periode van vijf jaar, op grond van de motieven : op bladzijden 18 en 19 : "(Eerste en tweede eisers) handelden onder de NV Maninco, een van hun vennootschappen (naast de BVBA Fiduciaire Offinex en de BVBA Burofines). Uit het onderzoek van de fiscale administratie blijkt dat de NV Maninco werd opgericht op 29.12.83 door o.a. (tweede en eerste eisers), welke laatsten als afgevaardigd-bestuurder werden benoemd. Zij namen ontslag op 28.03.1986 en werden vervangen door M. S. en B. H. (...) Het strafrechtelijk onderzoek wees uit dat de afgevaardigde bestuurders in werkelijkheid slechts stromannen waren (...) terwijl de echte bestuurders steeds (eerste en tweede eisers) zijn gebleven. (...) (Eerste eiser) erkende dat hij is tussengekomen voor wat betreft het fiscale aspect, ' wat trouwens zijn taak was '( .. ), terwijl hij aan de verbalisanten relateerde dat inzake offshore-vennootschappen hij aan zijn broer (tweede eiser) in hoofdzaak adviezen verstrekte, die hij dan doorspeelde naar de klanten".

en op bladzijde 23 : " Als fiscaal raadgever van de NV Immora treedt de NV Maninco op. (Eerste eiser) erkende dat hij met betrekking tot de zaak NV Immora-Breden Ltd. en Maninco NV is opgetreden voor het inwinnen van allerlei informatie op fiscaal vlak, zowel nationaal als internationaal",

terwijl, slechts na veroordeling wegens een van de misdrijven bedoeld in de artikelen 339 tot 343 WIB 1964 de strafrechter het in artikel 345 WIB 1964 (bepaalde) verbod tot het uitoefenen van de erin geviseerde beroepen kan opleggen aan een beklaagde, wanneer deze de beoefenaar is van een van de volgende beroepen : 1° belastingadviseur; 2° zaakbezorger; 3° deskundige in belastingzaken of in boekhouden; 4° of enig ander beroep dat tot doel heeft voor een of meer belastingplichtigen boek te houden of te helpen houden, ofwel voor eigen rekening ofwel als hoofd, lid of bediende van enigerlei vennootschap, vereniging, groepering of onderneming; 5° of, meer in het algemeen, het beroep dat erin bestaat een of meer belastingplichtigen raad te geven of bij te staan bij het vervullen van de verplichtingen opgelegd bij dit wetboek of bij ter uitvoering ervan vastgestelde besluiten; ingeval het beroep van belastingadviseur uitgeoefend wordt door een vennootschap het l° van deze bepaling, hier toepasselijk, aldus niet toelaat, anders dan het 4° van de bepaling, aan de natuurlijke persoon die slechts namens die vennootschap optreedt het geviseerde verbod op te leggen, gezien het niet deze persoon is die het beroep uitoefent,

zodat het bestreden arrest, dat enkel vaststelt dat het de NV Maninco is die het beroep van belastingadviseur uitoefent en eisers als haar feitelijke bestuurders in de beide constructies die aan de grondslag liggen van de tenlasteleggingen zijn tussengekomen, eisers niet wettig het verbod van artikel 345 WIB 1964 kon opleggen omdat niet zij dat beroep uitoefenden (Schending van het aangehaalde artikel 345 WIB 1964) :

Overwegende dat artikel 455, § 1, laatste lid, WIB 1992, de rechter toelaat bij het uitspreken van een beroepsverbod tegen de beoefenaar van een bepaald beroep, mits hij zijn beslissing op dat stuk motiveert, voor een duur van drie maanden tot vijf jaar de sluiting te bevelen van de inrichtingen van de vennootschap, vereniging, groepering of onderneming waarvan de veroordeelde hoofd, lid of bediende is;

Dat uit deze bepaling blijkt dat, anders dan het middel aanvoert, het bij artikel 455, § 1, 1°, WIB 1992 bepaalde beroepsverbod wordt uitgesproken ten laste van de fysieke persoon die het erin vermelde beroep uitoefent, ofwel voor eigen rekening ofwel als hoofd, lid of bediende van enigerlei vennootschap, vereniging, groepering of onderneming;

Dat het middel faalt naar recht;

En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;

### Beschikkend gedeelte

**OM DIE REDENEN,**

**HET HOF,**

Verwerpt de voorzieningen;

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Gezegde kosten begroot op de som van vijfduizend driehonderd dertig frank verschuldigd.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ...

Ondertekeningen
