---
title: "Samenvatting over de toegevoegde waarde · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 21 maart 2012"
description: "Samenvatting over de toegevoegde waarde. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 21 maart 2012."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/samenvatting-toegevoegde-waarde-rechtbank-antwerpen-2012-03-21-09f7"
lang: "nl"
---

# Samenvatting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

21 maart 2012

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

75 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 21.03.2012

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op éénentwintig maart tweeduizend en twaalf (in openbare zitting van de 4 F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter,

**N. D.**, griffier.

Inzake : AR nr. **08/8063/A**

**C. BVBA**, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **K. R.** loco meester **F. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, vertegenwoordigd door de Rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Turnhout, met kantoren gevestigd te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **F. D. R.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 24 december 2008,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 8 december 2010,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 22 februari 2012.

---

De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/17966, uitgevaardigd op 9 december 2008 en uitvoerbaar verklaard op 11 december 2008, van nul en generlei waarde te verklaren, dienvolgens eiseres te ontslaan van de ten onrechte ingekohierde belasting en in voorkomend geval de terugbetaling te bevelen van de eventueel door eiseres reeds betaalde bedragen en/of de door verweerder ten onrechte ingehouden bedragen, vermeerderd met de moratoriumintresten en de kosten van het geding.

## Beoordeling

Eiseres was uitbaatster van een bar met diensters.

De administratie heeft aan de hand van de voorgelegde bescheiden en verantwoordingsstukken een onderzoek gedaan naar de aangegeven omzet voor de jaren 2005 en 2006.

## Omzetberekening voor het jaar 2005

Volgens eiseres was zij onderworpen aan de forfaitaire regeling voor caféhouders en is het de administratie niet toegestaan om haar de toepassing van het forfait te ontzeggen indien de werkelijke inkomsten hoger zouden zijn.

Eiseres levert echter niet het minste bewijs dat zij onderworpen was aan de forfaitaire regeling voor caféhouders.

Hierbij dient trouwens te worden opgemerkt dat eiseres in haar syntheseconclusie, neergelegd ter griffie op 23 september 2011, op bladzijde 7 zelf uitdrukkelijk vermeldt dat deze forfaitaire regeling niet van toepassing is op speciale exploitaties zoals bars met diensters.

Aangezien eiseres faalt in haar bewijslast om aan te tonen dat zij onderworpen was aan de forfaitaire regeling voor caféhouders en aangezien trouwens vaststaat dat deze forfaitaire regeling niet van toepassing is op eiseres, zijnde uitbaatster van een bar met diensters, is zij dan ook onderworpen aan de normale regeling van de belasting en kon de administratie de omzet aldus berekenen op basis van de werkelijke ontvangsten.

De hierna vermelde feiten, namelijk :

\- de vaststelling dat eiseres geen andere economische activiteit uitoefent dan diegene waarvoor zij geregistreerd is,

\- de vaststelling dat volgens het voorgelegde dagontvangstenboek de klanten van eiseres gebruik maakten van volgende betaalmiddelen, namelijk bancontact, kredietkaarten, contante betalingen en cheques (sporadisch),

\- de vaststelling dat eiseres op haar bankrekening ontvangsten verkreeg ingevolge betalingen met kredietkaart, via bancontact en via cheques en dit voor een totaal bedrag van 338.922,13 EUR,

\- de vaststelling dat volgens het voorgelegde dagontvangstenboek eiseres enkel in de maanden februari en maart 2005 contante ontvangsten heeft gehad en dit voor een totaal bedrag van 2.125,00 EUR,

\- de vaststelling dat eiseres voor een bedrag van 2.662,00 EUR, inclusief BTW, een uitgaande factuur heeft opgemaakt voor de doorrekening van door haar aangekochte dranken die nog door haar zaakvoerder werden gebruikt voor de uitbating van de éénmanszaak in januari 2005,

\- de vaststelling dat voornoemde factuur noch in de contante ontvangsten, noch in de ontvangsten via bancontact, via kredietkaart of via cheques werd opgenomen,

\- de vaststelling dat eiseres aldus ontvangsten verkreeg voor een totaal bedrag van 343.709,13 EUR, inclusief BTW, zijnde 338.922,13 EUR + 2.125,00 EUR + 2.662,00 EUR,

\- de vaststelling dat dit totaal bedrag van 343.709,13 EUR aldus exclusief BTW 284.057,13 EUR bedraagt,

\- de vaststelling dat in de BTW-aangiftes als omzet slechts een totaal bedrag van 249.612,61 EUR werd aangegeven,

\- de vaststelling dat de administratie de ontvangsten die op de bankrekening van eiseres zijn gekomen door overschrijving of door storting niet in aanmerking heeft genomen voor de berekening van de omzet,

\- de vaststelling dat eiseres, buiten omzet, enkel bankintresten en een recuperatie verzekering A.0. als ontvangsten in haar boekhouding heeft opgenomen en dat de bankintresten en de recuperatie verzekering A.O. niet werden betaald via bancontact of kredietkaart,

\- de vaststelling dat in het dagontvangstenboek nergens melding is gemaakt van ontvangen cheques,

zijn vaststaande, gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende gegevens, die op zichzelf en afzonderlijk onvoldoende zekerheid bieden, doch die elkaar aanvullen zodat deze een rechtsgeldig vermoeden uitmaken en voldoende zekerheid bieden dat eiseres in het jaar 2005 een omzet heeft verwezenlijkt van 284.057,13 EUR, exclusief BTW, terwijl zij slechts een omzet heeft aangegeven van 249.612,61 EUR, exclusief BTW, zodat het dan ook bewezen is dat er een verdoken meer omzet is van 34.444,52 EUR.

Er is dan ook geen sprake van dat de meer omzet op arbitraire wijze werd vastgesteld.

## Omzetberekening voor het jaar 2006

Vooreerst dient te worden opgemerkt dat de boekhouding van eiseres niet of onvoldoende bewijskrachtig is gezien onder meer geen gedetailleerde inventaris werd voorgelegd.

Bij gebrek aan bewijskrachtige boekhouding heeft de administratie de omzet terecht bij feitelijk vermoeden berekend op basis van de voor de caféhouders bestaande forfaitaire regeling, zelfs indien deze regeling - zoals hoger vermeld - niet van toepassing was op eiseres gezien zij een bar uitbaatte met diensters.

Het staat immers ontegensprekelijk vast dat deze voor de caféhouders bestaande forfaitaire regeling niet ongunstiger is voor de uitbater van een bar met diensters.

Niettegenstaande de administratie voor de omzetberekening voor het jaar 2006 rekening heeft gehouden met de verkoopprijzen van de dranken van het jaar 2005, kunnen deze prijzen ongetwijfeld het vertrekpunt zijn van de logische redenering voor een besluit over het jaar 2006 nu

\- dit de meest recente vastgestelde prijzen zijn, die een onbetwistbaar vaststaand karakter hebben en trouwens door eiseres ook niet worden betwist,

\- er geen enkele indicatie is dat de verkoopprijzen van het jaar 2005 werden verlaagd in het jaar 2006,

\- eiseres de verkoopprijzen van het jaar 2006 niet heeft voorgelegd.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat de administratie - in tegenstelling met de bewering van eiseres - wel degelijk rekening heeft gehouden met de correcte verkoopprijzen die werden vastgesteld in het jaar 2005.

Verder dient te worden opgemerkt dat op de verkoopprijslijst van het jaar 2005 wijnen niet werden vermeld en dat de administratie dan maar voorzichtigheidshalve op de wijnen geen winst heeft berekend en heeft aangenomen dat deze wijnen werden verkocht tegen aankoopprijs.

Niettegenstaande de administratie de gemiddelde aankoopprijs per drankensoort heeft berekend op basis van een fractie van de aankoopfacturen, werd deze aankoopprijs ongetwijfeld op een correcte en logische manier bepaald nu

\- de aankoopfacturen waarmee rekening werd gehouden voor alle drankensoorten gespreid zijn over gans het jaar,

\- voor de meeste dranken de prijs door de leverancier slechts éénmaal per jaar werd aangepast en alsdan werd verhoogd,

\- het voor de administratie onmogelijk was om alle aankoopfacturen in de berekening op te nemen omdat het merendeel van deze facturen geen correcte omschrijving vermeldt van de aangekochte drank,

Het staat dan ook ongetwijfeld vast dat de administratie door de verkoopprijzen van de dranken van het jaar 2005 te vergelijken met de gemiddelde aankoopprijzen per drankensoort op een correcte en logische manier een gemiddeld brutowinstpercentage heeft bepaald.

Niettegenstaande de administratie de duurdere bieren, die volgens eiseres een lager winstpercentage hebben, niet heeft opgenomen in de berekening van het gemiddeld brutowinstpercentage, dient echter te worden opgemerkt dat deze bieren slechts 0,82 % van de totale aankopen vertegenwoordigen, dat op de wijnen geen winst werd berekend en dat eiseres ongetwijfeld inkomsten heeft gehad uit de verhuur van kamers, waarvoor echter geen enkel bedrag werd weerhouden, zodat het dan ook vaststaat dat de administratie in haar omzetberekening uitermate voorzichtig heeft gehandeld en slechts de minimale omzet heeft berekend.

Wat betreft de aankoopfacturen van champagnes werd door de administratie geen rekening gehouden met de aankoopfacturen van **V. E.**, doch uit deze facturen en uit de door eiseres voorgelegde documenten kan onmogelijk uitgemaakt worden wat er juist werd aangekocht, zodat het dan ook aan eiseres zelf te wijten is dat geen tot in de puntjes juiste berekening kon gemaakt worden en zij hiervan dan ook de gevolgen dient te dragen.

Verder staat het ontegensprekelijk vast dat eiseres aan de band van het gemotiveerde en uitgebreide proces-verbaal perfect kan controleren of de vaststellingen van de administratie correct zijn of niet.

Niettegenstaande er mogelijk dubbel gebruik is ingevolge gemengde dranken, werd dit ongetwijfeld gecompenseerd doordat de administratie slechts rekening hield met 10 consumpties per literfles sterke drank terwijl het vaststaat dat 20 consumpties uit een literfles gehaald worden.

Aangezien eiseres geen inventaris heeft voorgelegd, is de administratie er terecht van uitgegaan dat de begin- en eindvoorraad gelijk is.

Het staat dan ook ontegensprekelijk vast dat de administratie de omzet op een correcte en logische manier heeft bepaald en hierbij uitermate voorzichtig heeft gehandeld zodat er dan ook niet de minste twijfel kan over bestaan dat slechts de minimale omzet werd berekend.

Bijgevolg heeft eiseres in het jaar 2006 een minimale omzet verwezenlijkt van 542.421,26 EUR, terwijl zij slechts een omzet heeft aangegeven van 429.747,11 EUR, zodat het dan ook bewezen is dat er een verdoken minimale meer omzet is van 112.674,15 EUR.

Er is dan ook geen sprake van .dat de meer omzet op arbitraire wijze werd vastgesteld.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op beden door verweerder begroot op 2.750,00 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 2.750,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **P. W.**
