---
title: "Rechten en voorrechten schatkist, vervolging · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 30 juni 2006"
description: "Rechten en voorrechten schatkist, vervolging, geding. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 30 juni 2006."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechten-voorrechten-schatkist-vervolging-geding-rechtbank-antwerpen-2006-06-30-ac7c"
lang: "nl"
---

# Rechten en voorrechten schatkist, vervolging, geding · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

30 juni 2006

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

46 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 30.06.2006

RésSamenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op dertig juni tweeduizend en Zes in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct~griffier.

In zake : AR nr. **06/2559/A**

**L. M.**, herbergier, wonende te …, …, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **A. D. S.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie der BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur der BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, ondermeer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 19 april 2006,

\- de conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 17 mei 2006.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 16 juni 2006.

---

De hoofdvordering strekt ertoe het bestreden dwangbevel, uitgevaardigd op 31 januari 2006 en uitvoerbaar verklaard op 2 februari 2006, te vernietigen, minstens te zeggen voor recht dat eiser op hoofdvordering de in dit dwangbevel gevorderde sommen niet verschuldigd is, de opgelegde BTW-boeten onwettig te verklaren, in ondergeschikte orde deze geldboeten kwijt te. schelden; minstens in belangrijke mate te verminderen, de uitvoering van het bestreden dwangbevel te verbieden, de terugbetaling te bevelen van alle ten onrechte betaalde of geïnde sommen; te verhegenmet.de moratoire intresten overeenkomstig artikel 91, W.BTW, minstens met de gerechtelijke intresten, en de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 17 mei 2006, heeft verweerder op hoofdvordering een tegenvordering gesteld die ertoe strekt eiser op hoofdvordering te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van 750,00 EUR wegens tergend en roekeloos geding.

## Beoordeling

## Betreffende de afwezigheid van machtiging

Het dwangbevel werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar, die - volgens dit dwangbevel - aangewezen was door de directeur van de administratie van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen.

De machtiging van de gewestelijke directeur., werd niet aan het dwangbevel gehecht.

Krachtens artikel 85, § 1 W.BTW wordt het dwangbevel geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur of door de door hem aangewezen ambtenaar.

Deze aanwijzing blijkt uit het optreden zelf van de ambtenaar; het komt de rechter niet toe deze aanwijzing te onderzoeken (vergelijk Cass. 8 oktober 1996, Arr. Cass. 1996, 365);

Bijgevolg blijkt ook uit het optreden zelf van de ambtenaar dat de gewestelijke directeur, hem had aangewezen om het dwangbevel te viseren en uitvoerbaar te verklaren en het ' komt de rechtbank niet toe deze aanwijzing te onderzoeken.

Geen enkele wettelijke bepaling vereist trouwens dat de ambtenaar schriftelijk door de gewestelijke directeur wordt aangewezen en er is geen enkele reden om te veronderstellen dat de ambtenaar niet werd aangewezen door de gewestelijke directeur.

Ten overvloede blijkt trouwens uit het delegatiebesluit van 17 november 1997 dat deze ambtenaar door de gewestelijke directeur gemachtigd was om het bestreden dwangbevel te viseren en uitvoerbaar te verklaren.

## Betreffende de opgelegde boeten

Vooreerst dient te worden opgemerkt dat eiser de vrije keuze van boekhouder heeft en dan ook de gevolgen moet dragen van deze keuze en van de mogelijke fouten en nalatigheden van zijn boekhouder.

Verder is de opgelegde boete wettelijk en in redelijke verhouding met de gepleegde inbreuk en met de ernst van de feiten.

## Betreffende de tegenvordering

Een tergend en roekeloos geding onderstelt een bewust misbruik van het geding of een werkelijk onverschoonbare lichtzinnigheid bij het gebruik ervan hetgeen te dezen bewezen is nu eiser op hoofdvordering een totaal ongegronde procedure in werking heeft gesteld en op kennelijk ondoordachte wijze deze vordering heeft ingesteld, hetgeen een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding rechtvaardigt, die door de rechtbank naar billijkheid begroot wordt op 750,00 EUR.

### Beschikkend gedeelte

## OM DIE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Ane andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de hoofdvordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Verklaart de tegenvordering toelaatbaar en als volgt gegrond.

Veroordeelt eiser op hoofdvordering tot betaling van de som van 750,00 EUR aan verweerder op hoofdvordering wegens tergend en roekeloos geding.

Veroordeeld eiser op hoofdvordering tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder op hoofdvordering begroot op 356,97 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 182,20 EUR rechtsplegingsvergoeding.

Wijst het meer en/of anders gevorderde af.

**N. D.** **P. W.**
