Rechtbank van eerste aanleg, 7 december 2009 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg 7 december 2009

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg, 7 december 2009Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-mechelen-2009-12-07-be0f

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Datum
7 december 2009

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

39 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Mechelen d.d. 07.12.2009

Samenvatting van de Rechtbank

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

De rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, zesde kamer, rechtsprekend in burgerlijke zaken, wijst het volgende vonnis :

AR nr. 08/5221A

Inzake :

De NV D., met zetel te …, …,

eiseres,

die als raadsman heeft Mr. H. V., advocaat te …, …

tegen :

De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de rekenplichtige van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit - sector BTW - met kantoor te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24, bus 32,

verweerder,

die als raadsman heeft Mr. P. S., advocaat te …, ….


De rechtbank neemt in acht :

- het dwangbevel van verweerder van 20.12.1988

- het exploot van verzet van 13.01.1989 van het ambt van gerechtsdeurwaarder E. M. te …

- de beschikking van 29.09.2008 verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het gerechtelijk wetboek die de conclusiekalender tussen de partijen vaststelt

- de akkoordconclusie, voor de partijen neergelegd ter griffie op 9.10.2009.

1. Procedure

De betwistingen tussen de partijen hebben betrekking op door eiseres verschuldigd BTW.

De vordering strekte er oorspronkelijk toe voor recht te doen zeggen dat de BTW, de boete op de hoofdsom aan BTW en de nalatigheidintresten, voorwerp van genoemd dwangbevel, niet verschuldigd zijn.

Deze vordering, tijdig en regelmatig ingesteld, is ontvankelijk.

2. Beoordeling

De partijen zijn tot een akkoord gekomen, zoals uiteengezet in hun gemeenschappelijke conclusie, neergelegd ter griffie op 09.10.2009.

Er is derhalve aanleiding overeenkomstig dit akkoord uitspraak te doen.

Beschikkend gedeelte

BESLISSING VAN DE RECHTBANK :

Dit vonnis wordt uitgesproken op tegenspraak en in eerste aanleg;

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en de latere aanvullingen en wijzigingen daaraan en deze van de wetten van 26.06.2000 en 30.06.2000 betreffende de invoering van de euro en de in uitvoering hiervan genomen koninklijke besluiten van 20.07.2000 werden in acht genomen;

De vordering is ontvankelijk;

De rechtbank acteert en bekrachtigt het tussen de partijen getroffen akkoord;

Dienvolgens veroordeelt de rechtbank de NV D. met betrekking tot het invorderingsorder dat heden gekend is onder RCIV … tot betaling aan verweerder van een bedrag van zesennegentigduizend achthonderd achtenzestig euro zestig cent (€ 96.868,60) aan verschuldigde BTW en van een bedrag van achtendertigduizend zevenhonderd veertig euro (€ 38.740,00) aan boete, beide bedragen te verhogen met intresten conform het BTW-wetboek vanaf 21.01.1985 tot op de dag van de betaling;

Eiseres wordt veroordeeld tot de kosten, voor haarzelf begroot op (3.277 BEF : 40,3399 =) € 81,23 + € 5.000,00 = € 5.081,23 en voor verweerder op € 5.000,00 rechtsplegingvergoeding;

De voorlopige tenuitvoerlegging wordt toegestaan.

Dit vonnis werd uitgesproken op zeven december tweeduizend en negen in openbare terechtzitting van de zesde kamer, die samengesteld was uit :

De heer M. D. G., ondervoorzitter, voorzitter van de kamer

De heer J. V. M., rechter

De heer T. B., rechter

Mevrouw V. V. L., afgevaardigd griffier

V. V. V. T. B. J. V. M. M. D. G.