---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, 14 september 2012"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Leuven (België), 14 september 2012."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-leuven-2012-09-14-1d83"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, 14 september 2012 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Leuven

**Datum**

14 september 2012

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

71 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 14.09.2012

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, twaalfde kamer

**14 september 2012**

**EINDVONNIS**

## (op tegenspraak)

**Rol nr. : 09/2729/A**

**In de zaak van :**

**Bvba D.**, KBO nummer …, met maatschappelijke zetel te …, …

\- eiser, ter zitting vertegenwoordigd door meester **D.** loco meester **S.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, in de persoon van de inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Tienen, met burelen te 3300 Tienen, Goossensvest 3

\- verweerder, ter zitting vertegenwoordigd door meester **B.**, advocaat te …, ….

\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_

## 1. Procedure

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

De rechtbank nam onder meer kennis van :

\- de geding inleidende dagvaarding op 20 januari 1989 betekend;

\- de laatste conclusie van partijen en de door hen neergelegde stukken;

\- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier.

De zaak werd behandeld op de openbare zitting van 8 juni 2012 en daarna in beraad genomen.

## 2. De feiten

Eiseres is BTW-belastingplichtige. Zij baat een drankgelegenheid-restaurant uit.

Op 24 november 1988 werd door **M. V. D. E.**, controleur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, ter beschikking gesteld van de 8ste Bijzondere Belastinginspectie van Brussel proces-verbaal opgesteld. Dit proces-verbaal verwijst naar vaststellingen en verklaringen die gedaan werden naar aanleiding van een strafonderzoek. Er werd vastgesteld dat niet alle inkomsten werden aangegeven.

De gewestelijke directeur van de Bijzondere Belastinginspectie, Directie A te Brussel heeft op 18 oktober 1988 een ambtshalve aanslag gevestigd voor de BTW verschuldigd voor 1984, 1985, 1986 en 1987. Volgens deze aanslag dient een BTW betaald te worden van … BEF (nu … euro), bedrag te vermeerderen met de intrest en is een boete verschuldigd van het dubbel van de ontdoken belastingen.

Op 2 december 1988 werd door de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor Tienen een dwangbevel uitgevaardigd voor deze bedragen, dat op 21 december 1988 uitvoerbaar werd verklaard.

Eiseres heeft verzet aangetekend tegen dit dwangbevel.

## 3. De vorderingen

Eiseres vraagt het dwangbevel van 2 december 1988 te vernietigen en te zeggen voor recht dat de bedragen erin vermeld bij wijze van BTW, geldboete en intresten niet verschuldigd zijn.

## 4. Beoordeling

1 De rechtbank houdt enkel rekening met de laatste conclusie die door partijen werd neergelegd 1.

2 De vordering is ontvankelijk. De ontvankelijkheid wordt niet betwist. De rechtbank ziet geen redenen om de vordering niet ontvankelijk te verklaren.

3 Het administratief dossier bevat zowel de aanvraag door de gewestelijke directeur aan de procureur-generaal gericht om inzage te nemen van het strafdossier als de toestemming ·door de procureur-generaal aan de gewestelijke directeur verleend tot het nemen van inzage en afschrift van het strafdossier.

Uit het proces-verbaal opgesteld door de heer **M. V. D. E.** blijkt dat deze ambtenaar inzage genomen heeft van het strafdossier.

\_\_\_\_\_

1 Zie artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek en Cass., 29 maart 2011, rolnummer C.11.0472.N

Uit dit proces-verbaal blijkt bovendien dat deze ambtenaar controleur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, ter beschikking gesteld was van de 8ste Bijzondere Belastinginspectie van Brussel.

De toestemming om inzage en afschrift van het strafdossier te nemen werd door de procureur-generaal verleend "aan de ambtenaren van uw bestuur, dat zullen worden aangeduid". De toestemming werd door de gewestelijke directeur overgemaakt aan ''de Heer Inspecteur van de 8e B.B.I. - Inspectie Brussel".

Dit betekent niet dat enkel deze inspecteur op grond van deze toestemming het strafdossier mocht inzien. Deze inspecteur mocht de toestemming overmaken aan een ambtenaar van zijn dienst, belast met het onderzoek.

4 *In casu* zijn de bepalingen van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen van toepassing.

Artikel 211, § 1, van dit wetboek bepaalt dat de bestuursdiensten van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies der hoven en rechtbanken, de besturen van de provinciën en van de gemeenten, zomede de openbare organismen en instellingen, gehouden zijn wanneer ze daartoe aangezocht zijn door een ambtenaar van een der rijksbesturen belast met de aanslag in, of de invordering van de belastingen, hem alle in hun bezit zijnde inlichtingen te verstrekken, hem, zonder verplaatsing, van alle in hun bezit zijnde akten, stukken, registers en om 't even welke bescheiden inzage te verlenen en hem alle inlichtingen, afschriften of uittreksels te laten nemen, welke bedoelde ambtenaar ter verzekering van de aanslag in, of de heffing van de door de Staat geheven belastingen nodig acht.

Artikel 211, § 2, van dit wetboek bepaalt dat elke inlichting, stuk, proces-verbaal of akte ontdekt of bekomen in het uitoefenen van zijn functies, door een ambtenaar van een fiscaal rijksbestuur, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een der hierboven aangeduide diensten, door de Staat kan ingeroepen worden voor het opsporen van elke krachtens de belastingwetten verschuldigde som.

Artikel 211, § 3, van dit wetboek bepaalt dat elk ambtenaar van een belastingbestuur van de Staat, regelmatig belast met een controle of een onderzoek in verband met de toepassing van een bepaalde belasting bij een natuurlijk of een rechtspersoon van rechtswege gemachtigd is alle inlichtingen op te zoeken of in te zamelen welke de juiste heffing van alle door deze persoon verschuldigde andere rechten kunnen verzekeren.

Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat artikel 211, § 1, ertoe strekt op te leggen dat de ondervragende ambtenaar handelt met het oog op de zetting of de invordering van de belastingen en niet met het oog op andere doeleinden 2.

Aangezien de heer **M. V. D. E.**, ambtenaar bij een fiscaal bestuur, handelde in het kader van een onderzoek inzake BTW ten aanzien van eiseres, was hij gerechtigd, met de toestemming van de procureur-generaal die hem regelmatig was overgemaakt, inzage te nemen van het strafdossier.

\_\_\_\_\_

2 Cass., 22 november 2001, rolnummer F.99.0038.N, http://jure.juridat.just.fgov.be

5 Uit het proces-verbaal blijkt dat op 30 juni 1987 werd vastgesteld dat de werkelijke inkomsten van die dag, inclusief BTW, … BEF (thans … euro) bedroegen, terwijl slechts … BEF (thans … euro) inkomsten officieel geboekt werden.

De zaakvoerder erkende dat regelmatig goederen bestemd voor verkoop werden aangekocht zonder dat deze in de boekhouding werden opgenomen. Aanvankelijk verklaarde hij dat het aandeel zwart geld 10 à 15 procent bedroeg. Verder in zijn verklaring verklaarde hij dat hij normaal 20 à 25 procent van de omzet per dag niet in het officieel kasregister inbracht.

6 Op basis van deze vaststellingen werd een ambtshalve aanslag gevestigd waarbij er van uitgegaan werd dat 25 procent van de omzet niet werd aangegeven. Deze aanslag werd gevestigd voor de jaren 1984, 1985, 1986 en 1987 (periode tot 30 juni 1987).

7 Krachtens artikel 1349 B.W. zijn vermoedens gevolgtrekkingen die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit. Vermoedens zijn derhalve essentiële redeneringen, door de rechter of de wetgever gemaakt, vertrekkend van een bekend feit of bekende feiten. Het is voor vermoedens - als bewijstechniek - evenzeer essentieel dat het bekend feit of de bekende feiten ook werkelijk bekend zijn, d.w.z. dat het een feit of feiten betreft die buiten kijf staan of waaromtrent geen betwisting kan bestaan nopens de materiële werkelijkheid. Het gaat derhalve om een redenering waardoor men, uitgaande van bekend en geverifieerde gegevens, ertoe komt andere gegevens, die niet of onvoldoende bekend waren, voor zeker te houden.

8 Bekende feiten zijn in casu dat naar aanleiding van een strafonderzoek op 30 juni 1987 werd vastgesteld dat de werkelijke inkomsten van die dag, inclusief BTW, … BEF (thans … euro) bedroegen, terwijl slechts … BEF (thans … euro) inkomsten officieel geboekt werden. Dit feit werd door de zaakvoerder tijdens zijn ondervraging mee vastgesteld en niet betwist.

Dit betekent dat die dag 33 % van de ontvangsten niet werden aangegeven.

De zaakvoerder verklaarde in het strafdossier oorspronkelijk dat 10 à 15 % van de omzet niet werd aangegeven. Toen hij geconfronteerd werd met de niet aangegeven inkomsten van die dag wijzigde hij zijn verklaring en verklaarde dat 20 à 25 % van de omzet niet werd aangegeven.

Uit de verklaring van de zaakvoerder blijkt dat er systematisch met zwart geld gewerkt werd. Het personeel werd voor een deel in het zwart betaald. Dit zwart geld werd bekomen door de verkoop van goederen waarvan noch de aankoop, noch de omzet in de boekhouding werden opgenomen.

9 Het onderzoek bij eiseres gebeurde op 30 juni 1987. Op geen enkele manier werd onderzocht hoe eiseres in de daaraan voorafgaande jaren werkte.

De zaakvoerder verklaarde "het is zo dat ik normaal 20 à 25 % per dag niet klop op het officieel kasregister".

Hiermee heeft de zaakvoerder niet verklaard dat hij in 1984 en 1985 op dezelfde wijze tewerk ging en ook in die periode 20 à 25 % van de omzet niet aangaf. De zaakvoerder werd duidelijk enkel ondervraagd over zijn werkwijze in de periode waarin het onderzoek zich situeerde. Uit niets blijkt dat hij eveneens werd ondervraagd over zijn werkwijze tijdens de daaraan voorafgaande jaren, laat staan drie jaar daaraan voorafgaand.

Uit deze bekende feiten kan dan ook niet worden afgeleid dat eiseres ook reeds in 1984 en 1985 op dezelfde wijze tewerk ging en dat de niet aangeven omzet in die periode 25 % bedroeg van de aangegeven omzet.

De administratie heeft uit de bekende feiten niet te verantwoorden gevolgtrekkingen afgeleid. De aanslag werd willekeurig gevestigd en dient vernietigd te worden.

### Beschikkend gedeelte

## 5. Uitspraak

Dit vonnis wordt gewezen op tegenspraak en in eerste aanleg.

De vordering is ontvankelijk en gegrond als volgt.

De rechtbank vernietigt de aangevochten aanslag en het dwangbevel dat erop gesteund is.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot de kosten. Deze kosten moeten voor verweerder niet vastgesteld worden omdat zij te zijnen laste blijven en worden voor eiseres vastgesteld op … euro (dagvaarding) + … euro (rechtsplegingsvergoeding).

Dit vonnis is uitgesproken tijdens de gewone en openbare terechtzitting van de 12de kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op **14 september 2012**.

De zetel is als volgt samengesteld :

\- **L. W.**, ondervoorzitter, alleenzetelend rechter

\- **M. L'E.**, griffier.

**M. L’E.** **L. W.**
