Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, 28 april 2011 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Leuven 28 april 2011

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, 28 april 2011Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-leuven-2011-04-28-e12c

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Leuven
Datum
28 april 2011

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

77 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 28.04.2011

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, vierde kamer

Zitting : 28 april 2011.

Tussenvonnis - deskundige

Rol nr. : 11/667/A

Inzake :

BVBA O. 21, met zetel gevestigd te …, …, met ondernemingsnummer ….

eiser,

ter zitting vertegenwoordigd door meester E. G., advocaat te …, ….

tegen :

DE BELGISCH E STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kabinet te Brussel, Wetstraat 12, zijnde voor hem op de Stafdienst Personeel en Organisatie, Dienst Personeel, met burelen te Brussel, Wetstraat 22-24, 2de verdieping, thans te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 33 bus 82 - North Galaxy- toren B- 19de verdieping.

verweerder,

ter zitting niet verschenen noch vertegenwoordigd.

1. Procedure

De artikelen van de Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken van 15 juni 1935 werden toegepast.

De rechtbank heeft kennis genomen van de dagvaarding, betekend op 18 maart 2011.

De rechtbank heeft de middelen van eiser gehoord tijdens de openbare zitting van 31 maart 2011. Eiser heeft baar dossier neergelegd. Verweerder is niet verschenen en werd niet door een raadsman vertegenwoordigd. De debatten werden gesloten en de zaak werd in beraad genomen.

2. Feiten

Eiser baat sedert begin 2010 een bedrijvencentrum uit te …, ….

Volgens eiser meldt de Controle BTW Diest aan potentiële gebruikers/huurders dat zij hun zetel niet bij eiser mogen plaatsen aangezien het adres van eiser als een postbusadres wordt bestempeld.

Volgens eiser kan evenwel objectief worden vastgesteld dat er in het bedrijvencentrum van eiser tot op heden geen enkel faillissement is gekend en eiser geen bedrijven toelaat waarvan kan worden vermoed dat zij enkel een postbus nodig hebben.

3. Vordering

De vordering strekt ertoe, bij vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borg en niettegenstaande elk aanbod tot consignatie met bijzondere besteding :

- de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren

- bij toepassing van artikel 19 Ger.W. alvorens recht te doen te zeggen voor recht dat verweerder zich dient te onthouden van lasterlijke uitlatingen lastens eiser, waaronder de melding dat eiser een postbusadres zou zijn

- te zeggen voor recht dat verweerder er toe is gehouden bedrijven toe te laten hun inschrijving te nemen op het adres van eiser

- dit alles onder verbeurte van een dwangsom van 5 000,00 euro per vastgestelde inbreuk

- een deskundige aan te stellen met als opdracht een plaatsbeschrijving te maken van de infrastructuur van het bedrijvencentrum te …, …

- verweerder te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van 10 000,00 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke interesten

- verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtplegingsvergoeding.

4. Bespreking

De vordering werd regelmatig ingesteld en is ontvankelijk.

Overeenkomstig art. 19, § 2 Ger.W. is het verzoek van eiser tot aanstelling van een gerechtsdeskundige gegrond.

Eiser dient als meest gerede partij in te staan voor de provisionering van de gerechtsdeskundige.

Gelet op de betwistingen die er tussen partijen bestaan, wordt het meer gevorderde naar de rol verzonden, in afwachting van de neerlegging van het advies door de gerechtsdeskundige.

5. Uitspraak

De rechtbank beslist op verstek. in eerste aanleg en in openbare zitting.

Vooraleer recht te doen, beveelt de rechtbank. een deskundigenonderzoek overeenkomstig de artikelen 962 e.v. Ger.W. zoals gewijzigd door de wet van 15 mei 2007 (BS 22 augustus 2007) en de nieuwe bepalingen van de Wet van 3O december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (II), Hoofdstuk IV, Afdeling I (BS 15 januari 2010).

De rechtbank stelt aan als deskundige :

D. V. C., … te …

a. Omschrijving van de opdracht

Zich te begeven naar het onroerend goed gelegen … te ….

Na behoorlijke oproeping van partijen en hun technische raadslieden en na ontvangst van de dossiers van partijen.

Kennis te nemen van alle stukken die hem door partijen worden overgemaakt, en van alle andere stukken die hijzelf nuttig zal achten om er ambtshalve kennis van te nemen.

Zo dit nodig mocht blijken in de loop van het onderzoek, de gepaste specialisten te consulteren en hun advies en zijn oordeel met betrekking tot dit advies$ bij het verslag te voegen.

Te trachten partijen te verzoenen en, zo dit niet mogelijk mocht blijken.

Een plaatsbeschrijving te maken van de infrastructuur van het bedrijvencentrum gelegen te … te ….

Antwoorden op alle andere nuttige en terzake dienende vragen die hem door de betrokken partijen zouden worden gesteld.

b. Modaliteiten van het deskundig onderzoek

Deze beslissing wordt door de griffier overeenkomstig artikel 973, § 2, derde lid van het Gerechtelijk Wetboek ter kennis gebracht aan de deskundige.

De deskundige beschikt over 8 dagen na deze kennisgeving om desgewenst zijn opdracht met behoorlijk omklede redenen te weigeren overeenkomstig artikel 972, § 1, derde lid van het Gerechtelijk Wetboek.

De deskundige bepaalt zelf de plaats, de dag en het uur waarop hij zijn werkzaamheden zal aanvatten. Hij geeft hiervan kennis bij een ter post aangetekende brief aan de partijen en bij gewone brief aan de rechter en de raadslieden.

De deskundige wordt gemachtigd :

- zo dit nodig mocht blijken, een beroep te doen op technische raadgevers

- ambtshalve alle inlichtingen in te winnen welke hij nuttig acht.

De tegensprekelijkheid dient gerespecteerd wat onder meer inhoudt :

- alle partijen moeten regelmatig worden opgeroepen voor alle verrichtingen

- alle verrichtingen moeten in aanwezigheid van partijen verlopen, behoudens wanneer het gaat om onderzoeken waarbij partijen kunnen vertegenwoordigd worden door hun technisch raadsman

- de deskundige moet van zijn bevindingen een voorverslag opmaken en overmaken aan partijen en/of desgevallend aan hun raadsman met een redelijke termijn om opmerkingen te maken

- de deskundige moet de eventuele opmerkingen in zijn eindverslag beantwoorden.

De deskundige moet zijn geschreven, gemotiveerd en onder ede bevestigd verslag neerleggen ter griffie van deze rechtbank ten laatste op 31 december 2011. Indien deze datum niet kan gehaald worden, dient de deskundige, voordat de termijn verstreken is, zich tot de rechter te wenden om een verlenging te bekomen.

c. Kosten van het deskundig onderzoek

De deskundige dient op de eerste vergadering die hij met partijen zal hebben, partijen in te lichten over de vermoedelijke kostprijs van het deskundig onderzoek, of tenminste de manier waarop de kosten en het ereloon van de deskundige en de eventuele technische raadgevers zullen berekend worden. Na deze vergadering zal hij elke wijziging hiervan onmiddellijk aan partijen én de rechtbank meedelen.

De rechtbank bepaalt het bedrag van het voorschot op 1.500,00 euro (eventuele BTW inbegrepen). Wanneer de deskundige om een verhoging van het voorschot en de verdere vrijgave ervan aan de rechtbank vraagt, dient hij partijen hierover in te lichten. Partijen worden verzocht hun standpunt hierover onmiddellijk aan de rechtbank én de deskundige over te maken.

De rechtbank wijst de BVBA O. 21 aan om dit voorschot te consigneren. Dit dient te geschieden binnen de 15 dagen vanaf heden. Zodra het voorschot in consignatie werd gegeven dient deze partij de deskundige hiervan op de hoogte te brengen en een bewijs van betaling aan de deskundige te bezorgen. Dit voorschot kan geconsigneerd worden op het rekeningnummer … van de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven en dit voor de aanvang van de werkzaamheden zoals bepaald door de deskundige. In het eindvonnis zal geoordeeld worden wie deze kosten uiteindelijk zal moeten dragen.

Het na aanvaarding van de opdracht vrij te geven deel aan de deskundige wordt bepaald op 1.000,00 euro (eventuele BTW inbegrepen).

De rechtbank zegt dat het overeenkomstig artikel 509quater van het Strafwetboek verboden is een rechtstreekse betaling van een partij in het geding te ontvangen.

De gedetailleerde staat van kosten en ereloon van de deskundige wordt samen met het eindverslag ter griffie neergelegd.

d. Verder verloop van de procedure

De rechtbank belast de voorzitter van de 12de kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven met het toezicht op het verloop van het deskundig onderzoek.

De rechtbank verwijst, in afwachting van de neerlegging van het deskundig verslag, de zaak naar de bijzondere rol en houdt de beslissing nopens de gerechtskosten aan.

Dit vonnis werd uitgesproken in de openbare terechtzitting van de vierde kamer van de rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op 28 april 2011, waar zitting namen :

mevrouw M. V., voorzitter, bijgestaan door

mevrouw M. L'E., griffier.

M. L’E. M. V.