Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, 9 mei 2008 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Leuven 9 mei 2008

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, 9 mei 2008Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-leuven-2008-05-09-65d3

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Leuven
Datum
9 mei 2008

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

48 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 09.05.2008

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, twaalfde kamer

zitting : 9 mei 2008

eindvonnis

Rol nr. : 04/2361/A - 04/2362/A

Inzake :

T. C. BVBA, met ondernemingsnummer …, met vennootschapszetel te …, ….

eiseres,

ter zitting vertegenwoordigd door meester H. S., advocaat te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van oe BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Leuven, wiens kantoor gevestigd is te 3001 Heverlee, Philipssite 3a bus.2.

verweerster,

ter zitting vertegenwoordigd door meester M. C. loco meester E. D. N., advocaat te …, ….

I. Procedure

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

De rechtbank nam onder meer kennis van :

- de geding inleidende dagvaarding op 27 oktober 2004 betekend door M. T., gerechtsdeurwaarder met standplaats te …;

- de geding inleidende dagvaarding op 28 oktober 2004 betekend door L. V. gerechtsdeurwaarder met standplaats te …;

- de neergelegde conclusies en stukken;

- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier.

De advocaten van partijen werden gehoord op de openbare zitting van 14 maart 2008.

II. De feiten

Eiseres is BTW-plichtige. Zij deed kwartaalaangiften, maar betaalde de verschuldigde BTW niet. Als gevolg hiervan werden door de administratie bijzondere rekeningen geopend en, omdat betaling van de BTW nog steeds uitbleef, dwangbevelen uitgevaardigd.

III. De vorderingen

De vorderingen strekken ertoe te horen zeggen dat de dwangbevelen RICIV-nr. … uitgevaardigd op 4 augustus 2004, RICIV-nr. … uitgevaardigd op 5 juni 2001, RICIV-nr. … uitgevaardigd op 5 mei 2004 en RICIV-nr. … uitgevaardigd op 5 mei 2004 van nul en generlei waarde zijn.

IV. Beoordeling

1. Voor een goede rechtsbedeling behoort het de beide zaken samen te voegen.

Met betrekking tot de grond van de zaak

2. De bijzondere rekeningen werden opgemaakt op basis van de door eiseres ingediende aangiften. De dwangbevelen zijn opgemaakt op grond van deze bijzondere rekeningen.

De BTW, zoals deze uit de door eiseres ingediende aangiften blijkt, is door eiseres verschuldigd. Er is geen enkele reden om de dwangbevelen ongegrond te verklaren.

3. Als eiseres meent dat zij fouten beging bij het indienen van de aangiften dient zij een herziening op te nemen in vak 62 van de aangifte. Eiseres heeft dit volgens verweerster trouwens gedaan in haar aangifte van het vierde kwartaal 2005.

4. De vordering van eiseres is ongegrond.

Met betrekking tot de rechtsplegingsvergoeding

5. De vorderingen strekken ertoe te horen zeggen dat de verschillende dwangbevelen van nul en generlei waarde zijn.

Het betreft een in geld waardeerbare vordering. De waarde van de vordering is het bedrag dat krachtens deze dwangbevelen verschuldigd is.

Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedraagt 1.100,00 euro, te weten het basisbedrag voor een vordering tussen 10.000,01 euro en 20.000,00 euro.

Er is geen reden om af te wijken van dit basisbedrag.

Beschikkend gedeelte

V. Uitspraak

De rechtbank voegt de zaken met rolnummers 04/23611A en 04/2362/A samen.

Dit vonnis wordt gewezen op tegenspraak en in eerste aanleg.

De vorderingen zijn ontvankelijk maar ongegrond.

De rechtbank veroordeelt eiseres tot de kosten. Deze kosten moeten voor eiseres niet begroot worden omdat zij ten hare laste blijven en worden voor verweerster begroot op 1.100,00 euro (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de twaalfde kamer der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op vrijdag 9 mei 2008, waar zetelden :

de heer L. W., alleenzetelend rechter;

mevrouw M. R., adjunct-griffier.

M. R. L. W.