Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 04.01.2008
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK - 12de kamer
Vonnis : 04 januari 2008
Eindvonnis
De Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, twaalfde kamer, spreekt het volgende vonnis uit.
Rolnummer : 05/796/A
In de zaak van :
H. C., handelaar, met RPR … BTW BE …, geboren op 02 oktober 1950, wonende te … (…), ….
- eiser, ter zitting vertegenwoordigd door meester M. D. loco meester B. M., advocaat te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, in de persoon van de heer minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de Federale Overheidsdienst FINANCIEN, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Leuven met kantoor te 3001 Leuven (Heverlee, Philipssite 3A bus 2
- verweerster, ter zitting vertegenwoordigd door meester C. M. loco meester d. N. E., advocaat te …, ….
__________
I. Procedure
De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
De rechtbank nam onder meer kennis van :
- de geding inleidende dagvaarding op 25 maart 2005 betekend door I. E., gerechtsdeurwaarder met standplaats te …;
- de neergelegde conclusies en stukken;
- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier.
De advocaten van partijen werden gehoord op de openbare zitting van 7 december 2007.
II. De feiten
1. C. H. (hierna : eiser) is BTW-belastingplichtige. Op 8 september 1998 werd door het BTW-ontvangkantoor Leuven een dwangbevel uitgevaardigd dat op 10 september 1998 uitvoerbaar verklaard werd.
In dit dwangbevel, met RCIV nr. … wordt betaling gevorderd van … BEF (thans … euro) als BTW, … BEF (thans … euro) als boete, … BEF (thans … euro) als boete en … BEF (thans … euro) als intrest, samen … BEF (thans … euro).
Dit dwangbevel werd betekend op 28 oktober 1998. Op 29 december 1998 werd uitvoerend beslag op roerend goed gelegd.
Op 31 januari 1999 betaalde eiser … euro. Daarna betaalde hij, tot einde 2001 tamelijk regelmatig maandelijks … euro. Vanaf januari 2002 verliepen de betalingen onregelmatig en einde 2002 stopte eiser met de betalingen. Op 27 augustus 2003 werd een nieuwe verkoopdag vastgesteld, nog steeds in het kader van de beslagprocedure van 29 december 1998, waarop eiser in oktober 2003 … euro betaalde. Daarna volgden geen betalingen meer zodat op 4 februari 2005 een nieuwe verkoopdag werd vastgesteld.
2. Op 22 oktober 2003 schreef het BTW-ontvangkantoor Leuven aan eiser dat de vervolgingen met gerechtsdeurwaarder werd opgeschorst, dat schuld nummer … volledig was afbetaald en dat er voor schuld nummer … nog … euro diende betaald te worden.
Eiser schreef hierop op 2 november 2003 aan de gewestelijke directie Mechelen. Hij schrijft "ik wens een nauwkeurige visie te hebben aangaande het origineel bedrag van de schuld 297/09260/38670 en aangaande de oorsprong van het dossier 294/0926/38771 want ik heb de indruk dat er een dubbele rekening is.[...]. Sinds het begin van het akkoord voor de in termijnen verdeelde betaling, werd mij enkel de referentie 297/09260/38670 meegedeeld. [...]. Het is pas wanneer ik me naar het bureau van Leuven begeven heb op 20 oktober 2003 dat ik kennis nam van een te betalen saldo, maar onder een ander Nr. (294.0926.38771)." Tevens vraagt hij in dit schrijven de boeten te willen verminderen, "zoals de BTW reglementering het toelaat."
De gewestelijke directie antwoordde op 10 februari 2004. in dit schrijven staat onder meer te lezen dat het dossier RCIV nr. 294.0926.38771 een gevolg is van het niet tijdig betalen van BTW die uit de aangifte blijkt of het laattijdig indienen van de aangifte zodat de rekening-courant op nul gezet werd per 30/04/1994. Een afschrift van de bijzondere rekening kan eiser opvragen bij de BTW-controle Overijse. De vordering met RCIV nr. 294.0926.38670 is het gevolg van een BTW-controle, die resulteerde in het dwangbevel dat op 28 oktober 2003 betekend werd. De aanvraag tot kwijtschelding van geldboeten wordt verworpen.
In bijlage bij dit schrijven worden stukken gevoegd met betrekking tot de verschillende RCIV nummers die lastens eiser geopend werden.
III. De vorderingen
In de akte van verzet tegen dwangbevel zet eiser uiteen dat hij niets meer begrijpt van de afrekeningen die hij ontvangt, dat ook het antwoord van 10 februari 2004 van de administratie verwarrend is en "weinig voldoening schenkend gaat antwoorden". Hij vraagt de nietigverklaring van het dwangbevel, en aan eiser verbod op te leggen om nog uit te voeren op grond van dit dwangbevel.
In zijn conclusie zet eiser uiteen dat hij tijdens de procedure van de administratie de stukken ontvangen heeft waaruit blijkt dat hij nog … euro verschuldigd is en zich hiertegen niet verzet.
3. Verweerster heeft een tegenvordering ingesteld en vordert een schadevergoeding van … euro wegens tergend en roekeloos geding.
IV. Beoordeling
4. Eiser voert geen middelen aan tegen het dwangbevel. De vordering om de vernietiging van dit dwangbevel te horen uitspreken is dan ook ongegrond.
5. Uit de samenlezing van de stukken, de akte van verzet tegen dwangbevel en de conclusies van eiser blijkt dat hij in feite niet de bedoeling had de nietigverklaring van het dwangbevel te bekomen. Hij dacht zijn schuld aan de BTW-administratie voldaan te hebben, vermoedde dat er een vergissing begaan werd, kon moeilijk geloven dat hij nog altijd meer dan … euro verschuldigd was en het schrijven van de gewestelijke directie d.d. 10 februari 2004 overtuigde hem blijkbaar niet van het tegendeel.
6. Bij het schrijven van de gewestelijke directie van 10 februari 2004 was een uitvoerig overzicht gevoegd (5 bladen) met betrekking tot de verschillende RCIV nummers.
Uit deze stukken blijkt dat de schuld met RCIV nr. 294.0926.38771 op 12 oktober 1998 reeds volledig afbetaald was.
Met betrekking tot het dwangbevel, voorwerp van onderhavig geschil en gekend onder RCIV nr. 294.0926.38670 werd een overzicht gegeven van alle betalingen die in mindering gebracht werden. Eiser kon gemakkelijk controleren of hij betalingen gedaan had' die niet in mindering gebracht waren. Hiervoor diende hij geen gerechtelijke procedure op te starten.
De rechtbank ziet ook niet in welke stukken eiser, hangende de procedure, nog ontvangen heeft en die hem een duidelijker verweerster inzicht geven in de afrekening van verweerster.
7. Uit dit alles volgt dat het enkel de bedoeling van eiser was om de verkoop, die vastgesteld was op 2 april 2005 (de akte van verzet werd op 25 maart 2005 betekend) te beletten en te laten uitstellen, zonder dat hij enig valabel argument had om zijn schuld te betwisten.
Dergelijke vordering is tergend en roekeloos.
8. Verweerster kan thans aanspraak maken op een merkelijk hogere rechtsplegingsvergoeding (zie randnr. 9). De rechtbank houdt hiermee rekening bij de begroting van de gevorderde schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding. De door verweerster geleden schade kan in billijkheid begroot worden op … euro.
De rechtbank stelt vast dat verweerster hierop geen intrest vordert.
9. De wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat treedt in werking op 1 januari 2008 (artikel 10 van het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding). Deze wet is van toepassing op de zaken die hangende zijn op het moment dat ze in werking treedt. Een zaak die, zoals onderhavige zaak, in beraad werd genomen vóór 1 januari 2008, maar waarin nog geen uitspraak gedaan werd op 1 januari 2008, is op 1 januari 2008 nog steeds hangende, zodat de wet van 21 april 2007 en het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007 dienen te worden toegepast.
Partijen hebben ter zitting hun standpunt hierover kunnen uiteenzetten, evenals over het bedrag van de verschuldigde rechtsplegingsvergoeding.
Partijen waren het erover eens dat het bedrag van de vordering gelegen is tussen 5.000,01 en 10.000,00 euro zodat het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding … euro is.
De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. De rechtsplegingsvergoeding dient derhalve slechts begroot te worden voor deze in het gelijk gestelde partij, die aanspraak kan maken op de rechtsplegingsvergoeding.
Beschikkend gedeelte
V. Uitspraak
Dit vonnis wordt gewezen op tegenspraak en in eerste aanleg.
De vordering van eiser is ontvankelijk, maar ongegrond.
De tegenvordering van verweerster is ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond.
De rechtbank veroordeelt eiser tot betaling van een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding aan verweerster ten bedrage van … EURO (… euro).
De rechtbank veroordeelt eiser tot de kosten en stelt deze als volgt vast :
- voor eiser : … euro (dagvaarding)
- voor verweerster : … euro (rechtsplegingsvergoeding).
Dit vonnis is uitgesproken in eerste aanleg tijdens de gewone en openbare terechtzitting van de twaalfde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op vrijdag 04 januari 2008.
De rechtbank bestond uit :
De heer L. W., alleenzetelend rechter.
Mevrouw J. C., griffier.
J. C. L. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.