---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, 13 december 2002"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Leuven (België), 13 december 2002."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-leuven-2002-12-13-8f28"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, 13 december 2002 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Leuven

**Datum**

13 december 2002

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

65 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 13.12.2002

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven van 13.12.2002**

**AR 01/2527/A**

INZAKE :

…, en zijn echtgenote, …, beide wonende te …, …;

**eiseres,**

ter zitting vertegenwoordigd door mr. **G.** loco mr. **A.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie der directe belastingen, in de persoon van de gewestelijke directeur der directe belastingen, met kantoor te 3001 Leuven, Philipssite 3 a bus 1 – 5 de verdiep;

**verweerster,**

ter zitting vertegenwoordigd door mr. **C.** loco mr. **D. N.**, advocaat te …, …;

De rechtbank doet uitspraak in deze zaak die op de zitting van 15 november 2002 werd behandeld en op tegenspraak in beraad werd genomen.

Gelet op de artikelen 2-9-34-36-37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Gezien het verzoekschrift op tegenspraak ter griffie neergelegd op 7 november 2001 ertoe strekkende te horen zeggen voor recht dat het schrijven van 5 oktober 2001 van de administratie der directe belastingen artikel 333, 3° van het WIB 92 overtreedt aangezien desbetreffend schrijven geen precieze aanwijzingen van fiscale fraude in hoofde van eisers vermeldt en de administratie verbod te horen opleggen om elk onderzoek te voeren met betrekking tot het aanslagjaar 1998.

Gelet op de neergelegde conclusies en stukken.

Gehoord de advocaten van partijen op de openbare zitting van 15 november 2002.

## I. DE FEITEN EN VOORWERP VAN DE VORDERING

Op 5 oktober 2001 schreef de administratie van de directe belastingen, inspectie Vilvoorde A, aan eisers wat volgt :

Onderwerp : kennisgeving bepaald in artikel 333, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92)

Mevrouw, Mijnheer,

Volgens inlichtingen in mijn bezit blijkt dat U in de loop van het jaar 1997 genieter was van verworven rechten in een Luxemburgs pensioenfonds, in dit geval "ASBL **A. D. P. V. R.**", rechten die U ofwel heeft afgekocht ofwel heeft overgedragen naar een verzekeringsinstelling.

In toepassing van artikel 34, § 1, 2° WIB 92, zijn de aldus afgekochte of overgedragen rechten belastbaar.

In geval er overdracht is geweest van de verworven rechten naar een groepsverzekering in het buitenland is deze overdracht krachtens artikel 364ter, tweede lid, WIB 92, belastbaar voor het jaar van de overdracht.

Uw belastingaangifte voor het aanslagjaar 1998, inkomstenjaar 1997 maakt geen melding van het aanvullend kapitaal dat U hebt ontvangen of overgedragen.

U kan evenwel het belastbaar karakter van dit ontvangen of overgedragen aanvullend kapitaal niet ontkennen. Inderdaad :

\- U hebt het bedrag ontvangen van de groepsverzekering nr. … (NV :·FORTIS AG, voorheen : NV ASLK VERZEKERINEN – LEVEN ONDERNEMINGEN)

waaraan U de rechten hebt overgedragen die U verworven had uit het Belgisch pensioenfonds en die deze U normaliter zou moeten hebben uitbetaald bij uw ontslag bij de NV IBM BELGIUM, aangegeven.

\- Alvorens de overeenkomst van individuele aanpassing van de arbeidsvoorwaarden (in het frans AMT = adaptation des modalités de travail) te ondertekenen waarin U hebt aanvaard U aan te sluiten bij de door uw ex-werkgever afgesloten groepsverzekering en het Belgisch pensioenfonds te ontslaan van zijn verplichtingen hebt U noodzakelijkerwijs kennis moeten nemen van de bepalingen van artikel 364ter, WIB 92, waarvan het eerste lid voorziet in uitstel van taxatie bij overdracht meer bepaald van een Belgisch pensioenfonds naar een Belgische verzekeringsinstelling. U kan dus niet ontkennen dat in uitvoering van het tweede lid van voormeld artikel, de overdracht van de verworven rechten in het Luxemburgs pensioenfonds belastbaar waren het jaar van de overdracht.

Het niet aangeven van het bedrag van het aanvullend. kapitaal ontvangen uit het Luxemburgs pensioenfonds of van het bedrag van de door dit laatste overgedragen verworven rechten vloeien niet voort uit onwetendheid van de fiscale bepalingen en vloeien evenmin voort uit gewone nalatigheid of uit een te goeder trouw begane vergissing. Het is bewust dat geen enkel bedrag werd aangegeven.

Artikel 333 WIB bepaalt :

> "Onverminderd de bevoegdheden die haar bij de artikelen 351 tot 351 zijn toegekend, kan de Administratie de in dit hoofdstuk bedoelde onderzoekingen verrichten en belastingen of aanvullende aanslagen eventueel vestigen, zelfs wanneer de aangifte van de belastingplichtige reeds werd aangenomen en de desbetreffende belastingen reeds werden betaald.
>
> Bedoelde onderzoekingen mogen zonder voorafgaande kennisgeving worden verricht gedurende het belastbaar tijdperk evenals in de termijn bedoeld in artikel 351, eerste lid.
>
> Zij mogen bovendien worden verricht gedurende de in artikel 351, tweede lid bedoelde aanvullende termijn van twee jaar, op voorwaarde dat de administratie de belastingplichtige vooraf schriftelijk en op nauwkeurige wijze kennis heeft gegeven van de aanwijzingen inzake belastingontduiking die te zijnen aanzien bestaan voor het bedoelde tijdperk. Die voorafgaandelijke kennisgeving is voorgeschreven op straffe van nietigheid van de aanslag".

Bij toepassing van voormeld artikel 333 WIB 92, zal de administratie voor het aanslagjaar 1998, overgaan tot onderzoekingen tijdens de aanvullende termijn van twee jaar.

Hoogachtend,"

Op 8 november 2001 wordt een bericht van wijziging gestuurd en op 21 mei 2002 wordt een aanvullende aanslag aan eisers toegezonden. Hiertegen zou bezwaar zijn ingediend.

Eisers voeren aan dat de administratie geen enkel bewijs levert van het· bestaan van aanwijzingen van fiscale fraude en dat het schrijven van 5 oktober 2001 geen precieze aanwijzingen van fiscale fraude vermeldt en vragen dat de rechtbank zou zeggen voor recht dat het schrijven van 5 oktober 2001 artikel 333, 32 van het WIB 92 overtreedt en de administratie verbod zou opleggen om elk onderzoek te voeren met betrekking tot het aanslagjaar 1998.

In hun conclusie op 22 juli 2002 neergelegd hebben eisers hun vordering uitgebreid. Zij vorderen "De administratie te verbieden om onderzoekingen te voeren betreffende aanslagjaar 1998 en te zeggen voor recht dat elke onderzoeking die gevoerd werd betreffende dit aanslagjaar aangetast is door nietigheid".

## II. BEOORDELING

1\. Verweerster vraagt de zaak te verwijzen naar de rechtbank van eerste aanleg te Brussel die territoriaal bevoegd zou zijn.

De vraag om inlichtingen werd verstuurd door de controle der belastingen te Vilvoorde. De controle strekt ertoe de inkomsten van eisers voor het aanslagjaar 1998 te controleren. De oorspronkelijke. aanslag werd gevestigd onder kohier artikel …, gemeente …, ontvangkantoor Kortenberg.

Dit ontvangkantoor is gelegen in het gerechtelijk arrondissement Leuven en de rechtbank van eerste aanleg te Leuven is bevoegd voor de beoordeling van deze aanslag (artikel 632 van het Gerechtelijk Wetboek, artikel 1 KB 6 maart 2002).

De controle en de onderzoeksmaatregelen die door eisers betwist worden hebben betrekking op de inkomsten van eisers van het aanslagjaar 1998. De inning van een eventuele aanvullende aanslag valt eveneens onder de bevoegdheid van het ontvangkantoor Kortenberg.

De rechtbank van eerste aanleg te van Leuven is derhalve bevoegd.

2\. De rechtbank heeft partijen uitgenodigd hun standpunt uiteen te zetten i.v.m. de ontvankelijkheid van de vordering en heeft tevens aan partijen de vraag gesteld of de vordering niet zonder voorwerp is geworden.

3\. Het verzoek om onderzoeksdaden te horen nietig verklaren werd ingesteld bij conclusie op 22 juli 2002 ter griffie neergelegd. De supplementaire aanslag werd uitvoerbaar verklaard op 16 mei 2002 en op 21 mei 2002 aan eisers verzonden.

Art. 1385undccies Ger. W., zoals ingevoegd bij de wet van 23 maart 1999, bepaalt : "Tegen de belastingadministratie wordt de vordering inzake de geschillen bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, slechts toegelaten indien de eiser voorafgaandelijk het door of krachtens de wet georganiseerde administratief beroep heeft ingesteld.”

Tegen de aanslag moet voorafgaandelijk bezwaar aangetekend worden bij de Gewestelijke Directeur. Het verzoek dat na de vestiging van de aanslag bij de rechtbank wordt ingediend om onderzoeksdaden te horen nietig verklaren is niet toelaatbaar.

In de mate dat het verzoek ertoe strekt dat de rechtbank zou zeggen voor recht dat “elke onderzoeking die gevoerd werd betreffende dit aanslagjaar aangetast is door nietigheid” is de vordering niet toelaatbaar.

4\. In zoverre de vordering ertoe strekt te horen bevelen dat geen onderzoeksverrichtingen mogen uitgevoerd worden die tot een aanslag zouden kunnen leiden s de vordering thans zonder voorwerp geworden Er werd reeds een supplementaire aanslag gevestigd.

5\. De termijn van artikel 333 WIB 92 alsmede de in deze bepaling verplichte voorafgaande kennisgeving van de aanwijzingen inzake belastingontduiking is niet van toepassing op de onderzoeksdaden verricht tijdens het onderzoek van het bezwaarschrift (Antwerpen 28 november 2000, *F.J.F.* 2001, 5).

Op grond van de door eisers aangevoerde middelen kan aan de BELGISCHE STAAT geen verbod worden opgelegd onderzoeksdaden te stellen tijdens het onderzoek van het bezwaarschrift.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtsprekende op **tegenspraak** en in eerste aanleg.

Verklaart de vordering ontoelaatbaar in zoverre zij ertoe strekt de onderzoeksverrichtingen niet te horen verklaren.

Stelt vast dat de vordering zonder voorwerp is geworden in zoverre zij ertoe strekt aan de administratie verbod te horen opleggen onderzoeksdaden te verrichten met het oog op het vestigen van een aanslag.

Wijst de vordering voor het overige als ongegrond af.

Veroordeelt eisers tot de kosten, begroot op 334,67 euro rechtsplegingsvergoeding voor eisers en op 334,67 euro rechtsplegingsvergoeding voor verweerster.

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de **twaalfde kamer** de rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op **vrijdag 13 december 2002**, waar zetelden :

de heer **L. W.**, alleenzetelend rechter en

mevrouw **D. D. C.**, adjunct-griffier.

**D. D. C.** **L. W.**
