---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, 9 maart 2001"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Leuven (België), 9 maart 2001."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-leuven-2001-03-09-0969"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, 9 maart 2001 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Leuven

**Datum**

9 maart 2001

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

72 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 09.03.2001

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 09.03.2001**

**AR 96/62229/A**

**NV USA C. C. T.**, handelaarster in motorvoertuigen, BTW-nummer …, met zetel te …, …, eiseres, ter zitting vertegenwoordigd door haar raadsman, meester **S. H.**, advocate, kantoorhoudende te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor, waarvan de kantoren gevestigd zijn in het Rijksadminstratief Centrum te 3300 Tienen, Goossenvest 3,

**verweerder,**

ter zitting vertegenwoordigd door zijn raadsman, meester **D. B.**, advocaat, kantoorhoudertde te …, ….

---

De rechter doet uitspraak in deze zaak die in beraad werd genomen op de zitting van 2.02.2001, op tegenspraak.

Gelet op de artikelen 2-9-34-36-37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Gehoord partijen in hun middelen bij monde van hun raadsman op de zitting van 2.02.2001 en gelet op de aanvullende conclusies neergelegd voor partijen en op de voor partijen aanvullend neergelegde bewijsstukken.

Gezien het tussenvonnis van 12.05.2000, waarin bijkomende inlichtingen werden gevraagd door de rechtbank.

---

## I. Feiten

1\. Voor de uiteenzetting van de feiten wordt verwezen naar het tussenvonnis.

2\. Eiseres legt een bijkomende reeks boekhoudkundige stukken neer die volgens haar :

\- aantonen dat sedert de ingebruikname van het appartement in de publiciteit melding werd gemaakt van het adres in … en of van de telefoon;

\- dat de omzet in de regio geleidelijk doch aanzienlijk is gestegen;

\- dat er een akkoord is geweest met de directe belastingen na controle van de aanslagjaren 1992-1993 waarbij de intresten ter financiering van het appartement werden verworpen, doch niet de aftrek van de nutsvoorzieningen en de afschrijvingen;

\- dat er een akkoord is geweest met de directe belastingen na controle van de aanslagjaren 1995 en 1996 waarbij de aftrek van de intresten ter financiering van het appartement, de aftrek van de kosten van de nutsvoorzieningen en de afschrijvingen volledig werden aanvaard;

\- dat er een controle in 1999 is geweest van het AOIF en er een voorlopig akkoord werd gesloten in afwachting van huidige beslissing, om alle kosten van nutsvoorzieningen voorlopig te verwerpen.

3\. Verweerder legt volgende stukken neer :

\- de brief van 16.03.1993 aan de BTW-controle van Nieuwpoort met de opdracht een onderzoek te doen;

\- het antwoord van de controleur van Nieuwpoort van 21.04.1993 met zijn bevindingen;

\- het antwoord van de directe belastingen Tienen m.b.t. de verwerping van 369.055 Bef. Het gaat om intresten op de investering in … (aankoop gebouw, bevloering en beschrijfkosten) waarvan de aftrek voor 100 % werd verworpen als beroepskosten, daar er tegenover de investering geen beroepsinkomsten staan.

## II. Beoordeling

II.1. Wat het verzoek tot het weren uit de debatten van stukken betreft.

De debatten werden heropend "teneinde partijen toe te laten verdere uitleg te verstrekken en stukken voor te leggen :

\- aangaande het akkoord met de dienst van de directe belastingen;

\- de instructies aan en de brief van 21. 04 .1993 van de controleur van de BTW van Nieuwpoort.”

Het is eiseres dus ook toegelaten haar informatie te geven over het akkoord en over eventuele latere akkoorden indien dit voor de oplossing van het geschil relevant is.

Verweerder heeft trouwens haar verweer kunnen voeren aangaande deze stukken, waarvan niet beweerd wordt dat ze vals zouden zijn.

Er is dus geen aanleiding om stukken te weren uit de debatten.

II.2 Ten gronde

1\. Uit de controle van de controleur van Nieuwpoort blijkt dat :

\- er een kamer ingericht werd voor administratie bureel en computer (mecanografie),

\- de kamer die()p plan archief werd genoemd is voorzien van een 2-zit en een kast,

\- de kamer die op plan, kantoor werd genoemd wordt beschreven :

"open keuken : op tablet reclamefolders van auto's; wandmeubel met tv; hoeksalon; schrijftafel met folders en sticker

\- op de bel in hall is gemeld USA **C. C. T.**

\- op schuifraam een sticker op de vijfde verdieping doch niet op te merken van de straat.

De controleur besluit : *"Gezien mijn diverse pogingen om iemand te ontmoeten van het personeel van de NV* ***C. C.*** *en dat enkel wat rondgelegde reclame folders in het appartement enige activiteit zouden aantonen ben ik van oordeel dat het eventuele bedrijfskarakter zeer miniem is."*

2\. Uit de diverse controles van de directe belastingen blijkt dat er minstens gedeeltelijk een beroepsgebruik werd aanvaard gezien de aftrek van nutsvoorzieningen werd aanvaard, behalve in 1999 voor aanslagjaar 1997 en 1998 (het beweerde voorbehoud voor de beslissing in huidige betwisting is niet vermeld in het akkoord).

3\. De publiciteit in de regio en de omzet in de regio zijn bewezen aan de hand van stukken. Of alle verkopen in de regio gerealiseerd ook effectief in het appartement of dankzij het appartement tot stand kwamen is niet zeker maar ook niet relevant daar het openen van een bijkomende zetel en de ligging ervan in principe een opportuniteitskwestie is waarin de belastingadministratie niet kan tussenkomen. Deze laatste dient enkel na te gaan of het bestaan van de bijkomende zetel effectief is en werkelijk voor beroepsdoeleinden gebruikt wordt en indien slechts gedeeltelijk, voor welk gedeelte.

4\. Deze beoordeling dient in concreto te gebeuren.

Uit de controle ter plaatse dient besloten dat het appartement wel degelijk ingericht en aangeduid is als bijkomend verkoopkantoor doch evenzeer als appartement kan gebruikt worden, zonder dat dit enige aanpassing vergt (zie ook aanwezigheid badkamer).

In het betwiste tijdperk werd het appartement, volgens eigen verklaringen vooral op maandag door de zaakvoerder en het personeel van … gebruikt daar die dag de sluitingsdag is voor de zaak in … en er dan afspraken kunnen gemaakt worden in ….

De omzetstijging in de regio is een realiteit, zo ook de publiciteit met vermelding van de zetel in ….

Er is geen vast personeel tewerkgesteld in … zodat de bedrijfsactiviteit beperkt is tot de maandagen en de dagen dat iemand zich van … verplaatst voor een afspraak.

Toch is er een normaal verbruik van de nutsvoorzieningen.

De omzet gerealiseerd in de regio schommelt standvastig rond de 20 %.

Op grond van al deze gegevens samen dient besloten dat het beroepsgebruik van de zetel in … op 20 % wordt geraamd, zodat het voor 80 % als privé wordt beschouwd.

Het dwangbevel is dus rechtmatig betekend voor 80 % hetzij aan nagevorderde BTW in hoofdsom (630.384 x 80 % =) 504.307 Bef. en de aan dit bedrag verbonden boete en intresten.

Voor het meer gevorderde wordt het dwangbevel vernietigd.

Verweerder wordt veroordeeld tot de terugbetaling van het te veel geïnde zoals gevraagd in het kader van de uitbreiding van de eis.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTER,**

Beslissend in eerste aanleg en op **tegenspraak**;

Verklaart het verzet ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond;

Zegt voor recht dat het dwangbevel rechtmatig werd betekend voor 80 %, hetzij aan nagevorderde BTW in hoofdsom (630.384 x 80 % =) 504.307 Bef. en de aan dit bedrag verbonden boete en intresten.

Vernietigt het dwangbevel voor het meer gevorderde en veroordeelt verweerder tot de integrale terugbetaling van alle bedragen die ten onrechte werden ingehouden of betaald of toegerekend.

Veroordeelt verweerder tot de kosten hieronder begroot :

## Voor eiseres

Dagvaarding : 2.979 Bef.

Rechtsplegingsvergoeding : 12.900 Bef.

Voor verweerder :

Rechtsplegingsvergoeding : 12.900 Bef.

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de **twaalfde kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, op vrijdag, **9 maart tweeduizendenéén**, waar zitting namen :

mevrouw **K. D.**, alleensprekend rechter,

mevrouw **M. C.**, griffier.

**M. C.** **K. D.**
