---
title: "Rechtbank van eerste aanleg, 27 augustus 2002"
description: "Rechtbank van eerste aanleg (België), 27 augustus 2002."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-kortrijk-2002-08-27-081c"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg, 27 augustus 2002 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Datum**

27 augustus 2002

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

66 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Kortrijk d.d. 27.08.2002

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN HET ARRONDISSEMENT KORTRIJK, PROVINCIE WEST-VLAANDEREN, TWEEDE KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKEND IN BURGERLIJKE ZAKEN**

In de zaak AR nr. **00/615/A**

**BVBA …**, AUTOHANDEL,

## THANS :

**BVBA S. W.**, met vennootschapszetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Kortrijk onder nummer …;

**eiseres,**

vertegenwoordigd door en pleitend Meester **K. G.**, advocaat te …, … : (ref. ?)

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, in de persoon van de heer ontvanger van het 2de BTW-ontvangkantoor Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk. Hoveniersstraat 31;

**verweerder,**

vertegenwoordigd door en pleitend Meester **F. W.**, advocaat te …, …; (ref. …)

De respectieve raadslieden van partijen hebben de zaak uiteengezet in openbare terechtzitting.

De besluiten en stukken werden ingezien.

Bij dagvaarding betekend op 14 februari 1994 door **V. V.**, plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder van **W. L.**, gerechtsdeurwaarder met standplaats te …, heeft eiseres verzet aangetekend tegen het dwangbevel uitgevaardigd door de Ontvanger te Kortrijk op 19 januari 1994, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 27 januari 1994 door de ambtenaar daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW te Brugge en bij aangetekend schrijven van 28 januari 1994 ter kennis gebracht van de verzetdoende eiseres.

Eiseres vordert in haar dagvaarding het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren, het dwangbevel waartegen verzet te vernietigen en haar te ontlasten van alle veroordelingen tegen haar erin uitgesproken (aan BTW, intresten en boeten), almede de gedingkosten met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding ten taste van verweerder te leggen.

Dit alles bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling noch kantonnement.

## Wat betreft de verschuldigde BTW

Bij arrest van het Hof van Beroep te Gent d.d. 29 mei 1997 werden de strafbare feiten (die onder andere verband houden met te weinig gefactureerde (ver)koopprijzen) in hoofde van de zaakvoerders van eiseres bewezen verklaard.

De gunst van opschorting van straf werd verleend.

Eiseres was mee gedagvaard als burgerlijk verantwoordelijke.

Het Hof bracht wel cijfermatige verbeteringen aan met betrekking tot de tenlasteleggingen.

De door het Hof aangebrachte cijfermatige verbeteringen zelf staan derhalve thans niet meer ter discussie.

## Aldus bedraagt het omzettekort

\- voor het jaar 1989 : 118.675,85 euro (4.787.372 Bef) in plaats van 123.688,20 euro (4.989.570 Bef).;

\- voor het jaar 1990 : 136.616,97 euro (5.511.115 Bef) in plaats van 139.941,47 euro (5.645.225 Bef);

\- voor het jaar 1991 : 103.987,61 euro (4.194.850 Bef) in plaats van 104.827,72 euro (4.228.740 Bef).

Het totaal omzettekort bedraagt derhalve 359.280,43 euro (14.493.337 Bef) in plaats van 368.457,40 euro (14.863.535 Bef).

De rechtbank volgt de stelling van eiseres : voor particulieren bevat de aankoop-, verkoopprijs van een wagen in de regel ook de BTW en dit geldt zeker in de tweedehandsmarkt, zoals in casu.

De BTW moet derhalve berekend worden als zijnde begrepen in het omzettekort (= in de niet-aangegeven meer ontvangsten) en de BTW moet er derhalve niet geheel bovenop gerekend worden, zoals de administratie doet.

Verweerder kan de verschuldigde BTW op niet-aangegeven meeromzet evenmin thans nog gaan verhogen (wegens inmiddels tussengekomen verjaring).

De door eiseres nog verschuldigde BTW bedraagt derhalve in hoofdsom nog 359.280,43 euro x 25/125 = 71.856,09 euro (2.898.667,3 Bef),

Het is tevens op voormeld bedrag van 71.856,09 euro aan nog verschuldigde BTW dat de intrest dient gerekend.

## Wat betreft de boete

Verweerder rekent in toepassing van de artikelen [70, § 1 en 1bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) van het BTW-Wetboek de dubbele BTW-boete aan (200 %).

Deze boete wordt betwist door eiseres.

Een administratieve fiscale boete kan als een strafsanctie in de zin van artikel 6 E.V.R.M. en van artikel 14 van het B.U.P.O. dienen beschouwd te worden wanneer zij :

1\. zonder onderscheid elke belastingplichtige (en niet slechts een bepaalde groep met een particulier statuut) betreft;

2\. een bepaald gedrag voorschrijft en op de niet-naleving een sanctie stelt;

3\. niet alleen een vergoeding in geld van een schade betreft, maar essentieel ertoe strekt te straffen om herhaling te voorkomen;

4\. stoelt op een norm met een algemeen karakter waarvan het oogmerk tegelijk preventief en repressief is;

5\. zeer zwaar is, gelet op het bedrag ervan.

De rechtbank is van oordeel dat een BTW-boete van 200 % (in cijfers bijna 185.920 euro of 7.500.000 Bef) aan deze criteria voldoet en dus een strafkarakter heeft.

De rechtbank is bevoegd om een administratieve boete die het karakter heeft van een straf, met volheid van rechtsmacht te toetsen, ook naar opportuniteit, volgens het evenredigheidsbeginsel.

Zij kan de boete herleiden tot een aan de feiten aangepast niveau.

De rechtbank is van oordeel dat er in hoofde van eiseres geen sprake is van echt karakteristiek fraudogene handelingen.

Eiseres bevond zich inderdaad als het ware tussen hamer en aambeeld : zowel de personen bij wie zij de wagens aankocht als de personen aan wie zij de wagens verkocht hadden er meestal belang bij om de factuurprijs te drukken. Voor eiseres zelf maakte dit geen voordeel uit doch het is wel bij haar dat de administratie komt aankloppen om de BTW te vorderen.

Dit laatste heeft de wetgever inmiddels ingezien en de wet is veranderd zodat de BTW niet meer verschuldigd is op de gehele prijs, maar enkel op de winstmarge.

Met inachtname van de feiten en vooral van de omstandigheden waarin en wanneer ze werden begaan, acht de rechtbank een boete van 12.500 euro verantwoord, op heden begroot, meer de intresten vanaf heden.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 2, 34, 36, 37 en 41 van de taalwet van 15 juni 1935.

Wijzende op tegenspraak.

Verklaart het verzet tijdig, regelmatig naar de vorm, toelaatbaar en ontvankelijk, doch slechts in beperkte mate gegrond.

Doet het bestreden dwangbevel teniet in zoverre het meer vordert dan :

\- 71.856,09 euro (2.898.667,3 Bef) aan BTW, meer de intresten hierop vanaf het ogenblik vastgesteld in het bestreden dwangbevel;

\- 12.500 euro aan boete begroot op heden, meer de intresten hierop vanaf heden.

Legt de geding- en gerechtskosten als volgt ten laste van eiseres, zowel deze aan haar zijde gevallen als 2/3 van de rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van verweerder begroot op 327,22 euro, dit betekent dus 218,14 euro die eiseres dient te betalen aan verweerder.

Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement wat de veroordeling tot de geding- en gerechtskosten betreft.

Aldus gevonnist en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Kortrijk in buitengewone openbare terechtzitting op **ZEVENENTWINTIG AUGUSTUS TWEEDUIZEND EN TWEE**.

Aanwezig :

**M. B.**, alleen zetelend rechter;

**G. H.**, griffier-hoofd van dienst.

**G. H.** **M. B.**

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Creditnota, Overeenkomst tussen partijen, Neutraliteit, Fiscale geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/creditnota-overeenkomst-tussen-partijen-neutraliteit-rechtbank-namen-2022-09-22-0018) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldboeten, Kwijtschelding van geldboeten, Laattijdige indiening van de btw-aangifte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldboeten-kwijtschelding-laattijdige-indiening-btw-rechtbank-bergen-2022-02-24-058e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Motivering van het dwangbevel, Nietigheid dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/boete-motivering-dwangbevel-nietigheid-openbare-cassatie-brussel-2021-01-29-081b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Forfait caféhouders, Motivering van bestuurshandelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-forfait-cafehouders-motivering-hof-van-beroep-luik-2021-10-08-0aae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd kassasysteem, Gebrek aan een kassa](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-gebrek-kassa-rechtbank-namen-2020-12-10-0baa) 1 gemeenschappelijke bepalingen
