---
title: "Rechtbank van eerste aanleg, 19 november 2001"
description: "Rechtbank van eerste aanleg (België), 19 november 2001."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-kortrijk-2001-11-19-10a8"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg, 19 november 2001 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Datum**

19 november 2001

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

64 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Kortrijk d.d. 19.11.2001

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN HET ARRONDISSEMENT KORTRIJK, PROVINCIE WEST-VLAANDEREN, TWEEDE KAMER MET EEN RECHTER, RECHTSPREKENDE IN BURGERLIJKE ZAKEN :**

In de zaak : **96/60983/A**

**BVBA N. T.**, autocarbedrijf, met vennootschapszetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Kortrijk onder nummer …;

**eiseres,**

vertegenwoordigd door en pleitend Meester **P. V.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van dhr. Hoofdcontroleur van de BTW te Kortrijk 5, wiens kantoren gevestigd zijn te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat, 31;

**verweerder;**

vertegenwoordigd door en pleitend Meester **F. W.**, advocaat te …, …,

De respectieve raadslieden van partijen hebben de zaak uiteengezet in openbare terechtzitting.

De besluiten en stukken werden ingezien.

Gezien het vonnis van 4 oktober 1999, gewezen op tegenspraak, waarin reeds de vordering werd uiteengezet.

Het komt er op neer dat eiseres de som aan BTW, boetes en intresten, die zij in uitvoering van het bestreden dwangbevel (uitgevaardigd op 8 januari 1996, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 10 januari 1996 en aangetekend ter kennis gegeven op 15 januari 1996) aan de administratie heeft betaald, terugvordert vermeerderd met de rente.

De administratie houdt voor dat eiseres ten onrechte de BTW heeft afgetrokken op de oprichtingskosten van een in 90-91 opgericht atelier of werkplaats.

Volgens de administratie heeft eiseres dit atelier niet bestemd voor, of na de oprichting gebruikt voor aan BTW onderworpen bedrijfshandelingen.

In tweede besluiten, neergelegd ter griffie op 25 september 1998, bladzijde 2 bovenaan, moet eiseres zelf al toegeven dat zij niet kan bewijzen dat de administratie de gedane aftrek van BTW op de oprichtingskosten van het atelier zou hebben aanvaard in de technisch juridisch-fiscale zin.

Dit is zelfs niet het geval voor de BTW op de oudste factuur van 31 oktober 1990 aangezien eiseres, die kwartaalaangiften deed, deze aftrek pas kon uitoefenen op 20 januari 1991 en deze factuur dus nog niet vervat kon zijn in de BTW-controle over de jaren 1986-87-88 en 89.

Het is niet omdat het proces-verbaal eerst 6 à 7 maanden na de twee verrichte plaats controles in het bewuste atelier is opgemaakt dat het daarom automatisch a priori onjuist of onbetrouwbaar zou mogen beschouwd worden.

De controleambtenaren nemen uiteraard onmiddellijk notities van de vaststellingen en gezegdes ter plaatse die eventueel later worden geofficialiseerd in het proces-verbaal.

Eiseres bewijst niet dat de administratie …, eveneens BTW-belastingplichtige, zou onder druk gezet hebben om "tegen'' haar te ageren.

Door al deze voormelde beweringen en verdachtmakingen leidt eiseres wel de aandacht af van de kern van het debat, met name dat zij, eiseres, de bewijslast draagt van het feit dat zij het in 1990-91 opgerichte atelier heeft bestemd voor (wat kan blijken uit de effectief bewezen aanwending voor) BTW onderworpen bedrijfshandelingen (voor haarzelf).

Eiseres heeft ten bewijze daartoe onder meer het getuigenbewijs aangeboden.

Bij vonnis van 4 oktober 1999 beval de rechtbank vooreerst het ambtshalve getuigenverhoor van … nopens de feiten waarvan sprake in de motivering van het vonnis en ook eiseres werd toegelaten tot het door haar aangeboden getuigenverhoor nopens een aantal feiten vermeld in het diapositief van het vonnis van 4 oktober 1999.

De rechtbank moet evenwel vaststellen in het gerechtsdossier dat op 4 januari 2000 het ambtshalve bevolen getuigenverhoor van … wel heeft plaatsgevonden, doch inzake het getuigenbewijs waartoe eiseres werd toegelaten heeft zij geen getuigenlijst neergelegd waarna de sluiting van het getuigenverhoor werd bevolen.

De rechtbank is het met verweerder eens dat gans de bewijsvoering van eiseres terug te voeren is tot enkele eenzijdig opgestelde bewijsmiddelen die zij zichzelf verschaft zoals een naar voorwerp zeer vaag opgesteld huurcontract en de aangiftes in de provinciebelasting (van het nieuwe atelier onder de door eiseres benutte bedrijfsoppervlakte) waaraan eiseres dan door middel van bepaalde redeneringen interpretaties en beweringen ten beste geeft die in haar stelling passen.

Verweerder van zijn kant brengt echter een aantal objectieve vaststellingen en gegevens naar voor die er de rechtbank toe nopen aan te nemen dat het nieuw atelier in 1990-91 opgericht al van voor de voltooiing bestemd was voor en na de voltooiing ook effectief gedurende jaren is aangewend voor een hoofdzakelijk gebruik door …, die daarvoor betaalde aan **N. D.**, zaak\\voerder van eiseres.

Belangrijk zijn daarbij volgende vaststellingen en gegevens :

\- bij de controles ter plaatse in het nieuw atelier werd telkens vastgesteld dat … daar in het nieuw atelier "aan het werk" was;

de man drijft een autohandel met carrosserie- en depannagebedrijf en is voor deze activiteit BTW-belastingplichtige (heeft een BTW-nummer);

\- tussen het oud atelier (gehuurd door …) en het nieuw atelier is een grote opening gemaakt enkel afgesloten met plastieken tochtwerende lamellen en langswaar … ongehinderd toegang krijgt tot het nieuw atelier;

er blijkt niet dat eiseres ooit heeft geprotesteerd tegen het gebruik dat … maakte van het nieuw atelier;

\- er is slechts één elektriciteitsmeter en alle elektriciteitsrekeningen zowel van oud als nieuw atelier staan op naam van … en werden door hem betaald;

\- een effectieve ingebruikname van het nieuw atelier door eiseres is bij de controles ter plaatse niet materialiter en de visu vastgesteld kunnen worden;

\- er is de verzekeringspolis die wordt voorgelegd van … en waar kort voor de voltooiing van het nieuw·atelier het huurrisico van het ''pand … naast (nr.) …, …" werd opgetrokken met ± 3.000.000 fr. wat de gebouwen betreft en met ± 6.000.000 fr. wat het roerend deel betreft;

\- er zijn de huurcontracten van 1 mei 1985 en 1 juli 1991;

in dit laatste contract, kort voor de voltooiing van het nieuw atelier, wordt de huurprijs met 30.000 fr. opgetrokken zonder dat het huurcontract duidelijk laat blijken waarvoor dat juist was;

\- ondanks afzonderlijke watertellers is er geen discussie tussen partijen dat … alle waterverbruik van beide ateliers betaalde;

\- er is ook geen discussie tussen partijen dat alle uitrustingsgoederen en machines die zich in het nieuw atelier bevonden toebehoren aan … (eiseres bewijst alvast niet dat zij eigenares was van de machines die zich in het nieuw atelier bevonden).

Bij dit alles komt nog dat verweerder bewijst dat de handtekening voorkomend op de schriftelijke verklaring gevoegd aan het proces-verbaal van 29 november 1995 duidelijk aan de garage … is toe te schrijven (stukken 33 van verweerder).

In zijn getuigenverklaring onder ede van 4 januari 2000 heeft … eerst toch zijn best gedaan om eiseres ter wille te zijn doch de realiteit van het gebruik door hem van het nieuw atelier en dit van onmiddellijk bij de oprichting, blijkt ook hier weer uit volgende verklaringen van de getuige :

"Onmiddellijk na de oprichting van het gebouw werd een grotere poortopening tussen de twee gebouwen gemaakt met plastieken afscheiding.

Dit was omdat ik een beetje meer plaats nodig had.

…

Ik betaalde de kosten van water en elektriciteit van de beide hangars.

> "De inhoud van de brief (gehecht aan het proces-verbaal) strookt evenwel met de werkelijkheid. Het huurgeld waarvan sprake in die brief bevatte aanvankelijk ook het huurgeld voor het nieuwe gebouw, althans zo dacht ik, want nadien bleek dat ik geen huurcontract kon krijgen voor het nieuwe gebouw".

Uit de getuigenverklaring komt eveneens naar voor dat de autocars in de gecontroleerde periode veelal op het stuk grond naast de ateliers stonden en eerder af en toe zouden er een paar autocars eens in het atelier hebben gestaan.

De rechtbank is van oordeel dat de stelling van verweerder, het nieuw atelier reeds van kort voor de oprichting, alleszins van bij de oprichting in hoofdzaak bestemd was om door … te worden gebruikt en ook in hoofdzaak effectief door werd gebruikt, wordt gesteund door meer objectieve gegevens, vaststellingen en verklaringen.

Er valt moeilijk aan te nemen dat … zomaar 1.440.000 fr. gaat betalen (periode 1 juli 1991 tot 31 juli 1995 aan 30.000 fr. extra per maand) om één nieuwe garagepoort te mogen gebruiken van 136.220 fr. en een rudimentaire parking die hij niet ten volle blijkt nodig te hebben (veeleer lijkt hij meer plaats nodig te hebben aan atelierruimte...).

Het is niet omdat eiseres zorgvuldig haar best deed het woord huur te vermijden in de relatie tussen … en haarzelf dat zij daarmee aan haar bewijslast voldeed dat zij het atelier oprichtte en bestemde in de eerste plaats voor BTW-belaste bedrijfshandelingen van haarzelf.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 2, 34, 36, 37 en 41 van de taalwet van 15 juni 1935.

Wijzende op t**egenspraak**.

Verklaart de vordering toelaatbaar en ontvankelijk maar wijst haar af als ongegrond.

Legt alle geding- en gerechtskosten ten laste van eiseres, zo deze aan haar zijde gevallen als aan de zijde van verweerder begroot in op 23 april 2001 neergelegde besluiten op 12.900 fr. rechtsplegingsvergoeding.

Verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en zonder borgstelling.

Aldus gevonnist en uitgesproken in het Gerechtsgebouw te Kortrijk in openbare terechtzitting op **NEGENTIEN NOVEMBER TWEEDUIZEND EN EEN**.

Aanwezig :

**M. B.**, alleenzetelend rechter;

**G. H.**, griffier.

**G. H.** **M. B.**
