---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, 4 november 2009"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt (België), 4 november 2009."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-hasselt-2009-11-04-6574"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, 4 november 2009 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Hasselt

**Datum**

4 november 2009

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

85 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Hasselt d.d. 04.11.2009

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER D, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

INZAKE A.R. nr. **04/114/A**

**W. G.**, wonende te … - … (…), …, en

**V. T. A.**, wonende te … - … (…), ….

**eisers,**

vertegenwoordigd door mr. **C.** loco mr. **V. R.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**ADMINISTRATIE DER DIRECTE BELASTINGEN**, in de persoon van de gewestelijk directeur, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 43.

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

**verweerder,**

vertegenwoordigd door mr. **D. D.** loco mr. **R. F.**, advocaat te …, ….

**VOLGT HET VONNIS :**

Gelet op :

\- het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 15.01.2004;

\- de conclusie, de synthesebesluiten en stukken van eisers;

\- de conclusies, de aanvullende conclusies, de syntheseconclusies en stukken van verweerder.

---

## I. DE FEITEN EN VOORGAANDEN

Tweede Eiseres, **V. T. A.** had de hoedanigheid van belastingplichtige bij toepassing van art. 4 W.BTW. Zij dreef handel in video- en elektrogoederen onder de benaming **A. B.**. Zij was onder haar persoonlijke naam geregistreerd onder BTW-nummer … vanaf 02.01. 1989.

Tweede eiseres heeft ten aanzien van de BTW-administratie verschillende schulddossiers.

### Schulddossier RCIV nr. …

Op 06.07.1992 gaf de Procureur-Generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen, toelating aan de ambtenaren verbonden aan de Administratie van de bijzondere belastinginspectie tot het nemen van inzage en afschrift van het strafdossier notitienummers … en … van de parketten van de Procureur des Konings te Antwerpen en te Hasselt.

Na inzage van voormelde strafdossiers stelde de BTW-administratie vast dat er in 1989 facturen uitgereikt werden door **A. B.** aan Belgische afnemers voor de levering van audio-visuele apparaten en toebehoren, die niet geboekt werden bij **A. B.**. De aangerekende BTW en speciale luxetaks werd niet doorgestort aan de Staat noch opgenomen in de ingediende BTW-aangiften van **V. T. A.**.

Op 02.09.1992 werd er een proces-verbaal opgesteld waaruit bleek dat **V. T. A.** volgende bedragen verschuldigd was :

\- … euro aan BTW,

\- … euro aan wettelijke boeten en intresten.

Op 05.02.1993 werd er een dwangbevel uitgevaardigd dat geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de gewestelijke directeur van de BTW te Hasselt op 05.04.1993.

Op 20.04.1993 werd middels exploot van gerechtsdeurwaarder het dwangbevel aan **V. T. A.** betekend op het adres te …, ….

Op 18.12.1997 werd bij gebreke aan officiële gekende woonplaats of verblijfplaats van **V. T. A.**, het dwangbevel van 05.02.1993 samen met het proces-verbaal van 02.09.1992 betekend aan de Procureur des Konings te Hasselt overeenkomstig art. 40 Ger. W.

Op 18.01.2000 werd het dwangbevel van 05.02.1993 samen met het proces-verbaal van 02.09.1992 herbetekend bij gerechtsdeurwaarderexploot op het adres te …, …, ….

### Schulddossier …

Op 08.04.1994 werd er door de BTW-administratie een proces-verbaal opgesteld waaruit bleek dat tweede eiseres in 1991 en 1992 facturen met BTW uitreikte doch de facturen werden niet opgenomen in de boekhouding en het opgenomen bedrag van BTW werd niet doorgestort aan de Staat.

Uit voormeld proces-verbaal bleek dat **V. T. A.** volgende bedragen verschuldigd was :

\- … euro aan BTW,

\- … euro aan wettelijke boeten en intresten.

Op 12.01.1995 werd er een dwangbevel uitgevaardigd dat op 13.01.1995 geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de hoofdcontroleur van de BTW te Leopoldsburg.

Op 19.01.1995 werd middels exploot van gerechtsdeurwaarder voormeld dwangbevel samen met het proces-verbaal van 08.04.1994 betekend aan de Procureur des Konings te Hasselt.

Op 18.01.2000 werd het dwangbevel 12.01.1995 samen met het proces-verbaal van 02.09.1992 herbetekend bij gerechtsdeurwaarderexploot op het adres te …, …, ….

### Schulddossier …

Op 12.10.1994 werd er door de BTW-administratie een proces-verbaal opgesteld waaruit bleek dat eisers in het vierde kwartaal van 1989 en 1990 en in het eerste en het tweede kwartaal van 1991 een bedrag van … euro ten onrechte aan BTW had afgetrokken. Er konden door tweede eiseres geen aankoopfacturen voorgelegd worden.

Uit voormeld proces-verbaal bleek dat **V. T. A.** volgende bedragen verschuldigd was :

\- … euro aan BTW,

\- … euro aan wettelijke boeten en intresten.

Op 12.01.1995 werd er een dwangbevel uitgevaardigd dat op 13.01.1995 geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de hoofdcontroleur van de BTW te Leopoldsburg.

Op 19.01.1995 werd middels exploot van gerechtsdeurwaarder voormeld dwangbevel samen met het proces-verbaal van 12.10.1994 betekend aan de Procureur des Konings te Hasselt.

Op 18.01.2000 werd het dwangbevel 12.01.1995 samen met het proces-verbaal van 12.10.1994 herbetekend bij gerechtsdeurwaarderexploot op het adres te Nederland, Luyksgestel, Dorpsstraat 75.

**V. T. A.** betwiste de rechtsgeldigheid van de betekeningen van de dwangbevelen en stelde dat de verjaring hierdoor niet was gestuit en de invorderingstermijn van de aanslagen verstreken was.

Bij directorale beslissing van 05.11.2003 (…) besliste de wnd. Gewestelijk Directeur dat de betekeningen wel rechtsgeldig gebeurden.

Bij verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 15.01.2004 stelden eisers een vordering in rechte in.

## II. IN RECHTE

### *1. De ontvankelijkheid*

1\. Verweerder werpt geen middelen van niet-ontvankelijkheid op en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

### *2. Gegrondheid*

1\. Eisers houden voor dat de betekening van 20.04.1993 op het adres te …, …, en de betekening van 18.12.1997 aan de Procureur des Konings niet als rechtsgeldig kunnen worden beschouwd aangezien verweerder kennis had van het adres van eisers te … (…), …. Volgens eisers is de eerste rechtsgeldige betekening de betekening van 18.01.2000 zodat de vorderingen van verweerder verjaard zijn.

Verweerder stelt dat de betekening van 20.04.1993 op het adres te Lommel, Vreyshorring en de betekening van 18.12.1997 aan de Procureur des Konings wel rechtsgeldig gebeurden en dat de vorderingen dan ook niet verjaard zijn.

De rechtbank dient de regelmatige toepassing van art. 40 Oer. W. te onderzoeken.

Overeenkomstig art. 40 Ger. W. wordt, wanneer de geadresseerde in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, verblijfplaats noch gekozen woonplaats heeft, aan hem op rechtsgeldige wijze betekend, als de betekening gedaan wordt aan de procureur des Konings, in wiens rechtsgebied de rechter die van de invordering kennis moet nemen of heeft genomen, zitting houdt. De betekening in het buitenland of aan de Procureur des Konings is ongedaan indien de partij op wier verzoek ze verricht is, de woonplaats of de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt, in België, of in voorkomend geval, in het buitenland, kende.

Het bewijs van de kennis van woon-, verblijf- of gekozen woonplaats moet worden geleverd door de partij die zich erop beroept, ten deze eisers (SMETS, A., "commentaar bij art. 39 Ger.W.- Art. 41 Ger. W., in X., Gerechtelijk recht.

Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, 20071, Deel I, Hfdst. VII, Ger. W. Art. 39-1 - Ger. W. Art. 41-2 (32 p.).

De betekening aan de Procureur des Konings kan in toepassing van artikel 40 tweede lid Ger. W. slechts geschieden ten opzichte van degenen die noch in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats hebben. Het betreft een uitzonderlijke procedure (SMETS, A., "commentaar bij art. 39 Ger. W.- Art. 41 Ger. W., in X., Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, 20071, Deel 1, Hfdst. VII, Ger. W. Art. 39-1 - Ger.W. Art. 41-2 (32 p.).

Uit de aan de rechtbank overgelegde stukken, meer in het bijzonder het schrijven van 10.03.1994 uitgaand van Luxemburgse Administratie blijkt dat eerste eiser, **W. G.** zich pas op 29.07.1993 had aangeboden bij de gemeentelijke overheid van … om het domicilie van eisers te laten wijzigen van … naar …, …. Op 20.04.1993 waren eisers nog ingeschreven te …, … zodat de betekening van 20.04.2003 rechtsgeldig gebeurde. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat het adres van eisers gewijzigd was in het Rijksregister. De stukken die eisers aan de rechtbank overleggen dateren alle van na 20.04.1993 zodat eisers noch aantonen dat zij op 20.04.1993 niet meer in het bevolkingsregister van … ingeschreven waren noch dat verweerder op de hoogte was de nieuwe woonst of verblijfplaats van eisers.

Op 18.12.1997 gebeurde er op verzoek van verweerder een herbetekening aan de Procureur des Konings. Uit voormeld schrijven van de Luxemburgse administratie van 10.03.1994 blijkt tevens dat eisers op 21.02.1994 ambtshalve geschrapt werden op het adres te …, …. In die omstandigheden mocht verweerder er terecht van uitgaan dat eisers geen gekende woon- of verblijfplaats hadden in België of in het buitenland. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat het adres van eisers gewijzigd was in de registers. Uit de door eisers overgelegde stukken blijkt niet dat zij verweerder ingelicht hebben van hun nieuw adres te Nederland.

Bovendien betreft het stukken die uitgaan van een andere administratie, instelling dan verweerder, hetgeen dan ook niet aantoont dat verweerder op de hoogte was van het nieuwe adres van eisers. Verweerder was in voormelde omstandigheden niet verplicht om verder opzoekingen te doen om het juiste adres in het buitenland van eisers te weten te komen (Cass. 15.12.1993, *Pas*. 1993, I, 1071).

Ook de betekening aan de Procureur des Konings op 19.01.1995 gebeurde om voormelde redenen rechtsgeldig. Bovendien wordt in het proces-verbaal van 12.10.1994 melding gemaakt van het feit dat de aangetekende brieven van 13.06.1994 die verstuurd werden naar het voormeld gekende adres te Luxemburg terug waren gekomen met de vermelding dat het adres ongekend was.

Eisers betwisten de rechtsgeldigheid van de betekening van 18.01.2000 niet, nu dit gebeurde op het adres te … (…), ….

Gelet op het feit dat de betekeningen rechtsgeldig gebeurden en dus de verjaring van de vorderingen van verweerder rechtsgeldig werden gestuit, zijn de vorderingen van verweerder niet verjaard.

De vordering van eisers is dan ook ongegrond.

2\. Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (B.S. 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008.

Partijen hebben terzake standpunt ingenomen.

Eisers vorderen : *"Dienvolgens te oordelen dat de op datum van 05.11.2003, genomen beslissing onder refertenummer … en alle aan deze beslissing voorafgaande en latere acties van invordering, alle aan deze beslissing voorafgaande en latere betekeningen d.d. 20.04.1993 en d.d. 18.12.1997 en de dwangbevelen, die met de vordering onder referte … verband houden of eruit voortvloeien, op een ongeldige wijze aan concluanten werden betekend, terwijl de vordering die het voorwerp is van de betekening d.d. 18.01.2000 verjaard is."*

Deze vordering is niet in geld waardeerbaar en de rechtbank bemerkt geen enkele reden om af te wijken van het basisbedrag.

---

Gelet op de art 2, 30 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

---

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN :

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak en na beraadslaging.

Verklaart de vordering eisers ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt eisers tot de kosten van het geding. Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op een rechtsplegingvergoeding van … euro.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de **elfde kamer D**, op het gerechtshof te Hasselt op **04.11.2009**, alwaar aanwezig waren :

De Heer **L. B.**, voorzitter van de kamer,

Mevrouw **M. C.**, rechter,

Mevrouw **C. P.**, rechter,

De Heer **L. P.**, griffier.

**L. P.** **C. P.** **M. C.** **L. B.**
