Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, 9 januari 2008 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Hasselt 9 januari 2008

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, 9 januari 2008Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-hasselt-2008-01-09-a07c

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Hasselt
Datum
9 januari 2008

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

71 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Hasselt d.d. 09.01.2008

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER D, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN

INZAKE AR nr. 06/774/A

PRC G. NV, met maatschappelijke zetel gelegen te …, …, ingeschreven in het handelsregister onder het nummer … en geregistreerd bij de BTW onder het nummer BE ….

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. V. L. loco mr. F. R., advocaat te …, ….

tegen :

ADMINISTRATIE VAN DE ONDERNEMINGS- EN INKOMENSFISCALITEIT, FOD HASSELT, in de persoon van de gewestelijk directeur, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Thonissenlaan 20.

DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. R. F., advocaat te …, ...

VOLGT HET VONNIS

Gelet op :

- het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 27.03.2006;

- de conclusies en syntheseconclusies van eiseres;

- de besluiten, synthesebesluiten en stukken van verweerder.


I. FEITEN EN VOORGAANDEN

Het AOIF te Hasselt heeft op 8 november 2005 een vraag om inlichtingen verstuurd naar eiseres.

Het betreft een op 2 oktober 2005 op het circuit … door eiseres georganiseerde sportmanifestatie.

De vraag luidt :

"1) Inschrijvingsgelden : aantal inschrijvingen (eventueel uitgesplitst per bedrag van de inschrijving indien verschillende inschrijvingsgelden) Inschrijvingslijsten voorleggen aub !

- het bedrag (de bedragen) per inschrijving

- het totaal bedrag aan inschrijvingsgelden

- een kopij van de aangifte 733

- een kopij van het betalingsbewijs van de S&W-tals van 15 %.

2) De prijzengelden die werden betaald aan de deelnemers met opgave van de volledige identiteit van de genieters.

3) Een afrekening voor te leggen van alle inkomsten en uitgaven van deze manifestatie gestaafd met de nodige verantwoordingsstukken".

Eiseres repliceerde middels brief van 26 januari 2006, onder meer stellende dat zij sinds 1997 dergelijke sportmanifestaties organiseert, en dat zij "géénszins onderworpen" is aan belasting op spel(en) en weddenschappen.

Verder kondigt zij vordering bij de rechtbank aan in toepassing van artikel 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek indien de belastingdienst aandringt, en zij stelt daartoe :

" ... dat men géén rechtstreekse relaties 'hebben' (heeft) met de deelnemers, dat er geen vast inschrijvingsgeld is om aan de wedstrijd deel te nemen, wel dat er een commerciële verkoop plaatsvindt van onze diensten in de meest brede zin en dat er géén prijzengelden worden uitgedeeld of betaald aan de deelnemers.

Het is géénszins onze bedoeling informatie achter te houden daar alle evenementen en documenten terug te vinden zijn op onze diverse internet-sites. Ook om U tegemoet te komen treft U ingesloten de eindrangschikking van de gereden race, de (theoretische) deelnemerslijst en één (van de vele) mogelijke inschrijvingsformulieren.

Voor meer gedetailleerde informatie moet ik verwijzen naar onze boekhouding en deze is te uitgebreid om deel uit te maken van dit antwoord. … ".

Het AOIF repliceerde middels bericht van 26 januari 2006 als volgt :

"Om toch een beter inzicht te krijgen over de al dan niet belastbaarheid in de Spel(en) en Weddenschappen, vraag ik U beleefd mij een volledige en gedetailleerde afrekening te laten geworden van dit evenement (gestaafd met de nodige afschriften van facturen etc. : dus de volledige uitgaven en inkomsten). Volgens het inschrijvingsformulier dient er 1.512,50 EUR betaald te worden per ??? (deelnemer of wagen ?).

Wat houdt dit bedrag in ? Is het een betaling voor de wagens ? gelieve mij afschriften te bezorgen van de facturen die U opstelt aan de deelnemers (betreft 2.10.2005). Gelieve dus een juiste beschrijving te geven waarvoor dit bedrag moet worden betaald.

U kunt niet ontkennen dat het 'wedstrijd-element' meespeelt. Gelieve nogmaals te bevestigen dat er geen prijzengeld of prijzen in natura (in de meest ruime zin) worden verstrekt.

Het staat U vrij om, nadat U mij de gevraagde inlichtingen hebt bezorgd, een afspraak te maken om deze zaak extra toe te lichten (tel GSM …).

Het spreekt vanzelf dat de antwoorden op deze vragen volledig en juist moeten zijn. Gelieve uw antwoord te richten aan …".

Er volgde een brief van 22 maart 2006 van de raadsman van eiseres, die verwijst naar een als bijlage gevoegd verzoekschrift dat hij richt aan de griffie te Hasselt.

Hij stelt nog : "U zal dit verzoekschrift als tegensprekelijk willen beschouwen en onderhavig schrijven als zijnde een antwoord op uw vraag om inlichtingen".

Het vermelde gedinginleidende verzoekschrift op tegenspraak is ter griffie neergelegd op 27 maart 2006.

Il. BEOORDELING

1. Ontvankelijkheid

Verweerder concludeert vooreerst tot onontvankelijk verklaring van de rechtsvordering.

Ten onrechte stelt hij dat eiseres geen belang zou hebben in de zin van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek.

Belang is er te dezen immers onomstotelijk wel.

Ten onrechte stelt hij evenzeer dat er in strijd met het vereiste van artikel 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek geen afschrift van de beslissing is gevoegd bij het verzoekschrift.

Te dezen geldt de recentste vraag om in inlichtingen, van aldus 3 maart 2006, als beslissing.

De vordering behelst afpaling van de onderzoeksbevoegdheid van verweerder, en ze is in die zin een vordering over een geschil betreffende de toepassing van de fiscale wet.

2. Ten gronde

Art. 316 WIB 92, dat ook toepasselijk is inzake de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, legt eiseres op om de belastingdienst "schriftelijk alle inlichtingen te verstrekken die van (haar) worden gevorderd met het oog op het onderzoek van (haar) fiscale toestand".

Buiten gevraagde inlichtingen die voor een bonafide-lezer geen verband kunnen houden met de bepaling van zijn fiscale toestand, is het niet geoorloofd te weigeren te antwoorden, en het antwoord moet alsdan worden verschaft op correcte, onderbouwde en ondubbelzinnige wijze.

De opstelling van de hogerop geciteerde vragen wijst er te dezen onomstotelijk op dat ze zijn gericht op onderzoek en bepaling van de fiscale toestand van eiseres.

Geenszins kon zij er hier aldus uit oordelen dat het zou gaan om ongeoorloofde vragen.

Zij diende dan ook te antwoorden op (te dezen al) de vragen (vgl. Cass. 3 sept. 1971, Pas.1972, I, 5), en, gelet op de aard en de inhoud der gestelde vragen, niet te stellen dat het te dezen niet kón gaan om belastbare verrichtingen.

De vordering is dan ook overduidelijk ongegrond, en ze blijkt zelfs van roekeloze aard.


Gelet op de artikelen 2, 30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.


Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

rechtdoende op tegenspraak en na beraadslaging,

Verklaart de vordering ontvankelijk, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in conclusie, aangevuld door de ter zitting geacteerde verklaringen van de raadslieden dat zij elk voor hun partij vragen om de toepassing van de vanaf 1 januari 2008 toepasselijke rechtsplegingvergoeding, zonder dat zij hierover nadere bepaling hebben gedaan,

Vereffent bijgevolg in hoofde van verweerder de rechtsplegingvergoeding op het basisbedrag van 1.200,00 Euro.

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van de elfde kamer D op het gerechtshof te Hasselt op 09.01.2008, alwaar aanwezig waren :

De Heer L. B., rechter, waarnemend voorzitter,

Mevrouw M. C., rechter,

De Heer S. B., plaatsvervangend rechter,

De Heer L. P., e.a. adjunct-griffier.

L. P. S. B. M. C. L. B.