Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 22.10.2013
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 22 OKTOBER 2013
Rolnummer AR 12/2033/A
In de zaak van :
Mevrouw E. D., bediende, wonende te …, …,
eiseres,
voor wie optreedt, Mter. L. D. M., advocaat aan de balie te Gent, kantoorhoudende te …, …;
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor Gent 11, met kantoor te 9050 Ledeberg (Gent), Gaston Crommenlaan 6, bus 108,
verweerder,
ter zitting vertegenwoordigd door mevr. K. V., adviseur bij een fiscaal bestuur;
Vonnist de rechtbank als volgt :
1. De rechtspleging
De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 24 september 2013 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het geding inleidende verzoekschrift d.d. 5 juni 2012 en de akkoordconclusies, door de beide partijen ondertekend en neergelegd ter griffie op 5 augustus 2013.
2. De vordering
De eiseres verhaalt zich tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 12 april 2012 door mevrouw C. D., eerstaanwezend inspecteur bij het BTWOntvangkantoor Gent 2, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 17 april 2012 door de heer G. L., eerstaanwezend inspecteur, aan de eiseres ter kennis gebracht per aangetekende brief d.d. 1.9 april 2012. Bij dit dwangbevel wordt door de administratie de betaling gevorderd van :
- belasting over de toegevoegde waarde in hoofdsom : 39.137,14 EUR;
- geldboeten : 3.910 EUR;
- nalatigheidsintresten op de verschuldigde BTW a 0,80 % per maand;
- moratoire interesten op de geldboete vanaf de kennisgeving van het dwangbevel;
De eiseres vordert de vernietiging van dit dwangbevel, hetzij de bij het dwangbevel gestelde vordering ongegrond te verklaren, minstens de opgelegde boete kwijt te schelden. De eiseres vordert tevens de terugbetaling van de op grond van het dwangbevel geïnde bedragen, en de veroordeling van de Belgische Staat tot de kosten van het geding.
3. De relevante feiten en het geschil
Het geschil heeft betrekking op de werken in onroerende staat aan een woning gelegen te …, … met als kadastrale omschrijving afdeling 1, sectie B, nummers 92c en 9L.
De stedenbouwkundige vergunning voor de werken werd op 29 oktober 2007 verkregen. Deze vergunning heeft als voorwerp de "afbraak van stallen en een hangaar, verbouwen van alleenstaande woning en herbouwen van een garage en bergruimte". Enerzijds werd door eiseres een alleenstaande woning, die reeds op het perceel aanwezig was, verbouwd. Naast het loutere verbouwen werd de bestaande woning beperkt uitgebreid. Enerzijds werd er een inkomhal aangebouwd. Daarnaast vond er een beperkte uitbreiding plaats van de keuken.
Op de facturen met betrekking tot deze werken in onroerende staat werd het BTW-tarief van 6 % toegepast overeenkomstig artikel 1, tweede lid, a) juncto tabel A, rubriek XXXI, § 1 van het Koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.
Anderzijds werd er een gebouw met een garage en een bergruimte gebouwd.
Op de facturen met betrekking tot deze werken in onroerende staat werd het BTW-tarief van 21 % toegepast. Slechts voor een beperkt deel van deze werken werd gebruik gemaakt van het verlaagd tarief van 6 % overeenkomstig artikel 1quinquies, § 1, tweede lid, 3°, a) van het Koninklijk besluit nr. 20.
Naar aanleiding van een BTW-controle werd door de BTW-controle Gent V een inregelstelling opgesteld. Overeenkomstig deze inregelstelling zou het verlaagd tarief ten onrechte toegepast zijn op de uitgevoerde werken.
Wat betreft de werken aan de woning hebben de werken volgens de administratie de vernieuwbouw van een woning tot voorwerp waarvan de oppervlakte van het nieuwe deel (369,87 m2) groter is dan de helft van de totale oppervlakte na uitvoering van de werken (313,32 m2).
Wat betreft de werken met betrekking tot de bergruimte kon ook geen toepassing worden gemaakt van het 6 % tarief omdat een deel van het gebouw is blijven bestaan.
De eiseres zou de som van 39.014,72 EUR als BTW verschuldigd zijn, die vermeerderd dient te worden met een geldboete van 10 %, namelijk 3.900 EUR. De inregelstelling werd op 22 oktober 2010 door mevrouw I. V., eerstaanwezend inspecteur bij het controlekantoor van de BTW Gent V, toegestuurd aan eiseres.
Op 12 april 2012 werd een dwangbevel uitgevaardigd door mevrouw C. D., eerstaanwezend inspecteur bij het BTW-Ontvangkantoor Gent 2, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 17 april 2012 door de heer G. L., eerstaanwezend inspecteur.
Dit dwangbevel werd aan eiseres ter kennis gebracht per aangetekende brief d.d. 19 april 2012.
De eiseres kon niet instemmen met de inhoud van voormeld proces-verbaal en dwangbevel, en heeft een vordering in rechte ingesteld.
4. Beoordeling
4.1.
De administratie erkent dat wat betreft de facturen op opgenomen in tabel 1 van het proces-verbaal die dateren van voor 1 januari 2009, de verjaring ingetreden is. Aangezien de vordering tot voldoening van de BTW, van de interesten en van de administratieve geldboeten wat betreft deze facturen verjaard is, zijn deze bedragen niet verschuldigd. De vordering is voor een som gelijk aan 14.854,04 EUR (BTW in hoofdsom) verjaard.
Wat betreft de facturen opgenomen in tabel 1 en 2 van het proces-verbaal die dateren van na 1 januari 2009 erkent de eiseres dat zij onterecht het 6 %-tarief heeft toegepast. De eiseres erkent dat de bijkomende BTW met betrekking tot deze facturen verschuldigd is (24.283,10 EUR BTW in hoofdsom).
De partijen verklaren dat ze akkoord gaan om hun eigen kosten te dragen.
4.2.
De partijen zijn tot een akkoord gekomen. Het voormelde akkoord komt de rechtbank in feite en in rechte als juist en rechtmatig over. Niets staat derhalve de onderhavige bekrachtiging bij vonnis in de weg.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Recht doende op tegenspraak.
Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.
Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.
Verleent aan de partijen akte van hun akkoord, zoals weergegeven in hun akkoordconclusie d.d. 5 augustus 2013.
Zegt voor recht dat de gestelde vordering in het dwangbevel uitgevaardigd op 12 april 2012 door mevrouw C. D., eerstaanwezend inspecteur bij het BTW-Ontvangkantoor Gent 2, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 17 april 2012 door de heer G. L., eerstaanwezend inspecteur, aan eiseres ter kennis gebracht per aangetekende brief d.d. 19 april 2012, gedeeltelijk ongegrond is, en herleid deze vordering tot 24.283,10 EUR hoofdens de verschuldigde BTW.
Zegt voor recht dat iedere partij zijn-eigen kosten draagt.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op tweeëntwintig oktober tweeduizend dertien, waar aanwezig waren
de heer S. R., alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,
mevrouw G. L., griffier.
G. L. S. R.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.