Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 28.01.2010
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 28 JANUARI 2010
Algemeen rol nummer : 06/3939/A
In de zaak van :
BVBA I., met maatschappelijke zetel te …, …, met als ondernemingsnummer ….
eiseres,
voor wie als raadsvrouw optreedt Meester A. V., advocaat te …, …;
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het 2de BTW-ontvangkantoor te Gent, Gaston Crommenlaan 6/108 te 9050 Gent.
verweerder,
voor wie als raadsvrouw optreedt Meester C. D., advocaat te …, …;
Vonnist de rechtbank als volgt :
1. RECHTSPLEGING EN VORDERING
Op 16 november 2006 werd op verzoek van de Belgische Staat, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen door gerechtsdeurwaarder I. G. te … het dwangbevel betekend aan eisende partij. uitgevaardigd door U. F., eerstaanwezend inspecteur a.i. van het 2de BTW-ontvangkantoor te Gent, op 3 november 2006, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door G. L., eerstaanwezend inspecteur van dg BTW te Gent 8, op 7 november 2006.
In dit dwangbevel werd de betaling gevorderd van :
- BTW : 25.987.72 EUR
- Boete : 2.590,00 EUR
- Interesten : PM (vanaf 21 januari 2005)
Tegen dit dwangbevel werd op 24 november 2006 bij het verzoekschrift op tegenspraak (artikel 1385decies Ger. W.) neergelegd ter griffie van de Rechtbank van eerste aanleg te Gent, door de eiseres verzet aangetekend met dagvaarding van de Belgische Staat, FOD Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De eisende partij vordert in hoofdorde de vordering van de BTW-administratie in haar geheel af te wijzen als ongegrond en bijgevolg voormeld dwangbevel van 16 november 2006 integraal te vernietigen.
In bijkomende orde vordert de eiseres de opgelegde BTW-boete integraal kwijt te schelden en tenslotte tot de veroordeling van de Belgische Staat tot de terugbetaling van de ten onrechte betaalde belastingen, verhogingen en nalatigheidsinteresten met inbegrip van de daarop verschuldigde moratoriumintresten, alsmede tot terugbetaling van de ten onrechte aan de eiseres aangerekende en door haar betaalde vervolgingskosten.
2. BEOORDELING
De partijen zijn tot een akkoord gekomen. Het voormelde akkoord komt de rechtbank rechtmatig over. Niets staat derhalve de onderhavige bekrachtiging bij vonnis in de weg.
De verwerende partij gaat akkoord met de inwilliging van de volledige vordering. De verwerende partij gaat eveneens akkoord met het ten laste nemen van de kosten van het geding alsmede de rechtsplegingsvergoeding voorzien door de Wet betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat d.d. 21 april 2007 en het KB d.d. 26 oktober 2007 (BS 09/11 11/2007) tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het GW, zijnde in casu een basisbedrag van 2.000.00 EUR.
Beschikkend gedeelte
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
Alle andere en strijdige conclusies afwijzend. Verleent de partijen akte van hun akkoord.
Verklaart het verzet van de eiseres ontvankelijk en gegrond.
Vernietigt het dwangbevel, uitgevaardigd door U. F., eerstaanwezend inspecteur a.i. van het 2de BTW-ontvangkantoor te Gent, op 3 november 2006, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door G. L. eerstaanwezend inspecteur van de BTW te Gent 8 op 7 november 2006 en betekend aan de eiseres op 16 november 2006 tot betaling van een bedrag van 25.987.92 EUR als BTW in hoofdsom, vermeerderd met de interesten en nog vermeerderd met de administratieve boete van 2.590,00 EUR.
Veroordeelt de Belgische Staat tot de terugbetaling van de bedragen die onder voorbehoud van alle rechten zouden zijn ingevorderd bij de eiseres, vermeerderd met de wettelijke interesten vanaf datum betaling.
Veroordeelt de verweerder tot de kosten van het geding.
Begroot deze kosten als volgt :
- aan de zijde van de eiseres : de rechtsplegingsvergoeding : 2.000,00 EUR.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op donderdag achtentwintig januari tweeduizend en tien, waar aanwezig waren :
- de heer S. R., alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer.
- mevrouw G. L., griffier.
G. L. S. R.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.