---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 10 maart 2009"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 10 maart 2009."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-gent-2009-03-10-2854"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 10 maart 2009 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

10 maart 2009

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

73 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 10.03.2009

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING

Rolnummer **AR 06/3850/A**

In de zaak van :

**F. Comm. V.A.**, met zetel te …, … en met ondernemingsnummer ….

**eiseres,**

hebbende als raad Mter **A. D.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd, door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, op vervolging en benaarstiging van de Administratie der Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit, Controlecentrum Gent 1, met burelen te 9050 Gent, G. Crommenlaan 6 bus 702

**verweerder,**

hebbende als raad Mter **E. V. A.**, advocaat te …, …

Vonnist de rechtbank als volgt :

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie de dato 16 november 2006.

De Rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 10 februari 2009. Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-Registratienummer BE … ingevolge haar economische activiteit van diensten van scheppende en uitvoerende kunst. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Door **P. M.**, fiscaal deskundige bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen werd een fiscaal toezicht uitgeoefend over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde met betrekking tot de periode 1 januari 2003 tot en met 31 december 2004 en uitgebreid tot en met 13 oktober 2005.

Deze controle resulteerde in een correctieopgave die op 14 december 2005 aan eiseres werd verzonden.

Bij aangetekende brief de dato 6 januari 2006 liet eiseres weten niet akkoord te gaan met de inhoud van de voormelde correctieopgave.

Op 29 augustus 2006 werd door **P. M.**, voornoemd, een proces-verbaal opgesteld bevattende de in de correctieopgave gestelde vordering, dat bij aangetekende brief de dato 30 augustus 2006 aan eiseres werd ter kennis gebracht.

Bij aangetekende brief de dato 7 september 2006 liet eiseres weten niet akkoord te gaan met de inhoud van het proces-verbaal.

Op 27 november deed eiseres, onder alle voorbehoud een storting ten bedrage van 9.682,28 EUR ter betaling van de gevorderde BTW (8.155,08 EUR), geldboeten (810,00 EUR) en intresten tot 20.12.2006 (717,20 EUR).

Tegen voormeld proces-verbaal de dato 29 augustus 2006 legde eiseres op 16 november 2006 een fiscaal verzoekschrift neer.

Eiseres vraagt dat : de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens de vordering tot betalen van de BTW, intresten en boete zoals gesteld in het proces-verbaal de dato 29 augustus 2006 in zijn geheel afgewezen wordt als ongegrond en dat verweerder veroordeeld wordt tot de gedingkosten.

Verweerder vraagt dat : het verzet van eiseres ongegrond wordt verklaard en zij veroordeeld wordt tot de gedingkosten.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van deze vordering kunnen leiden. Nu de Rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

3.2.1. Onderhavige betwisting betreft het toepasselijke BTW-tarief op de verkoop van de **C. D. P.** van **R. G.**. Door eiseres werden deze belast aan 6 %, daar waar volgens verweerder de levering van de **C. D. P.** onderworpen is aan het normale BTW-tarief van 21%.

3.2.2. Ter uitvoering van het [artikel 37 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) stelt het KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, het toepasselijke tarief vast. Het artikel 1 van voormeld KB stelt dat er drie tarieven van toepassing zijn, waarvan het 21 %-tarief de regel is (artikeI 1, lid 1, 3° KB nr. 20).

De verlaagde tarieven zijn opgenomen in Tabel A of Tabel B van de bijlage bij het KB nr. 20. Tabel A van deze bijlage bepaalt onder rubriek XXI dat "Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten" onderworpen zijn aan het verlaagd tarief van 6 %. Voor de toepassing van het verlaagd tarief wordt onder kunstvoorwerpen onder meer verstaan :

> "a) schilderijen, collages en dergelijke decoratieve platen, schilderijen, en tekeningen geheel, van de hand van de kunstenaar, met uitzondering van bouwtekeningen en andere tekeningen voor industriële, commerciële, topografische en dergelijke doeleinden, met de hand versierde voorwerpen, beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio's of voor dergelijk gebruik (...)".

Deze regeling is overgenomen uit de zesde BTW-Richtlijn en is thans geregeld in artikel 103 van de Richtlijn 2006/112 van 28 november 2006. Dit artikel laat toe dat de lidstaten het verlaagd tarief kunnen toepassen op de leveringen van kunstvoorwerpen. Artikel 103 luidt : "1. (... ) 2. wanneer zij van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid gebruik maken, kunnen de lidstaten het verlaagde tarief eveneens toepassen op volgende handelingen : a) leveringen van kunstvoorwerpen die door de maker of diens rechthebbende worden verricht.

In deel A van de [bijlage IX](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/bijlage-ix) van de Richtlijn 2006/112 wordt dan volgende omschrijving gegeven van het begrip kunstvoorwerp : "Kunstvoorwerpen 1) Schilderijen, collages en dergelijke decoratieve platen, schilderingen en tekeningen geheel van de hand van de kunstenaar, met uitzondering van bouwtekeningen en andere tekeningen voor industriële, commerciële, topografische en dergelijke doeleinden, met de hand versierde voorwerpen, alsmede van beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio's of voor dergelijk gebruik (GN-code 9701); 2) originele gravures, originele etsen en originele litho's, dat wil zeggen een of meer door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde platen die in beperkte oplage rechtstreeks in het zwart of in kleuren zijn afgedrukt, ongeacht het materiaal waarop dit afdrukken is geschied en ongeacht de gevolgde techniek, met uitzondering van de mechanische en van de fotomechanische reproductietechniek (GN-code 9702 00 00); (...)"

3.2.3. De kunstwerken van **R. G.**, de **C. D. P.**, komen tot stand ingevolge volgend procedé : als basis voor de kunstwerken worden digitale foto's gebruikt, genomen door **G.**, die op de computer worden gezet.

Na de uitwerking van het concept en het idee wordt door **G.** een compositie van de foto's gemaakt door gebruik van de muis.

Daarna wordt de gerealiseerde compositie bewerkt met kleuren en afgewerkt door toevoeging van elementen die niet gefotografeerd konden worden.

Wanneer het kunstwerk volledig af is wordt het op doek geprint op ofwel aquarelpapier, canvas of polyglass in maximum twee exemplaren bij de NV **I. W.** te ….

Na het printen worden vaak nog bepaalde aspecten van de kunstwerken bijgewerkt of bijgeschilderd met penseel.

Daarna wordt het doek gekleefd op een harde ondergrond en worden de werken gesigneerd aan de voorzijde en aan de achterzijde.

3.2.4. In casu kan niet ernstig betwist worden dat de **C. D. P.** van **R. G.** kunstwerken zijn.

Echter dient onderzocht te worden of deze kwestieuze kunstwerken al dan niet kunnen aangemerkt worden als kunstvoorwerpen en meer bepaald als schilderijen in de zin van de Rubriek XXI van tabel A van de bijlage van het KB nr.20 van 20 juli 1970 en in de zin van de artikelen 12, lid 3 en 26bis alsmede van [Bijlage I](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/bijlage-i) van de Zesde Richtlijn.

Er dient vastgesteld te worden dat de definitie van kunstvoorwerpen zoals bepaald bij de Zesde BTW-Richtlijn geen rekening houdt met de nieuwe kunstvormen ontwikkeld in de 20 e eeuw en blijkbaar gecalqueerd is op een "klassieke" opvatting van het kunstwerk (schilderij, beeldhouwwerk, tekening, ...). Een volledig deel van de hedendaagse creaties werden aldus vergeten zoals "Ready mode" kunst, de video-kunst, de multi-media kunst, ... enz. (François Derème, la fiscalité pratique, ed. Larcier 2004, p.12).

De Rechtbank dient dan ook vast te stellen dat de **C. D. P.** van **R. G.** niet ressorteren onder de beperkte opsomming van de definitie van kunstvoorwerp zoals weerhouden bij de hierboven vermelde toepasselijke wetgevende bepalingen. Immers de kwestieuze kunstwerken kunnen zich niet kwalificeren als kunstvoorwerpen in de zin van Rubriek XXI, § 2, 1°, a van tabel A bij het KB nr. 20 daar zij niet kunnen beschouwd worden als "geheel van de hand van de kunstenaar".

In een interview met **M. V. J.** gepubliceerd in de catalogus "**C. D. P.**" stelt **R. G.** onder meer het volgende op blz. 10 : "... Nu vertrek ik van een vooropgezet idee over inhoud en stijl, ga ik fotograferen in functie van dit alles, en werk ik dit uit aan de computer met het programma Photoshop. Als het tableau mij zegt dat het af is, ga ik naar de studio waar de file wordt uitgeprint op een Colorspan XII ..." (stuk 1, eiseres). De kunstwerken komen aldus tot stand met behulp van de computer.

De redenering van eiseres dat de zinsnede "van de hand van de kunstenaar" niet mag worden gelezen als zijnde alleen met de hand vervaardigd zonder enige tussenkomst van de moderne technieken en dat de nadruk op het denkwerk en de vernieuwde ideeën moet liggen, kan niet gevolgd worden.

Zoals reeds gesteld bevat de definitie van kunstvoorwerp in de Zesde BTW-Richtlijn een beperkte opsomming die geen opening laat voor interpretatie. Evenmin kan uit de BTW-commentaar afgeleid worden dat de nadruk zou dienen gelegd te worden op de creativiteit en originaliteit. De BTW-commentaar bevat slechts een zakelijke, opsomming van de bedoelde goederen, waarin het geheel met de hand vervaardigde zijn primeert op originaliteit en artistieke waarde.

De stelling van eiseres dat de zinsnede "van de hand van de kunstenaar" zou moeten worden uitgelegd als "door de kunstenaar zelfgemaakt" en dat met het begrip "zelf maken" en "niet enkel kan worden bedoeld dat hij het werk volledig zelf materieel heeft uitgevoerd, doch daarmee ook wordt bedoeld dat het idee, het concept. afkomstig moet zijn van de kunstenaar (anders is hetgeen kunst) ", gaat voorbij aan het feit dat kopieën van bestaande schilderijen waarbij noch het idee, noch het concept afkomstig zijn van de maker ervan onderworpen worden aan het verlaagd BTW-tarief van het ogenblik dat ze geheel met de hand zijn vervaardigd "ongeacht hun artistieke waarde" (BTW-commentaar in Fiscale Documentatie Vande Winckele, Kluwer, 37/5).

Voor de toepassing van het verlaagd BTW-tarief wordt voor de kwestieuze kunstvoorwerpen waaronder schilderijen, originele standbeelden en beeldhouwwerken als voorwaarde gesteld dat ze geheel met de hand vervaardigd zijn, zodat werken die zoals in vazen, gemaakt zijn met behulp van procedés die de hand van de kunstenaar. geheel of gedeeltelijk vervangen, niet voldoen aan deze voorwaarden.

De werken van **R. G.** kunnen evenmin beschouwd worden als foto’s of collage.

In casu zijn de foto's die als basis voor de werken van **G.** dienen, zodanig bewerkt dat ze bij het afdrukken niet meer als foto's kunnen worden aangemerkt en dienvolgens buiten het toepassingsrecht van het KB nr. 20, tabel A, Rubriek XXI, § 2, 1° litt. g vallen.

De werken kunnen niet als een collage aangemerkt worden daar ze niet voldoen aan de uitlegging van de term "collages en decoratieve platen" gebezigd in KB nr. 20, tabel A, Rubriek XXI, § 2, 1° a, waar ondermeer als een van de wezenlijke kenmerken wordt weerhouden dat collages en decoratieve platen uit verschillende stoffen moeten zijn samengesteld wat in casu niet het geval is (stuk 10 - verweerder).

Het argument van eiseres dat de nationale wetgever willekeurig een onderscheid zou gemaakt hebben tussen de personen die soortgelijke diensten leveren, kan niet gevolgd worden.

Eiseres toont niet aan dat er in casu sprake zou zijn van soortgelijke goederen die met elkaar concurreren. De **C. D. P.** van **R. G.** kunnen niet aangemerkt worden als kunstvoorwerpen in de zin van Rubriek XXI, § 2, 1° a) van tabel A bij het KB nr. 20 en derhalve is voor de levering door eiseres van deze werken het normale BTW-tarief van toepassing.

Gelet op het voorgaande is het stellen van een prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie niet opportuun.

De vordering van eiseres is niet gegrond.

### 3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1 e lid van het Gerechtelijk Wetboek moet zij de gerechtskosten dragen, verweerder begroot de rechtplegingsvergoeding op het basisbedrag zijnde 900,00 EUR.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet terzake dienend.

Verklaart de fiscale ordering ontvankelijk, doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten in haar hoofde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en in hoofde van verweerder begroot op 900,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde fiscale kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent. op **dinsdag tien maart tweeduizend en negen**, waar aanwezig waren :

mevrouw **A. H.**, alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw **G. L.**, griffier.

**A. H.** **G. L.**

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 bijlage I](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/bijlage-i) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 bijlage IX](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/bijlage-ix) 1 voorkomen

btw-richtlijn 2006/112 art. 103 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Verlaagd tarief, vertrouwensbeginsel, levering van goederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-tarief-vertrouwensbeginsel-levering-goederen-rechtbank-gent-2022-06-13-1e62) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlaagd tarief, Nieuwe gebouwen, Werk in onroerende staat, Bouwwerkzaamheden](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-tarief-nieuwe-gebouwen-werk-cassatie-brussel-2023-04-06-2dd1) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Werk in onroerende staat, Verlaagd tarief, Geluidswerende panelen, Principekwestie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werk-in-onroerende-staat-verlaagd-rechtbank-antwerpen-2022-03-16-3c8e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Werken in onroerende staat, Verlaagd btw-tarief, Nieuw gebouw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werken-in-onroerende-staat-verlaagd-cassatie-all-cassation-2022-10-21-3ca2) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Bewijswaarde proces-verbaal, verlaagd tarief voor werken in onroerende staat](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijswaarde-proces-verbaal-verlaagd-tarief-hof-van-beroep-antwerpen-2014-11-18-4904) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlaagd tarief, Nieuw gebouw, Werken in onroerende staat, Bouwwerken](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-tarief-nieuw-gebouw-werken-rechtbank-brussel-2023-06-07-4e6e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlaagd tarief, Nieuw gebouw, Werken in onroerende staat, Bouwwerken](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-tarief-nieuw-gebouw-werken-rechtbank-brussel-2023-05-31-57ac) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Schuldenaar van de belasting, Verlegging van de btw-heffing -Verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/schuldenaar-belasting-verlegging-btw-heffing-rechtbank-brussel-2019-12-05-6dc1) 1 gemeenschappelijke bepalingen
