Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 8 juni 2005 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Gent 8 juni 2005

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 8 juni 2005Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-gent-2005-06-08-4bcb

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Gent
Datum
8 juni 2005

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

74 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 08.06.2005

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE KAMER OPENBARE TERECHTZITTING VAN 08 JUNI 2005

Nr. AR 00/3662/A

In de zaak van :

De BVBA B. V. A., met zetel te …, …, ingeschreven in het HR te Aalst onder nr. …,

eiseres,

raadsman meester S. S., advocaat te …, …,

tegen :

De BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Aalst, met kantoren te 9300 Aalst, Graanmarkt 1,

verweerder,

raadsman meester W. D. V., advocaat te …, …,

Vonnist de rechtbank als volgt :

l. PROCEDURE

1.1. Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van deze rechtbank en kamer van 11 mei 2005; Het debat werd gesloten en de zaak werd in beraad genomen;

1.2. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het geding inleidend verzoekschrift, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de onderscheiden dossiers van partijen;

2. DE VORDERING

2.1. De vordering strekt ertoe verzet te doen tegen het dwangbevel, uitgevaardigd op 24 juli 2000 door de heer P. D. V., E.a. Inspecteur a.i. / Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Aalst, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 4 augustus 2000 door de heer R. D. S., Gewestelijk Directeur van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Gent, en op 14 augustus 2000 middels betekening dan eiseres ter kennis gebracht door tussenkomst van de heer H. V. D., gerechtsdeurwaarder met standplaats te …;

2.2. De vordering zoals laatst gelibelleerd in besluiten, luidt meer bepaald als volgt :

“…

De vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren;

( )

Het dwangbevel van 24 juli 2000 te vernietigen en, in hoofdorde, te zeggen voor recht, dat de bedragen erin vermeld ten titel van BTW, geldboeten en intresten niet verschuldigd zijn in de mate dat ze meer bedragen dan 6.442,31 EUR (BTW) en 1.215,12 EUR (boete), of, in ondergeschikte orde, kwijtschelding, minstens vermindering te verlenen van de geldboeten;

De Belgische Staat te veroordelen tot terugbetaling aan eiseres van alle bedragen ten titel van BTW, geldboeten en intresten, die reeds door eiseres werden betaald of door de Belgische Staat werden ingehouden ter delging van de beweerde BTW-schuld, te verhogen met de wettelijke en gerechtelijke intresten;

De Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding (...);

Het. vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van elke kantonnering;

…”

3. FEITEN EN GESCHIL

De BVBA B. V. A. is wegens haar activiteit als uitbaatster van een restaurant annex feestzaal te … als BTW-belastingplichtige geregistreerd onder het nummer BE …;

Op 12 april 1999 dient een zekere heer O. bij de BBI te Gent klacht in tegen de BVBA B. V. A.;

In zijn klacht beschuldigt de heer O. de vennootschap van belastingfraude;

Bij zijn klacht voegt de heer O. een aantal kastickets van het jaar 1996 (stuk 1 eiseres);

Hierop beslist de BBI te Gent het dossier door te sturen naar het AOIF Controlecentrum van Aalst voor een grondig onderzoek;

Op 23 november 1999 wordt door de heer H. R., Verificateur-Accountant bij de administratie van de BTW, ter beschikking gesteld van de AOIF, verbonden aan het Controlecentrum Aalst, een onderzoek uitgevoerd bij de BVBA B. V. A. nopens de toepassing van de BTW-wetgeving en dit voor de periode van 1 juli 1995 tot 31 december 1998; Het onderzoek spitst zich onder meer toe op het gebruik en de werking van de kassa van eiseres;

Het controleonderzoek resulteert in een proces­verbaal van 12 juli 2000 (stuk 1 verweerder);

Eiseres gaat niet akkoord met bovenvermeld proces­verbaal;

Op 14 augustus 2000 wordt aan eiseres het in casu bestreden dwangbevel betekend;

Volgens voormeld dwangbevel is eiseres de volgende bedragen verschuldigd :

- BTW : 4.721.516 BEF of 117.043,32 EUR;

- Geldboete : 8.972.000 BEF of 222.410,07 EUR;

- Intresten : PM.

Bij dagvaarding d.d. 15 november 2000 verhaalt eiseres zich voormeld dwangbevel;

4. BESPREKING

4.1. De betwisting beperkt zich tot de navordering van de BTW, geldboete en intresten op de beweerde meeromzet van eiseres (punt II.3. van het proces-verbaal van 12 juli 2000);

Eiseres gaat akkoord met de navordering van de BTW en de geldboeten in verband met de overige rubrieken van het proces-verbaal van 12 juli 2000 (voor een totaal bedrag van 259.882 BEF of 6.442,31 EUR BTW en 49.018 BEF of 1.215,12 EUR boete);

De betwisting betreft dus enkel het voormelde bedrag van 4.461.634 BEF of 110.607,02 EUR ten titel van BTW en een bedrag van 8.923.268 BEF of 221.202,04 EUR ten titel van geldboete;

4.2. de berekende meeromzet

Eiseres werd belast op basis van een meeromzet die werd afgeleid uit ontbrekende dagtickets meerbepaald door ervan uit te gaan dat aan elk ontbrekend dagticket een niet-aangegeven gemiddeld bedrag beantwoordt;

De ontbrekende dagtickets zijn onbetwistbaar hiaten in de boekhouding van eiseres;

Om dan de reële omzet van eiseres te berekenen, kan de controlerende administratie uiteraard redelijkerwijze niet anders dan te gaan werken met gemiddelden, zodat op deze werkwijze ook niets aan te merken valt;

Het is uiteraard door toedoen van eiseres dat ontbreekt wat eigenlijk aanwezig had moeten zijn : eiseres kan dan ook van verweerder ook het onmogelijke niet eisen;

De bewijsvoering bij feitelijk vermoeden is dan ook niet geschonden;

4.3. de boetes

Een boete werd opgelegd van 200 %;

In het proces-verbaal werd deze boete afdoende gemotiveerd;

De Rechtbank beschikt over volle rechtsmacht ter beoordeling van de administratieve boetes zoals in casu;

Het opleggen in casu van de maximale boete van 200 % voor de in casu weerhouden inbreuken komt de rechtbank als overdreven over;

Het komt de rechtbank gepast over, rekening houdende met de omstandigheden van de zaak, de boete te herleiden tot 50 %.

Beschikkend gedeelte

OP DIE GRONDEN,

DE RECHTBANK, rechtdoende OP TEGENSPRAAK

Gelet op de artikelen 2, 24, 34, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;

Alle andersluidende conclusies van de hand wijzend;

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond in de hierna bepaalde mate;

Maakt het bestreden dwangbevel uitgevaardigd op 24 juli 2000 door de heer P. D. V., E.a. Inspecteur a.i. / Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Aalst, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 4 augustus 2000 door de heer R. D. S., Gewestelijk Directeur van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Gent, en op 14 augustus 2000 middels betekening aan eiseres ter kennis gebracht door tussenkomst van de heer H. V. D., gerechtsdeurwaarder met standplaats te …, ongedaan voor zover het betrekking heeft op de vordering van de Belgische Staat m.b.t. de evenredige boete in de mate deze boete meer bedraagt dan 50 %;

Veroordeelt elk der partijen tot de eigen kosten;

Wijst het anders en/of meer gevorderde af;

Begroot de kosten :

- in hoofde van eiseres op 356,97 EURO (14.400 BEF) rechtsplegingsvergoeding + 123,72 EURO (4.991 BEF) dagvaardingskosten;

- in hoofde van verweerder op 356,97 EURO (14.400 BEF) rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken door de zesde (fiscale) kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent in de openbare terechtzitting van woensdag 8 juni 2005, waar aanwezig waren :

alleenzetelend rechter M. V. d. B.,

griffier M. V.

M. V. M. V. d. B.