---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 9 januari 2003"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 9 januari 2003."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-gent-2003-01-09-bba4"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 9 januari 2003 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

9 januari 2003

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

113 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 09.01.2003

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## ZESDE KAMER – OPENBARE TERECHTZITTING VAN 9 JANUARI 2003

**01/3506/A** - In de zaak :

**NV W. R.**, ingeschreven in het H.R. te … onder nr. …, met maatschappelijke zetel te …, …, …;

**EERSTE COMPARANTE**, tevens **EISERES IN GEDWONGEN TUSSENKOMST**, hebbende als raadsman Mter **L. V.**, advocaat te …, …;

**NV R. Q.**, met maatschappelijke zetel te …, …;

**TWEEDE COMPARANTE**, hebbende raadsman Mter **L. V.**, advocaat te …, …;

EN : MEDE INZAKE :

**De BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Directie BTW ANTWERPEN, met kantoren te 2000 ANTWERPEN, Frankrijklei 73;

**VERWEERDER IN GEWONGEN TUSSENKOMST**, hebbende als raadsman Mter **P. V.**, advocaat te …, …;

vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. PROCEDURE

**1.1.** Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van deze rechtbank en kamer van 12 december 2002; De debatten werden gesloten en de zaak werd in beraad genomen;

**1.2.** Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het geding inleidend verzoekschrift alsmede de dagvaarding in tussenkomst, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de onderscheiden dossiers van partijen;

## 2. DE VORDERING

**2.1.** De vordering van de NV **R. W.** zoals laatst gelibelleerd in besluiten luidt als volgt :

> “…
>
> in hoofdorde :
>
> de vordering van concluante ontvankelijk en gegrond te verklaren,
>
> vervolgens de NV **R. Q.** te veroordelen om aan concluante een bedrag te betalen van … EUR, te vermeerderen met de conventionele intresten aan 10 % sedert de vervaldatum van de facturen,
>
> in ondergeschikte orde,
>
> te zeggen voor recht dat, indien het BTW­tarief van 6 % dient toegepast te worden, de NV **R. Q.** dient te worden veroordeeld om aan concluante een bedrag te betalen van … EUR, te vermeerderen met de conventionele intresten aan 10 % vanaf de vervaldatum van de facturen,
>
> De NV **R. Q.** te veroordelen tot de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding, aan de zijde van concluant begroot op ....
>
> uiterst ondergeschikt,
>
> De Belgische Staat in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor Sint-Niklaas te veroordelen tot de kosten van het geding,
>
> …”

**2.2.** De vordering van de NV **R. Q.** zoals laatst gelibelleerd in besluiten luidt als volgt :

"…

Te zeggen voor recht dat het BTW-tarief vermeld op de facturen van **W. R.** NV moet worden herleid tot 6 %;

Dienvolgens vast te stellen dat **R. Q.** NV niets meer verschuldigd is aan **W. R.** NV, maar integendeel … BEF (… EUR) teveel heeft betaald;

**W. R.** NV te veroordelen tot de terugbetaling van de som van … EUR, bedrag te verhogen met de gerechtelijke intresten vanaf 17 mei 2002;

Het vonnis uitvoerbaar te verklaren, niettegenstaande verzet of hoger beroep, zonder borgstelling en met uitsluiting van elke mogelijkheid van kantonnement;

De Belgische Staat te horen veroordelen tot alle kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. …”

**2.3.** De vordering van de Belgische Staat zoals laatst gelibelleerd in besluiten luidt als volgt :

“…

De vordering van eiseres onontvankelijk, minstens ongegrond te verklaren;

Eiseres te veroordelen tot de kosten;

…“

## 3. FEITEN EN GESCHIL

**3.1.** In de loop van de jaren 1997 en 1998 heeft de NV **R. Q.** een aantal goederen besteld bij de NV **R. W.**;

Deze goederen werden allen geleverd en gefactureerd als volgt :

\- factuurnr. 565 d.d. 23/10/1996 (excl. BTW)

BEF …

(+ 21 % BTW) BEF …

\- factuurnr. 566 d.d. 23/10/1996 (excl. BTW)

BEF …

(+ 21 % BTW) BEF …

\- factuurnr. 178 d.d. 28/03/1997 (excl. BTW)

BEF …

(+ 21 % BTW) BEF …

\- factuurnr. 263 d.d. 27/05/1997 (excl. BTW)

BEF …

(+ 21 % BTW) BEF …

\- factuurnr. 12.010 d.d. 30/05/1997 (excl. BTW)

BEF …

(+ 21 % BTW) BEF …

\- kredietnotanr. 100.124 d.d. 26/06/1998 (excl. BTW)

BEF …

(+ 21 % BTW) BEF …

\- factuurnr. 274 d.d. 26/06/1998 (excl. BTW)

BEF …

(+ 21 % BTW) BEF …

\_\_\_\_ \_\_\_\_

TOTAAL : BEF … BEF …

**3.2.** De NV **R. Q.** betaalde zonder voorbehoud volgende facturen :

\- factuurnr. 565 d.d. 23/10/1996 voor BEF …, betaald op 14/10/1996;

\- factuurnr. 566 d.d. 23/10/1996 voor BEF …, betaald op 15/10/1996;

\- factuurnr. 178 d.d. 28/03/1997 voor BEF …, betaald op 5/5/1997;

Verder betaalde de NV **R. Q.** op 9/6/1997 een bedrag van BEF …, zijnde het factuurbedrag, exclusief BTW, van de factuur nummer 263 d.d. 27/5/1997;

Aldus heeft de NV **R. Q.** betalingen uitgevoerd voor een bedrag van BEF …, zodat de NV **R. W.** nog een saldo vordert van BEF … BEF, hetzij EUR …;

Tot op heden weigert de NV **R. Q.** het openstaande saldo te betalen, daar zij van oordeel is dat slechts een BTW tarief van 6 % kan worden toegepast op de hogervermelde facturen, terwijl de NV **R. W.** een BTW-tarief van 21 % toepaste;

De NV **R. W.** handhaaft dit tarief van 21 %, temeer daar zij bij de bevoegde belastingsadministratie terzake inlichtingen heeft ingewonnen (zie stukken 5 en 10 van de NV **W. R.**) : enkel m.b.t. de geleverde vloergoot met zeef, de klokput met waterslot en de lavabo met kniebediening, kon een BTW-tarief van 5 % worden toegepast, zodat de NV **R. W.** een creditnota opgesteld heeft m.b.t. deze geleverde en gefactureerde goederen, waarna terzake opnieuw werd gefactureerd aan het BTW­tarief van 6 %;

Omdat de principiële betwisting bleef omtrent het hogervermelde BTW-tarief m.b.t. hogervermelde gefactureerde leveringen, besloten partij en vrijwillig te verschijnen voor de onderhavige Rechtbank teneinde hun geschil te laten beslechten;

Teneinde het tussen te komen vonnis tegenstelbaar te maken aan de fiscus, werd deze door de NV **W. R.** in de procedure betrokken bij dagvaarding in gedwongen tussenkomst;

## 4. BESPREKING

### 4.1. Wat de procedure betreft

Het geschil betreft wel degelijk een betwisting nopens de toepassing van de fiscale wet;

De onderhavige Rechtbank is bevoegd om van het geschil kennis te nemen;

De vordering in gedwongen tussenkomst lastens de Belgische Staat is ontvankelijk : Partijen (twee BTW-belastingplichtigen evenals de Belgische Staat zelf) hebben er alle belang bij dat omtrent de litigieuse problematiek van toepasselijk tarief (met daarbij nog een mogelijk probleem van verjaring van destijds aan 21 % gefactureerde leveringen die toen zonder voorbehoud werden betaald ... ) ieder met kennis van zaken zijn rechten van de verdediging laat gelden met tot slot een rechterlijke beslissing die aan eenieder rechtstreeks tegenstelbaar is;

### 4.2. Ten gronde

**4.2.1.** Overeenkomstig artikel 36 W.BTW bepaalt de Koning de toepasselijke tarieven inzake BTW;

In uitvoering van artikel 36 W.BTW heeft de Koning, bij Koninklijk Besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven (BS, 31 juli 1970), het verlaagd BTW­tarief van 6 % van toepassing verklaard voor de goederen en diensten aangewezen in tabel A van de bijlage bij dat Koninklijk Besluit.

Overeenkomstig Tabel A, XXXI, par. 2, 1° en par. 3, 2° van het KB nr. 20 werden, vanaf 1 januari 1996 tot 30 juni 1998, de prestaties die erin bestaan "een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wij ze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt", belast tegen het verlaagd tarief van 6 % als de afnemer van de dienst een erkend rusthuis is, hetgeen in casu het geval is.

**4.2.2.** De NV **W. R.**, op basis van het ingewonnen advies van de administratie, is van mening dat enkel de werkzaamheden m.b.t. de vloergoot met zeef, de klokput met waterslot en de lavabo met kniebediening uit hun aard onroerende werken betreffen, terwijl voor de overige geleverde goederen het normaal BTW-tarief van 21 % moet worden toegepast;

De NV **R. Q.** daarentegen is van mening dat de volledige levering en installatie dient gefactureerd te worden aan 6 % overeenkomstig voornoemde Tabel A, XXXI, par. 2, 1° en par. 3, 2° van het KB nr. 20;

**4.2.3.** De NV **W. R.** verwijst terzake nog naar de tekst van tabel A, XXXI, par. 3, 3° KB nr. 20 dat bepaalt dat het verlaagd tarief enkel toepasselijk is op de aanhechting aan het gebouw van "opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust.";

De NV **R. Q.** stelt daarentegen dat tabel A, XXXI, par. 3, 2° KB nr. 20 voorziet dat de prestaties die erin bestaan "een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt", belast wordt tegen het verlaagd tarief van 6 % : Hierbij bepaalt tabel A, XXXI, par. 3, 3°, e KB nr. 20 dat “iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw : van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust.";

Terecht stelt de NV **R. Q.** dat voormelde bepaling van tabel A, XXXI, par. 3, 3° een aanvulling is op de A, XXXI, par. 3, 2° en het toepassingsgebied ervan uitbreidt in plaats van inperkt;

**4.2.4.** In de fiscale wet wordt geen definitie gegeven van het begrip "onroerend goed uit zijn aard", zodat moet worden teruggegrepen naar het gemeen recht (Albert TIBERGHIEN, "Inleiding tot het Belgisch fiscaal recht", Kluwer, 1986, randnr. 45);

Om uit te maken of goederen roerend of onroerend zijn, moet daarom worden verwezen naar de artikelen 518 tot 521 en 523 van het Burgerlijk Wetboek;

Bij toepassing van deze bepalingen wordt aangenomen dat een roerend goed dat aan een ander uit zijn aard onroerend goed wordt aangehecht, het. karakter van onroerend goed uit zijn aard van zodra dit goed op een duurzame wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, hetzij op een natuurlijke, hetzij op een artificiële wijze, met een uit zijn aard onroerend goed wordt verbonden (DERINE, R., VAN NESTE, F. en VANDENBERGHE, H., 11 Beginselen van Belgisch privaatrecht, Zakenrecht, deel I, A”, Antwerpen, Standaard, 1974, nr. 42);

Er is sprake van aanhechting, die aan het verbonden roerend goed de aard van een onroerend goed uit zijn aard verleent, van zodra de aanhechting aan het roerend goed de nodige stabiliteit verleent en de constructie bestemd is om ter plaatse te blijven staan, ook al is de aanhechting niet permanent en kan het aangehechte goed zonder aanzienlijke schade verwijderd worden (Cass., 24 januari 1966, Pas. 1966, I, p. 662; Cass., 3 maart 1969, Pas., 1969, I, p. 589; Cass., 8 december 1970, Pas.,1971, I, p. 328; Cass., 15 september 1988, F.J.F., n° 88/213; Bergen, 5 juni 1986, A.F.T., 1987, 109; Luik, 4 februari 1987, F.J.F., n° 87/124; Luik, 20 april 1988, F.J.F., n° 88/186; Antwerpen, 2 juni 1994, F.J.F., n° 94/243; Gent, 16 maart 2000, De fiscale Koerier, p. 2000/270; DERINE, F., VAN NESTE, F. en VANDENBERGHE, H., Beginselen van het Belgisch privaatrecht, Zakenrecht, deel IA, Antwerpen, Standaard, 1974 nr. 42 en KOKELENBERG, J., VAN SINAY, T., VUYE, H., “Zakenrecht (1989-1994). Overzicht van de rechtspraak”. T.P.R., 1995, nr. 11-12);

De litigieuse geïnstalleerde keuken is heden ten dage onontbeerlijk voor de normale, dagelijkse exploitatie van een rusthuis;

Uit de door de NV **R. Q.** voorgelegde foto's blijkt dat de onderscheiden samenstellende roerende goederen een geheel uitmaken en derwijze werden geïnstalleerd, dat zij niet zomaar door een ander soortgelijk toestel kunnen vervangen worden, maar dat de vervanging alleen zal kunnen geschieden met toestellen van dezelfde afmetingen, of door aanpassingen te doen aan het geheel waarin ze vervat zitten : hieruit blijkt dat de kwestige roerende goederen bestemd zijn om permanent ter plaatse te blijven, dat ze in de ingerichte keuken geïncorporeerd zijn en door de plaatsing hun individualiteit verliezen (zie ook : Gent, 12 maart 1991, **F.J.F.**, n° 91/161);

Terecht stelt de NV **R. Q.** derhalve dat in casu het tarief van 6 % dient te worden toegepast;

**4.3.** De facturen resp. nr. 565 d.d. 23/10/1996 voor BEF … betaald op 14/10/1996, nr. 566 d.d. 23/10/1996 voor BEF … betaald op 15/10/1996 en nr. 178 d.d. 28/03/1997 voor BEF … betaald op 5/5/1997.

Het loutere feit dat deze facturen zonder voorbehoud werden betaald, heeft geen repercussies terzake de BTW, vermits deze materie van openbare orde is : ofwel is uit hoofde van de wet deze BTW (nog) verschuldigd ofwel niet (meer);

Gelet op wat hoger reeds werd gezegd, nl. dat principieel een BTW-tarief van 6 % verschuldigd is, is het van belang te weten of de NV **R. Q.** het verschil in BTW-tarief (met een correcte afrekening) nog kan terugvorderen (eventueel rekening houdende met eventueel ingetreden verjaring) en zo ja van wie ? Wie heeft in voorkomend geval desgevallend schade berokkend aan wie ?

Partijen worden uitgenodigd omtrent dit aspect van de problematiek nader standpunt in te nemen;

De Rechtbank acht de zaak terzake dit aspect niet (afdoende) in staat van wijzen en verwijst de zaak hieromtrent naar de bijzondere rol voor verdere instaatstelling;

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK, rechtdoende OP TEGENSPRAAK**,

Gelet op de artikelen 2, 24, 34, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;

Alle andersluidende conclusies van de hand wijzend;

Verklaart de vordering van de NV **R. Q.** ontvankelijk en (voorlopig reeds) gegrond in de hierna bepaalde mate;

Verklaart de vordering van de NV **W. R.** t.a.v. de NV **R. Q.** ontvankelijk doch ongegrond;

Verklaart de vordering van de NV **W. R.** t.a.v. de Belgische Staat ontvankelijk;

Zegt voor recht dat het BTW-tarief van 6 % in casu van toepassing is;

Houdt de beslissing nopens de kosten aan;

Aldus·gewezen en uitgesproken door de **zesde (fiscale) kamer** van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent in de openbare terechtzitting van **9 januari 2003**, waar aanwezig waren : alleenzetelend rechter **M. v. d. B.**, bijgestaan door griffier **R. D.**

**R. D.** **M. V. D. B.**
