---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 24 oktober 2002"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 24 oktober 2002."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-gent-2002-10-24-7464"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 24 oktober 2002 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

24 oktober 2002

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

56 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 24.10.2002

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## ZESDE KAMER – OPENBARE TERECHTZTTTING VAN 24 OKTOBER 2002

Algemene rol nummer : **01/325/A**

In de zaak van :

**BVBA I.**, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Aalst onder nr. BE …,

**eiseres,**

voor wie optreedt mr. **G. J.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Aalst, Graanmarkt 1,

**verweerder,**

voor wie optreedt mr. **E. V. A.**, advocaat te …, …,

Vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. RECHTSPLEGING

Gelet op het dwangbevel van 21.11.2000, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 27.11.2000 en aan eiseres·betekend op 4.12.2000.

Gelet op de inleidende dagvaarding aan verweerder betekend op 10.1. 2001.

De rechtbank neemt kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde stukken.

De partij en werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

## 2. DE VORDERING

De vordering van eiseres sterkt ertoe :

\- het verzet ontvankelijk en gegrond te horen verklaren;

\- te horen zeggen dat eiseres gerechtigd is op aftrek van de BTW in de periode van 1.101996 t.e.m. 30.6.1998 en dat de vordering van de Belgische Staat tot betaling van een bedrag van 561.459 frank meer boeten en kosten zoals gesteld in het PV d.d. 22.5.2000 en het dwangbevel d.d. 4.12.2000 zonder voorwerp is;

\- verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

## 3. FEITEN

De BVBA **I.** heeft wegens de uitgeoefende economische activiteit van geven van bedrijfs- en individuele adviezen de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige en is als dusdanig geregistreerd bij de diensten van de BTW.

Verweerder verwerpt de aftrek van BTW en voert een herziening door van de afgetrokken BTW geheven op bedrijfsmiddelen bij gebrek aan belastbare economische activiteit gedurende de jaren 1996 en 1997.

Eiseres verzet zich hiertegen en stelt dat zij haar recht op aftrek behoudt in geval van tijdelijke stopzetting van de belastbare activiteit.

## 4. BESPREKING

Ter terechtzitting verklaart eiseres de punten vermeld onder punt 2 a) en b) van het proces-verbaal d.d. 22.5.2000 niet langer te betwisten.

Het geschil beperkt zich derhalve tot de herziening van de afgetrokken BTW geheven op bedrijfsmiddelen.

Teneinde aftrek van BTW te kunnen genieten moet er voldaan zijn aan twee voorwaarden

1\. de hoedanigheid van belastingplichtige

2\. het bestemmingsbeginsel.

In casu had eiseres door de faling in 1996 van de NV **D. V.**, haar voornaamste klant, in de kwestieuze periode geen belastbare activiteiten meer. Verweerder betwist niet dat eiseres op 1 april 1998 ingevolge een overeenkomst met de NV **E. T.** opnieuw belastbare BTW-omzet realiseerde.

Ten onrechte meent eiseres dat het in casu om een tijdelijke stopzetting van de werkzaamheid gaat waarbij de hoedanigheid van belastingplichtige behouden blijft en zij dus haar recht op aftrek behoudt.

Eiseres beweert, doch maakt met niets aannemelijk dat zij gedurende de kwestieuze periode permanent klantenprospectie verrichtte en onderhandelingen voerde met potentiële klanten, dat zij geenszins de bedoeling had de werkzaamheden definitief stop te zetten.

In casu blijkt integendeel dat dhr. **F.**, zaakvoerder van de BVBA **I.** vanaf 1.9.1997 voltijds onder bediendencontract in dienst werd genomen door de firma **T.** en daarenboven werd de BVBA **I.** (zaakvoerder dhr. **F.**) aangesteld als onbezoldigd gedelegeerd bestuurder van de NV **C.**.

In deze omstandigheden wordt de vermeende bedoeling van eiseres geenszins ondersteund door objectieve gegevens zodat er redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de bedoeling geregeld belastbare handelingen te stellen in kwestieuze periode niet aanwezig was in hoofde van eiseres.

Gelet op het tijdsverloop doet het feit dat er op 1.4.1998 opnieuw belastbare handelingen worden gesteld hieraan geen afbreuk.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

\- aan de zijde van eiseres :

dagvaardingskosten : € 120,95 (4.879 frank)

rechtsplegingsvergoeding : € 334,66

\- aan de zijde van verweerder :

rechtsplegingsvergoeding :€ 334,66;

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de **zesde burgerlijke kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op **vierentwintig oktober tweeduizend en twee**, waar aanwezig waren :

**J. D. B.**, alleenzetelend rechter,

**J. D. T.**, griffier.

**J. D. T.** **J. D. B.**
