---
title: "Rechtbank van eerste aanleg, 7 oktober 2005"
description: "Rechtbank van eerste aanleg (België), 7 oktober 2005."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-dendermonde-2005-10-07-521f"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg, 7 oktober 2005 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Datum**

7 oktober 2005

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

60 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Dendermonde d.d. 07.10.2005

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**ZITTING VAN : 07 OKTOBER 2005 - 9° KAMER - B.Z.**

A.R. **01/2164/A**

In de zaak van :

**BVBA V. H.**, voorheen "BVBA **G.-H.**", bakkerij­exploitatie, met zetel te …, …, HR Dendermonde …, BTW …, op vervolging en benaarstiging van de statutair gemachtigde zaakvoerder, bij akte voor notaris **C. H.** te … d.d. 07.10.1999 werd de benaming van de vennootschap gewijzigd, neergelegd bij zittingsbesluiten alhier ter griffie d.d.27.03.2003,

Eiseres, verschijnende door mr. **M. D. S.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, in de persoon van de Minister van Financiën, vertegenwoordigd door de heer ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Aalst, met burelen te 9300 Aalst , Geraardsbergsestraat 234,

**verweerster,**

verschijnende door mr. **J.-P. W.**, advocaat te …, …;

## De Rechtbank verleent het volgende vonnis :

Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies in openbare terechtzitting;

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging, in het bijzonder de dagvaarding betekend op 30 mei 1991, het tussenvonnis van 10 juni 2003 en van de overgelegde stukken.

De artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

## 1. De vordering

De vordering strekt ertoe te doen zeggen voor recht *"dat de ambtelijke aanslag en de beslissing nr. 30 door nietigheid zijn aangetast, en het dwangbevel d.d. 16.10.1990, betekend op 26.12.1990, en iedere verdere invorderingsakte, zonder voorwerp noch grond is, noch in rechtte noch in feite, en mijn verzoekster derhalve de gevorderde sommen aan BTW, boetes, intresten en kosten niet verschuldigd is; dienvolgens mijn verzoekster te horen ontslaan van alle vervolgingen"*.

## 2. Beoordeling

**1.** Ten aanzien van eiseres werd door de controlerende ambtenaren toezicht verricht op de juiste toepassing van de BTW-wetgeving en -reglementering, respectievelijk op 04.01.1989 en 16.01.1989.

Door gemelde ambtenaren werd aan eiseres ter kennis gebracht dat er een gerechtsdossier bestond lastens de NV **D. N. M.** van … en …, waarin zich vaststellingen bevonden in verband met de aankoop door eiseres van bloem, zonder facturen.

Tevens werd vastgesteld dat niet alle vervoerdocumenten in de boekhouding bewaard werden.

Deze vaststellingen werden opgenomen in het proces-verbaal van 3 april 1989.

Op 08.02.1989 stelde de Administratie eiseres is kennis van het voornemen om een aanslag van ambtswege te vestigen voor het vermoedelijk bedrag van de handelingen, onderworpen aan de BTW voor de periode van 5 september 1984 tot 31 december 1987.

Het detail van de berekeningen van de bedragen die eiseres volgens de Administratie verschuldigd was is opgenomen in het "ontwerp van proces­ verbaal", gehecht aan de kennisgeving.

Hierop werd door eiseres blijkbaar niet gereageerd.

De beslissing tot ambtelijke aanslag werd genomen op 04.04.1989.

Vervolgens werd op 16.10.1990 een dwangbevel uitgevaardigd, uitvoerbaar verklaard op 3.12.1990 en aan eiseres betekend op 26.12.1990.

**2.** Eiseres voert aan dat het proces-verbaal en de daarop gesteunde ambtshalve gevestigde aanslag gebaseerd zijn gegevens afkomstig uit het strafdossier dat werd aangelegd lastens de beheerders van de NV **N. M.** van … en … en geen bewijs tegen haar opleveren.

Door de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel werd aan verweerster toelating verleend tot inzage en afschrift van dit strafdossier, maar volgens eiseres kunnen door verweerster daaruit enkel gegevens geput worden, dienstig voor de inning van de belastingen ten laste van de vermelde vennootschap.

De machtiging tot inzage van een strafdossier in het kader van een BTW­onderzoek vindt zijn oorsprong in de bepalingen van de artikelen 1 en 2 van de wet van 28 juli 1938, gewijzigd bij artikel 34 van de wet van 20 augustus 1947, die aan alle belastingen gemeen zijn.

Uit de tekst van de toelatingen verleend door de Procureur-generaal blijkt niet dat deze enige beperking bevatten.

Verweerder beschikte dan ook over de nodige machtigingen om kennis te nemen van de feitelijke gegevens die dienstig waren voor de zetting en/of invordering van de belastingen ten laste van eiseres, en heeft deze inlichtingen rechtmatig verkregen.

**3.** De Administratie heeft haar beslissing gesteund op een aantal ernstige en met elkaar overeenkomstig feitelijke gegevens en vermoedens, te weten :

\- het feit dat bewezen werd dat bij de leverancier een systeem was opgezet waarbij en volledige klantenlijst werd bijgehouden met specifieke codes die refereerden aan de telkenmale "in het zwart" te leveren hoeveelheid bloem ter gelegenheid van een officiële levering;

\- het feit dat de verantwoordelijken en de werknemers van de leverancier bekentenissen aflegden betreffende het bestaan en de werking van dit systeem;

\- het bestaan van geregelde handelsbetrekkingen tussen eiseres en de NV **N. M.**, wat een loze beschuldiging door deze laatste aan het adres van eiseres onwaarschijnlijk maakt aangezien de leverancier er geen enkel belang bij heeft een trouwe klant als medeplichtige aan de fraude aan te wijzen.

\- het bestaan van facturen uitgaande van de leverancier voor officiële leveringen op dezelfde data als deze die blijken uit zijn zwarte boekhouding.

Het feit van de zwarte leveringen komt aldus afdoende bewezen voor.

Voor de berekening van de omvang van de ontdoken belastingen heeft de verweerster zich terecht gesteund op de mechanismen zelf van het fraudesysteem.

Bovendien werden de bevindingen en de intentie van de Administratie ter kennis gebracht van eiseres alvorens de ambtshalve aanslag werd gevestigd.

Eiseres heeft hiertegen geen betwistingen aangevoerd.

De terechte vestiging van de aanslag van ambtswege heeft de omkering van de bewijslast tot gevolg.

Eiseres levert niet het bewijs van de ongegrondheid van de ambtelijke aan­ slag noch van de onjuistheid van de berekening van de verschuldigde aanslag.

**4.** Nu uit de feitelijke gegevens blijkt dat eiseres meewerkte aan een opgezet fraudesysteem, waarin eveneens het niet bijhouden van de vereiste documenten kadert, is er geen aanleiding om de opgelegde boeten te verminderen.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK**, recht doende op tegenspraak,

Met inachtneming van de artikelen 2, 24, 34, 37 en 41 van de wet van 15.06.1935 op het taalgebruik in gerechtszaken;

Alle andersluidende conclusies verwerpende als ongegrond of niet ter zake dienend,

Verklaart de vordering ontvankelijk en wijst ze af als ongegrond. Veroordeelt eiseres in de kosten van het geding en vereffent deze als volgt :

Aan de zijde van eiseres :

\- dagvaarding : … euro

\- rechtsplegingsvergoeding : … euro

Aan de zijde van verweerder :

\- Rechtsplegingsvergoeding : … euro

Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van **VRIJDAG ZEVEN OKTOBER TWEEDUIZEND EN VIJF** van de negende kamer, zitting houdende in burgerlijke zaken van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde.

Aanwezig :

dhr. **H. D'H.**, toegevoegd rechter, Voorzitter van de 9° Kamer

dhr. **P. D. K.**, adjunct-griffier

**P. D. K.** **H. D’H.**
