Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 12 november 2010 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brussel 12 november 2010

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 12 november 2010Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-brussel-2010-11-12-6984

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brussel
Datum
12 november 2010

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

108 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 12.11.2010

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 35ste Kamer

AR 2009/3043/A

- BTW

- op tegenspraak

- eindvonnis

In zake van :

De NV S., met zetel te …, …, met KBO nr. …,

tegen :

De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, administratie der directe belastingen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, voor wie optreedt de centrale diensten BTW-directie I-7, met kantoren te 1030 Brussel, Koning Albert II laan 33/b25,

verwerende partij,

vertegenwoordigd door M. M. loco Mr. A. D., advocaat met kantoor te …, …

In deze zaak, in beraad genomen op 8/10/2010, wordt door de rechtbank volgend vonnis uitgesproken :

Gelet op :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 10/03/2009;

- de beschikking houdende bepaling van conclusietermijnen genomen in toepassing van art. 747, § 2 Ger. W. d.d. 08/10/09;

- de conclusies, tweede conclusies en syntheseconclusies van verweerder neergelegd ter griffie op respectievelijk 30/11/09, 31/03/10 en 31/08/10;

- de conclusies en syntheseconclusies voor eisende partij, neergelegd ter griffie op 29/01/10 en 27/05/10;

- het bundel met stavingstukken van eisende partij, neergelegd ter griffie op 28/05/10;

- het bundel met stukken van verweerder, neergelegd ter zitting op 4/10/10;

Gehoord de partijen ter openbare zitting van 8/10/2010 waarna, de zaak in beraad werd genomen.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

1. FEITEN

Het geding heeft betrekking op een geschil inzake BTW.

Eisende partij, ontwikkelaar van technologische hulpmiddelen voor blinden, slechtzienden en dyslectici is BTW-belastingplichtige.

Op 21 augustus 2008 wordt eisende partij ervan op de hoogte gebracht door de diensten van verweerder (centrale diensten – BTW-directie 1/7) dat het door haar·verkocht product "Kurzweil 3000" niet kan worden aangemerkt als een hulpmiddel in de zin van cijfer 6 van rubriek XXXIII van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 inzake BTW-tarieven.

De Fiscale Administratie is van oordeel dat het product in kwestie geen "tekst naar spraak" software is die speciaal ontworpen is voor slechtzienden en blinden, maar dat het een dyslexiesoftware is. Vandaar dat niet het verlaagde BTW tarief van 6 % van toepassing is, maar wel het normale BTW-tarief van 21 %.

Bij beslissing ET115.297 van 12 december 2008 wordt bevestigd dat het product aan het normale BTW-tarief van 21 % is onderworpen.

D.m.v. verzoekschrift neergelegd ter griffie op 10/03/2009 stelt eisende partij een vordering in rechte in tegen voormelde beslissing.

2. VOORWER P VAN DE VORDERING

De bestreden beslissing d.d. 12 december 2008 genomen door de FOD Financiën, Belastingen en Invorderingen, AOIF, Centrale diensten BTW-directie I/7 met kantoren te 1030 Brussel, Koning Albert II laan nr. 33/bus 25 ongegrond te verklaren en te zeggen voor recht dat het product "Kurzweil 3000" wel degelijk kan worden aangemerkt als een hulpmiddel bedoeld in cijfer 6, van rubriek XXII, van tabel A, van de bijlage bij het KB nr. 20, en bijgevolg onderworpen is aan het 6 % BTW tarief

Zij vordert tevens de veroordeling van verweerder tot de kosten van het geding.

Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

3. BEOORDELING

3.1. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vordering wordt niet betwist door verweerder. Nu er geen ambtshalve gronden van niet-ontvankelijkheid voorhanden zijn dient de vordering ontvankelijk verklaard te worden.

3.2. Gegrondheid

Eisende partij voert aan dat :

- het product "Kurzweil 3000" wel degelijk kwalificeert als een hulpmiddel speciaal ontworpen voor slechtzienden en blinden waarop het 6 % BTW-tarief mag worden toegepast;

- de beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald het vertrouwensbeginsel zouden geschonden zijn inzake;

- het gelijkheidsbeginsel zou geschonden zijn;

M.b.t het argument dat het product "Kurzweil 3000" wel degelijk kwalificeert als een hulpmiddel speciaal ontworpen voor slechtzienden en blinden waarop het 6 % BTW-tarief mag worden toegepast.

Eisende partij argumenteert dat het product "Kurzweil 3000" wel degelijk kwalificeert als een hulpmiddel speciaal ontworpen voor slechtzienden en blinden en zodoende onder punt 6 van "rubriek XXIII. Diversen" van de tabel A bij de bijlage bij het KB/W.BTW nr. 20 valt waardoor het 6 % BTW-tarief erop mag worden toegepast.

Eisende partij benadrukt dat de bepalingen van punt 6 van rubriek "XXIII. Diversen" van de tabel A bij KB/W.BTW nr. 20 duidelijk stellen dat de toetssteen om uit te maken of een product al dan niet kwalificeert als een hulpmiddel dat speciaal ontworpen is voor blinden en slechtzienden zich situeert op het niveau van het ontwerp en de ontwikkeling van het (software) product.

Eisende partij haalt volgende argumenten aan om aan te tonen dat het product in kwestie specifiek ontworpen en ontwikkeld is voor blinden en slechtzienden.

- het product kan volledig met stembegeleiding worden geïnstalleerd op een computer;

- het product bevat een volledig gesproken user-interface (elk element van de gebruikersbalken kan door de computer worden uitgesproken);

- het programma kan volledig met het toetsenklavier worden aangestuurd; gebruik van de 'muis' is op geen enkel ogenblik nodig;

- het werkscherm en de teksten kunnen heel erg vergroot worden;

- bij vergroting van de tekst blijft een verkleinde versie getoond;

- het product beschikt over een speciaal voor blinden en slechtzienden ontwikkelde scanmodule;

- het product is voorzien van vertalende en gewone woordenboeken en synoniemenlijsten;

- het product geeft de mogelijkheid aan de gebruiker om op elk moment aan elk document een gesproken notitie toe te voegen;

- het product is een all-in-one applicatie

Ook de verkoopprijs van het product (€ 850,00) moet mee aantonen dat het product specifiek voor blinden en slechtzienden werd ontwikkeld; dit meer bepaald omdat het speciaal voor blinden en slechtzienden ontworpen "Kurzweil 3000" heel wat duurder is dan de softwareproducten die tegemoet komen aan de behoeften van dyslectici. Het verschil kan volgens eisende partij uitsluitend worden verklaard door de kosten inherent aan de specifieke ontwikkeling van bepaalde elementen voor blinden en slechtzienden.

Voorts zouden de ontwikkelaars van het product schriftelijk hebben geattesteerd dat ze het product specifiek hebben ontwikkeld voor personen met een visuele handicap.

Eisende partij is het niet eens met de criteria die de fiscale administratie hanteert. Deze zou ervan uitgaan dat het moet gaan om een hulpmiddel 'dat specifiek bestemd is voor het persoonlijk gebruik van visueel gehandicapten' en 'in de regel enkel door visueel gehandicapten gekocht wordt'.

Het criterium om uit te maken of een goed al dan niet kan genieten van het 6 % tarief situeert zich volgens eisende partij uitsluitend op het niveau van de ontwikkeling van het product : volgens eisende partij bepaalt de wet als criterium 'speciaal ontworpen voor blinden en slechtzienden'.

Met haar administratief standpunt zou de Fiscale Administratie bijkomende voorwaarden opleggen die niet in de wet voorzien zijn.

De gelijkschakeling van het criterium speciaal ontworpen voor blinden en slechtzienden met het door de administratie weerhouden criterium 'gekocht door blinden en slechtzienden' is niet in de wet voorzien.

Het is bovendien niet mogelijk iets specifieks te ontwikkelen voor blinden en slechtzienden zonder dat dit product aangekocht kan worden door mensen met dyslexie.

Het feit dat er expliciet reclame wordt gemaakt voor "Kurzweil 3000" als "dyslexie software" doet eisende partij af als een marketing element.

Verweerder argumenteert dat "in nationale en internationale bronnen die via het internet werden geraadpleegd" het product KURZWEIL 3000 algemeen wordt omschreven als het meest complexe dyslexiepakket.

Meer nog, uit informatie van een website 'software in zicht' moet blijken dat het product niet bedoeld is voor blinde en slechtziende leerlingen.

Verweerder stelt dat er twee voorwaarden essentieel zijn om het verlaagde tarief van 6% BTW te kunnen genieten, namelijk dat het een hulpmiddel zou zijn dat specifiek bestemd zou zijn voor het persoonlijke gebruik van visuele gehandicapten en dat het in regel enkel door visuele gehandicapten wordt gekocht.

Volgens verweerder betreft het een dyslexieprogramma dat per definitie in de eerste plaats bedoeld is voor dyslectici, en is het geen hulpmiddel is dat specifiek bestemd is voor het persoonlijk gebruik van visueel gehandicapten. Voorts meent verweerder geen voorwaarde aan de wet toe te voegen.

Beoordeling

Luidens rubriek XXIII van tabel A, nummer 6, zijn aan het (verlaagd) tarief van 6 % onderworpen :

"Hulpmiddelen speciaal ontworpen voor slechtzienden en blinden, met uitzondering van monturen, brilglazen en contactlenzen."

In een informatie of mededeling gepubliceerd in het BTW-revue nr. 134/03 - 04/1998 worden deze hulpmiddelen nader toegelicht.

Uit die informatie blijkt dat 'standaardsoftware, zelfs wanneer aangepast', niet wordt beoogd. Enkel specifieke braillesoftware valt onder het tarief van 6 % volgens de informatie of mededeling in kwestie.

Uit deze wettelijk bepaling blijkt dat het criterium om uit te maken of een goed al dan niet kan genieten van het 6 % tarief zich uitsluitend situeert op het niveau van de ontwikkeling van het product : de wet bepaalt als criterium : 'speciaal ontworpen voor blinden en slechtzienden'. De wet bepaalt niet dat de hulpmiddelen (exclusief) gebruikt dienen te worden door slechtzienden en blinden.

Het is bovendien niet zo dat het inherent zou zijn aan hulpmiddelen die speciaal ontworpen worden voor blinden en slechtzienden dat ze in de regel enkel door visuele gehandicapten worden gekocht.

Blijft de vraag of het product 'Kurzweil 3000' een dyslexieprogramma is of een programma voor blinden en slechtzienden.

Of het product 'Kurzweil 3000' een dyslexieprogramma is of een programma voor blinden en slechtzienden is een feitenkwestie die de rechtbank dient te beoordelen.

Er wordt door geen van beide partijen enig wetenschappelijk bewijs bijgebracht aangaande de aard van het product.

Het geheel van de door eisende partij aangehaalde elementen overtuigt evenwel dat het programma ontwikkeld werd voor blinden en slechtzienden :

- het product kan volledig met stembegeleiding worden geïnstalleerd op een computer;

- het product bevat een volledig gesproken user-interface (elk element van de gebruikersbalken kan door de computer worden uitgesproken);

- het programma kan volledig met het toetsenklavier worden aangestuurd; gebruik van de 'muis' is op geen enkel ogenblik nodig;

- het werkscherm en de teksten kunnen heel erg vergroot worden;

- bij vergroting van de tekst blijft een verkleinde versie getoond;

- het product beschikt over een speciaal voor blinden en slechtzienden ontwikkelde scanmodule;

- het product is voorzien van vertalende en gewone woordenboeken en synoniemenlijsten;

- het product geeft de mogelijkheid aan de gebruiker om op elk moment aan elk document een gesproken notitie toe te voegen;

- het product is een all-in-one applicatie

Dat op termijn uiteindelijk mogelijks meer dyslexie patiënten het product afnemen doet geen afbreuk aan het gegeven dat het product aanvankelijk werd ontwikkeld voor blinden en slechtzienden.

Dit middel van eisende partij is gegrond.

Nu dit middel van eisende partij gegrond is dienen de overige middelen niet verder te worden onderzocht.

De vordering van eisende partij dient bijgevolg gegrond te worden verklaard.

4. WAARDE VAN DE VORDERING EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING

Aangezien de vordering van eisende partij ontvankelijk is maar gegrond, worden de kosten van het geding, in overeenstemming met artikel 1017 van het gerechtelijk wetboek, ten laste gelegd van verwerende partij.

Uit het dossier blijkt dat partijen het erover eens zijn dat (in toepassing van de bepalingen van het KB d.d. 26 oktober 2007) de rechtsplegingsvergoeding op € 1 200 dient te worden begroot.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eisende partij ontvankelijk en gegrond;

Vernietigt de bestreden beslissing d.d. 12 december 2008 van de FOD FINANCIEN, Belastingen en Invorderingen, AOIF, centrale diensten BTW­directie 1/7 met kantoren te 1030 Brussel, Koning Albert II laan 33, bus 25;

Zegt voor recht dat het product Kurzweil 3000 wel degelijk kwalificeert als een hulpmiddel bedoel in nr. 6 van rubriek XXII van tabel A bij KB/W.BTW nr. 20 en bijgevolg onderworpen is aan het 6 % BTW-tarief.

Veroordeelt eisende partij tot de kosten van het geding, in hoofde van verweerder begroot op € 1 200.00 rechtsplegingsvergoeding;

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 33ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 12 november 2010.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer M. L., rechter

Mevrouw I. D., griffier.

I. D. M. L.