---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 28 oktober 2009"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België), 28 oktober 2009."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-brussel-2009-10-28-1420"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 28 oktober 2009 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brussel

**Datum**

28 oktober 2009

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

76 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 28.10.2009

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - 36ste Kamer**

**A.R. 1997/13588/A**

\- Federale belastingen - BTW

\- op tegenspraak

\- eindvonnis na heropening debatten

**In zake van :**

De N.V. **T. C.** (voorheen N.V. **B.I.K.** Bouwen is Kunst en de N.V. **T.**). in vereffening, met maatschappelijke zetel voordien te …, …, ingeschreven in de Kruispuntbank van de ondernemingen onder het nummer …, vertegenwoordigd door haar vereffenaar de heer **B. M.**, wonende te …, …,

Eisende partij,

Vertegenwoordigd door Mr. **R. T.** en Mr. **J. V. B.**, advocaat te …, … (ref. : …),

**Tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de ondernemings- en inkomstenfiscaliteit, in de persoon van de rekenplichtige van het Btw-ontvangkantoor te Halle, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1500 Halle, Zuster Bemardastraat 32, Verwerende partij,

Vertegenwoordigd door Mr. **P. D.**, advocaat te …, …,

In deze zaak, in beraad genomen op O1/10/2009, spreekt de rechtbank het navolgend vonnis uit :

Gelet op :

• het vonnis van deze rechtbank - deels tussenvonnis, deels eindvonnis - van 19/02/2009;

• de besluiten van verweerder na heropening der debatten, neergelegd ter griffie op 09/09/2009; en

• de besluiten na heropening der debatten van eiseres, neergelegd ter griffie op 23/09/2009.

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 01/10/2009, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

## 1. PROCEDURE

1\. Hoewel hieromtrent in besluiten neergelegd ter griffie op 23/09/2009 niets wordt vermeld, vroeg de raadsman van eiseres ter zitting de zaak te horen uitstellen omdat deze van oordeel was dat de redelijke termijn verstreken was. Verweerder verzette zich tegen een uitstel en vorderde dat de zaak in beraad werd genomen.

Gelet op het feit dat verweerder zich verzette tegen een uitstel en de zaak stond vastgesteld voor behandeling, werd deze in beraad genomen.

2\. Er werd vastgesteld dat de stukkenbundels van partijen zich niet in het procedurebundel bevonden. Ook partijen stelden de stukken niet terug ontvangen te hebben na tussenvonnis.

Partijen waren akkoord dat de zaak in beraad zou worden genomen zonder de stukkenbundels. Omtrent de na tussenvonnis nog te behandelen vordering was er tussen partijen geen betwisting. Verweerder voerde bovendien de niet ontvankelijkheid aan van de nieuwe middelen (redelijke termijn) zoals aangehaald door eiser.

Indien de nieuwe middelen van eiseres niet ontvankelijk zouden zijn, is er geen nood aan de stukkenbundels. Indien deze wel ontvankelijk zouden zijn, dienden partijen hoe dan ook in de mogelijkheid te worden gesteld om hun standpunten uit te werken.

## 2. FEITEN EN VORDERINGEN

3\. Wat betreft de feiten en vorderingen wordt verwezen naar het tussenvonnis van 19/02/2009. Hierbij werd de vordering van eiseres met betrekking tot het dwangbevel met nummer … van 23/10/1997 ontvankelijk doch ongegrond verklaard. De vordering betreffende het dwangbevel met nummer … van 20/11/1997 werd ontvankelijk verklaard.

Wat betreft dit laatste dwangbevel werden alle argumenten ten gronde van eiseres reeds afgewezen (zie randnummers 12 tot en met 14.5 van het tussenvonnis). Enkel werd vastgesteld dat er mogelijkerwijs een overlapping was tussen de twee dwangbevelen.

Ter discussie staan aldus nog :

\- in verband met het dwangbevel met nummer … van 20/11/1997, de vraag of de hierin opgenomen BTW niet reeds (deels) het voorwerp uitmaakte van het dwangbevel met nummer … van 23/10/1997;

\- de in het dwangbevel met nummer … opgenomen fiscale boete.

Zowel eiseres als verweerder besluiten na tussenvonnis dat er geen sprake is van overlapping tussen de twee dwangbevelen.

4\. Bij besluiten na tussenvonnis van eiseres wordt bijkomend geconcludeerd omtrent de rechtsplegingsvergoeding.

## 3. BEOORDELING

### 3.1. Ontvankelijkheid van de middelen van eiseres omtrent het overschrijden van de redelijke termijn :

5\. Eiseres werpt ter zitting op 01/10/2009 voor het eerst en mondeling op dat de redelijke termijn zou zijn overschreden. Verweerder betwist de ontvankelijkheid van deze vordering.

6\. Na heropening der debatten, zijn deze debatten beperkt tot het voorwerp van deze heropening (vgl. **J. L.**, **K. B.** en **D. S.**, Handboek gerechtelijk recht, Antwerpen, Intersantia, 2004, p. 396, nr. 834). Het middel van eiseres dat de redelijke termijn zou zijn overschreden valt hier volledig buiten.

Het enige punt dat voorwerp uitmaakt van de heropening der debatten betreft de vraag of er een overlapping is tussen de twee dwangbevelen en de gevolgen hiervan voor de heffing en de boete.

Overigens moet vastgesteld worden dat alle argumenten in verband met de opgelegde Btw-boete reeds werden behandeld onder de randnummers 11 van het tussenvonnis. Hoewel deze motivering betrekking heeft op het andere dwangbevel, waren de argumenten van eiseres wat betreft de boetes identiek, zodat hieromtrent uitspraak werd gedaan.

Bovendien is het niet redelijk dat een dergelijk nieuw argument mondeling wordt opgeworpen ter zitting, enkele dagen nadat men schriftelijk conclusie nam. Dit getuigt niet van een redelijke proceshouding en is een reden te meer om deze argumentatie niet te weerhouden.

**3.2.** **Het dwangbevel met nummer …, van 20/11/1997** **:**

7\. Tussen partijen is er geen betwisting over het feit dat er geen dubbeltelling van BTW is in beide dwangbevelen. Bijgevolg is de vordering van eiseres tegen vernoemd dwangbevel wat betreft de BTW niet gegrond.

8\. Bijgevolg is ook de opgelegde boete regelmatig berekend en verwijzende naar de motieven onder de randnummers 11 van het tussenvonnis, is de vordering van eiseres wat betreft de opgelegde geldboete eveneens niet gegrond.

## 4. WAARDE VAN DE VORDERING EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING

9\. Aangezien de vordering van eisende partij ongegrond is, worden de kosten van het geding, in overeenstemming met artikel 1017 van het gerechtelijk wetboek, ten laste gelegd van eisende partij.

Eiseres stelt niet gehouden te zijn tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan de Belgische Staat. In tegenstelling tot gewone burgerlijke geschillen kan de Belgische Staat zichzelf een uitvoerbare titel bezorgen zodat de belastingplichtige steeds in de positie wordt gedwongen van eisende partij. De dreiging van een te betalen rechtsplegingsvergoeding zou een belemmering zijn van de belastingplichtige om een procedure in te stellen.

Het K.B. van 26/10/2007 moet dan ook buiten toepassing gelaten worden. In sociale zekerheidsgeschillen wordt trouwens aanvaard dat de burger geen rechtsplegingsvergoeding moet betalen.

Er is geen reden om een vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof zoals geformuleerd door eiseres. Er is immers klaarblijkelijk geen strijdigheid met de door eiseres aangehaalde artikelen.

Vooreerst zijn gewone burgerlijke geschillen en procesverhoudingen niet vergelijkbaar met fiscale geschillen, gelet op het openbare orde karakter van deze laatste en het algemeen belang dat hierbij speelt. Een vergelijkbaarheid met sociale geschillen is er evenmin nu deze laatste geschillen vooral betrekking hebben op de sociaal zwakkeren (uitkeringsgerechtigden).

Een schending van het recht op toegang tot de rechter is er evenmin. Het loutere feit dat de verliezende partij een vergoeding in de gerechtskosten van de andere partij dient te betalen, is geen beperking van het recht tot toegang tot de rechtbank.

Evenmin is dit gelijk te stellen met een boete (zodat de door eiseres aangehaalde rechtspraak van het hof van Cassatie evenmin relevant is).

Bijgevolg is er ook geen reden om het K.B. van 26/10/2007 buiten toepassing te laten.

Evenmin kan het verweerder verweten worden zich in bepaalde complexe dossiers te laten vertegenwoordigen door een raadsman. De complexiteit van huidige zaak blijkt al uit de omvang van de door partijen neergelegde besluiten.

Nu voor het overige geen vermindering van de rechtsplegingsvergoeding wordt gevorderd, kan het basisbedrag worden toegekend.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,

Het tussenvonnis van 19/02/2009 verder uitwerkende,

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,

Verklaart de nieuwe middelen van eiseres, mondeling aangevoerd ter zitting op 01/10/2009 niet ontvankelijk,

Verklaart de vordering van eiseres betreffende het dwangbevel met nummer … van 20/11/1997 niet gegrond,

Veroordeelt eisende partij tot de kosten van het geding, begroot op € … rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van verweerder,

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 36 ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op **28 oktober 2009**.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **J. V. B.** toegevoegd rechter

Mevrouw **I. K.** afgevaardigd griffier

**I.K.** **J. V. B.**

I. KUYS

toegevoegd rechter afgevaardigd griffier

............. / \_g;;i ;,::s?-=::;

.. ,...·/ J.·· AN-BROECK .

.&, .... •·
