Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 23.05.2001
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - OPENBARE ZITTING VAN HET KORT GEDING VAN 23.5.2001
nr. 2001/549/C register van kort geding
in zake van :
de SARL A., vennootschap naar Luxemburgs recht, met maatschappelijke zetel in het …, te …, …, die woonstkeuze doet bij haar raadsman;
eisende partij,
vertegenwoordigd door Mter. Y. N., advocaat te …, …
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Minister van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, met kantoren te 1000 Brussel, Jozef Stevensstraat, 7;
verwerende partij,
vertegenwoordigd door Mter. F. S., advocaat te …, …;
In dit geding wordt geconcludeerd en gepleit in het Nederlands ter openbare zitting van 23 april 2001;
Na beraad spreekt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel volgend bevelschrift uit :
Gezien :
- de dagvaarding betekend door exploot van Meester J. V. d. B., plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder van Meester M. V. E., gerechtsdeurwaarder verblijvende te …, d.d.30 maart 2001;
- de besluiten van eisende partij neergelegd ter zitting van 18.4.2001;
- de besluiten en aanvullende besluiten van verwerende partij neergelegd ter griffie op 12.4.2001 en ter zitting van 23.4.2001;
Gehoord in hun pleidooien de raadslieden van partijen;
Overwegende dat huidige vordering, ingesteld met toepassing van art. 584 van het Gerechtelijk Wetboek, ertoe strekt voor recht te doen zeggen dat bij ontstentenis van over te gaan tot erkenning van een aansprakelijk vertegenwoordiger te België ten behoeve van eiseres, dit door het Centraal BTW-kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen, en toekenning door deze laatste van een BTWnummer voor Buitenlandse belastingplichtigen aan eiseres, vanaf de vijfde dag na de betekening van de tussen te komen beschikking een dwangsom zal verschuldigd zijn aan gedaagde ten bedrage van 50.000 frank per dag vertraging en dit tot de dag van de effectieve toekenning van een Belgisch BTW-nummer voor Buitenlandse belastingsplichtigen;
Dat eiseres tevens vraagt verwerende partij te veroordelen tot de gerechtskosten;
DE FEITEN
Eiseres is een vennootschap naar Luxemburgs recht, met maatschappelijke zetel te …, die actief is in het plaatsen van industriële bevloeringen in de Beneluxlanden, Frankrijk en Duitsland;
Destijds bekwam eiseres de toekenning van een tijdelijk registratienummer voor twaalf maanden op basis van haar Luxemburgse BTW-nummer; de Provinciale Registratiecommissie Vlaams Brabant besliste echter op 30 april 1999 dit registratienummer te schrappen;
Met verwijzing naar art. 8, 7° van het KB tot uitvoering van bepaalde art. van het WIB 1992 was deze beslissing gegrond op de overweging “dat betrokkene geregistreerd werd onder het BTWnummer van de lidstaat van de Europese Unie waar zij gevestigd is” en “dat zij binnen de 12 maanden na toekenning van het registratienummer een BTW-nummer diende te bekomen dat de letters BE bevat”, hetgeen niet gebeurd was;
Gezegde beslissing werd aangetekend overgemaakt aan eiseres op het adres te …, …;
Eiseres vroeg nadien om erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger voor een niet in België gevestigde belastingplichtige in uitvoering van art. 55 van het Wetboek van de BTW; de administratie antwoordde op 22 september 2000 dat uit de uitgevoerde nazichten was gebleken dat SA A. in België over een vaste inrichting beschikte, met name haar kantoor te …, … en dat bijgevolg niet kon worden ingegaan op de aanvraag.; het behoorde echter eiseres een Belgisch BTW-nummer aan te vragen, en dit op het BTW-Controlekantoor te Haacht;
Deze beslissing werd bij brief van 24 oktober 2000 door het BTW-Controlekantoor Haacht bevestigd; de inspecteur benadrukte dat zij steunde op vaststellingen uitgevoerd door de heer S. van de Nationale en Internationale Opsporingsdiensten, Inspectie Leuven; deze inspecteur stelde vast “dat er een kantoor was ingericht dat dienstig was voor de firma A.; er werden allerlei documenten (boekhoudkundige en administratieve) aangetroffen op naam van A.”;
In antwoord op een (niet overgelegde) brief van de raadsman van eiseres d.d. 30 oktober 2000 liet het Centraal BTW-kantoor voor Buitenlandse belastingplichtigen op 10 november 2000 opmerken dat de administratie eigenlijk niet weigerde een BTWnummer toe te kennen maar dat het volstond dat een (geschikte) aanvraag gericht werd aan het BTW-Controlekantoor Haacht;
Op 17 maart 2001 stuurde de raadsman van eiseres een aangetekende ingebrkestelling waarna het Centraal BTW-kantoor hem opnieuw verwees naar het BTW-Controlekantoor Haacht (brief 21 maart 2001);
DISCUSSIE
Overwegende dat eiseres stelt dat ondanks alle ondernomen stappen de belastingadministratie om louter willekeurige en dilatoire redenen weigert om over te gaan tot erkenning van een aansprakelijk vertegenwoordiger in België met het gevolg dat zij zware schade lijdt nu zij niet beschikt over een registratienummer;
Dat zij voorhoudt dat verweerster zich alleen maar achter drogredenen schuilt om zonder motivering te weigeren om tot de louter materiële verrichtingen over te gaan op basis van dewelke een nieuw registratienummer zou kunnen aangevraagd worden;
Dat verweerder tot de onbevoegdheid van de rechtbank besluit bij gebrek aan hoogdringendheid en, in ondergeschikte orde, tot de ongegrondheid van de vordering besluit;
Overwegende dat eiseres haar vordering voor de kort gedingrechter ingesteld heeft en zich in haar inleidende akte uitdrukkelijk op de hoogdringendheid van de gevorderde maatregelen beroepen heeft;
Dat in dit geval de kort gedingrechter bevoegd is om van die vordering kennis te nemen; dat wanneer de rechter het geval niet spoedeisend acht, hij dan de vordering ongegrond - en niet onontvankelijk - dient te verklaren (Cass. 11 mei 1990, R.W. 1990- 91, 987, met noot Laenens);
Dat de exceptie van onbevoegdheid verworpen moet worden;
Overwegende dat eiseres in haar stelling moet gevolgd worden als zij aanvoert dat het feit dat zij niet over een registratienummer beschikt haar schade berokkent nu de medecontractanten concurrenten zullen verkiezen; dat als eiseres geen BTW-nummer heeft of geen erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger bekomt, haar onmogelijk een registratienummer zal toegekend worden;
Dat de omstandigheid dat eiseres geen beroep aantekende tegen de beslissing tot schrapping van haar tijdelijke registratienummer als aannemer het hoogdringend karakter van de vordering niet uitsluit;
Dat de urgentie van de vordering te dezen vaststaat.
Overwegende dat verweerder echter terecht stelt dat de administratie alleen dient over te gaan tot de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger als de aanvrager een buitenlandse onderneming is die niet in België gevestigd is (art. 55 van het BTWWetboek en het KB nr. 31 van 29 december 1992, in uitvoering ervan genomen);
Dat te dezen de stelling van verweerder als zou eiseres eigenlijk beschikken over een vaste inrichting in België, meer bepaald op het adres te …, …, niet ogenschijnlijk verkeerd is; dat verweerder zich terecht kan steunen op de zeer nauwkeurige vaststellingen opgenomen in het verslag d.d. 11 februari 2000 van inspecteur S. (vermelding op de facturen van het adres in België, van een Belgisch telefoonnummer, Belgisch rekeningnummer, inrichting van een kantoor, bewaring van allerlei stukken, huur van een hangaar achter het hoofdgebouw enz.); dat uit geen enkel element blijkt dat deze toestand sedert februari 2000 gewijzigd zou zijn;
Dat eiseres hoegenaamd niet bewijst dat de houding van de administratie alleen dilatoir en willekeurig is en een ogenschijnlijke aantasting van haar rechten uitmaakt;
Dat de vordering derhalve ongegrond voorkomt;
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN :
Wij, E.·J. d. B., rechter, ·aangesteld om de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg zetelende te Brussel te vervangen;
Bijgestaan door H. V., griffier;
Gezien de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Rechtsprekende over-het voorlopige, na tegenspraak ;
Alle andere of strijdige besluiten verwerpend;
Verklaren de vordering ontvankelijk doch ongegrond;
Wijzen eisende partij ervan af;
Veroordelen haar tot de kosten, vereffend op 8.863 BEF + 4.400 BEF voor haarzelf en op 4.400 BEF voor verwerende partij;
Aldus gewezen en uitspraak gedaan ter openbare zitting van het kort geding van 23 mei 2001.
H. V. E. J. d. B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.