Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 5 juni 1998 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brussel 5 juni 1998

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 5 juni 1998Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-brussel-1998-06-05-48f4

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brussel
Datum
5 juni 1998

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

50 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 05.06.1998

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 24ste KAMER

AR 97/794/A/

VONNIS Bij verstek

EINDVONNIS OP VERZET

IN ZAKE VAN :

De BELGISCHE STAAT, in de persoon van de Heer Minister van Financiën, bevoegd voor de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door Mevrouw de Hoofdcontroleur van het Centraal BTW-kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1000 Brussel, Van Orleystraat 15,

eiser op verzet, oorspronkelijke verweerder,

vertegenwoordigd door Mter V. D. H., advocaat te …, …,

tegen :

De BV T. I., met zetel te …, …

verweerder op verzet, oorspronkelijke eiseres,

die niet verschijnt, noch vertegenwoordigd is,


Na beraad spreekt de Rechtbank het volgende vonnis uit :

Gelet op :

- het proces-verbaal van vrijwillige verschijning d.d. 20.1.1997 voor de tweede kamer van deze Rechtbank ;

- het vonnis bij verstek gewezen d.d.16.12.1996 door de tweede kamer van deze Rechtbank;

- de conclusies van eiser op verzet neergelegd ter griffie op 29.4.1998;

- de gerechtsbrief verstuurd aan verweerster op verzet voor de zitting van 15.5.1998;

- overwegende dat verweerster op verzet niet vertegenwoordigd is ter zitting d.d. 15 mei 1998;

- gehoord eiser op verzet ter zitting d.d 15 mei 1998;

- overwegende dat eiser op verzet verstek vordert;

1. Procedure

De vordering zoals door eiser op verzet in conclusies bepaald strekt ertoe te zeggen voor recht dat de 2 aanvragen tot teruggaaf ingediend op 14 juni 1991 verjaard zijn en dat de oorspronkelijke vordering van verweerster op verzet ontvankelijk doch ongegrond zou worden verklaard;

2. Feiten

Overwegende dat eiser op verzet in conclusies een uitvoerig relaas geeft van de feiten waaruit blijkt dat volgens hem de oorspronkelijke vordering van verweerster op verzet ongegrond is;

3. In rechte

a. De ontvankelijkheid van het verzet

Overwegende dat het verstekvonnis dateert van 16 december 1996 en dat door geen van beide partijen een betekeningakte wordt overgelegd;

Dat verzet werd aangetekend oor de vrijwillige verschijning der partijen op 20 januari 1997;

b. de gegrondheid van het verzet

Overwegende dat eiseres op verzet aan de hand van neergelegde stukken laat blijken dat de vordering van verweerster op verzet laattijdig is;

Dat verweerster op verzet geen argument opwerpt om deze laattijdigheid te verantwoorden;

Dat het verzet gegrond voorkomt;

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtsprekend verstek (art. 803 Ger. W. ten aanzien van verweerster op verzet);

Rechtsprekend op tegenspraak ten aanzien van eiser op verzet;

Gelel op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en zoals gewijzigd;

Verklaart het verzet ontvankelijk en gegrond;

Doet hot vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel van 16 december 1996 waartegen verzet teniet, en opnieuw rechtdoende;

Verklaart de oorspronkelijke vordering van verweerster op verzet ontvankelijk, doch ongegrond;

Veroordeelt verweerster op verzet tot de kosten van het. geding, begroot in haren hoofde op 12.300 fr en in hoofde van eiser op 3.300 fr + 12.300 fr.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 24ste kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, op 5 juni 1998,

waar aanwezig waren en zitting namen :

de heer V., alleenrechtsprekend rechter,

de heer V., griffier,

V. V.