Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 26 september 1997 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brussel 26 september 1997

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 26 september 1997Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-brussel-1997-09-26-c317

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brussel
Datum
26 september 1997

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

66 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 26.09.1997

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL

Inzake van :

BVBA O. F., met maatschappelijke zetel te …, …, H.R. Brussel : …;

eiseres,

vertegenwoordigd door Mter B. loco Mter C. L., advocaat te …, …;

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door het Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de ontvanger van het vierde BTW-Ontvangkantoor, met burelen te 1040 Brussel, Handelsstraat 5-7;

verweerder,

vertegenwoordigd door Mter D. S. loco Mter J. H., advocaat te …, …;


In deze zaak, in beraad genomen op 9 januari 1997,spreekt de Rechtbank volgend vonnis uit :

Gelet op :

• de inleidende dagvaarding, betekend op 2 april 1993door Mter B. loco Mter D., Gerechtsdeurwaarder te Elsene;

• de besluiten van eiseres, ingediend ter griffie op 17 maart 1994;

• de synthesebesluiten van eiseres, ingediend ter griffie op 16 maart 1995;

• de besluiten van verweerder, ingediend ter griffie op 29 december 1993;

• de aanvullende besluiten van verweerder, ingediend ter griffie op 11mei 1995;

• de tweede aanvullende besluiten van verweerder, ingediend ter griffie op 11mei 1995;

Gehoord de raadslieden der partijen in hun pleidooien ter zitting van 9 januari 1997;

DE ElS

Eisers is BTW plichtig sedert 1 januari 1987.

Op 30 april 1992wordt door de administratie een controle van haar boekhouding uitgevoerd voor de periode van 1 januari 1988 tot 31 december 1991, waarvan op 30 oktober 1992 proces-verbaal wordt opgemaakt.

Op basis van deze controle wordt op 9 december 1992 door de ontvanger van het 4de BTW-ontvangkantoor een dwangbevel uitgevaardigd tot betaling van een BTW van … BEF, een geldboete van … BEF, interesten en kosten.

Een gedeelte van de BTW, namelijk een som van … BEF, werd aangerekend omdat eiseres in die periode voor het verstrekken van diensten een BTW tarief van 19 % had toegepast, terwijl dit volgens de administratie 25 % had moeten zijn.

Het dwangbevel werd op 30 december 1992 door de adjunct-directeur bij de 2de BTW-directie te Brussel uitvoerbaar verklaard, en bij gerechtsdeurwaardersexploot van 2 maart 1993 aan eiseres betekend.

De voorliggende eis strekt tot verzet tegen dit dwangbevel, in zoverre het eiseres verplicht tot betaling van een BTW van … BEF, te vermeerderen met de op deze som betrekking hebbende boetes en interesten.

In ondergeschikte orde bekritiseert eiseres de berekeningswijze van deze som, en verweerder heeft zich in aanvullende besluiten, ingediend ter griffie op 11 mei 1995,met deze kritiek akkoord verklaard. De volgens verweerder verschuldigde BTW moet dan ook verminderd worden tot de som van … BEF.

BEOORDELING

1. Overwegende dat in het proces-verbaal van 30 oktober 1992 is vermeld dat voor de diensten, verstrekt door eiseres, bij toepassing van tabel C, punt XII bij het K.B. nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, het BTW-tarief van 25 % gold, welk tarief tot 31 maart 1992 van toepassing was;

Dat in punt XII van tabel C de diensten vermeld zijn die gewoonlijk worden verstrekt door onder meer de uitbaters van saunabaden en andere gelijkaardige inrichtingen;

Dat volgens de administratie met gelijkaardige inrichtingen onder meer bedoeld zijn inrichtingen waarin de klanten een vermageringskuur of figuurcorrectie kunnen ondergaan door middel van oefeningen door elektromotorisch aangedreven trimtafels, ook toningtafels of slankbanken genoemd;

Overwegende dat in het proces-verbaal, en dus in het dwangbevel, op het geheel van de diensten die door eiseres worden verstrekt het tarief van 25 % toegepast wordt, op grond van de overweging dat de activiteit van eiseres bestaat in het verstrekken van de diensten die wezenlijk bestaan in, en gepaard gaan met, de uitbating van een sauna, elektromotorisch aangedreven trimtafels, en zonnebanken;

2. Overwegende dat eiseres stelt dat zij in de betrokken periode een inkomprijs van … BEF (… BEF voor studenten) vroeg - waarin 19 % BTW begrepen was - die toegang verleende tot de gezelschaps- en ontspanningsruimten (T.V., lectuur, een goed gesprek of gewone café-praat), tot fitness-toestellen en stortbaden, en tot de bar en cafetaria;

Dat een toeslag moest worden betaald door wie van de sauna (… BEF) of de zonnebank gebruik wilde maken, en dat verder ook de consumpties in de cafetaria afzonderlijk betaald dienden te worden;

Dat op de toeslag voor het gebruik van de zonnebanken 25 % BTW werd aangerekend, zoals voorgeschreven in punt XIV van tabel C bij K.B.nr. 20 van 20 juli 1970;

Dat eiseres erkent dat op de toeslag voor het gebruik van de sauna slechts 19 % BTW werd aangerekend, hoewel dit overeenkomstig het voormelde punt XII van tabel C bij K.B.nr. 20 van 20 juli 1970 25 % had moeten zijn; dat zij aldus gedeeltelijk de gegrondheid van het dwangbevel erkent;

3. Overwegende dat niet is aangetoond dat er zich in het pand van eiseres elektromotorisch aangedreven trimtafels bevonden;

Dat dit niet kan worden afgeleid uit de enkele vermelding, in het proces-verbaal van 30 oktober 1992, van de toepasselijkheid van punt XII van tabel C bij K.B.nr. 20 van 20 juli 1970, waarin weliswaar sprake is van saunabaden en gelijkaardige inrichtingen, maar de bedoelde tafels niet expliciet vermeld worden;

Overwegende dat dit niet wegneemt dat er een saunabad en zonnebanken ter beschikking van de bezoekers stonden;

4. Overwegende dat echter evenmin is aangetoond, zoals ditmaal eiseres beweert, dat er zich in de betrokken periode in het pand fitness-toestellen bevonden;

Overwegende dat dan ook moet worden aangenomen dat de activiteit van eiseres wezenlijk bestond in de uitbating van het saunabad en de zonnebanken;

Dat het enige gevolg van het feit dat de inkomprijs gesplitst was in twee of drie bestanddelen, één als algemene toegangsprijs, en verder een toeslag voor de sauna en een toeslag voor de zonnebank, erin bestond dat het pand kon worden betreden zonder dat de klant de bedoeling had van saunabad of de zonnebank gebruik te maken;

Dat daaruit echter nog niet volgt dat het loutere scheppen van de verblijfsmogelijkheid in de lokalen van het pand van eiseres het hoofdbestanddeel van haar activiteit zou uitmaken;

Dat moeilijk kan worden aangenomen dat de bezoekers in overwegende mate … BEF (of … BEF voor studenten zouden betalen), alleen om de bovenbeschreven gezelschaps- en ontspanningsruimten te betreden, of zich in de bar of de cafetaria op te houden, dan wel een stortbad te nemen;

Dat eiseres in haar pand gedurende de betrokken periode een sauna met zonnebanken uitbaatte, en de overige dienstverlening als ondergeschikt aan, en bijkomend bij, deze uitbatingen te beschouwen was;

5. Overwegende dat niet is aangetoond dat eiseres na de controle van 13 juni 1989 de zekerheid mocht hebben dat het BTW-tarief van 19 % op de inkomprijs van toepassing was, en zeker niet dat verweerder een fout heeft begaan door niet toen reeds de aandacht van eiseres te vestigen op de toepasselijkheid van het hogere tarief van 25 %;

Overwegende dat verweerder terecht doet opmerken dat die controle alleen op het eerste activiteitsjaar van eiseres, namelijk 1987, betrekking had, en niet vaststaat dat ook toen reeds de uitbating van de sauna of de zonnebanken de hoofdactiviteit vormden;

6. Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat het verzet ongegrond is, tenzij in zoverre het ertoe strekt de som van de verschuldigde BTW van … BEF tot … BEF te zien verminderen;

Dat echter geen uitspraak gedaan moet worden over het eventuele gevolg van deze vermindering op de in het dwangbevel geëiste boetes en interesten, nu deze eis niet is ingesteld;

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend na tegenspraak,

Verklaart de eis ontvankelijk doch slechts gedeeltelijk gegrond,

Vernietigt het dwangbevel uitgevaardigd op 9 december 1992, doch alleen in zoverre het de verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde in hoofdsom bepaalt op de som van … BEF,

Zegt dat deze som moet worden bepaald op … BEF,

Veroordeelt elke partij tot de helft van de gerechtskosten, begroot op … BEF (… BEF dagvaarding + … BEF RPV) voor eiseres en op … BEF (RPV)voor verweerder,

Staat de voorlopige tenuitvoerlegging van deze veroordelingen toe, zonder zekerheidstelling.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 23ste kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, op 26 september 1997,

waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer S. R., alleenzetelend rechter, en

Mevrouw T. C., afgevaardigd adjunct-griffier;

(nietige lijnen en nietige woorden)

T. C. S. R.