Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 9 november 2010 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brugge 9 november 2010

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 9 november 2010Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-brugge-2010-11-09-993f

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brugge
Datum
9 november 2010

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

41 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 09.11.2010

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

De Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, vierde kamer, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :

In de zaak 09/3.880/A

BVBA G..BE, met zetel te …, …, met RPR Kortrijk BTW BE …,

eiseres,

hebbende als raadslieden meesters J. S. en S. L., advocaten, met kantoor te …, …, die optreden voor en namens het Advocatenkantoor CVBA DVVCS, Advocaten …(ref. : 1853-TAX/JS/SL SUB 1).

tegen :

De BELGISCHE STAAT - FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN, vertegenwoordigd door de Heer Minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, sector BTW, in de persoon van de Eerstaanwezend Inspecteur, hoofd van de BTW-Controle Waregem, met kantoren gevestigd te 8790 Waregem, Pand 307,

verweerders,

hebbende als raadsman meester F. W., advocaat, met kantoor te …, … (ref. : 3383/G).

1. RECHTSPLEGING

Gelet op het verzoekschrift, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 31 december 2009.

De partijen werden gehoord in hun middelen en besluiten in de openbare terechtzitting van 02 november 2010.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

2. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

Bij akkoordbesluiten, neergelegd ter openbare terechtzitting van 02 november 2010 (stuk 11 van het rechtsplegingsdossier) vragen partijen :

- te acteren dat de herziening van het bedrag van 68.421,23 euro in het voordeel van eiseres reeds is vervat in de gecorrigeerde aangifte van het 3de kwartaal 2009, waardoor dit niet meer via de aangifte van het 4de kwartaal 2009 moest gebeuren;

- te acteren dat de aangiften van het 3de en 4de kwartaal 2009 wel degelijk zijn opgenomen in de (BTW)rekening-courant van eiseres, met uitwerkingsdatum respectievelijk op 07 oktober 2009 en 08 januari 2010 en dus binnen de wettelijke indieningstermijn van respectievelijk 20 oktober 2009 en 20 januari 2010;

- kosten lasten eiseres begroot op 75,00 euro rechtsplegingsvergoeding.

3. BEOORDELING

3.1. Nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen gegronde redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

3.2. Nopens de grond

De rechtbank gaat op het geformuleerde akkoord, vermeld in de besluiten van partijen - neergelegd ter openbare terechtzitting van 02 november 2010 (zie stuk 11 rechtsplegingsdossier) - in, nu geen reden van openbare orde zich daartegen verzet.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Wijzende in eerste aanleg en in laatste aanleg;

Alle verdere middelen partijen verwerpende als niet dienend.

Verleent akte van het akkoord tussen partijen, zoals hierna vermeld.

Verklaart het fiscaal verzoekschrift ontvankelijk en gegrond.

Neemt akte van het feit dat de herziening van het bedrag van achtenzestigduizend vierhonderd éénentwintig euro drieëntwintig eurocent (68.421,23 €) in het voordeel van eiseres reeds is vervat in de gecorrigeerde aangifte van het derde (3de) kwartaal tweeduizend en negen (2009), waardoor dit niet meer via de aangifte van het vierde (4de) kwartaal tweeduizend en negen (2009) moest gebeuren.

Neemt akte van het feit dat de aangiften van het derde (3de) en vierde (4de) kwartaal tweeduizend en negen (2009) wel degelijk zijn opgenomen in de (BTW)rekening­courant van eiseres, met uitwerkingsdatum respectievelijk op zeven oktober tweeduizend en negen (07.10.2009) en acht januari tweeduizend en tien (08.01.2010) en dus binnen de wettelijke indieningstermijn van respectievelijk twintig oktober tweeduizend en negen (20.10.2009) en twintig januari tweeduizend en tien (20.01.2010).

Veroordeelt eisende partij tot de kosten van het geding, begroot op vijfenzeventig euro (75,00 €) rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge op negen november tweeduizend en tien.

Aanwezig zijn :

N. H., alleenrechtsprekend rechter;

G. D. T., griffier.

G. D. T. N. H.