---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 16 februari 2010"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 16 februari 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-brugge-2010-02-16-a523"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 16 februari 2010 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

16 februari 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

54 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 16.02.2010

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, vierde kamer, heeft het hierna- volgend vonnis verleend :**

In de zaak **06/651/A** Rep. nr. 2010/2461

De heer **L. R.**, frituuruitbater, wonende te …, …, met ondernemingsnummer …,

**eiser,**

hebben de als raadslieden meesters **L. D. B.** en **J. R.**, advocaten bij **D. B. V. L.** & Partners, met kantoor te …, … (ref. : …),

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst FINANCIEN, sector BTW, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te 8800 Roeselare, Ronde Kom 30, en in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van de BTW-controle te 8700 Tielt, Tramstraat 50,

**verweerder,**

hebbende als raadsman meester **L. D. S.**, advocaat te …, … (ref. : …).

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie van de rechtbank alhier de dato 24 februari 2006.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 19 januari 2010.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen In gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. Eiser is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, ingevolge de door hem aangevatte activiteit van uitbating van een fast-foodzaak, snackbar en frituur. Hij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Naar aanleiding van een controle werden een aantal overtredingen inzake BTW-aftrek en tarief vastgesteld.

Deze overtredingen werden opgenomen in een proces-verbaal van 23 november 2005.

Aangezien eiser de verschuldigde bedragen niet betaalde, werd op 06 december 2005 een dwangbevel uitgevaardigd.

2.2. Eiser vraagt dat de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het bestreden dwangbevel wordt vernietigd en dat dienvolgens verweerder wordt veroordeeld tot teruggave van de onterecht betaalde som van … euro, meer de moratoire intresten. Verder vordert hij dat verweerder wordt veroordeeld tot de gedingkosten, in zijn hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … euro en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard niettegenstaande elk verhaal en zonder borgstelling noch kantonnement.

2.3. Verweerder vordert dat het verzoekschrift ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiser wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag).

## III. BEOORDELING

### 3.1. Nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid , die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. Nopens de grond

3.2.1. Eiser past het BTW-tarief toe van 6 % voor zijn gehele activiteit van frituur-uitbater.

3.2.2. De levering van voedingswaren zijn onderworpen aan het BTW-tarief van 6 % wanneer ze door de klanten worden verbruikt buiten de inrichting (meeneemverkopen).

Het BTW-tarief van 21 % is van toepassing wanneer de voedingswaren door de klanten binnen de inrichting worden verbruikt (verbruik ter plaatse).

Wanneer een gedeelte van de voedingswaren en dranken door de klanten worden verbruikt buiten de inrichting en een gedeelte wordt verbruikt binnen de inrichting, moeten de ontvangsten door de belastingplichtige worden uitgesplitst.

3.2.3. Eiser beschikt over een inrichting waar de verschafte maaltijden ter plaatste kunnen worden verbruikt (frituur met 16 zitplaatsen). Naast de bereiding en de levering van de spijzen stelt hij een eetzaal ter beschikking met nutsvoorzieningen, meubilair en vaatwerk (zie proces-verbaal van 23 november 2005). Uit verschillende verklaringen en vaststellingen is gebleken dat er in de frituur van eiser maaltijden ter plaatse worden verbruikt.

Overeenkomstig de BTW-wetgeving wordt het verschaffen van spijs en drank voor het verbruik ter plaatste als een dienst beschouwd. Het door eiser aangeboden pakket volstaat om van een dienst te gewagen.

Op deze diensten is overeenkomstig artikel 1, eerste lid 30 van het Koninklijk Besluit nummer 20 van 20 juli 1970 het BTW-tarief van 21 % van toepassing.

Verder is het zo dat voor dranken (met uitzondering van melk) sowieso het tarief van 21 % van toepassing is (hier wordt geen onderscheid gemaakt tussen gewone levering en verbruik ter plaatse).

Niettegenstaande het voorgaande heeft eiser zijn ontvangsten niet uitgesplitst en heeft hij zijn totale gerealiseerde winst steeds aangegeven aan het BTW-tarief van 6 %.

3.2.4. Op basis van een aantal visuele vaststellingen die door de ambtenaren van de BTW-administratie werden gedaan (proces-verbaal van 19 april 2005 en vaststellingen door de heer **J. R.** van de Opsporingsdienst te Tielt op 12 mei, 24 mei en 01 juni 2005) heeft verweerder de verkopen van het jaar 2002 zelf uitgesplitst. De gedane vaststellingen gaven aan dat 43 % van de klanten hun maaltijd ter plaatste verbruiken. Rekeninghoudend met het feit dat het hier om een aantal momentopnamen gaat, werd billijkheidshalve een percentage van 30 % weerhouden.

De rechtbank is van oordeel dat deze uitsplitsing niet willekeurig of kennelijk overdreven is. Deze uitsplitsing is meer dan redelijk rekening houdende met de feitelijke omstandigheden en de gedane vaststellingen. Bij gebrek aan relevante of bewijskrachtige boekhoudkundige gegevens is het voor eiser onmogelijk om deze uitsplitsing aan te vechten.

3.2.5. Tenslotte is het duidelijk dat de verlopen termijn tussen de aanvang van de controle en het opstellen van het proces-verbaal nauwelijks 6 maanden bedroeg. Het proces-verbaal werd dan ook niet laattijdig opgesteld.

De vordering dient dan ook als ongegrond te worden afgewezen.

### 3.3. Nopens de kosten

Eiser wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1 ste lid van het gerechtelijk wetboek moet hij de gerechtskosten dragen. In hoofde van verweerder worden zij begroot op … euro rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag). De waarde van de vordering situeert zich immers tussen de 10.000,01 en de 20.000,00 euro.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**De Rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de fiscale vordering ontvankelijk en ongegrond.

Veroordeelt eiser tot de gedingkosten, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op … euro (… euro) rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge op **zestien februari tweeduizend en tien**.

Aanwezig zijn :

**N. H.**, alleenrechtsprekend rechter;

**G. D. T.**, griffier.

**N. H.** **G. D. T.**
