---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 28 december 2009"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 28 december 2009."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-brugge-2009-12-28-6ead"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 28 december 2009 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

28 december 2009

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

94 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 28.12.2009

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **06/2358/A** Rep. nr. 2009/16.292

1\. de heer **Y. C.**, advocaat,

2\. de heer **M. C.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …,

in hun hoedanigheid van curatoren over het faillissement van de BVBA **T. C. B.**, (Ondernemingsnr. …), met zetel te …, …,

**eisers qq,**

voor wie is opgetreden Meester **M. C.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …,

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, in de persoon van de Gewestelijk Directeur der directe belastingen te Brugge, met kantoren te …, …,

**verweerder,**

voor wie is opgetreden mevrouw **E. V.**, inspecteur bij een fiscaal bestuur,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het bezwaarschrift ingediend op 24 maart 2005.

Gelet op de beslissing d.d. 12 juli 2006 genomen door de ambtenaar gedelegeerd door de gewestelijke directeur van de Administratie der Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit te Brugge, waarbij het bezwaarschrift wordt afgewezen.

Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie d.d. 16 augustus 2006.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 30 november 2009.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** De betwisting heeft betrekking op de volgende aanslag gevestigd in hoofde van eiseres in de vennootschapsbelasting :

\- *artikel …, gemeente Brugge, aanslagjaar 2002, inkomsten van de balans op 31 december 2001, datum uitvoerbaarverklaring 20 december 2004, te betalen saldo … EUR*.

**2.** Eiseres baatte een tea-room uit.

Met een bericht van wijziging d.d. 2 september 2004 wordt aan eiseres meegedeeld dat ingevolge een omzetverschil na neven berekening er verdoken meerwinsten zullen worden belast t.b.v. … BEF (… EUR). Er wordt hierbij verwezen naar de artikelen 340 en 219 WIB 1992. Het bericht van wijziging telt 20 bijlagen. Eiseres gaat niet akkoord met de wijziging.

Met een kennisgeving van beslissing tot taxatie d.d. 18 november 2004 wordt aan eiseres meegedeeld dat met haar opmerkingen gedeeltelijk wordt rekening gehouden, namelijk de berekening wordt verminderd met het eigen gebruik door het personeel en de zaakvoerder en hierdoor wordt het omzetverschil verlaagd tot … BEF (… EUR).

De betwiste aanslag werd gevestigd overeenkomstig de wijziging aangekondigd in het bericht van wijziging en de kennisgeving van beslissing tot taxatie.

Tegen deze aanslag werd door eiseres bezwaar ingediend op 24 maart 2005.

Bij directoriale beslissing d.d. 12 juli 2006 wordt het bezwaarschrift afgewezen.

Door eiseres werd fiscaal verhaal ingesteld op 16 augustus 2006.

Op 27 februari 2008 werd eiseres failliet verklaard en werden Mr. **M. C.** en Mr. **Y. C.** aangesteld als curatoren.

**3.** Eiseres vraagt dat :

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- voor recht gezegd wordt dat de betwiste aanslag ten onrechte werd gevestigd;

\- minstens prejudiciële vragen gesteld worden aan het Grondwettelijk Hof;

\- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

**4.** Verweerder vraagt dat de vordering ongegrond wordt verklaard.

## III. BEOORDELING

### A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### B. Betreffende de grond

#### 1. schendig van artikel 346 WIB 1992

**1.1.** Overeenkomstig artikel 346 WIB 1992 moet de administratie, wanneer zij meent de inkomsten en andere gegevens van een regelmatige aangifte te moeten wijzigen, de belastingplichtige in kennis stellen van de inkomsten en andere gegevens die zij voornemens is in de plaats te stellen van die welke zijn aangegeven en van de redenen die naar haar oordeel de wijzigingen rechtvaardigen.

Het bericht van wijziging dient te worden gemotiveerd in die zin dat de belastingplichtige zich voldoende rekenschap moet kunnen geven van de cijfers, feiten en omstandigheden waarop de aanslag zal berusten. Hij moet aldus in de gelegenheid worden gesteld ze te weerleggen en eventueel het tegenbewijs te leveren. Het bericht van wijziging dient derhalve de volgende elementen te bevatten: het bedrag van de inkomsten en van de andere gegevens op basis waarvan de aanslag zal worden gevestigd, de redenen waarom de aangifte moet worden gewijzigd en de wijze waarop deze inkomsten en andere gegevens zijn vastgesteld.

Het Hof van Cassatie (*Cass. 10 november 2000, F.J.F., 2001/4; Cass. 2 februari 2001, Fisc. Act 2001, 19/7*) kwam tot bevinding dat bij een bericht van wijziging de motivatieplicht in de zin van de wet van 29 juli 1991 op de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen niet van toepassing is, omdat artikel 346 WIS 1992 geen minder strenge formaliteiten oplegt.

De motivering van het bericht van wijziging moet zowel in rechte als in feite pertinent zijn. De beslissing moet gedragen kunnen worden door de inhoud van de akte zelf.

De aan de belastingplichtige verstrekte inlichtingen moeten derhalve in feite en in rechte zo volledig mogelijk zijn en zodanig zijn opgesteld dat de betrokkene gemakkelijk de draagwijdte ervan kan vatten en zijn aanmerkingen met volledige kennis van zaken kan formuleren.

Het bericht van wijziging is in de zin van artikel 346 WIB 1992 voldoende gemotiveerd wanneer de belastingplichtige in staat is gesteld de gegevens en redenen te onderzoeken en te betwisten die door de administratie zijn aangevoerd tot staving van de voorgenomen wijziging.

**1.2.** In het bericht van wijziging d.d. 2 september 2004 wordt op de eerste bladzijde geen aanslagjaar vermeld. Pas op bladzijde 20 van de bijlagen is vermeld dat de wijziging aanslagjaar 2002 betreft.

In geen enkele bepaling wordt evenwel gesteld dat het aanslagjaar dient vermeld te worden op de eerste bladzijde. Eiseres had voldoende kennis van het aanslagjaar, zoals blijkt uit haar antwoord d.d. 1 oktober 2004.

In tegenstelling tot de bewering van eiseres heeft de administratie geen toepassing gemaakt van artikel 342 WIB 1992. In het bericht van wijziging wordt duidelijk verwezen naar artikel 340 WIB 1992. Voor de toepassing van dit laatste artikel is het niet nodig om voorafgaandelijk de bewijskracht van de boekhouding te betwisten.

De rechtbank stelt vast dat de administratie aan eiseres zodoende heeft meegedeeld de inkomsten en andere gegevens die zij voornemens is in de plaats te stellen van die welke zijn aangegeven en de redenen die naar haar oordeel de wijzigingen rechtvaardigen. Eiseres wordt hierbij in staat gesteld de gegevens en redenen te onderzoeken en te betwisten.

**1.3.** De rechtbank is van oordeel dat artikel 346 WIB 1992 niet werd geschonden.

#### 2. artikel 342 WIB 1992

**2.1.** Gezien de administratie geen toepassing heeft gemaakt van artikel 342 WIB 1992 hoeft de rechtbank niet te onderzoeken of de bepaling ingaat tegen de artikelen 170 en 172 van de Grondwet, of de bepaling wel rechtmatig werd toegepast en of de bepaling kan gecumuleerd worden met artikel 219 WIB 1992.

**2.2.** Bij de toepassing van artikel 340 WIB 1992 heeft de administratie voor de berekening van de omzet van drank wel rekening gehouden met de rendementen zoals bepaald in het forfait gewone caféhouders (aantal consumpties per aangekochte eenheid), maar dit betekent niet dat de administratie toepassing heeft gemaakt van artikel 342 WIB 1992.

#### 3. toepassing van artikel 340 WIB 1992

**3.1.** Overeenkomstig artikel 340 WIB 1992 kan de administratie ter bepaling van het bestaan en van het bedrag van de belastingschuld alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen aanvoeren, met uitzondering van de eed.

Een feitelijk vermoeden (artikelen 1349 - 1353 B.W.) toont op wettige wijze het bestaan van de belastbare grondslag aan indien het, uitgaande van vaststaande feiten en van bestaande gegevens door middel van een logische redenering, een gegeven afleidt dat daaruit kan volgen (*Cass. 2 maart 2001, F.J.F. 2001,685*). De afgeleide gegevens moeten voor verantwoording vatbaar zijn en moeten in verband staan met de bekende gegevens waaruit zij zijn afgeleid (*Cass. 28 januari 1999, Arr. Cass. 1999, 105*).

**3.2.** Voor de berekening van de omzet heeft de administratie gebruik gemaakt van de aankoopfacturen (545 in totaal) en de prijslijsten van eiseres, zijnde vaststaande gegevens. Voor de berekening van de omzet van drank heeft de administratie gebruik gemaakt van de rendementen zoals bepaald in het forfait gewone caféhouders. Het betreft een hoeveelheidscontrole, zijnde het aantal consumpties per aangekochte eenheid (per vat, per kilogram en per liter). De in het forfait opgenomen consumpties per hoeveelheid werden vastgesteld in akkoord met de beroepsorganisaties van de sector en moeten beschouwd worden als vaststaande gegevens.

De berekening is verder verminderd met het eigen gebruik voor personeel en zaakvoerder, met de toename van de voorraad verhoogd met 300 % winst en met consumpties NMBS (volgens factuur).

**3.3.** De administratie heeft voor de berekening van de omzet geen gebruik gemaakt van een opeenstapeling van vermoedens.

In tegenstelling tot de bewering van eiseres heeft de administratie ook geen twee bewijsmiddelen gecombineerd. De administratie heeft toepassing gemaakt van artikel 340 WIB 1992 en heeft voor de berekening van de omzet van drank gebruik gemaakt van enkele elementen van het forfait van gewone caféhouders (namelijk het aantal consumpties per aangekochte eenheid).

#### 4. toepassing van artikel 219 WIB 1992

**4.1.** Artikel 219 WIB 1992 (zoals van toepassing voor aanslagjaar 2002) stelt : *"Een afzonderlijke aanslag wordt gevestigd op kosten vermeld in artikel 57, die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave alsmede op de verdoken meerwinsten die niet onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden.*

*Die aanslag is gelijk aan 300 pct. van die kosten.*

*Als verdoken meerwinsten worden niet aangemerkt, de reserves als bedoeld in artikel 24, eerste lid, 2° tot 4”*.

**4.2.** Volgens eiseres heeft de bijzondere aanslag geheime commissielonen een sanctionerend karakter en kan zij zich beroepen op de rechtsbescherming voorzien in artikel 6 E.V.R.M.. Dit heeft tot gevolg dat de rechter de bevoegdheid moet hebben om naast de wettelijkheid ook de opportuniteit te beoordelen van de administratieve beslissing waarbij de fiscale sanctie wordt opgelegd. Gezien dit in de huidige stand van de wetgeving niet toegelaten is wat betreft de aanslag geheime commissielonen verzoekt eiseres een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof.

**4.3.** Het EHRM heeft drie criteria aangenomen op dewelke gesteund moet worden om uit te maken of men te maken heeft met een strafsanctie zoals bedoeld in artikel 6 EVRM (zie o.m. EHRM 25 november 2008, inzake Oral tegen Turkije, cijfer 22, http://echr.coe.int/echr ) :

\- de vraag of in het juridisch stelsel van de betrokken deelstaat de sanctie behoort tot het strafrecht;

\- de aard van de sanctie;

\- de zwaarte van de sanctie.

Artikel 219 WIB 1992 behoort onbetwistbaar tot het fiscaal recht en niet tot het strafrecht.

Oorspronkelijk was de bedoeling van de bijzondere aanslag om het verlies van de belasting die niet van de verkrijgers kon worden gevorderd te compenseren (wet van 25 juni 1973). Later is de bijzondere aanslag op 200 % gebracht om naast de belasting ook de patronale en sociale zekerheidsbijdragen die niet worden geheven bij de toekenning van geheime commissielonen te recupereren (wet van 7 december 1988). Nog later is de bijzondere aanslag op 300 % gebracht met als doel de fraude te ontraden (wet van 30 maart 1994) (*zie ook Arbitragehof 11 januari 2007, nr. 3/2007, cijfer B.2, www.const-court.be* ).

Aangenomen moet worden dat de bijzondere aanslag steeds een ontradend karakter heeft gehad (*Arbitragehof 5 mei 2004, nr. 72/2004, cijfer B.2.2, www.const-court.be* ).

Uit dit alles moet worden afgeleid dat de bijzondere aanslag nog steeds essentieel tot doel heeft om het verlies aan belastingen en sociale bijdragen te vergoeden, terwijl de mate waarin de bijzondere aanslag er louter toe strekt te ontraden en te straffen, eerder beperkt is. Dit leidt tot het besluit dat de bijzondere aanslag uit zijn aard niet van strafrechtelijke aard is.

Bij de beoordeling van de zwaarte van de sanctie moet rekening worden gehouden met het feit dat het enkel een geldelijke sanctie betreft en dat de functie van de bijzondere aanslag essentieel vergoedend is. Er kan dan ook niet worden gesteld dat met de·bijzondere aanslag een zo zware sanctie wordt opgelegd dat het een strafsanctie betreft.

**4.4.** De bijzondere aanslag van artikel 219 WIB 1992 kan dan ook niet beschouwd worden als een strafsanctie in de zin van artikel 6 EVRM.

In deze omstandigheden dient de door eiseres voorgestelde vraag aan het Grondwettelijk Hof niet te worden gesteld.

### C. Betreffende de kosten

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017,1° lid Ger.W. de gerechtskosten dragen,

Gezien verweerder niet werd bijgestaan door een advocaat heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag achtentwintig december tweeduizend en negen**.

Aanwezig zijn :

**D. P. L.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **L. D. P.**
