Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 25.03.2009
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :
In de zaak 08/749/A Rep. nr. 2009/4100
1. de heer R. L., technische bediende, wonende te …, …,
eerste eiser,
die in persoon verschijnt
2. mevrouw M. L., bediende, wonende te …, …,
tweede eiseres,
die niet verschijnt noch· iemand voor haar
tegen :
De FOD FINANCIËN, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Belastingen en Invordering, sector BTW, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te OOSTENDE, met kantoren gevestigd te 8400 OOSTENDE, Vrijhavenstraat 1,
verweerder,
voor wie optreedt Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te …, …,
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie de dato 28 februari 2008.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de neergelegde stukken.
Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 25 februari 2008.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS DER ZAAK
2.1. Eisers zijn niet-belastingplichtige particulieren dien aan hun woning in …, …, onroerende werken hebben verricht.
Op 25 mei 2007 wordt de bouwheer per aangetekend schrijven in kennis gesteld van het feit dat uit de vaststellingen en berekeningen van de BTW-administratie gebleken is dat de bouwwerken volgens de BTW-wetgeving hebben bijgedragen tot de oprichting van een nieuw gebouwen dat bijgevolg niet is voldaan aan de voorwaarden om van het verlaagd BTW-tarief van 6 % op werken in onroerende staat te genieten, zoals voorzien in KB 20 van het BTW-wetboek.
Op 19 juli 2007 wordt de correctieopgave met betrekking tot de regularisatie van de tekort gekweten BTW op de facturen die aan het tarief van 6 % opgemaakt werden, verstuurd naar de bouwheer.
Op 23 augustus 2007 wordt op telefonisch verzoek van de bouwheer een nieuw bezoek ter plaatse gebracht.
Op 17 september 2007 wordt aan de gewestelijke directeur van de BTW te Brugge door het BTW-controlekantoor van Diksmuide advies gevraagd i.v.m. het toe te passen BTW-tarief.
Op 25 september 2007 antwoordt de gewestelijke directeur dat de kwestieuze werken dienen belast te worden tegen 21 % en dat bij ontstentenis van een ondertekende correctieopgave de vervolgingsprocedure dient opgestart waarvan de bouwheer op 3 oktober 2007 in kennis gesteld wordt.
Op 21 oktober 2007 laat de bouwheer weten hiermee niet te kunnen instemmen en op 25 oktober 2007 laat het BTW-ontvangkantoor bij aangetekende brief weten dat kennis genomen wordt van het niet-ondertekend bezwaar en bevestigd wordt dat een proces-verbaal zal opgesteld worden.
Gezien geen akkoord bereikt werd, werd op 13 november 2007 een proces-verbaal opgesteld en wegens niet-betaling werd op 29 november 2007 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 3 december 2007 geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd (stuk nr.2 verweerder).
2.2. Eisers vragen dat : het fiscaal verzoekschrift ontvankelijk en gegrond wordt verklaard, dat de onwettigheid van de BTW-vordering van 23.120,34 EUR en de boete van 2.310,00 EUR uitgesproken wordt en dat verweerder veroordeeld wordt tot de gedingkosten.
2.3. Verweerder vraagt dat : de vordering afgewezen wordt en eisers veroordeeld worden tot de rechtsplegingsvergoeding.
III. BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van deze vordering kunnen leiden. Nu de Rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
3.2.1. Eisers stellen dat het in casu niet gaat over een nieuwbouw maar over de omvorming en verbouwing van een uit zijn aard onroerend goed zodat de werken onderworpen zijn aan het laagste BTW-tarief van 6 %.
3.2.2. Sinds 1 augustus 1986 zijn sommige werken in onroerende staat, onder bepaalde voorwaarden, bij toepassing van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het KB nr.20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, onderworpen aan het verlaagde BTW-tarief van 6 %. De toepassing van dit verlaagde tarief is beperkt tot de handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van de woning tot voorwerp hebben.
Krachtens § 1, 1° van rubriek XXXI van tabel A zijn het werk in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen die het bouwen van een nieuw gebouw tot voorwerp hebben impliciet uitgesloten van het voordeel van het tarief A.
In de administratieve aanschrijving nr. 6 van 22 augustus 1986 wordt de toepassing van het verlaagd tarief in de onroerende sector toegelicht. In voormelde aanschrijving staat te lezen dat onder "omvorming" wordt verstaan de verbouwing zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken of uitbreiding van bestaande vertrekken.
In voormelde aanschrijving staat verder te lezen dat er slechts sprake kan zijn van een omvorming van een woning of andere handeling in de zin van genoemde rubriek XXXI, § 1, 1° wanneer de uitgevoerde werken op een relevante wijze steunen op de oude dragende muren en, meer algemeen, op de wezenlijke structuur van het bestaand gebouw.
In het BTW-revue nr. 110 van september 1994 wordt verder verduidelijkt in welk geval een vergroting al dan niet kan worden aangemerkt als een omvorming in de zin van rubriek XXXI van de bijlage A van het KB nr. 20. In voormelde revue lezen we het volgende : "De uitbreiding van een bestaan gebouw kan worden aangemerkt als een omvorming (of verbouwing) van dat gebouw voor zover de oppervlakte van het oude gedeelde betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Er kan worden van uitgegaan dat dit het geval is wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning of het woningcomplex na de uitvoering van de werken".
3.2.3. Het is duidelijk dat voormelde aanschrijving en mededeling geen andere bedoeling en draagwijdte hebben dan de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te lichten, en daaraan eventueel aanbevelingen vast te knopen. Zij hebben met andere woorden niet de bedoeling de erin vervatte interpretaties of richtlijnen verplichtend te stellen, aan wie dan ook. Volgens een vaste rechtspraak van de Raad van State en van het Hof van Cassatie hebben dergelijke interpretatieve omzendbrieven geen bindend karakter.
3.2.4. Het onderscheid tussen de vergrotingswerken, die als een omvorming kunnen worden aangemerkt en dus het tarief A kunnen genieten, en de vergrotingswerken, die bijdragen tot de oprichting van een nieuwbouw en dus uitgesloten blijven van de toepassing van het tarief A, is een feitenkwestie die geval per geval moet beoordeeld worden (Vr. en Antw., Kamer, 1992-1993 nr. 70, 6703 - Vr.M. 585 Gehlen, BTW-RW., nr. 107, 103, nr. 3).
3.2.5. De versies van partijen steken schril af tegen elkaar. Voor verweerder is het oorspronkelijke pand grotendeels afgebroken en uitgebreid zodat de bouwwerken niet meer steunen op wezenlijke elementen van de structuur van het oude gebouw noch op relevante wijze steunen op oude dragende muren en voor eisers is er sprake van een gewone verbouwing met behoud van de dragende muren.
Eisers willen gebruik maken van het verlaagd tarief en dus van de uitzondering en dragen in die omstandigheden de bewijslast.
Op basis van voorliggende stukken blijkt dat de structuur van de woning grondig werd gewijzigd. Zo werd het achterliggend gedeelte waarin vroeger de keuken, bijkeuken en badkamer was gevestigd, de van het huis losstaande garage en de bovenverdieping volledig afgebroken. Achteraan werd een volledig nieuw gedeelte opgetrokken bestaande uit twee bouwlagen en aan de rechterkant werd een volledig nieuwe garage gebouwd. Het voorste gedeelte werd grondig omgebouwd zodat slechts de grove ruwbouw behouden bleef.
Het proces-verbaal de dato 13 november 2007 en de PV.'s van vaststelling van 9 september 2004 en 13 januari 2005 (stukken 1 - verweerder) en de bouwplannen tonen aan dat van de vroegere woning nog slechts enkele buitenmuren van het voorste gedeelte behouden bleven. De redenering van eisers dat de woning nog op relevante wijze zou steunen op deze ouden muren kan niet gevolgd worden.
Gelet op het feit dat een groot stuk van de woning volledig nieuw werd gebouwd, de binnenmuren en verdieping van het oude "behouden" gedeelte afgebroken werden met grondige aanpassing der buitenmuren, is het bouwtechnisch onmogelijk dat de nieuwe constructie steunt op de kwestieuze oude muren, temeer daar het nieuwe gedeelte merkelijk groter is dan het oude gedeelte.
Het feit dat de afbraak van de houden gewelven en gebinten van het dak noodzakelijk was wegens aantasting door houtworm en vocht, is niet relevant daar de werkelijke aard der werken primeert en het uiteindelijke resultaat welke ook de redenen mogen geweest zijn waarom bepaalde werken werden·uitgevoerd.
Met betrekking tot het oppervlaktecriterium zoals voorzien in de BTW-Revue nr. 110 van september 1994 kan de stelling van eisers, dat dit enkel van toepassing is op de bouwwerken voor vergroting en niet op de verbouwingswerken aan een bestaande woning, niet gevolgd worden.
Met betrekking tot het oppervlaktecriterium kunnen de berekeningen zoals gemaakt door eisers en die resulteren in een verhouding behouden oppervlakte oude woning t.o.v. oppervlakte na verbouwing van 183,20/293,06 = 62,51 % niet gevolgd worden.
Vooreerst kan er bij de bepaling van de bepaling van de oppervlakte geen rekening gehouden worden met de oppervlakte van het oude gebouw daar dit afgebroken werk (BTW-commentaar nr. 37/1531).
Evenmin kan rekening gehouden worden met het voorste gedeelte van de verdieping dat nieuw is, wat bevestigd wordt door de processen-verbaal van vaststelling de dato 9 september 2004 en 13 januari 2005.
Aldus dient besloten te worden dat met betrekking tot de oppervlakte slechts een oud gedeelte behouden werd van 73,25 m2 en dat het nieuw gedeelte 200,53 m2 bedraagt.
Dergelijke uitbreidingswerken zijn van die aard dat het oude bestaande gebouw nog slechts de bijzaak is. De kwestieuze uitbreidingen en toevoegingen hebben op zich een eigen identiteit verworven. De vloeroppervlakte van het behouden gedeelte van de bestaande woning is bovendien duidelijk kleiner dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na uitvoering der werken. Desaangaande dient het volledig bouwproject bestaande uit de bouw van het nieuwe achtergedeelte en verdieping en de verbouwing van het voorste gedeelte in aanmerking genomen te worden.
De oude woning werd herschapen in een moderne villa waarin men de oorspronkelijke woning niet meer kan herkennen.
Het is dan ook duidelijk dat voormelde werken niet de omvorming van een woning vormen maar integendeel de bouw van een nieuwe woning betekenen. Het verlaagde tarief is dan ook niet van toepassing op de uitgevoerde werken.
3.3. nopens de kosten
Eisers worden in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1e lid Ger.W. dienen zij de gerechtskosten te dragen.
Op het ongemotiveerde verzoek van eisers tot vrijstelling der rechtsplegingsvergoeding kan niet ingegaan worden.
Verweerder begroot de rechtsplegingsvergoeding op het basisbedrag van 2.000,00 EUR.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
De Rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet terzake dienend.
Verklaart de fiscale vordering ontvankelijk doch wijst ze af als ongegrond.
Veroordeelt eisers tot de gedingkosten aan hun zijde niet te begroten aangezien ze hen ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 2.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op woensdag vijfentwintig maart tweeduizend en negen.
Aanwezig zijn :
H. A., alleenrechtsprekend rechter;
L. N., griffier.
N .L. H. A.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.