Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 10.03.2009
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :
In de zaak 08/2099/A Rep.nr.2009/3267
de BVBA C., (Ondernemingsnr. …), met zetel te …, …,
eiseres,
voor wie is opgetreden Meester L. R. (balie Brugge) loco Meester F. C., advocaat met kantoor te …, …,
tegen :
De FOD FINANCIËN, Belastingen en Invordering, sector BTW, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Oostende, met kantoren te 8400 Oostende, Vrijhavenstraat 1,
verweerder,
voor wie optreedt Meester P. D., advocaat met kantoor te …, …,
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het tegensprekelijk verzoekschrift houdende verzet dwangbevel de dato 19.06.2008.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.
Eiseres werd gehoord in hun middelen bij monde van haar raadsman in de openbare terechtzitting van 10.02.2009. Verweerder verscheen niet ter zitting noch iemand voor hem, doch heeft wel besluiten neergelegd ter griffie.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
2.1. Eiseres werd door het geautomatiseerd Centrum voor Informatieverwerking verwittigd dat haar BTW-rekening-courant per 31.01.2008 op nul werd gezet wegens het niet voldoen van de verschuldigde BTW uit de ingediende BTW-aangiften (zie stuk 1 verweerder).
Overeenkomstig artikel 8, § 1 van KB nr. 24 van 29 december 1992 werd een bijzondere rekening opgesteld. Alzo werd van eiseres een bedrag gevorderd van … EUR BTW en … EUR geldboete (zie stuk 2 verweerder).
Wegens niet-betaling werd op 8 april 2008 een dwangbevel uitgevaardigd (zie stuk 3 verweerder).
Op 19.06.2008 tekent eiseres verzet aan tegen dit dwangbevel.
2.2. Eiseres vraagt dat :
- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.
- het bestreden dwangbevel wordt nietig verklaard.
- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op … EUR kosten dagvaarding in verzet en de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … EUR.
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, zonder borgstelling noch kantonnement.
2.3. Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres als onontvankelijk en ongegrond wordt afgewezen en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, aan zijn zijde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag).
III. BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
3.1.1. Volgens verweerder is het geding inleidend verzoekschrift nietig omdat het geen korte samenvatting van de middelen van de vordering bevat.
Deze vermelding is op straffe van nietigheid voorgeschreven door artikel 1034ter, 4° Ger.W. In casu laat verweerder echter na aan te tonen dat zijn belangen geschaad zijn zoals voorzien in artikel 861 Ger. W., terwijl het niet om een verzuim gaat dat voorzien is in artikel 862 Ger.W.
3.1.2. Verweerder voert verder geen gegronde redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
3.2.1. Op basis van de thans voorliggende stukken blijkt niet dat de door verweerder genomen invorderingsmaatregelen onterecht waren.
Met de betaling van … EUR door gerechtsdeurwaarder H. kon verweerder immers geen rekening houden aangezien het R.C.I.V. Mechelen verweerder hiervan pas in kennis heeft gesteld bij brief van 23.10.2008. Het verzet tegen het dwangbevel dateert van 19.06.2008 zodat de effectieve toerekening op de schuld in kwestie niet mogelijk was.
Verder kon met het ingehouden bedrag van … EUR ook geen rekening worden gehouden aangezien dit pas is gebeurd nadat onderhavige zaak werd ingeleid (zie akte van inhouding de dato 26.09.2008). Ook dit bedrag mag dus pas toegerekend worden op de schuld in kwestie als het gerechtelijk geschil is beëindigd.
3.2.2. De vordering is dan ook ongegrond
3.3. nopens de kosten
Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen. In hoofde van verweerder worden zij begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag).
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
De rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk en ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op dinsdag tien maart tweeduizend en negen.
Aanwezig zijn :
H. N., alleenrechtsprekend rechter;
L. N., griffier.
N. L. N. H.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.