Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 13.01.2009
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :
In de zaak 07/2893/A Rep.nr. 2009/689
1. de heer D. C. R., en
2. mevrouw L. A.,
beiden wonende te …, …,
eisers,
voor wie is opgetreden Meester C. S. (balie Brugge) loco Meester J.-B. P., advocaat met kantoor te …, …,
tegen :
De FOD FINANCIËN, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Belastingen en Invordering, Sector BTW, in de persoon van de e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,
verweerder,
voor wie optreedt Meester L. D. S., advocaat met kantoor te …, …,
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het tegensprekelijk verzoekschrift houdende verzet dwangbevel de dato 3.10.2007.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 16.12.2008.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
2.1. Eisers hebben aan de woning in het …, te …, onroerende werken verricht.
In 2004 werd een controle verricht met het oog op de vaststelling van het juiste tarief en bedrag van de BTW van toepassing op deze onroerende handelingen. Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld.
Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen werd door K. G., adjunct fiscaal assistent bij de FOD Financiën, sector BTW, op 5 december 2006, een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eisers begane overtredingen werden geacteerd (zie stuk 2 eisers).
Ten gevolge van dit proces-verbaal werd van eisers een bedrag gevorderd van 12.254,44 EUR BTW en 1.220,00 EUR geldboete.
Wegens niet-betaling werd op 18 december 2006 een dwangbevel uitgevaardigd dat op diezelfde datum werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard (zie stuk 15 eisers).
Dit dwangbevel werd op 8 maart 2007 bij deurwaardersexploot aan eisers betekend.
2.2. Eisers vragen dat :
- De vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.
- Het bestreden dwangbevel wordt nietig verklaard en dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat de erin opgenomen sommen niet verschuldigd zijn.
- Minstens de BTW-schuld in hoofdsom wordt verminderd met 1.524,60 EUR.
- Minstens de geldboete wordt kwijtgescholden of verminderd.
- Verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in hun hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van minstens 1.100,00 EUR.
2.3. Verweerder stelt dat de vordering van eisers ontvankelijk en deels gegrond is en dat eisers dienen te worden veroordeeld tot de kosten van het geding, aan zijn zijde begroot op 1.100,00 EUR rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag).
III. BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen gegronde redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
3.2.1. BTW-tarief
3.2.1.1. Eisers stellen dat het in casu niet gaat over een nieuwbouw maar over de omvorming en verbouwing van een uit zijn aard onroerend goed zodat de werken onderworpen zijn aan het laagste BTW-tarief van 6 %.
3.2.1.2. Sinds 1 augustus 1986 zijn sommige werken in onroerende staat, onder bepaalde voorwaarden, bij toepassing van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, onderworpen aan het verlaagde BTW-tarief van 6 %. De toepassing van dit verlaagde tarief is beperkt tot de handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van de woning tot voorwerp hebben.
Krachtens § 1, 1° van rubriek XXXI van tabel A zijn het werk in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen die het bouwen van een nieuw gebouw tot voorwerp hebben impliciet uitgesloten van het voordeel van het tarief A.
In de administratieve aanschrijving nr. 6 van 22 augustus 1986 wordt de toepassing van het verlaagd tarief in de onroerende sector toegelicht. In voormelde aanschrijving staat te lezen dat onder "omvorming" wordt verstaan de verbouwing zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken of uitbreiding van bestaande vertrekken.
Verder lezen we het volgende : "Evenzo wordt het bestaan van een verbouwing niet bekritiseerd wanneer de renovatiewerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren en inzonderheid, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw. Daarentegen dient als bouwwerkzaamheid die bijdraagt tot de oprichting van een nieuw gebouw te worden aangemerkt : 1° het herbouwen van een gebouw na afbraak, zelfs in het geval van behoud van funderingen en kelders van het oude gebouw of van bijkomende elementen van zijn structuur (b.v. alleen de voorgevel aan de straatzijde behouden omwille van de integratie in het stedelijk kader)".
In het BTW-revue nr. 110 van september 1994 wordt verder verduidelijkt in welk geval een vergroting al dan niet kan worden aangemerkt als een omvorming in de zin van rubriek XXXI van de bijlage A van het KB nr. 20. In voormelde revue lezen we het volgende : "De uitbreiding van een bestaand gebouw kan worden aangemerkt als een omvorming (of verbouwing) van dat gebouw voor zover de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Er kan worden van uitgegaan dat dit het geval is wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning of het woningcomplex na de uitvoering van de werken. Bovendien is vereist dat het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren maar het oude gedeelte aanvult en er dus inzake aanwending van het gebouw een geheel mee vormt. Daarentegen is niet vereist dat het nieuwe gedeelte zich onder hetzelfde dak bevindt als het oude gedeelte".
3.2.1.3. Het is duidelijk dat voormelde aanschrijving en mededeling geen andere bedoeling en draagwijdte hebben dan de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te lichten, en daaraan eventueel aanbevelingen vast te knopen. Zij hebben met andere woorden niet de bedoeling de erin vervatte interpretaties of richtlijnen verplichtend te stellen, aan wie dan ook. Volgens een vaste rechtspraak van de Raad van State en van het Hof van Cassatie hebben dergelijke interpretatieve omzendbrieven geen bindend karakter.
Evenwel kan de rechtbank een dergelijke administratieve toegeving op de wettekst niet negeren, wil zij voor alle rechtsonderhorigen die in dezelfde omstandigheden zijn, een gelijke behandeling garanderen.
3.2.1.4. Het onderscheid tussen de vergrotingswerken, die als een omvorming kunnen worden aangemerkt en dus het tarief A kunnen genieten, en de vergrotingswerken, die bijdragen tot de oprichting van een nieuwbouw en dus uitgesloten blijven van de toepassing van het tarief A, is een feitenkwestie die geval per geval moet beoordeeld worden (Vr. en Antw., Kamer, 1992-93, nr. 70, 6703 - Vr. nr. 585 GEHLEN, BTW-rev., nr. 107, 106, nr. 3).
3.2.1.5. De versies van partijen steken schril af tegen mekaar. Voor verweerder is er nauwelijks iets behouden en voor eisers is het wezenlijke gebleven. Eisers willen gebruik maken van het verlaagd tarief en dus van de uitzondering. In die omstandigheden dragen zij de bewijslast.
Op basis van de voorliggende stukken blijkt dat er een volledig nieuw gedeelte aan de oude woning werd aangebouwd dat in omvang groter is dan wat behouden werd. De oppervlakte van het behouden gedeelte is kleiner dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na de uitvoering van de werken.
Het oude gedeelte is niet betekenisvol ten aanzien van het nieuwbouwgedeelte met twee bouwlagen dat de volledige keuken, berg- en wasplaats, studie- en leesruimte, garage, gang, wc, eethoek, zithoek en 2 slaapkamers bevat en functioneel aanzienlijk belangrijker is. Verder blijkt dat de structuur van de woning grondig werd gewijzigd. Het nieuwe gebouw berust voor een groot deel niet meer op de oude dragende muren, wat immers ook niet mogelijk is aangezien het nieuw gedeelte merkelijk groter dan het oude gedeelte.
Dergelijke uitbreidingswerken zijn van die aard dat het oude bestaande gebouw nog slechts de bijzaak is. De kwestieuze uitbreidingen en toevoegingen hebben op zich een eigen identiteit verworven.
Het is dan ook duidelijk dat voormelde werken niet de omvorming van een woning vormen maar integendeel de bouw van een nieuwe woning betekenen. Het verlaagde tarief is dan ook niet van toepassing op de uitgevoerde werken.
3.2.2. Cijfermatig
Samen met partijen stelt de rechtbank vast dat de BTW-schuld dient te worden verminderd met het BTW-saldo van 15 % op de factuur G. L. de dato 30.06.2004 voor een bedrag van 1.014,75 EUR. De schuld wordt dan ook herleid tot 11.239,69 EUR BTW en 1.120,00 EUR boete.
3.2.3. Boete
Een boete van 10 % op het verschuldigd BTW-bedrag heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).
Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.
Concreet is de rechtbank in elk geval van oordeel dat een administratieve boete gepast is. Er moet tevens mee rekening worden gehouden dat de boete een ontradend effect moet hebben.
Rekening houdend met deze elementen en met de relatieve zwaarwichtigheid van de feiten acht de rechtbank de boete van 10 % in gepaste verhouding tot de vastgestelde feiten.
3.3. nopens de kosten
Gelet op het wederzijds gelijk en ongelijk van elk van de partijen moeten zij elk hun eigen gerechtskosten dragen.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart het verzoekschrift ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.
Zegt dienvolgens voor recht dat de door verweerder gevorderde BTW en boeten bedrage van resp. 11.239,69 EUR en 1.120,00 EUR gegrond is.
Beveelt dienvolgens verweerder om over te gaan tot terugbetaling aan eisers van elk bedrag dat werd geïnd boven het gedeelte dat gegrond werd bevonden, te vermeerderen met de verwijlsinterest aan de wettelijke rentevoet vanaf de inning of de inhouding, daarin begrepen zijnde de gerechtelijke rente vanaf datum dagvaarding tot op datum van volledige betaling.
Wijst eisers van het overige af.
Verwijst elk van de partijen in hun eigen gerechtskosten, in welk geval het overbodig is die kosten vast te stellen.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op dinsdag dertien januari tweeduizend en negen.
Aanwezig zijn :
H. N., alleenrechtsprekend rechter;
L. N., griffier.
N. L. H. N.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.