Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 8 december 2008 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brugge 8 december 2008

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 8 december 2008Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-brugge-2008-12-08-8aa7

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brugge
Datum
8 december 2008

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

70 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 08.12.2008

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :

In de zaak 08/225/A

de NV B. F., (Ondernemingsnr. …), met zetel te …, …,

eiseres

voor wie optreedt Meester. B. C., advocaat met kantoor te …, …

tegen

De F.O.D. FINANCIËN, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, en in de persoon van de· e.a. inspecteur van het BTW­ Ontvangkantoor te BRUGGE, met kantoren te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,

verweerder

voor wie optreedt Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te …, …,

1. RECHTSPLEGING

Gelet op de dagvaardingen d.d. 9 en 10 januari 2008.

De rechtbank nam kennis van de dossiers van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 10 november 2008.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­egistratienummer BE …, voor de activiteit van kleinhandel in vis, bereide gerechten en traiteurdienst. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 8 januari 2007 werd door E. M., eerstaanwezend inspecteur-diensthoofd bij de Administratie van de belasting·over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, ter beschikking gesteld bij de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, verbonden aan het controlecentrum van Oostende, een controle gestart over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2005.

Op 26 november 2007 werden de overtredingen en vaststellingen voor de jaren 2004 en 2005 opgenomen in een proces-verbaal door voormelde ambtenaar. Volgens de administratie heeft eiseres geen bewijskrachtige boekhouding. Om deze reden wordt de omzet bepaald op basis van de forfaitaire regeling voor kleinhandelaars in vis. In het proces-verbaal is opgenomen dat eiseres verschuldigd is als BTW … EUR, als geldboete … EUR en intresten vanaf 21 januari 2006 op … EUR. Als bijlagen bij het proces-verbaal zijn gevoegd het proces-verbaal d.d. 26 februari 2004 betreffende vaststellingen gedaan bij eiseres door ambtenaren van de plaatselijke opsporingsdienst te Blankenberge, het proces-verbaal d.d. 26 november 2007 betreffende de registratie van de dagontvangsten door het kassysteem van eiseres, een foto van de winkel van eiseres en een folder van de traiteurafdeling.

Op 29 november 2007 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor te Brugge een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 3 december 2007 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door W. K., e.a. inspecteur-diensthoofd, aangewezen door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde te Brugge. Dit dwangbevel werd op 6 december 2007 aangetekend verzonden aan eiseres.

Tegen het dwangbevel werd verzet aangetekend door eiseres met dagvaardingen d.d. 9 en 10 januari 2008.

2. Eiseres vraagt dat :

- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

- voor recht wordt gezegd dat het dwangbevel nietig is, dat de daarin gevorderde bedragen niet verschuldigd zijn en dat het proces-verbaal d.d. 26 november 2007 opgesteld door E. M. nietig is;

- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.

3. Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.

III BEOORDELING

A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

B. Betreffende de grond

1. bewijskrachtige boekhouding

1.1. Artikel·14 § 1 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 bepaalt het volgende : " De belastingplichtigen moeten een aan de omvang van hun activiteiten aangepaste boekhouding voeren om de belasting over de toegevoegde waarde te kunnen toepassen en controleren”.

Artikel 15 § 2 van datzelfde KB stelt dat de inschrijvingen met betrekking tot de boekhouding moeten gesteund zijn op verantwoordingsstukken die gedateerd zijn en waarvan, naargelang het geval, een origineel exemplaar of een dubbel dient te worden bewaard. In § 4 van dit artikel is bepaald het totale bedrag van de dagontvangsten van dag tot dag wordt ingeschreven in het dagboek van ontvangsten. Een afzonderlijke inschrijving met vermelding van de aard van de verkochte goederen is echter vereist voor de ontvangsten die voorkomen van de levering van goederen waarvan de prijs meer bedraagt dan … EUR, inclusief BTW. Deze afzonderlijke inschrijving mag worden vervangen door een dagelijkse globale inschrijving wanneer de verantwoordingsstukken de ontvangst en de aard van de verkochte goederen nauwkeurig vermelden. Wanneer de ontvangsten onderworpen zijn aan verschillende tarieven worden ze per tarief ingeschreven.

Voor iedere boeking in de boekhouding moet dus een verantwoordingsstuk bestaan. De wetgever laat de belastingplichtige echter vrij in het bepalen van de vorm en soort van de verantwoordingsstukken en laat haar zelf bepalen hoe zij de stukken aan haar beroepsactiviteit zal aanpassen.

De boekhouding moet een geheel vormen van samenhangende, nauwkeurige en controleerbare gegevens. De boekhouding. die niet de nodige verantwoordingsstukken bevat om een precieze, objectieve en controleerbare boekhouding te. zijn, heeft zodoende ook geen enkele bewijs .

1.2. M.b.t. de boekhouding van eiseres is m.b.t. de gecontroleerde periode vastgesteld dat :

- de contante ontvangsten globaal per dag per BTW-tarief van 6 % en 21 % worden opgenomen, in een dagontvangstenboek aan de hand van een Z-totaal van een kassaregister;

- niet alle leveringsbonnen kunnen worden voorgelegd;

- uit de balansen en de jaarrekening blijkt dat de beginvoorraad verpakking en de eindvoorraad verpakking steeds … EUR bedraagt;

- wat betreft de koopwarengroepen 31 en 32 onderworpen aan het tarief van 21 % er verschillen zijn tussen aankoop en de omzet aan het tarief van 21 % in de BTW-aangiften in dezelfde periode (in 2004 : aankoop … EUR en omzet … EUR; in 2005: aankoop … EUR en omzet … EUR).

De heer G. M., bestuurder van eiseres, verklaarde aan de controlerende ambtenaar dat het kan zijn dat er leveringsbonnen ontbreken maar dat hij gepoogd heeft alles zo goed mogelijk te doen en dat de voorraad verpakking hetzelfde blijft omdat de voorraad geschat wordt. Verder heeft de heer G. M. geen uitleg voor de grote verschillen tussen de aankoop van goederen onderworpen aan het tarief van 21 % en de aangifte van omzet aan het tarief van 21 %.

Uit het proces-verbaal d.d. 26 november 2007 opgemaakt door W. C., inspecteur bij de Administratie der directe belastingen en in die hoedanigheid ter beschikking gesteld van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, gevoegd als bijlage bij het proces-verbaal d.d. 26 november 2007 opgesteld door E. M., blijkt dat het door eiseres gebruikte kassasysteem alle rapporten kan genereren die de controle van de boekhouding mogelijk maakt wat betreft aard en hoeveelheid van de verkochte goederen aan particulieren.

Deze rapporten werden evenwel voor de gecontroleerde periode niet uitgeprint, maar alles werd daarentegen per dag gewist (ongeacht of dit automatisch gebeurde of niet). Eiseres had dus de mogelijkheid stavingsstukken uit te printen, maar heeft dit niet gedaan en heeft zo controlemogelijkheden verloren laten gaan. Dat de rapporten kunnen gegenereerd worden blijkt ook uit de besluiten van eiseres zelf (synthesebesluiten punt 74), want vanaf 2007 worden rapporten uitgeprint met alle details van verkochte vis per dag.

1.3. Uit de stukken blijkt dat de administratie tijdens een controle op 26 februari 2004 geen opmerkingen heeft gemaakt omtrent het door eiseres gebruikte kassasysteem en de rapporten die zij hieruit genereerde of juist niet genereerde. Het is evenwel duidelijk dat de administratie in het verleden (en in het bijzonder op 26 februari 2004) geen enkele verkeerde inlichting heeft gegeven, geen uitdrukkelijk andersluidend standpunt heeft ingenomen en geen interpretatie heeft gegeven die bij eiseres het vertrouwen zou kunnen gewekt hebben dat zij voldoende rapporten genereerde uit het kassasysteem om de globale boekingen in het dagontvangstenboek te kunnen staven en controleren.

1.4. Gezien het ontbreken van een aantal bestelbonnen, het schatten van de voorraad verpakkingen en het niet bewaren, zijnde uitprinten en bijhouden, van stavingsstukken voor de door eiseres gedane boekingen in het dagontvangstenboek, kan de rechtbank alleen maar besluiten dat de boekhouding van eiseres voor de gecontroleerde periode niet bewijskrachtig is.

2. omzetberekening

2.1. Gezien het gebrek aan bewijskracht van de boekhouding van eiseres, mag de omzet worden bewezen door alle middelen van het gemene recht, met inbegrip van vermoedens. De in het forfait opgenomen brutowinstmarge gebeurde in akkoord met de beroepsorganisaties van de sector en het forfait kan dan ook geacht worden een getrouw beeld te geven van de gemiddelde brutowinstmarges in de sector.

De administratie heeft aan de hand van het forfait voor kleinhandelaars in vis de omzet van eiseres herberekend voor de jaren 2004 en 2005. Conform de .forfaitaire regeling heeft de administratie de berekening gemaakt op basis van de aankopen. Er werd bij de berekening geen rekening gehouden met de meerwinst van de verkoop van bereide gerechten bij gebrek aan een detail van verkopen van bereide gerechten.

2.2. In de betreffende forfaitaire regeling is uitdrukkelijk bepaald dat onder meer het KB nr.2 van 7 november 1969 van toepassing blijft. In artikel 1 van dit KB nr. 2 is bepaald dat de forfaitaire regeling kan toegepast worden indien de activiteit voor ten minste 75% van de omzet bestaat uit handelingen waarvoor geen verplichting bestaat tot uitreiking van een factuur. Uit de vaststellingen opgenomen in het proces-verbaal d.d. 26 november 2007 blijkt dat bij eiseres de omzet met particulieren (geen verplichting tot uitreiking van een factuur) 95 % bedroeg in 2004 en 90 % bedroeg in 2005.

Het is trouwens niet omdat een klein deel (5 tot 10 %) van de activiteit van eiseres bestaat uit handelingen waarvoor zij facturen opmaakt dat zij dient beschouwd te worden als groothandelaar of half-groothandelaar. Eiseres is trouwens ook niet ingeschreven voor de activiteit van groothandel in vis.

Verweerder heeft bij de berekening op basis van het forfait terecht geen rekening gehouden met de meerwinst van de verkoop van bereide gerechten, gezien door de gebrekkige boekhouding van eiseres er geen detail bestaat van deze verkopen. Dat er evenwel verkopen zijn van bereide gerechten, wordt niet ontkend door eiseres en blijkt ook uit foto's door partijen neergelegd. Verweerder heeft evenwel niet beweerd dat 2/3 van de omzet zou bestaan uit de verkoop van bereide gerechten en heeft terecht de omvang van deze verkoop ook niet geschat omdat er anders sprake kon zijn van willekeur.

2.3. De rechtbank is dan ook van· oordeel dat het bedrag van de verschuldigde BTW correct berekend is. Terecht werd voor deze berekening toepassing gemaakt van de forfaitaire regeling voor kleinhandelaars in vis.

2.4. Uit niets blijkt dat eiseres haar winkelprijzen 'noodgedwongen' moest verhogen ingevolge de controle. De prijzen die eiseres hanteert in 2007 en 2008 hebben bovendien geen uitstaans met de vaststellingen betreffende de jaren 2004 en 2005 en de omzetberekening voor die jaren; Een plaatsbezoek of de aanstelling van een deskundige i.v.m. de beweerde prijsverhogingen is dan ook niet nuttig.

C. Betreffende de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.

Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedraagt … EUR, zoals gevorderd.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op maandag acht december tweeduizend en-acht.

Aanwezig zijn :

D. P. L., alleenrechtsprekend rechter;

L. N., griffier.

N. L. L. D. P.