Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 14.04.2008
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :
In de zaak 07/318/A Rep. Nr. 2008/5757
de BVBA N. B., (KBO-nr. …),met vennootschapszetel te …, …, met uitbatingszetel te …, …,
eiseres
voor wie is opgetreden Meester N. L. (balie Brugge) loco Meester J. D'H., advocaat met kantoor te …, …,
tegen :
De FOD FINANCIËN, in de persoon van de Gewestelijk Directeur BTW, Registratie en Domeinen te Brugge, met kantoren gevestigd te Brugge, Katelijnestraat 7, en in de persoon van de Gewestelijk Directeur van het BTW-Ontvangkantoor te Oostende, met kantoren te 8400 Oostende, Vrijhavenstraat 1,
verweerder
voor wie optreedt Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te …, …,
I. RECHTSPLEGING
Gelet op de dagvaarding d.d. 18 januari 2007.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging, van het door verweerder overlegde bundel.
Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzittingen van 17 maart 2008.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE …, voor de activiteit van boekhouder. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
Met aanvang op 17 maart 2006 werd door R. C., eerstaanwezend inspecteur diensthoofd bij de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, ter beschikking gesteld bij de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, verbonden aan het controlecentrum van Oostende, een controle gestart over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode 2003 en 2004.
Op 5 december 2006 werden de overtredingen en vaststellingen voor de jaren 2003 en 2004 opgenomen in een proces-verbaal door voormelde ambtenaar. De vaststellingen betroffen inbreuken op de aftrekregeling t.a.v. de verplichting in het bezit te zijn van een regelmatig stuk, factuur, wachtdocument of invoerdocument; inbreuken op de aftrekregeling t.a.v. goederen en/of diensten die volledig of gedeeltelijk bestemd zijn voor privé- of andere doeleinden dan die van de economische activiteit; inbreuken op de aftrekregeling t.a.v. levering, intracommunautaire verwervingen invoer van personenwagens en van goederen en diensten m.b.t. die voertuigen en inbreuken op de aftrekregeling t.a.v. leveringen en intracommunautaire verwervingen van tabaksfabrikaten, geestrijke dranken en t.a.v. kosten van logies, spijzen en dranken en van kosten van onthaal. In het proces-verbaal is opgenomen dat eiseres verschuldigd is als BTW … EUR, als evenredige geldboete … EUR en intresten vanaf 21 juli 2005.
Op 8 december2006 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor te Oostende een dwangbevel uitgevaardigd.
Voormeld dwangbevel werd op 14 december 2006 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door R. L., waarnemend gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde te Brugge. Dit dwangbevel werd op 19 december2006 aangetekend verzonden aan eiseres.
Tegen het dwangbevel werd op 18 januari 2007 verzet aangetekend door eiseres.
2. Eiseres vraagt dat :
- de invordering van het dwangbevel geschorst wordt totdat het bezwaar in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2003 is afgehandeld;
- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande enig verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van de mogelijkheid tot het kantonnement.
3. Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding. Verweerder vraagt tevens een schadevergoeding van … EUR, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten, wegens tergend en roekeloos geding.
III. BEOORDELING
A. Betreffende de toelaatbaarheid
Partijen voeren geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de hoofdeis of de tegeneis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, zijn de hoofdeis en de tegeneis toelaatbaar.
B. Betreffende de grond
1. schorsing dwangbevel
De rechtbank ziet niet in waarom de invordering van het dwangbevel zou geschorst moeten worden. Uit de stukken die werden neergelegd door verweerder blijkt dat het bezwaarschrift in de vennootschapsbelasting over het aanslagjaar 2003 werd afgewezen bij directorale beslissing d.d. 1 maart 2007. Uit niets blijkt dat eiseres een gerechtelijke procedure zou ingeleid hebben betreffende de aanslag in de vennootschapsbelasting over aanslagjaar 2003.
Bovendien betreft het bezwaar een andere wetgeving.
De eis is zodoende niet gegrond.
2. schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding
Bij tegeneis vordert verweerder een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding.
Het opstarten van een gerechtelijke procedure is, gelet op de concrete feitelijkheden, niet dilatoir en getuigt niet. van een verregaande lichtzinnigheid of kwaadwilligheid waarvan ieder voorzichtig of behoedzaam mens zich dient te onthouden. Op moment dat de hoofdeis werd ingesteld was het bezwaar inzake de vennootschapsbelasting over aanslagjaar 2003 nog hangende. De betwisting inzake de vennootschapsbelasting is niet geheel dezelfde als inzake BTW en het betreft een verschillende wetgeving, maar toch zou het resultaat van het bezwaar inzake de vennootschapsbelastingmogelijk van belang kunnen geweest zijn om de betwisting inzake BTW op te lossen.
De tegeneis is eveneens ongegrond.
C. Betreffende de kosten
Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld wat betreft de hoofdeis, moet zij de gerechtskosten dragen wat betreft de hoofdeis.
Gezien verweerder in het ongelijk wordt gesteld wat betreft de tegeneis, moet hij de gerechtskosten dragen betreffende de tegeneis.
De hoofdeis is niet in geld waardeerbaar waardoor het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 een bedrag van … EUR bedraagt.
De waarde van de tegeneis situeert zich tussen 250 en 750 EUR waarvoor het basis bedrag van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 een bedrag van … EUR bedraagt.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
De rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.
Verklaart de hoofdeis toelaatbaar doch ongegrond.
Verklaart de tegeneis toelaatbaar doch ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de geding kosten betreffende de hoofdeis, aan haar zijde begroot op de dagvaardingskosten t.b.v. … EUR en de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR en aan de zijde van eiseres begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.
Veroordeelt verweerder tot de gedingkosten betreffende de tegeneis, aan zijn zijde begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR en aan de zijde van eiseres begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op maandag veertien april tweeduizend en acht.
Aanwezig zijn :
D. P. L., alleenrechtsprekendrechter;
L. N., griffier.
N. L. L. D. P.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.