Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 16.04.2007
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :
In de zaak : 05/595/A
de NV I.P.R., (Ondernemingsnr. BE …), met maatschappelijke zetel te …, …,
eiseres
voor wie optreedt Meester W. V., advocaat met kantoor te …, …,
TEGEN :
De BELGISCHE STAAT, F.O.D. FINANCIËN, Administratie van de Ondernemings- in Inkomensfiscaliteit, sector BTW, in de persoon van de e.a. inspecteur van het BTW-controlekantoor te 8300 KNOKKE-HEIST, Majoor Vandammestraat 6, en de e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,
verweerder
voor wie is opgetreden Meester I. G. (balie Brugge) loco Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te …, …,
I. RECHTSPLEGING.
Gelet op het tegensprekelijk verzoekschrift houdende verzet dwangbevel de dato 25.02.2005.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door verweerder overgelegde bundel.
Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 12 maart 2007.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK.
2.1. Eiseres heeft aan de woning in de …, …, onroerende werken verricht.
In 2003 en 2004 werd een controle verricht met het oog op de vaststelling van het juiste tarief en bedrag van de BTW van toepassing op deze onroerende handelingen. Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld.
Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen werd door de heer D. J. e.a. verificateur bij de FOD Financiën, sector BTW, op 1 oktober 2004, een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd (zie stuk 1 verweerder).
Ten gevolge van dit proces-verbaal werd van eiseres een bedrag gevorderd van … EUR BTW en … EUR geldboete.
Wegens niet-betaling werd op 6.12.2004 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 7.12.2004 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard (zie stuk 2 verweerder).
Dit dwangbevel werd op 8.12.2004 bij aangetekend schrijven aan eiseres ter kennis gebracht.
2.2. Eiseres vraagt dat :
- De vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.
- Het bestreden dwangbevel wordt nietig verklaard en dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat de erin opgenomen sommen niet verschuldigd zijn.
- Verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden, vermeerderd met de moratoire interesten.
- Verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … EUR.
- Het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
2.3. Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres als ontvankelijk en ongegrond wordt afgewezen en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, aan zijn zijde begroot op de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … EUR.
III. BEOORDELING.
3.1. nopens de ontvankelijkheid.
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond.
3.2.1. Eiseres stelt dat het in casu niet gaat over een nieuwbouw maar over de omvorming en verbouwing van een uit zijn aard onroerend goed zodat de werken onderworpen zijn aan het laagste Btw-tarief van 6 %.
3.2.2. Sinds 1 augustus 1986 zijn sommige werken in onroerende staat, onder bepaalde voorwaarden, bij toepassing van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het K. B. nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, onderworpen aan het verlaagde Btw-tarief van 6 %. De toepassing van dit verlaagde tarief is beperkt tot de handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van de woning tot voorwerp hebben.
Krachtens § 1, 1° van rubriek XXXI van tabel A zijn het werk in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen die het bouwen van een nieuw gebouw tot voorwerp hebben impliciet uitgesloten van het voordeel van het tarief A.
In de administratieve aanschrijving nr. 6 van 22 augustus 1986 wordt de toepassing van het verlaagd tarief in de onroerende sector toegelicht. In voormelde aanschrijving staat te lezen dat onder "omvorming" wordt verstaan de verbouwing zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken of uitbreiding van bestaande vertrekken.
Verder lezen we het volgende : "Evenzo wordt het bestaan van een verbouwing niet bekritiseerd wanneer de renovatiewerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren en inzonderheid, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw. Daarentegen dient als bouwwerkzaamheid die bijdraagt tot de oprichting van een nieuw gebouw te worden aangemerkt : 1° het herbouwen van een gebouw na afbraak, zelfs in het geval van behoud van funderingen en kelders van het oude gebouw of van bijkomende elementen van zijn structuur (b.v. alleen de voorgevel aan de straatzijde behouden omwille van de integratie in het stedelijk kader)".
In het Btw-revue nr.110 van september 1994 wordt verder verduidelijkt in welk geval een vergroting al dan niet kan worden aangemerkt als een omvorming in de zin van rubriek XXXI van de bijlage A van het K.B. nr. 20. In voormelde revue lezen we het volgende : "De uitbreiding van een bestaand gebouw kan worden aangemerkt als een omvorming (of verbouwing) van dat gebouw voor zover de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Er kan worden van uitgegaan dat dit het geval is wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning of het woningcomplex na de uitvoering van de werken. Bovendien is vereist dat het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren maar het oude gedeelte aanvult en er dus inzake aanwending van het gebouw een geheel mee vormt. Daarentegen is niet vereist dat het nieuwe gedeelte zich onder hetzelfde dak bevindt als het oude gedeelte".
3.2.3. Het is duidelijk dat voormelde aanschrijving en mededeling geen andere bedoeling en draagwijdte hebben dan de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te lichten, en daaraan eventueel aanbevelingen vast te knopen. Zij hebben met andere woorden niet de bedoeling de erin vervatte interpretaties of richtlijnen verplichtend te stellen, aan wie dan ook. Volgens een vaste rechtspraak van de Raad van State en van het Hof van Cassatie hebben dergelijke interpretatieve omzendbrieven geen bindend karakter.
Evenwel kan de rechtbank een dergelijke administratieve toegeving op de wettekst niet negeren, wil zij voor alle rechtsonderhorigen die in dezelfde omstandigheden zijn, een gelijke behandeling garanderen.
3.2.4. Het onderscheid tussen de vergrotingswerken, die als een omvorming kunnen worden aangemerkt en dus het tarief A kunnen genieten, en de vergrotingswerken, die bijdragen tot de oprichting van een nieuwbouw en dus uitgesloten blijven van de toepassing van het tarief A, is een feitenkwestie die geval per geval moet beoordeeld worden (Vr. en Antw. , Kamer, 1992-93, nr. 70, 6703- Vr. nr. 585 GEHLEN, b.t.w.-rev., nr. 107, 106, nr. 3).
3.2.5. De versies van partijen steken schril af tegen mekaar. Voor verweerder is er nauwelijks iets behouden en voor eiseres is het wezenlijke gebleven. Eiseres wil gebruik maken van het verlaagd tarief en dus van de uitzondering. In die omstandigheden draagt zij de bewijslast.
Op basis van de voorliggende stukken blijkt dat er een volledig nieuw gedeelte aan de oude woning werd aangebouwd dat in omvang groter is dan wat behouden werd. De oppervlakte van het behouden gedeelte bedraagt immers slechts 165,84 m2 en is kleiner dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na de uitvoering van de werken, zijnde 398,41 m2.
Het oude gedeelte, dat op het gelijkvloers enkel de kantoorruimte omvat, is niet betekenisvol ten aanzien van het nieuwbouwgedeelte met twee bouwlagen dat de volledige woonruimte bevat en functioneel aanzienlijk belangrijker is. Verder blijkt dat de structuur van de woning grondig werd gewijzigd. Een belangrijk deel van de buitenmuren werd volledig afgebroken.
Dergelijke uitbreidingswerken zijn van die aard dat het oude bestaande gebouw nog slechts de bijzaak is. De kwestieuze uitbreidingen en toevoegingen hebben op zich een eigen identiteit verworven.
Het is dan ook duidelijk dat voormelde werken niet de omvorming van een woning vormen maar integendeel de bouw van een nieuwe woning betekenen. Het verlaagde tarief is dan ook niet van toepassing op de uitgevoerde werken.
3.3. nopens de kosten
Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
De rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend. Verklaart de vordering ontvankelijk en ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op … EUR geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op maandag zestien april tweeduizend en zeven.
Aanwezig zijn :
H. N., alleenrechtsprekend rechter;
L. N., griffier.
N. L. N. H.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.