Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 20 juni 2005 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brugge 20 juni 2005

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 20 juni 2005Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-brugge-2005-06-20-60a3

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brugge
Datum
20 juni 2005

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

31 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 20.06.2005

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :

In de zaak : 03/3690/A

de heer J.-P. V., (H.R. Brugge nr. …), wonende te …, …,

eiser

voor wie is opgetreden Meester G. L. (balie Gent) loco Meester K. B., advocaat met kantoor te …, …,

TEGEN

De Federale Overheidsdienst Financiën, in de persoon van de heer Minister van Financiën, met kabinet te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, in de persoon van de heer Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Brugge, met kantoren te 8000 Brugge, G.Vincke Dujardinstraat 4,

verweerder

voor wie is opgetreden Meester F. N. (balie Brugge) loco Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te …, …,

1. RECHTSPLEGING :

Het fiscaal verzoekschrift werd ter griffie neergelegd op 4 december 2003.

Partijen werden gehoord tijdens de openbare terechtzitting van 13 juni 2005.

Kennis werd genomen van het dossier van de rechtspleging.

Artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen In gerechtszaken werden in acht genomen.

2. TEN GRONDE :

Bij akte van 30.04.2005 neergelegd ter griffie op 11.05.2005 (stuk nr. 5 van het rechtsplegingsdossier) werd door partijen verklaard afstand van het geding te doen overeenkomstig art. 820 Ger. W. en art. 821 Ger. W.

Daar de afstand aangenomen werd door de tegenpartij, kan ze conform art. 826 Ger. W. ingewilligd worden.

Partijen komen overeen dat de kosten ten laste van eiser worden gelegd.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

De Rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak,

Verleent akte aan partijen van hun voormelde verklaringen en decreteert bijgevolg de afstand van het geding.

Veroordelen eiser tot de gedingskosten aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op … EUR geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op twintig juni tweeduizend en vijf.

Aanwezig zijn :

H. N., alleensprekend rechter

L. N., e.a. adjunct-griffier

N. L. N. H.