Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 25.03.2003
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUGGE, VIERDE KAMER, HEEFT HET HIERNAVOLGEND VONNIS VERLEEND :
In de zaak AR nr. 01/3219/A Rep. nr. 2003/3914
van
de NV "R. B.", met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Kortrijk onder nummer …,
eiseres,
vertegenwoordigd door meester J. S., advocaat te …
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie der BTW, Registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens kantoren gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat nr. 12, op vervolging en benaarstiging van de heer eerst aanwezend inspecteur (hoofdcontroleur) van het BTW-controlekantoor Izegem, wiens kantoren gevestigd zijn te 8870 Izegem, Kasteelstraat nr.19,
verweerder,
vertegenwoordigd door meester J. V. d. P., advocaat te ….
I. PROCEDURE
De partijen hebben hun middelen en besluiten voorgedragen in de openbare terechtzitting van 25 februari 2003, waarna het debat werd gesloten. De rechtbank nam vervolgens de zaak in beraad.
De rechtbank heeft de artikelen 2, 30 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken nageleefd.
De rechtbank houdt in het bijzonder rekening met de volgende documenten·:
1. de gedinginleidende dagvaarding van 12 november 2001;
2. de conclusie voor verweerder van 6 februari 2002;
3. de conclusie voor eiseres van 25 februari 2002;
4. de conclusie voor verweerder van 21 maart 2002 en
5. de conclusie voor eiseres van 25 april 2002.
Daarenboven heeft de rechtbank de overtuigingsstukken van de partijen ingezien.
II. DE BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
1. De feiten die relevant zijn voor het geschil
Eiseres heeft op verzoek van … werken in onroerende staat uitgevoerd. Waar er voorheen een vlasschuur stond, werd door toedoen van eiseres een appartementsgebouw afgeleverd.
De bouwheren zijn geen BTW-plichtigen in het kader van onroerende werkzaamheden. Zij hebben na de werken huurovereenkomsten afgesloten met het oog op privé-bewoning,
Na controle voor de periode van 1 januari 1992 tot 31 december 1994, werd aan eiseres een correctieopgave voorgelegd Onder post VIII werd aangevoerd dat voor de werken in opdracht van … ten onrechte het BTW-tarief van 6 procent werd toegepast in plaats van 20,5 procent. Als argumenten werden aangevoerd enerzijds dat het gebouw niet de privé-bewoning als bestemming had en anderzijds dat het om nieuwbouw ging en niet om verbouwing. Dat gaf aanleiding tot een naheffing van 1.026.745 frank (25.452,34 euro) BTW, vermeerderd met een proportionele geldboete van 102.074 frank (2.545,22 euro).
Eiseres factureerde op 15 januari 1997 die twee bedragen bijkomend aan.
Op 6 februari 1997 ondertekende de bestuurder van eiseres de correctieopgave voor een bedrag waarin die genoemde naheffing aan BTW en de proportionele geldboete begrepen waren.
Op 17 april 1997 dagvaardde eiseres … voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Kortrijk om het verschil in BTW, meer de geldboete en de interesten van de bouwheren in te vorderen.
De rechtbank In Kortrijk wees in zijn vonnis van 18 december 2000 de vordering van eiseres evenwel af. Er werd op basis van voorgelegde stukken aanvaard dat er wel degelijk voldaan was aan de bestemming van privébewoning en werd er vastgesteld dat het niet bewezen was dat het om nieuwbouw gaat, zodat op basis van een attest van gemeente … en de eigen vermelding van de facturen van eiseres, aangenomen werd dat het een verbouwing was.
Met haar dagvaarding van 12 november 2002 stelde eiseres haar huidige vordering in.
2. De standpunten en vorderingen van de partijen
Eiseres vordert dat de rechtbank verweerder zou veroordelen tot terugbetaling aan eiseres van de ten onrechte betaalde sommen, verhoogd met de moratoire rente vanaf de dag der betaling en met de gerechtelijke rente vanaf de dagvaarding.
Eiseres vraagt bovendien dat verweerder zou veroordeeld worden tot het betalen van de gerechtskosten en dat de rechtbank het vonnis uitvoerbaar zou verklaren bij voorraad, zelfs wanneer een rechtsmiddel zou worden aangewend, zonder dat de uitvoering afhankelijk kan gesteld worden van een borgstelling en met uitsluiting van het kantonnement.
Verweerder vordert dat de vordering van eiseres door de rechtbank zou worden afgewezen als ongegrond en dat eiseres zou verwezen worden in de gerechtskosten.
III. BEOORDELING
1. De ontvankelijkheid van de vordering
Verweerder voert geen redenen aan die tot onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de vordering ontvankelijk.
2. De grond van de vordering
2.1. Stelling van eiseres
Volgens eiseres is haar akkoord met de correctieopgave aangetast door een dwaling en daarom nietig.
Eiseres stelt dat uit de huurovereenkomsten blijkt dat het betreffende gebouw na de verbouwingswerken voor privé-doeleinden werden gebruikt.
Dat het gebouw voordien een schuur en dus niet voor privé-bewoning bestemd was, zou volgens eiseres geen beletsel zijn. Zij verwijst daartoe naar randnummer 39 van de aanschrijving van 22 augustus 1986.
Eiseres voert aan dat het trouwens niet om een nieuwbouw maar om een verbouwing ging. In dat verband legt zij een attest voor van de gemeente … waarin uitdrukkelijk staat dat het betreffende onroerend goed verbouwd en opgesplitst werd in 3 ééngezinswoningen met bijgaande burelen.
2.2. Stelling van verweerder
Verweerder betwist de dwaling.
Hij stelt dat het niet volstaat dat het gebouw na de werken privé-bewoning als bestemming heeft. Ook voordien zou het moeten om een woning gaan en dat is volgens verweerder niet het geval. Hij verwijst in dat verband naar randnummer 31 van dezelfde aanschrijving van 22 augustus 1986. Randnummer 39 zou niet ter zake zijn.
Bovendien, zo stelt verweerder, gaat het niet om een verbouwing maar om de oprichting van een nieuw gebouw. Al werd de bebouwde grondoppervlakte niet gewijzigd, toch vereist volgens verweerder de constructie van het nieuw gebouw (gelijkvloers met twee verdiepingen en een zolderruimte) dat het oude landgebouw volledig werd afgebroken. In de loop van de controle zou de bestuurder van eiseres beaamd hebben dat de oude vlasschuur volledig werd 'afgesmeten' en dat het opgerichte gebouw eigenlijk, een nieuwbouw betrof. Dat zou de reden zijn waarom de bestuurder zo gewillig de correctieopgave ondertekende.
Naar het oordeel van verweerder kan de uitspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg van Kortrijk geen afbreuk doen aan het regelmatig tussen hem en eiseres tot stand gekomen akkoord, temeer hij in die rechtszaak geen betrokken partij was en dat hem ten onrechte in dat vonnis een aandeel in de bewijslast wordt toebedeeld. Eiseres zou in de betwisting met de bouwheren ook niet alle rechtsgronden hebben uitgeput.
2.3. Beoordeling
2.3.1.Privé-bewoning
Bij lezing van KB nr. 20, XXXI, § 1, 1 blijkt dat daarin voor het verlaagd tarief van 6 procent alleen bepaalde werken in onroerende staat in aanmerking komen voor zover ze omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud (behalve reiniging) van een woning tot voorwerp hebben. Hoewel dat moet begrepen worden in die zin dat het betreffende gebouw ook voor de werken een woning moet zijn, stelt de rechtbank vast dat de BTW-administratie zich in dat verband minder streng opstelt. Terecht verwijst eiseres naar het randnummer 39 van de Aanschrijving nr. 6 van 22 augustus 1986. Daarin wordt onmiskenbaar een administratieve toegeving gedaan. De tekst luidt immers letterlijk :
39. De voorwaarde van de aanpassing van het gebouw aan zijn bestemming van privé-woning moet op zijn minst voldaan zijn na uitvoering der werken, maar het is niet vereist dat het gebouw reeds aan deze bestemming aangepast was voor deze uitvoering. Het verlaagd tarief is bijgevolg toepasselijk, voor zover alle overige voorwaarden vervuld zijn, op de omvorming van een kantoorgebouw in een appartementsgebouw. Net zoals bv. de omvorming van een fabrieksgebouw, loods of kazerne tot appartementsgebouw, kan derhalve ook de verbouwing van een schuur of ander bijgebouw van een boerderij tot woonhuis in aanmerking komen voor de toepassing van het BTW-tarief van 6 pct., voor zover het uiteraard gaat om een omvorming or verbouwing in de zin van nr. 30.
Gelet op de vereisten van rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel kon eiseres ervan uitgaan, dat aan de voorwaarde van privé-bewoning voldaan was zodra na de werken het gebouw voor privé-bewoning aangewend werd. Daarover bestaat actueel geen betwisting meer.
2.3.2.Verbouwing of nieuwbouw
Wat de Rechtbank van Eerste Aanleg van Kortrijk in de relatie tussen eiseres en de bouwheren beslist heeft, is niet tegenstelbaar aan verweerder.
De bewijslast tussen de actuele partijen met betrekking tot het toepasselijk BTW-tarief rust bij eiseres. Zij wenst immers gebruik te maken van een uitzondering, namelijk een verlaagd tarief.
De rechtbank stelt vast dat eiseres in dat verband niet tegemoet komt aan haar bewijslast. Hoewel verweerder uitdrukkelijk in conclusies aanvoert dat het oorspronkelijk gebouw volledig werd afgebroken en dat de bestuurder van eiseres dat tijdens de controle dat zou beaamd hebben, weerlegt eiseres die stelling niet. De verklaring van de gemeente … is op zich geen bewijs van wat werkelijk gebeurd is. Dat is des te meer het geval voor de facturen die door eiseres zelf zijn uitgereikt. Het spreekt voor zich dat eiseres, in dezelfde factuur waarop zij het verlaagd tarief aanrekent, vermeldt dat het om een 'verbouwing' gaat. De belasting moet zich zoveel mogelijk enten op de werkelijkheid. De rechtbank van Kortrijk heeft uitdrukkelijk gewag gemaakt van plannen. Hoewel eiseres op die manier toch duidelijk bewust gemaakt werd van een aangewezen werkwijze om haar stelling hard te maken, legt zij tot op heden geen plannen voor. Ook (of vooral) een bestek van de verbouwingswerken zou nuttige informatie kunnen opleveren. In zo'n bestek zou toch beschreven moeten staan op welke manier de verbouwingswerken moesten aangepakt worden. Het behouden van (voldoende relevante gedeelten van) de oorspronkelijke bouwconstructie veronderstelt immers een bijzondere studie en beschrijving van de uitvoeringswijze. Aan de hand van dergelijke stukken zou het ook voor de partijen (en desnoods de rechtbank) mogelijk zijn om na te gaan of er inderdaad nog oorspronkelijke delen van het gebouw in het actueel gebouw aanwezig zijn. Niet zelden kan ook de prijsopgave iets leren. Dat document is immers een uitvloeisel van het bestek. De prijsopgave vergelijken met de uiteindelijke facturatie kan overigens iets leren over de wijze waarop het oorspronkelijk bestek uiteindelijk gevolgd werd.
Nu eiseres nalaat al deze stukken over te leggen en het attest van de gemeente … op zich als bewijs niet volstaat, is het bewijs niet geleverd dat het om een werk in onroerende staat ging dat in aanmerking kwam voor het verlaagd tarief.
Eiseres bewijst dus niet dat zij gedwaald heeft bij de ondertekening van de correctieopgave op 6 februari 1997. Haar vordering is bijgevolg ongegrond.
3. De gerechtskosten
Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het Gerechtelijk Wetboek, moet zij de gerechtskosten dragen.
4. Uitvoerbaarheid bij voorraad
Nu de vordering van eiseres niet kan ingewilligd worden, heeft een voorlopige tenuitvoerlegging voor haar geen nut. Ook dat deel van de vordering is dus ongegrond.
Beschikkend gedeelte
IV. UITSPRAAK
De rechtbank doet uitspraak in eerste aanleg en op tegenspraak.
Om alle bovenstaande redenen verklaart de rechtbank de vordering ontvankelijk maar wijst ze af als ongegrond.
De rechtbank verwijst eiseres in de gerechtskosten van deze procedure en stelt die kosten als volgt vast :
aan de zijde van verweerder :
- rechtsplegingsvergoeding : 334,66 euro
terwijl de kosten aan de zijde van eiser niet moeten vastgesteld worden vermits ze door haar zelf moeten gedragen worden.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de vierde kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op vijfentwintig maart tweeduizend en drie.
De rechtbank is als volgt samengesteld :
D. V., alleenrechtsprekend rechter
A. V., griffier
A. V. D. V.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.