Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 19.11.2002
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUGGE, VIERDE KAMER, HEEFT HET HIERNAVOLGEND VONNIS VERLEEND :
in de zaak AR.nr. 01/614/A :
van
de CV A. C., met zetel te …, …,
eiseres,
vertegenwoordigd door meester A. C., advocaat te ….
tegen :
Ministerie van Financiën, Administratie BTW, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kantoren gevestigd te Brussel, Wetstraat nr.14, in de persoon van de Gewestelijk Directeur BTW, Registratie en Domeinen te Brugge, wiens kantoren gevestigd zijn te Brugge, St .Katelijnestraat nr.7, in de persoon van de BTW-ontvanger te Oostende, wiens kantoor gevestigd is te Oostende, Administratief Centrum, Vrijhavenstraat nr.1, eerste verdieping,
verweerder,
vertegenwoordigd door meester P. D., advocaat te ….
I. PROCEDURE
De partijen hebben hun middelen en besluiten voorgedragen in de openbare terechtzitting van 22 oktober 2002, waarna het debat werd gesloten. De rechtbank nam vervolgens de zaak in beraad.
De rechtbank heeft de artikelen 2, 30 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken nageleefd.
De rechtbank houdt in het bijzonder rekening met de volgende documenten :
1. het geding inleidend verzoekschrift van 21 februari 2001;
2. de conclusie voor verweerder van 13 december 2001;
3. de conclusie voor eiseres van 5 april 2002 en
4. de conclusie voor verweerder van 25 april 2002.
Daarenboven heeft de rechtbank de overtuigingsstukken van verweerder ingezien.
Il. DE BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
1. De feiten die relevant zijn voor het geschil
Eiseres is als BTW-plichtige ertoe gehouden kwartaalaangiften in te dienen.
Voor het eerste en tweede kwartaal 2000 mocht verweerder vanwege eiseres op de laatste mogelijke data, respectievelijk 20 april 2000 en 20 juli 2000, geen aangiften ontvangen.
Bijgevolg heeft verweerder, wegens de niet-aangifte op naam van eiseres een bijzondere rekening geopend voor de periode van 30 april 2000 tot 31 april 2000. Daarin werd wegens niet-aangifte een boete vastgesteld van … frank (… euro). Op 31 juli 2000 werd voor de betrokken periode de rekening-courant van eiseres op nul gezet.
Verweerder vaardigde op 20 december een dwangbevel uit met het oog op de inning van de genoemde boetes, vermeerderd met de interest en de vervolgingskosten. Op 3 januari 2001 werd het dwangbevel geviseerd en uitvoerbaar verklaard. De betekening van het dwangbevel gebeurde bij gerechtsdeurwaardersexploot van 12 januari 2001, gevolgd door een uitvoerend roerend beslag op 18 januari 2001.
Met een verzoekschrift van 27 februari 2001 stelde eiseres haar huidige vordering in. Op 7 maart 2001 diende zij uiteindelijk de twee aangiften in voor de twee betrokken kwartalen.
2. De vorderingen van de partijen
Eiseres vordert dat de rechtbank het bestreden dwangbevel en de boete zou nietig verklaren, of de boete minstens zou verminderen.
Verweerder vordert dat de vordering van eiseres door de rechtbank zou worden afgewezen als ongegrond en dat eiseres zou verwezen worden in de gerechtskosten.
IIl. BEOORDELING
1. De ontvankelijkheid van de vordering
Verweerder voert geen redenen aan die tot onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
2. De grond van de vordering
2.1. Stelling van eiseres
Volgens eiseres was er geen enkele reden om haar een boete op te leggen nu zij haar BTW-verplichtingen naar best vermogen heeft vervuld. Bovendien, zo roept eiseres in, werd de boete op volstrekt arbitraire wijze bepaald en zonder motivering.
Zij stelt dat zij zeer weinig belastbare activiteiten ontplooit en een zeer bescheiden omzet heeft. Volgens eiseres wettigt het ietwat later indienen van een BTW-aangifte, te wijten aan de gezondheidsperikelen van haar zaakvoerder, geen dergelijk belangrijk bedrag aan geldboete.
Minstens is een tiende van de opgelegde boete het maximum wat zij zou kunnen aanvaarden.
2.2. Stelling van verweerder
Verweerder benadrukt dat hij de boete heeft opgelegd overeenkomstig de wettelijke bepalingen, namelijk de Eerste Afdeling, III, van de bijlage van het KB nr. 44 van 21 oktober 1993. De motivering voor de boete was de nietindiening van de aangiften voor het eerste en tweede kwartaal 2000. Hij beschouwt de (tijdige) indiening van de BTW-aangiften als een fundamentele verplichting die strikt moet worden nageleefd.
De opgelegde sanctie was volgens hem des te meer verantwoord nu blijkt dat eiseres zich eerder ook al schuldig gemaakt had aan de indieningsplicht (en dus de betalingsplicht) en dat eiseres zelfs na de betrokken periode haar gedrag niet verbeterde.
In die omstandigheden acht verweerder het onaanvaardbaar om de wettelijke boete te ver minderen.
Ten slotte betwist verweerder dat er sprake zou zijn van 'ietwat' laattijdig indienen van de aangiften en stelt zij dat eiseres nalaat de beweerde gezondheidsperikelen van haar zaakvoerder te bewijzen.
2.3. Beoordeling
De (tijdige) indiening van de BTW-aangiften is een essentiële verplichting van elke BTW-plichtige. De schending van die verplichting verstoort het raderwerk van de administratieve controles. De periodiciteit van de aangifte moet precies toelaten zowel alle gegevens van de belastingplichtige op gezette tijdstippen bij te houden, de eventuele inning van de BTW-schuld te verzekeren, maar ook - finaal - de financiële gevolgen voor de BTW-plichtigen die de contractanten zijn van eiseres in overeenstemming te brengen met de aan de BTW onderhevige transacties van eiseres. Het BTW-stelsel is - op de keper beschouwd - gebaseerd op een mathematische afrekening tussen alle contractanten. Dat maakt een zware administratieve structuur onvermijdelijk. Het niet-indienen van BTW-aangiften, maakt die administratie nog omvangrijker en minder doorzichtig.
Vermits het om een principiële impact gaat, is het niet relevant dat eiseres eventueel weinig omzet realiseert. In elk geval laat zij verweerder niet toe daarop een goed zicht te hebben als ze geen aangiften indient.
Uit de stukken leidt de rechtbank af dat eiseres nochtans in het verleden al gewaarschuwd was vermits zij al voor niet-indiening van aangiften boetes had opgelopen.
De uiteindelijke aangifte gebeurde uiteindelijk pas na het opstarten van de gerechtelijke procedure.
Gezondheidsproblemen van haar zaakvoerder worden door eiseres niet bewezen.
De rechtbank is principieel bij machte om de opportuniteit en de omvang van een BTW-boete te beoordelen.
Anders dan eiseres is de rechtbank nochtans van oordeel dat, in de gegeven omstandigheden, de opgelegde boetes voor een gezamenlijk bedrag van … euro, gepast is. Zowel het principe als de omvang van de boete werden overigens voldoende gemotiveerd door de vaststelling dat er geen aangiften waren ingediend voor de twee kwartalen. Niet alleen werden de wettelijke tarieven toegepast maar (vooral) kon verweerder bezwaarlijk de omvang in relatie brengen tot de omvang van de omzet, vermits eiseres van die omzet geen kennis gaf. De eventuele gezondheidsperikelen of andere reden voor de administratieve nalatigheid kon verweerder al evenmin kennen. aangezien eiseres niets van zich liet horen
De vordering is bijgevolg ongegrond.
3. De gerechtskosten
Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het Gerechtelijk Wetboek, moet zij de gerechtskosten dragen.
Beschikkend gedeelte
IV. UITSPRAAK
De rechtbank doet uitspraak in eerste aanleg en op tegenspraak.
Om alle bovenstaande redenen verklaart de rechtbank de vordering ontvankelijk maar wijst ze af als ongegrond.
De rechtbank verwijst eiseres in de gerechtskosten van deze procedure en stelt die kosten als volgt vast :
aan de zijde van verweerder :
- rechtsplegingsvergoeding : … euro
terwijl de kosten aan de zijde van eiseres niet moeten vastgesteld worden vermits ze door haar zelf moeten gedragen worden.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de vierde kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op negentien november tweeduizend en twee.
De rechtbank is als volgt samengesteld :
D. V., rechtsprekend rechter
A. V., griffier.
D. V. A. V.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.