---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 20 december 1999"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 20 december 1999."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-brugge-1999-12-20-22dd"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 20 december 1999 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

20 december 1999

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

47 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 20.12.1999

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIJFDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :**

**In de zaak 94/2113/A** Rep. nr. 99/12586

**NV E. R.**, in vereffening, met zetel te …, … voorheen en thans te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Brugge onder nummer … vertegenwoordigd door haar vereffenaars :

1\. **R. C.**, wonende te …, … voorheen en thans wonende te …, …

2\. **V.-G. & PARTNERS**, burgerlijke vennootschap, gevestigd te …, …

3\. **M. N.**, advocaat met kantoor te …, …;

**eiseres op verzet,**

voor wie is opgetreden meester **J. M.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen in de persoon van :

1\. de heer Ontvanger van het Ontvangkantoor te Brugge, met kantoren te Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4;

2\. de heer Hoofdcontroleur van het BTW-Controlekantoor te Brugge II, met burelen te Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4;

**verweerder,**

voor wie is opgetreden meester **L. D. S.**, advocaat te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

De zaak werd ingeleid bij dagvaarding houdende verzet d.d. 5 juli 1994.

Partijen werden gehoord in hun middelen en besluiten op de openbare terechtzitting d.d. 27 september 1999.

Naast de wettelijke vermoedens mag verweerder dus ook een beroep doen op feitelijke vermoedens. Deze laatste werden enkel door de rechtspraak aanvaard als zij gewichtig, bepaald en met elkaar overeenstemmend zijn. De fictiviteit van de facturen kan m.a.w. bewezen worden aan de hand van gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens.

In casu wil verweerder door het inroepen van het strafrechtelijk onderzoek ten laste van **S. L.** en de firma **H.-O.** naar eis van recht door overeenstemmende, bepaalde en gewichtige vermoedens aantonen dat er zeer ernstige redenen zijn om te twijfelen aan de correctheid van de gedane aftrek van BTW. betreffende de twaalf in het proces-verbaal van 30 maart 1994 bedoelde facturen.

De rechtbank stelt vast dat de kwestieuze facturen effectief werden uitgereikt door of op naam van **H.-O.** en dat de BTW-bedragen, gelet op de brief van 6 december 1991 (stuk 9 verweerder) waarin eiseres aangeeft in welke BTW-aangifte de als BTW-vermelde bedragen op voormelde facturen werden opgenomen, effectief werden in aftrek gebracht.

Tevens stelt de rechtbank vast dat eiseres het aankoopjournaal waarin de inkomende facturen moeten geboekt worden niet meer kan terugvinden. Bovendien blijkt uit de gegevens van het bovenvermeld strafdossier dat de firma **H.-O.** (naam waaronder **S. L.** handel dreef) nooit daadwerkelijk enige activiteit heeft gehad, dat de heer **L.** nog nooit heeft gehoord van de NV **R.** of van de heer **C. R.**, dat de heer **L.** heeft verklaard de facturen te hebben opgemaakt aan de hand van een door een zekere **B. V. R.** met de hand geschreven voorbeeld en dat tenslotte de zolderkamer in het pand nr. 2 aan de … te … (adres van de firma **H.-O.**) een nepadres is.

Gelet op het voorgaande zijn er gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens die het bestaan van fictieve facturen aantonen en die bijgevolg toelaten te twijfelen aan de rechtmatigheid van de reeds in aftrek gebrachte BTW op kwestieuze facturen.

Het is aan eiseres om te bewijzen dat het om werkelijk geleverde goederen gaat.

3\. Nopens het bewijs van het werkelijk karakter van de leveringen van de betreffende facturen.

Volgens eiseres behelzen kwestieuze facturen allemaal effectieve leveringen die door eiseres bij **H.-O.** werden geplaatst en die door eiseres werden afgenomen in de opslagplaatsen van **O.** te …. De heer **C. R.** zou hierbij steeds gehandeld hebben met een zekere Heer **P.** en **G.**, dewelke zich voordeden als vertegenwoordigers van de betrokken firma **H.-O.**.

Eiseres stelt verder dat de administratie der douane en accijnzen gedurende het jaar 1990 en volgende de werkelijkheid van de desbetreffende leveringen heeft onderzocht in het kader van de zogenaamde "hoeveelheidscontroles". Dit onderzoek zou destijds gevoerd zijn geweest door de Opsporing Petroleum te Antwerpen de heer Hoofdcontroleur **V. D. B.**) en zou aldaar gekend zijn onder de referte CPO.G/90.5.

Om de werkelijkheid van de leveringen aan te tonen heeft eiseres bij schrijven d.d. 25 september 1990 zoveel mogelijk ritbladen van chauffeurs, vervoerdocumenten en leveringsbons aan voormelde opsporingsdienst opgestuurd (stuk 2 van eiseres). De BTW-administratie werd hiervan op 6 december ingelicht (stuk 9 van verweerder).

In de besluiten d.d. 2 november 1998 verzoekt eiseres verweerders dan ook om bij de "zusteradministratie" de resultaten van het destijds door de administratie controle petroleum opsporing gevoerd onderzoek te willen opvragen en dit te willen voorleggen aan de rechtbank. In de laatste besluiten voor verweerders d.d. 28 december 1998 (pagina 5) zeggen zij te willen ingaan op dit verzoek. Tot op heden is dit echter niet gebeurd.

De rechtbank acht het in deze evenwel belangrijk kennis te kunnen nemen van het gevoerde onderzoek door de Opsporing Petroleum te Antwerpen, gekend onder de referte CPO.G/90.5, aangezien voormeld onderzoek van belang zou kunnen zijn om de waarachtigheid van de effectieve leveringen aan te tonen.

De debatten dienen dan ook te worden heropend teneinde de verweerders toe te laten voormelde stukken voor te leggen en teneinde partijen toe te laten dienaangaande verder standpunt in te nemen.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**,

Alle strijdige en meeromvattende besluiten verwerpend als ongegrond, niet dienend terzake en/of overbodig.

Verklaart de vordering ontvankelijk en alvorens verder ten gronde te oordelen.

HEROPENT DE DEBATTEN teneinde partijen toe te laten te handelen zoals hierboven uiteengezet.

Verzendt de zaak terug naar de bijzondere rol.

Houdt de beslissing omtrent de gedingkosten aan.

Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts alle verhaal en zonder borgstelling.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **twintig december negentienhonderd negenennegentig**.

Aanwezig zijn :

**I. D.**, alleenrechtsprekend rechter,

**K. D.**, griffier

**K. D.** **I. D.**
