---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 18 mei 1992"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 18 mei 1992."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-brugge-1992-05-18-d8df"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 18 mei 1992 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

18 mei 1992

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

215 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 18.05.1992

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIJFDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend:**

In de zaak AR nr. **92/30414** Rep. nr : 92/5591

**De heer ONTVANGER DER DOUANE EN ACCIJNZEN**, wiens burelen gevestigd zijn te Brugge, L. Caiseaukaai

**eiseres,**

voor wie optreedt meester **L. D. S.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**E. E. C.** (…) Ltd, met maatschappelijke zetel te … …, …, …

**verweerster,**

voor wie zijn opgetreden meester **H.-R.** advocaat te …, … ter **L. G.**, advocaat te …, …

## MEDE INZAKE :

**E. E. C.** (…) Ltd, naar Engels recht, internationale vervoerde en douane agent, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, …, …, ingeschreven in het engels register onder nr. …

eiseres in tussenkomst en vrijwaring,

voor wie zijn opgetreden meester **H.-R. D.** en meester **L. G.** voornoemd

**tegen :**

**T. B.** NV, ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …, met maatschappelijke zetel te …, …

verweerster in tussenkomst en vrijwaring,

voor wie is opgetreden meester **Tb. W.**, advocaat te …, …

EN IN DE ZAAK AR 69/30.989 :

**E. E. C.** Ltd (…), maatschappij naar engels recht, …, …,

…, (…), ingeschreven in het engels register onder nummer …,

welke ten einde dezer woonstkeuze doet ten kantore van de heer **F. D. M.**, gerechtsdeurwaarder, wonende te …, …

eiseres. tevens eiseres in tussenkomst en vrijwaring,

voor wie zijn opgetreden meester **H.-R. D.** en meester **L. G.** voornoemd

**tegen :**

**1.** **DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de BTW-rekenplichtige van het ontvangkantoor te Brugge, Vincke-Dujardinstraat 4

**verweerster,**

voor wie is opgetreden meester **J. V. d. P.**, advocaat te …, …

2\. **T. B.** NV, ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …, met maatschappelijke zetel te …, …

verweerster in tussenkomst en vrijwaring,

voor wie is opgetreden meester **Th. W.**, voornoemd

EN IN DE ZAAK A.R. 69/33.706 :

**E. E. C.** (…) Ltd, naar engels recht, internationale vervoerder en douaneagent, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, …, …, …, postcode …, ingesehreven in het engels register onder nummer …,

**eiseres,**

voor wie optreden meester **H.-R. D.** en meester **L. G.** voornoemd

**tegen :**

**T. B.** NV, ingeschreven in het handelsregister te … onder nummer …, met maatschappelijke zetel te … - …, …

**verweerster,**

voor wie is opgetreden meester **Th. W.** voornoemd

MEDE INZAKE :

**T. B.** NV, thans ingevolge naamwijziging gepubliceerd in het B.S. dd. 13.6.1980 : **T. T.** (Belgium) naamloze vennootschap, ingeschreven in het handelsregister te … onder nummer …, met maatschappelijke zetel te … - … , …, …

eiseres in tussenkomst en vrijwaring,

**tegen :**

1\. **G. U. 16 NV.**, met maatschappelijke zetel te …, …

verweerster in tussenkomst en vrijwaring,

voor wie is opgetreden meester **P. D. K.**, advocaat te …, …

2\. "**C.**", vennootschap naar Grieks recht, welke evenwel keuze van woonst doet ter maatschappelijke zetel van de NV **U. H.** te …, …

3\. **"G." Ass. Co Ltd**, vennootschap naar engels recht, welke keuze van woonst doet ter maatschappelijke zetel van de NV "**T.**", … te …

4\. **L. A. I. C.** BELGE (A. I.C.B.), met maatschappelijke zetel te …, …

5\. **M.** NV, met maatschappelijke zetel te …, …

6\. **P. A. G. A.**, vennootschap naar engels recht, welke keuze van woonst doet ter maatschappelijke zetel van de NV **U. H.** te …, …

7\. **P. A. C. Ltd C.**, vennootschap naar engels recht, welke keuze van woonst doet ter maatschappelijke zetel van de NV **U. H.** te …, …

verweerders in tussenkomst en vrijwaring,

voor wie optreedt meester **P. D. K.** voornoemd

8\. **C. O. P. R.**, vennootschap naar portoricaans recht, met maatschappelijke zetel te …, …, …

verweerster in tussenkomst en vrijwaring,

die niet verschijnt.

## I. PROCEDURE

### a) AR 30.414

De zaak werd ingeleid bij dagvaarding op 30 .09.1932 aan de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** Ltd (hierna genoemd de firma **E. C.**) betekend ten verzoeke van de heer Ontvanger der Douane en Accijnzen (hierna genoemd de Douane en Accijnzen)

Met akte dd. 03.03.1983 is de firma **E. C.** overgegaan tot dagvaarding van de NV **T. B.**, waarvan lopende het geding de benaming gewijzigd werd in de NV **T. T.** in gedwongen tussenkomst en vrijwaring..

#### b) AR 30.989

De zaak werd ten verzoeke van de firma **E. C.** ingeleid met akte verzet tegen bevel tot betalen en dwangbevel, betekend op 28.12.1982 aan de Belgische Slaat, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen (hierna genoemd de BTW dienst) en voor zoveel als nodig aan de gerechtsdeurwaarder **B. R.** waarbij enkel aan de BTW dienst dagvaarding werd gegeven om te verschijnen voor de rechtbank.

Ook in deze zaak is de firma **E. C.** overgegaan tot dagvaarding in gedwongen tussenkomst en vrijwaring van de NV **T. T.** (akte betekend op 27.10.1983).

### c) AR 33.706

De zaak werd ingeleid bij dagvaarding op 03.07.1980 aar de NV **T. T.** betekend ten verzoeke van de firma **E. C.**.

Met akte d.d. 15.01.1981 is de NV **T. T.** overgegaan tot dagvaarding van de "**G. U.**16" in gedwongen tussenkomst en vrijwaring.

Met akte d.d. 25.03.1983 is de NV **T. T.** overgegaan tol dagvaarding van de vennootschap naar Grieks recht "**C.**", de vennootschap naar Engels recht "**G.**" Ass. C. Ltd, de naamloze vennootschap "**L. A. I. C. B.**", de naamloze vennootschap "**M.**", de vennootschap naar Portorikaans recht "**C. of P. R.**", de vennootschap naar Engels recht "**P. and G. A.**" en de venootschap naar Engels recht "**P. A. C. Ltd. C.**" in gedwongen tussenkomst en vrijwaring.

Met vonnis van 29.09.1983 van de rechtbank van koophandel te …, gewezen in staat van verstek ten overstaan van de vennootschap naar Portorikaans recht **C. of P.R.**, en op tegenspraak tegenover de andere partijen werd vooreerst geoordeeld dat de dagvaarding d.d. 15.01.1981 nietig is gezien de “**G. U.** 16” geen rechtspersoonlijkheid heeft en bijgevolg niet kon gedagvaard worden.

Voor het overige werd de zaak verzonden naar de rechtbank van eerste aanleg te Brugge om er gevoegd te worden met de zaken gekend onder de nummers 30.414 en 30.414/T van de algemene rol.

Voor het overige werd de zaak verzonden naar de rechtbank van eerste aanleg te Brugge om er gevoegd te worden met de zaken gekend onder de nummers … en … van de algemene rol.

---

Partijen werden gehoord bij monde van hun raadslieden in openbare terechtzitting van 06.04.1992, uitgezonderd de vennootschap naar Portorikaans recht **C. of P. R.** die voor deze zitting niet behoorlijk opgeroepen werd en die ook op deze zitting niet verschenen is.

Op de zitting van 06.04.1992 werd mondeling advies verstrekt door het openbaar ministerie. Het advies beperkte zich tot het stellen dat het openbaar belang niet in het gedrang komt door huidige betwisting.

Kennis werd genomen van het dossier van de rechtspleging en van de door de verschenen partijen overhandigde bundels.

De artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS

Aan de basis van huidig geschil ligt een diefstal van een container sterke drank op 08.01.1976.

Wat de feitelijke omstandigheden betreft kan vooreerst verwezen worden naar een verslag van een zekere **V.** d.d. 19.03.1976 waarin de "reisweg" van de container beschreven wordt (stuk 17 **E. C.**, inzonderheid de voorlaatste pagina).

Daaruit volgt dat de firma **E. C.** op 07. 01.1976 voor de inscheping gezorgd heeft van de container die moest verzonden worden onder dekking een document … "kennisgeving van doorgang" (stuk …Douane en Accijnzen), onderworpen aan het regime van transit.

De container kwam aan te Zeebrugge en werd op de gesloten parkeerruimte van de NV **T. T.**, die voor het vervoer zorgde, geplaatst. De container werd aldaar weggehaald op 08.01.1976 en werd op 15.01.1976 ledig teruggevonden door de Rijkswacht van Merksplas.

Het daaropvolgend onderzoek toonde volgende zaken aan :

\- een container kon zonder enige vorm van controle op de parking van de NV **T. T.** weggehaald worden. Dit blijkt zowel uit het strafdossier als uit het onderzoek van **V.** en **B.** (stuk 16 **E. C.**);

\- de firma die de container te Zeebrugge moest ophalen en doorvervoeren, heeft een slechte reputatie.

\- de bestemmeling ('consignee') op het vervoerdocument (stuk 4 **E. C.**) is een niet bestaande firma (zie o.a. stuk 13 Douane en Accijnzen).

\- de in de 'packing-list' opgegeven hoeveelheid drank kon onmogelijk in de container geplaatst worden.

Deze diefstal, die nooit opgehelderd werd en die duidelijk goed voorbereid was, had tot gevolg dat de inhoud van de container op het grondgebied van België aan de doorvoer onttrokken werd, hetgeen resulteerde in volgende vorderingen :

### a) A.R. 30.414

De Douane en Accijnzen vordert thans de veroordeling van de firma **E. C.** tot het betalen van een bedrag van … frank, meer de nalatigheidsinteresten vanaf 09.01.1976 aan 4 % tot 31.06.1979 en vanaf de voornoemde datum aan 12 %, meer de gerechtelijke interesten vanaf 30.09.1982 en de kosten.

In haar vordering heeft de Douane en Accijnzen de door de National Westminster Bank betaalde borg van … frank reeds in mindering gebracht.

In deze procedure vraagt de firma **E. C.** dat de NV **T. T.** haar, ingeval van veroordeling, volledig zou vrijwaren.

De NV **T. T.** op haar beurt vraagt dat wanneer zij tot vrijwaring zou gehouden zijn, de verzouden veroordeeld worden tot betaling aan de NV **T. T.** van al hetgeen de NV **T. T.** zou moeten vereffenen aan de firma **E. C.**.

### b) A. R. 30.989

De BTW dienst heeft een dwangbevel uitgevaardigd op 09.12.1981 waarbij bevel tot betalen werd betekend op 24.12.1981, waarbij betaling werd gevorderd van :

\- … frank uit hoofde van verschuldigde belasting.

\- … frank uit. hoofde van wettelijke geldboeten.

\- 1 % per maand vertraging op de nog verschuldigde BTW vanaf 09.01.1977

\- 0,60 % per maand vertraging op de nog verschuldigde BTW vanaf 09.01.1976 tot 08.01.1977

\- de wettelijke interesten te berekenen op de nog verschuldigde geldboeten vanaf de betekening van dit dwangbevel.

De firma **E. C.** vordert de nietigverklaring van dit dwangbevel.

Ter zitting van 06.04.1992 heeft de BTW dienst. verklaard dat zij afstand doet van haar vordering m.b.t. de geldboetes en haar vordering bijgevolg herleidt tot … frank. Dit volgt ook uit het schrijven van de BTW dienst. D.d. 12.01.1983 (stuk18 **E. C.**).

Hier worden dezelfde vorderingen tot vrijwaring gesteld.

#### c) A.R. 33.706

De National Westminster Bank heeft, in haar hoedanigheid van borg in het kader van de reglementering van de gemeenschappelijke transit, een bedrag van … frank uitbetaald waarbij zij op haar beurt dit bedrag in debet heeft geboekt op de rekening van de firma **E. C.**.

De firma **E. C.** is overgegaan tot dagvaarding van de NV **T. T.** en vordert haar veroordeling tot terugbetaling van dit bedrag onder voorbehoud van vermeerdering van dit bedrag.

De NV **T. T.** is dan overgegaan tot dagvaarding van een groep verzekeraars die gekend zijn onder de benaming "**G. U.** 16", en bij wie zij een verzekering heeft afgesloten voor haar wettelijke en contractuele aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt aan de goederen of voorwerpen die haar door derden worden toevertrouwd met het oog op verzending (zie niet genummerde stukken van deze groep).

Zij vraagt dat deze verzekeraars zouden veroordeeld worden tot betaling aan de NV **T. T.** van al hetgeen de NV **T. T.** zou moeten vereffenen aan de firma **E. C.**.

## III. BEOORDELING

### A. Samenvoeging

Gezien de zaken gekend onder de algemene rol nummers 30.414, 30.989 en 33.706 samenhangend zijn, komt het passend voor in het kader van een goede rechtsbedeling deze zaken samen ta voegen.

### B. Ten aanzien van de "G. U. 16"

De rechtbank stelt vast dat partijen in besluiten nog telkenmale de "**G. U.** 16" als in zake zijnde partij vermelden.

Dit gebeurt ten onrechte gezien de "**G. U.** 16" reeds met vonnis van de rechtbank van koophandel d.d. 29.09.1933, waarin geoordeeld werd dat de dagvaarding d.d. 15.01.1981 nietig was gezien de "**G. U.** 16" geen rechtspersoonlijkheid heeft en bijgevolg niet kon gedagvaard worden, buiten zake werd gesteld.

**C. Ten aanzien van de vennootschap naar Portorikaans recht C. of P. R..**

Gezien deze partij niet rechtsgeldig opgeroepen werd voor de zitting van 06.04.1992 kon de NV **T. T.** geen verstek en vonnis tegen haar vorderen.

Gezien het in casu om een splitsbaar geschil gaat dient de vordering, in zoverre gericht tegen de vennootschap naar Portorikaans recht **C. of P. R.**, terug naar de bijzondere rol verwezen te worden.

### D. De vordering van de Douane en Accijnzen

Gezien het. een communautair douane vervoer betrof, waarbij de container van Engeland naar Duitsland, via Belgiê, vervoerd moest worden, kan het niet betwist worden dat :

\- de firma **E. C.** als aangever moet beschouwd worden (art. 11 EEG Verordening 542/69) en als dusdanig er voor moet zorgen dat de goederen binnen de gestelde termijn ongeschonden aan het kantoor van de bestemming gebracht worden (art. 13 EEG Verordening 542/69).

\- vanaf er een onregelmatigheid begaan wordt in een bepaalde lidstaat, wordt de actie tot invordering van de eventueel opeisbare rechten en andere heffingen, onverminderd eventuele strafvervolging, door deze lidstaat ingesteld volgens zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen (art. 36 EEG Verordening 542/69).

\- artikel 257 van de algemene wet op de douane en accijnzen voorziet in par. 1 voorziet dat wanneer deze verplichting niet binnen de gestelde termijn nageleefd wordt, de titularis van het document een geldboete oploopt, onverminderd de betaling van de rechten op de in het document vermelde goederen.

Dit houdt in dat er een hoofdelijke aansprakelijkheid gecreeerd werd in hoofde van de aangever (in casu de firma **E. C.**).

Gezien de actie tot invordering door de lidstaat ingesteld, dient te gebeuren volgens de eigen wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, is de rechtbank van oordeel dat de vordering van de Douane en Accijnzen niet ontvankelijk is gezien de ingetreden verjaring op grond van artikel 143 par. 2 van de algemene wet op de douane en accijnzen.

Er moet gesteld worden dat de aangifte van 09.01.1976 dateert waarbij de Douane en Accijnzen ten overstaan van de firma **E. C.** geen stappen heeft ondernomen waaruit een schorsing of stuiting kan afgeleid worden.

De dagvaarding zelf dateert van 30.09.1982, het zij meer dan zes jaar na de aangifte, zodat de vordering dus verjaard is.

### E. Omtrent het verzet van de firma E. C. tegen het dwangbevel van de BTW-dienst

Ingeval van onregelmatigheden bij de doorvoer die de BTW-dienst opvorderbaar maken stoelt de vordering van de administratie van de BTW-dienst niet op artikel 8 van het KB nr.7 van 12.03.1970 (BS 18.03.1970), maar wel op de douaneregIementering inzake communautair douanevervoer.

Dit volgt uit de artikelen 11, 12, 13 en 36 EEG. Verordening 542/69, artikel 7 par. 1 AWDA en op artikel 13 van het KB nr. 7.

De hoofdelijke aansprakelijkheid van de firma **E. C.** als aangever in de zin van artikel 11 EEG Verordening 542/69, bestaat dus ook tegenover de BTW-dienst.

Zie ook :

\- Fiscale documentatie Vandewinckele, CED SAMSOM, XIVd, BTW, nr. 40/2, p. 222).

Gezien nog het oude regime van de zesjarige verjaring toepasselijk is (de verjaring van vijf jaar trad pas in werking op 01.01.1978; zie art. 27 Wet 22.12.1977), het dwangbevel betekend werd op 27.12.1981 en het verzet exploot dateert van 28.12.1981, kan er geen sprake zijn van verjaring voor wat betreft de vordering van de BTW-dienst.

Volgens artikel 34 EEG Verordening 542/69 wordt de aangever ontheven van zijn verplichtingen wanneer de goederen, waarop de rechten geheven worden, teloor zijn gegaan door naar behoren vastgestelde overmacht of naar behoren vastgesteld toeval.

Van overmacht of toeval kan hier geen sprake zijn.

In dit verband moet vooraf benadrukt worden dat de firma **E. C.** het ten onrechte voorstelt als zou zij enkel gehandeld hebben met **T. C. F.** Ltd en dat de NV **T. T.** ten opzichte van haar een derde is.

De NV **T. T.** is immers de uitbatingszetel van **T. C. F.** Ltd in België hetgeen onder andere volgt uit de door de NV **T. T.** voorgelegde rechtspraak van de rechtbank van koophandel te Brugge (vonnissen d.d. 12.11.1985/ A.R. 19.590 en d.d. 28.10.1986/A.R. 28.513 waarin onder andere staat : “… en met maatschappelijke zetel voor België gevestigd te …” en "... doende de betekening aan haar uitbatingszetel ... ") .

Dit maakt dat er tussen de firma **E. C.** en de NV **T. T.** wel degelijk een contractuele band bestaat, waarbij het plaatsen van de container op een gesloten parkeerruimte een onderdeel was van de opdracht aan **T. C. F.** Ltd/de NV **T. T.**. Deze bewaarneming, die een noodzakelijk deel is van de vervoeropdracht, werd niet behoorlijk uitgevoerd gezien er ter zake geen enkele vorm van controle gebeurde. De rechtbank heeft dit reeds voldoende aangetoond in de feitelijke uiteenzetting (zie hierboven onder …..

……. In dat een (contractuele) fout van de NV **T. T.** de verdwijning van de container mee in de hand gewerkt heeft zodat de firma **E. C.** nooit overmacht kan inroepen. De NV **T. T.** heeft de firma **E. C.** immers geholpen bij de uitvoering van haar verbintenis, zodat er ter zake geen vreemde oorzaak voorhanden is waarop de firma **E. C.** zich kan beroepen.

Zie :

-De Page, H., Traite, T. II, uitgave 1964, nrs. 592 en 598.

Dit alles ongeacht de bedenking dat diefstal, wat op zichzelf geen overmacht inhoudt, van containers een vrij regelmatig voorkomend fenomeen is en men hier in geen geval de vereiste voorzorgen genomen heeft om een gebeurlijke diefstal onmogelijk te maken, of toch minstens te bemoeilijken.

Dit maakt dat op zichzelf het verzet van de firma **E. C.** volledig ongegrond ware geweest, ware het niet dat de BTW-dienst ter zitting van 06.04.1992 uitdrukkelijk heeft gesteld dat zij niet langer aandringt wat de geldboetes (en bijhorende interesten betreft). Gezien de BTW-dienst in huidige procedure geen vordering stelt kan bezwaarlijk gesteld worden dat dit een herleiding van haar vordering inhoudt. De rechtbank kan niet anders dan vaststellen dat, gezien het schrijven van de BTW-dienst en de verklaring ter zitting, het verzet gegrond is m.b.t. de geldboetes en bijhorende interesten.

**F. De hoofdvordering van de firma E. C. tegen de NV T. T. (procedure A.R. 33.706) en de tussenvorderingen in vrijwaring (A.R. 30.414 en 30.989)**

Uit het bovengaande volgt dat er in casu geen sprake is van een quasi-delictuele maar wel van een contractuele aansprakelijkheid.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de firma **E. C.** tegenover de NV **T. T.** niet verjaard is.

Er mag tussen de beide partijen geen onevenwicht bestaan. Dit houdt in dat er rekening dient gehouden te worden met de situatie waarin de firma **E. C.** zich bevond.

Zolang de firma **E. C.** niet aangesproken werd door de Douane en Accijnzen of de BTW-dienst kon de firma **E. C.** ook geen vordering richten tot haar medecontractant.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verjaring niet liep m.b.t. de vordering tot vrijwaring ten overstaan van de NV **T. T.**, zolang de vordering tot uitwinning tegenover de firma **E. C.** niet had plaatsgehad (zie artikel 2257 B.W.).

Gezien de verjaring van de vordering van de Douane en Accijnzen is de tussenvordering in vrijwaring van de firma **E. C.** tegenover de NV **T. T.**, die op deze vordering van de Douane en Accijnzen betrekking heeft (zie A.R. 30.414), zonder voorwerp gevallen.

De overige vorderingen van de firma **E. C.** tegen de NV **T. T.** zijn evenwel niet gegrond omdat de NV **T. T.** zich ter zake kan beroepen op de overduidelijke exoneratieclausules die de vervoersvoorwaarden regelen. Naast de artikelen 1 en 3 kan inzonderheid verwezen worden naar de artikelen 5 en 6 van deze voorwaarden (stuk 1bis NV **T. T.**) waarin letterlijk staat :

“(5) (…) Zij is ook niet verantwoordelijke voor (...) het verlies of de schade aan de lading (…) gedurende of na het aan land brengen op kade (...). (6 ) (...) Zij is ook hoegenaamd niet verantwoordelijk voor de lading die werd ontscheept van hun schepen op kaden, werven of in een vaartuig" .

Dit beding doet de vervoerovereenkomst uiteraard niet teniet. De niet te miskennen nonchalance waarmee de NV T. T. de goederen bewaakte kan daarbij niet gelijkgesteld worden met een persoonlijk bedrog (ongeacht het gegeven dat de firma **E. C.** van deze slordige werkwijze op de hoogte moet geweest zijn), zodat de exonaratieclausule geldig is en de firma **E. C.** ten onrechte een vordering en tussenvordering tegen de NV **T. T.** heeft ingeleid.

**G. De vordering van de NV T. T. tegen de vennootschap naar Grieks recht "C.", de vennootschap naar Engels recht "G." Ass. C. Ltd, de naamloze vennootschap "L. A. I. C. B.", de naamloze vennootschap "M.", de. vennootschap naar Engels recht "P. and G. A." en de vennootschap naar Engels recht "P. A. C. Ltd. C.".**

Uit het voorgaande volgt dat deze vorderingen zonder voorwerp gevallen zijn.

### H. De gedingskosten

Gezien de vordering van de Douane en Accijnzen niet ontvankelijk is dient de Douane en Accijnzen de kosten gevallen naar aanleiding van haar vordering tegen de firma **E. C.** volledig te dragen.

De firma **E. C.** dient veroordeeld te worden tot de kosten gevallen zowel in haar hoofde als in hoofde van de BTW-dienst, naar aanleiding van de procedure tegen de BTW-dienst.

De firma **E. C.** dient tevens veroordeeld te worden tot de kosten specifiek gevallen naar aanleiding van de hoofd- en tussenvorderingen tegen de NV **T. T.**.

Op haar beurt dient de NV **T. T.** veroordeeld te worden tot de kosten gevallen naar aanleiding van de procedure in lussenkomst tegenover de hierboven bij naam vermelde groep verzekeraars.

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK**, wijzende in burgerlijke zaken, zetelend in eerste aanleg, in staat van verstek tegenover de vennootschap naar Portorikaans recht **C. of P. R.** en op tegenspraak tegenover alle andere partijen.

Alle strijdige en meer omvattende besluiten verwerpend als ongegrond, niet terzake dienend of overbodig.

Voegt de zaken gekend onder de algemene rolnummers 30.414, 30.989 en 33.706 samen.

Geeft akte aan de NV **T. B.** dat lopende het geding haar maatschappelijke benaming gewijzigd werd in de NV **T. T.**.

SteIt voor zoveel als nodig vast dat de "**G. U.** 16” niet langer in zake is en door de partijen ten onrechte in de hoofding van hun besluiten vermeld wordt.

Verzendt de zaak, in zoverre het gaat om vorderingen gericht tegen de vennootschap naar Portorikaans recht **C. of P. R.**, terug naar de bijzondere rol gezien de vennootschap naar Portorikaans recht **C. of P. R.** niet rechtsgeldig opgeroepen werd voor de zitting van 06.04.1992 en er geen verstek tegen haar kon gevorderd worden.

Verklaart de vordering van de heer Ontvanger der Douane en Accijnzen tegen de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** ltd niet ontvankelijk omwille van de ingetreden verjaring.

Verklaart de vordering van de maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** Ltd tegen de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen toelaatbaar en gegrond in de mate zoals hierna bepaald.

Dienvolgens zegt voor recht dat het dwangbevel uitgevaardigd op 09.12.1981 en betekend op 24.12.1931 nietig is in zoverre het strekt tot invordering van … frank uit hoofde van wettelijke geldboeten en tot betaling van de wettelijke interesten te berekenen op de nog verschuldigde geldboeten vanaf de betekening van dit dwangbevel) gezien deze bedragen niet verschuldigd zijn.

Verklaart het verzet van de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** ltd ongegrond in zoverre het de nietigheid vordert van het dwangbevel uitgevaardigd op 09.12.1981 en betekend op 24.12.1981 en strekkende tot invordering van :

\- … frank uit hoofde van verschuldigde belasting.

\- 0,60 % interesten per maand vertraging op de nog verschuldigde BTW vanaf 09.01.1976 tot 03.01.1977

\- 1 % interesten per maand vertraging op de nog verschuldigde BTW vanaf 09.01.1977

Verklaart de hoofdvordering van de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** ltd tegen de NV **T. T.** (A.R. 33.706) toelaatbaar doch ongegrond.

Verklaart de tussenvorderingen van de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** ltd tegen de NV **T. T.** toelaatbaar doch ongegrond in zoverre deze tussenvordering betrekking heeft op het bekomen van vrijwaring van alle bedragen waartoe de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** ltd ten overstaan van de Belgische Staal, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen veroordeeld wordt (A.R. 30.939).

Verklaart de tussenvorderingen van de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** ltd tegen de NV **T. T.** toelaatbaar doch zonder voorwerp gevallen in zoverre deze tussenvordering betrekking had op het bekomen van vrijwaring van alle bedragen waartoe de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** ltd ten overstaan van de heer Ontvanger der Douane en Accijnzen zou veroordeeld worden gezien de ingetreden verjaring van de vordering van de heer Ontvanger der Douane en Accijnzen (A.R. 30.414).

Verklaart de tussenvordering van de NV T. T. tegenover de vennootschap naar Grieks recht "**C.**", de vennootschap naar Engels recht "**G.**" Ass. C. Ltd, ele naamloze vennootschap "**L. A. I. C. B.**", de naamloze vennootschap "**M.**", de vennootschap naar Engels recht "**P. and G. A.**" en de vennootschap naar Engels recht "**P. A. C. Ltd. C.**" toeIaatbaar doch zonder voorwerp gevallen gezien de NV **T. T.** tot geen enkel bedrag of vrijwaring veroordeeld wordt.

Veroordeelt de heer Ontvanger der Douane en Accijnzen tot de kosten gevallen naar aanleiding van haar vordering tegen de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** ltd (A.R. 30.414).

Begroot deze kosten als volgt :

\* in hoofde van de heer Ontvanger der Accijnzen :

\- dagvaarding en rol : … frank

\- rechtsplegingsvergoeding : … frank

\* in hoofde van de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** ltd :

\- rechtsplegingsvergoeding : … frank.

Veroordeelt de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** ltd tot de kosten gevallen naar aanleiding van de procedure verzet tegen het betekende dwangbevel (A.R. 30.989).

Begroot deze kosten als volgt :

\* in hoofde van de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen :

\- rechtsplegingsvergoeding : … frank.

\* in hoofde van de Maatschappij naar **E. E. C.** ltd :

\- kosten akte verzet : … frank

\- rechtsplegingsvergoeding : … frank.

Veroordeelt de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** ltd tot de kosten gevallen naar aanleiding van haar hoofdvordering en tussenvordering tegen de NV **T. T.**.

Begroot deze kosten als volgt :

\* in hoofde van de Maatschappij naar Engels recht **E. E. C.** ltd :

\- kosten dagvaarding (AR 33.706) : … frank

\- dagvaarding in tussenkomst (AR 30.414) : … frank

\- dagvaarding in tussenkomst (AR 30.989) : … frank

\- rechtsplegingsvergoeding : … frank

\* in hoofde van de NV **T. T.** :

\- rechtsplegingsvergoeding : … frank.

Veroordeelt de NV **T. T.** tot de kosten naar aanleiding van de tussenvordering in vrijwaring tegen de vennootschap naar Grieks recht "**C.**", de vennootschap naar Engels recht "**G.**" Ass. C. Ltd, de naamloze vennootschap "**L. A. I. C. B.**", de naamloze vennootschap "**M.**" , de vennootschap naar Engels recht "**P. and G. A.**" en de vennootschap naar Engels recht "**P. A. C.** Ltd. **C.**", die gezien zij allen door dezelfde raadsman vertegenwoordigd werden, slechts gerechtigd zijn op een rechtsplegingsvergoeding.

Deze kosten begroot als volgt :

\* in hoofde van de NV T. T. :

\- dagvaarding en rol : … frank

\- rechtsplegingsvergoeding : … frank.

\* in hoofde van de vennootschap naar Grieks recht "**C.**", de vennootschap naar Engels recht "**G.**" Ass. C. Ltd, de naamloze vennootschap "**L. A. I. C. B.**", de naamloze vennootschap "**M.**", de vennootschap naar Engels recht "**P. and G. A.**" en de vennootschap naar Engels recht "**P. A. C. Ltd. C.**";

\- rechtsplegingsvergoeding : … frank.

Vonnis uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande elk verhaal en zonder borgstelling.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge, op **achttien mei negentienhonderd tweeënnegentig**.

Aanwezig zijn:

**P. B.**, alleenrechtsprekend rechter;

**J.-L. C.**, substituut procureur des Konings;

**G. D. S.**, klerk-griffier.

**G. D. S.** **P. B.**

## Aangehaalde teksten

5

EEG-Verdrag art. 11 3 voorkomens

EEG-Verdrag art. 13 2 voorkomens

EEG-Verdrag art. 36 2 voorkomens

EEG-Verdrag art. 12 1 voorkomen

EEG-Verdrag art. 34 1 voorkomen
