Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 13 mei 2013 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 13 mei 2013

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 13 mei 2013Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2013-05-13-d248

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
13 mei 2013

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

51 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 13.05.2013

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op dertien mei tweeduizend dertien in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, waar zetelden :

L. B., rechter,

N. V., griffier,

Inzake AR nr. 12/325/A

BVBA S., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

waarvoor niemand verschijnt.

tegen :

de BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij de heer P. D., in hoedanigheid van financieel deskundige en bij de heer L. V., in hoedanigheid van eerstaanwezend inspecteur.

Gezien de stukken in het dossier van de rechtspleging, onder meer :

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder M. B. in vervanging van gerechtsdeurwaarder E. S. te … op 11 januari 2012,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 30 januari 2012,

- de conclusies van partijen,

- de stukken van verwerende partij.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord verwerende partij in haar middelen en gezegden ter zitting van 22 april 2013.

Voor eisende partij is niemand verschenen. Ten aanzien van haar wordt toepassing gemaakt van artikel 747, § 2, zesde lid van het Gerechtelijk Wetboek.


Een ter zake BTW bevoegd ambtenaar verrichtte in 2011 controle ten aanzien van eiseres.

Deze bleek niet geregistreerd voor BTW-doeleinden.

Voor te dezen 2008 bleken met BTW belastbare handelingen te zijn gesteld, zonder aldus ook maar enige aangifte.

Toezending van correctieopgave leverde wel akkoordverklaring maar geen betaling op.

Uiteindelijk werden de vaststellingen in proces-verbaal gegoten.

Daarin werd navordering geformuleerd van rechten, tot 20 % (alzo 1/20) herleide boete, intrest vanaf 21 januari 2009.

Ontvanger BTW Antwerpen 2 vaardigde op 28 november 2011 dwangschrift uit.

Het werd op 1 december 2011 uitvoerbaar verklaard en middels exploot van 12 december aan eiseres betekend.

Deze liet middels exploot van 11 januari 2012 dagvaarden in betwisting der fiscale vordering.

Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.

Ten gronde

Eiseres betwist niet de belastbaarheid met BTW.

Door het stellen van BTW-handelingen verkreeg eiseres automatisch hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.

Zij hield de stelling van deze handelingen weliswaar verborgen voor de belastingdienst tot op de dag van controle.

Stellen dat zij kon vertrouwen dat zij kon factureren zonder BTW is tergend en roekeloos.

Blijkens de gegevens van het dossier ging vanwege de belastingdienst blijkbaar nimmer enige houding uit waaruit enig gerechtvaardigd vertrouwen, laat staan enig vertrouwen hoe dan ook zou kunnen zijn opgewekt tegen overigens de duidelijke fiscale wet in.

Eiseres schond de neutraliteit van de BTW door te handelen zonder aanrekening van BTW.

Om aftrek van voorbelasting te bekomen diende zij daartoe de regels na te leven.

Dat deed zij alvast niet en liet bovendien de termijnen verstrijken.

Van enige bevrijdende verjaring van de belasting is bij dit alles geen sprake.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak ten opzichte van verweerster en rechtdoende op tegenspraak overeenkomstig artikel 747, § 2 Ger.W. ten opzichte van eiseres,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de rechtsvordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder niet, dit bij gebrek aan opgave en begroting van eigen kosten in conclusie.

N. V. L. B.