---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 19 oktober 2011"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 19 oktober 2011."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2011-10-19-4697"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 19 oktober 2011 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

19 oktober 2011

## Procesverloop

2 stappen · 2 jaar 2 maanden

1. Weergegeven beslissing Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen 19.10.2011
2. [Beslissing in beroep Hof van beroep te Antwerpen 07.01.2014](https://juriel.be/nl/rechtspraak/forfaitaire-regeling-haarkappers-berekening-omzet-hof-van-beroep-antwerpen-2014-01-07-5aa9)

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

55 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 19.10.2011

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op negentien oktober tweeduizend en elf in openbare zitting van de 4 F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter,

**N. D.**, griffier.

**In zake : A.R. Nr. 10/498/A**

**D. I.****,**

geboren te Antwerpen op 6 augustus 1970, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, wonende te …, ….

**EISENDE PARTIJ**

\- verschijnende bij meester **M.-J. B.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT,**

Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**VERWERENDE PARTIJ**

\- verschijnende bij meester **F. D. R.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 22 januari 2010,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 12 februari 2010,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 21 september 2011.

---

De vordering strekt ertoe te zeggen voor recht dat het dwangbevel Reg. 127/153, uitgevaardigd op 17 december 2009 en uitvoerbaar verklaard op 17 december 2009, en het proces-verbaal van 15 december 2009 ten onrechte gevestigd werden, dienvolgens voornoemd proces-verbaal en dwangbevel te vernietigen, eiseres te ontslaan van de ten onrechte gevestigde belastingen en in voorkomend geval de terugbetaling te bevelen van de eventueel door eiseres reeds gedane betalingen en / of door verweerder ten onrechte gedane inhoudingen en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

## Beoordeling

## Betreffende de schending van het vertrouwensbeginsel

Eiseres baat een kapsalon uit voor dames en heren en paste de forfaitaire regeling inzake de BTW voor haarkappers toe ter bepaling van de maatstaf van heffing van de verschuldigde BTW op haar inkomsten.

Eiseres stelt dat de administratie nooit enige opmerking heeft gemaakt op de wijze waarop zij haar forfaitaire aangifteverplichting vervulde of over de manier waarop zij haar prijslijsten samenstelde, hetgeen - volgens haar - een redelijk vertrouwen heeft gewekt dat zij haar BTW verplichtingen correct naleefde.

Volgens eiseres hebben in het verleden diverse BTW-controles plaatsgevonden, doch zij levert hiervan niet het minste bewijs.

Nergens uit blijkt dat in het verleden bij eiseres enige BTW-controle heeft plaatsgevonden.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat de administratie onmogelijk elke aangifte kan controleren.

Er is dan ook geen sprake van een vaste gedrags- of beleidsregel van de administratie zodat eiseres geen gerechtvaardigde verwachtingen kon putten.

Bijgevolg is er geen sprake van dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden.

## Betreffende de toepassing van de forfaitaire regeling

Vooreerst dient te worden opgemerkt dat eiseres aan de administratie kon vragen de forfaitaire regeling inzake de BTW voor haarkappers aan te passen aan een eventuele bijzondere toestand, hetgeen zij niet deed, of kon opteren voor de normale regeling van de belasting, hetgeen zij evenmin deed.

Eiseres heeft integendeel zelf vrijwillig geopteerd om de forfaitaire regeling inzake de BTW voor haarkappers toe te passen en zij dient deze regeling dan ook correct toe te passen en alle gevolgen te dragen van deze vrije keuze.

Wanneer een BTW-controle plaatsvindt en gevraagd wordt alle vereiste boeken, stukken en bescheiden voor te leggen voor de periode van 1 januari 2006 tot 31 december 2007, dan dient eiseres of haar gevolmachtigd boekhouder vanzelfsprekend de juiste prijslijsten voor de jaren 2006 en 2007 voor te leggen.

Bovendien dient eiseres haar prijslijsten op te maken conform het KB van 10 oktober 2003 tot wijziging van het KB van 2 maart 1992 betreffende de prijsaanduiding van kappersdiensten.

Ná de BTW-controle beweert eiseres dat de administratie de prijslijsten voor de jaren 2006 en 2007 niet heeft opgevraagd en dat de administratie zich bij de berekening van de ontvangsten heeft gebaseerd op een oude prijslijst.

Deze bewering van eiseres is totaal ongeloofwaardig en bovendien in strijd met het proces-verbaal van 15 december 2009 waarin uitdrukkelijk werd vermeld dat gevraagd werd "inzage te verlenen van de volledige boekhouding en al de boeken, stukken en bescheiden waarvan het houden, opmaken, ontvangen, uitreiken, bewaren en voorleggen voorgeschreven is door de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde, en die betrekking hebben op de handels- en/of beroepswerkzaamheden door de belastingplichtige uitgeoefend tijdens de periode van 1/01/2006 tot 31/12/2007" en dat "aan de hand van de boeken, stukken en bescheiden welke mij ter inzage werden voorgelegd, ... heb ik volgende vaststellingen gedaan."

Wanneer zoals te dezen geopteerd wordt voor de forfaitaire regeling inzake de BTW voor haarkappers zijn de prijslijsten, die opgemaakt dienen te worden conform voornoemd KB van 10 oktober 2003, essentieel voor de berekening van de ontvangsten.

Wanneer alsdan een BTW-controle plaatsvindt en gevraagd wordt alle vereiste boeken, stukken en bescheiden voor te leggen voor de periode van 1 januari 2006 tot 31 december 2007, dan weet de belastingplichtige, minstens dient hij te weten, dat hij de prijslijsten én de juiste prijslijsten voor de jaren 2006 en 2007 dient voor te leggen, te meer nu de gevolmachtigde boekhouder van eiseres zich voor deze controle heeft aangeboden en hij de gevraagde boeken, stukken en bescheiden heeft voorgelegd.

Hieruit volgt ontegensprekelijk dat de administratie zich voor de berekening van de ontvangsten heeft gebaseerd op de door de gevolmachtigde boekhouder van eiseres voorgelegde prijslijst en dat dit de prijslijst was voor de jaren 2006 en 2007.

De latere beweringen van eiseres, dat de prijslijsten voor de jaren 2006 en 2007 niet werden opgevraagd en dat door de administratie een oude prijslijst werd gebruikt, worden door geen objectief element bevestigd en zijn bovendien totaal ongeloofwaardig en in strijd met voornoemd proces-verbaal van 15 december 2009.

Verder dient te worden opgemerkt dat de prijslijst, die de gevolmachtigde boekhouder van eiseres ongetwijfeld tijdens de BTW-controle voor de periode van 1 januari 2006 tot 31 december 2007 heeft voorgelegd, niet werd opgemaakt conform voornoemd KB van 10 oktober 2003 en dat eiseres hiervan dan ook de gevolgen dient te dragen.

Op basis van de door de gevolmachtigde boekhouder van eiseres voorgelegde prijslijst en rekening houdend met het feit dat deze prijslijst niet werd opgemaakt conform voornoemd KB van 10 oktober 2003, heeft de administratie de typediensten en de ontvangsten ongetwijfeld correct berekend.

## Betreffende de rechtsplegingsvergoeding

Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, hebben beide partijen zich op de terechtzitting van 21 september 2011 akkoord verklaard met een bedrag van … EUR, waarvan de rechtbank akte kan verlenen.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op en door de rechtbank vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **P. W.**
