Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 1 juni 2011 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 1 juni 2011

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 1 juni 2011Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2011-06-01-fb39

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
1 juni 2011

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

37 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 01.06.2011

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op één juni tweeduizend en elf in openbare zitting van de 4 F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., enig rechter,

N. D., griffier.

In zake : AR nr. 04/1462/A

1. J. W., accountant,

2. V. R. R., regentes,

beiden wonende te …, ….

eisende partijen,

verschijnende bij meester G. P., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester D. V. loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, ….


Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het tussenvonnis van de 4F kamer van 6 april 2011,

- de conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 21 april 2011.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 11 mei 2011.


Het is gebleken dat het tekort in de maatstaf van heffing een achtste overschrijdt.

Een boete is dan ook toepasselijk.

Ze werd in het administratieve stadium herleid tot 10 % conform KB 41.

Deze boete is wettelijk en evenredig met de concrete feiten.

Partijen namen elk voor zich standpunt in ter zake de rechtsplegingvergoeding.

Ze wordt wettelijk berekend tegen 110 %.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Het tussenvonnis van zes april 2011 verder uitwerkend,

Verklaart de rechtsvordering ongegrond,

Veroordeelt eisers passief ondeelbaar tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op 1.320,00 (dertienhonderd en twintig) Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding.

N. D. L. B.